Conflictanalyse op basis van Cognitieve Dissonantie Theorie (deel 1: cognigrammen)

De cognitieve dissonantie theorie (CDT) is een van de meest waardevolle theorien van de psychologie gebleken. Door vergelijkbaar met de historische wetenschappen belangen en feiten als geheugen-bouwstenen (cognities) aan personen te koppelen, is gedrag vaak goed te verklaren. Zelfs paradoxaal gedrag blijkt na inventarisatie vaak heel logisch.

Casus 1
Op een eenzame landweg met weinig passerend verkeer blijken mensen met pech vaak eerder geholpen te worden. Hoe is dat te verklaren?

Oplossing Casus 1

persoon A —- (+) —- persoon (die straks pech met zijn auto krijgt) C_1

—- (+) —- auto C_2

—- (+) —- auto (staat van onderhoud) C_3

—- (+) —- route (goed op weg) C_4

—- (+) —- tijd (goed op schema om tijdig aan te komen op afspraak) C_5

Een uitgangspunt in de theorie is dat een persoon steeds zal proberen een positieve verbinding met de verschillende cognities te houden. Ook zal de persoon proberen om de verbanden tussen de cognities positief te houden.

Als er negatieve verbanden blijken te bestaan, dan zal een individu dingen doen om de dissonantie tussen zaken te reduceren. Het individu probeert de zaken te laten kloppen, zodat hij een zo possitief mogelijk gevoel kan blijven koesteren.

Een relatie tussen cognities heeft een richting en een intensiteit (ofwel gewicht).

Wanneer er een negatieve verbinding of negatieve cognitie manifest wordt dan zal het individu proberen om met meer positieve cognities te compenseren. Ook ontkenning kan optreden, dat zou een alternatieve positieve cognities genoemd kunnen worden misschien.

De werkwijze om meer positieve cognities te gaan koppelen, wordt bolsteren genoemd.
Het activeren van geheugeninhoud in organismen is niet discreet. Bedoeld wordt dat ook iets een beetje meer en een beetje minder kan worden onthouden. Van helemaal bewust kan het verdwijnen tot helemaal vergeten. Met andere worden in organismen is het een continue grootheid.

In de meeste automatiserings-middelen, zoals computers, is onthouden wel discreet. Het is onthouden of het is niet onthouden. Er zit niets tussen.

Het zal meteen opvallen dat cognigrammen zich goed lenen om volledig als model en als tabellen in een computerprogramma te zetten. Het kan ook niet verbazen dat cybernetica en psychologie elkaar dicht gaan naderen bij toepassing van deze theorie.

Hoe mensen staan tegenover de cognities in hun geheugen is heel persoonlijk, maar toch zijn er duidelijke algemeenheden te bepalen. Ook daar geldt een soort democratisch: meeste stemmen gelden.

Na optreden van pech en stil komen te staan zal het “persoonlijke beeld” veranderen.

persoon A —- + —- persoon (die straks pech met zijn auto krijgt) C_1
Als pech niet zelf verwijtbaar is dan blijft dit een positieve relatie.
Stel dat met koud weer met een oude accu is doorgereden, dan wordt het
zelfbeeld mogelijk wel (-)

—- (+) —- auto C_2
Als de persoon nooit problemen met deze auto heeft zal het best (+) blijven.

—- (+) —- auto (staat van onderhoud) C_3

—- (+) —- route C_4

—- (-) —- tijd C_5
Bij pech is in veel gevallen het te laat kunnen komen op een afspraak een eerste zorg.

Persoon B rijdt met zijn auto langs en ziet dat Persoon A stilstaat met pech.

persoon B —- (+) —- persoon B C_

—- (+/-) —- Ik ga NIET helpen C_

—- (+/-) —- Ik ga WEL helpen C_

Hoe gaat Persoon B in gedachten redeneren om uit zijn dilemma te komen. Persoon B wil eruit komen met zo min mogelijk niet rijmende cognities in zijn hoofd.

Welke cognities zal Persoon B erbij gaan halen en intensiever in zijn denken centraal gaan plaatsen? Meest waarschijnlijk is dat iemand snel gaat denken: “Als ik nu niet help dan kan het wel eens heel lang duren voordat er weer iemand voorbij komt die zou kunnen helpen!”

Op een drukke weg “vergoeilijkt” iemand zijn niet helpen waarschijnlijk veel makkelijker en veel sneller. “Er zijn genoeg anderen die kunnen helpen, waarom zou ik het doen?”, kan gedacht worden.

Voorlopig zal ik niet verwijzen naar allerhande literatuur over Cognitieve Dissonantie Theorie. Te zijner tijd wil ik graag een aantal titels aanhalen.

Tot slot is het goed om te weten dat de Cognitieve Gedragstherapie ook op deze theorie is gebaseerd.

Het met veel mensen in een gecorrumpeerd systeem samen blijven werken is enerzijds op de CDT te baseren maar anderzijds is het te verhelderen met Speltheorie. Eigenlijk is de speltheorie ook weer te herleiden tot CDT. Bij speltheorie moeten we bijvoorbeeld denken aan Prisonnersdilemma en Chickengame. Ook de motivatietheorie is belangrijk. Te denken is dan aan Milgram en Asch. Gedrag wordt erg beinvloed door conformiteit met gedrag van anderen (Asch) en bereidheid om onder sociale druk te straffen (Milgram) of te belonen.

Leave a Reply