Archief: de zaak Lancee.

In Trouw verscheen in 1998 het onderstaande artikel.
Voor wetenschappelijke studie is het integraal opgenomen.

Sorgdrager vindt Lancée een soort verkeersslachtoffer
JOOP BOUMA − 28/03/98, 00:00

AMSTERDAM – René Lancée, de ex-politiechef van Schiermonnikoog, kan 40 000 gulden smartengeld krijgen voor zijn onterechte arrestatie en moet verder niet zeuren. Slachtoffers van verkeersongevallen zijn doorgaans slechter af. Vindt minister Sorgdrager (D66, justitie).

Maar Lancée is niet onder een auto gekomen. Hij is gemangeld in een overspannen justitie-apparaat, dat fout op fout stapelde en de oorzaak is dat een 47-jarige nooit meer zijn politie-uniform aan wil trekken.

Als de landsadvocaat die namens Justitie onderhandelt met Lancée, wat had gebladerd in de ‘Smartengeld-gids’ van de ANWB, waarin per letselcategorie de vonnissen van de afgelopen tien jaar zijn samengebracht, dan was hij misschien op heel andere bedragen gekomen.

Drie voorbeelden. Eerste geval: Directeur wordt na onenigheid met de mede-directeuren geschorst. De man had zijn hele actieve leven aan het bedrijf en de branche gewijd. De ruzies, waaraan ook de anderen schuld hadden, werden onder het personeel zó gedraaid, dat de geschorste directeur de zwarte piet kreeg. De directeur stapt naar de rechter. Op 27 juli 1988 doet de Amsterdamse rechtbank uitspraak. De rechters kennen hem een smartengeld toe van 90 000 gulden. Rekening houdend met een inflatiecorrectie zou dat nu neerkomen op zo’n 110 000 gulden.

Tweede geval: Adjunct-directeur is promotie tot algemeen directeur beloofd. Maar een organisatiebureau adviseert een functionaris van buiten aan te trekken. De gepasseerde onderdirecteur spant een kort geding aan. De arbeidsverhoudingen raken volledig verstoord. Door de opstelling van de ondernemingsleiding, maanden lang, raakt de man in een isolement. De kantonrechter in Arnhem wijst hem op 8 februari 1991 een smartengeld toe van 75 000 gulden (dat zou nu zo’n 85 000 gulden zijn).

Derde geval: Wethouder van Bergen op Zoom wordt er door het weekblad Nieuwe Revu en Veronica van beschuldigd dat hij zich als ambtsdrager laat omkopen. Een opname met een verborgen camera zou aantonen dat hij zich liet fêteren door een Amerikaans bedrijf dat zou overwegen een fabriek te bouwen in zijn gemeente. Het was een valstrik, opgezet door die media. De wethouder stapte naar de rechter. Het hof in Amsterdam oordeelde op 13 september 1990 dat de man een smartengeld toekwam van 125 000 gulden (hij eiste twee ton). De vergoeding zou nu zo’n 150

Vierde geval: Politie-officier met lange staat van dienst bij rijks- en gemeentepolitie, chef van een politiepost op een Waddeneiland, wordt verdacht van incest. Hij wordt op basis van een dubieuze aangifte, in de nacht door een arrestatieteam van collega’s van de vaste wal, rauwelijks van zijn bed gelicht en 13 dagen opgesloten. Door de opstelling van de ondernemingsleiding (lees: openbaar ministerie), maanden lang, raakt de man in een isolement. Hij eist, naast doorbetaling van zijn salaris, een smartengeld van 100 000 gulden. De minister van justitie, geadviseerd door het college van procureurs-generaal, biedt hem naast een ruime vergoeding van 13 000 gulden voor de 13 dagen voorlopige hechtenis, een smartengeld aan van 40 000 gulden. De landsadvocaat deelt mee dat de politieman wel op zijn werk kan terugkeren.

Vraag: wie zou zich het meest gepakt voelen, de directeur, de adjunct-directeur, de wethouder of de politiechef? Antwoord: hoofdinspecteur van politie, René Lancée.

Bits en pissig

Maar minister Sorgdrager denkt daar anders over. Donderdagavond reageerde ze buitengewoon bits op een pissige brief die voorzitter H. van Duijn van de Nederlandse Politiebond haar stuurde, nadat deze in een uitgelekte brief van de landsadvocaat had gelezen dat Justitie een smartengeld van 40 000 gulden een mooi bedrag vindt voor de gewezen politiechef. Van Duijn ritste in zijn brief een hele reeks kwalificaties aaneen. Hij noemde het aanbod ‘stuitend, schokkend, ongelofelijk, onbestaanbaar, onbegrijpelijk en beschamend.’ De bewindsvrouwe had zich bovendien, aldus Van Duijn, ‘belabberd’ verantwoord in de Kamer.

Sorgdrager op haar beurt hekelde in een ‘open brief’ de ‘tendentieuze, grievende en onjuiste bewoordingen’ waarin de NPB-voorzitter zich had uitgelaten. “U overschrijdt de grenzen van het betamelijke.” Ze stoorde zich vooral aan passages waarin Van Duijn het openbaar ministerie in de zaak-Lancée ‘criminele trekjes’ en ‘machtsmisbruik’ aanwrijft.

Sorgdrager vindt dat Lancée geen reden heeft om te klagen over het geld. Ze wijst er in haar open brief op dat de rechter terughoudend is in het toekennen van hoge smartengelden. Het bedrag dat zij Lancée wil geven ligt op het niveau van smartengelduitkeringen voor slachtoffers van ernstige verkeersongevallen, die daaraan een zware handicap met grof ontsierende littekens hebben overgehouden. Maar bij Lancée zitten de littekens niet aan de buitenkant, hoewel ze waarschijnlijk wel pijnlijk en diep zijn.

Nog een passage uit de brief van de landsadvocaat aan Lancée’s advocaat wekt verbazing. De landsadvocaat stelt dat de verstoring van de relatie werkgever-werknemer, waarop Lancée zijn langdurige en onherstelbare arbeidsongeschiktheid voor het politiewerk baseert, niet kan worden toegeschreven aan de nasleep van de valse incest-aangifte. Er wás al sprake van problemen in de arbeidsverhouding, stelt de advocaat van de staat. Daar komt bij dat volgens hem bij de regiopolitie Friesland geen bezwaar zou bestaan tegen terugkeer van Lancée.

Lancée spreekt tegen dat er vóór zijn arrestatie sprake was van een arbeidsconflict. “Dat was toen juist opgelost. Ik zou op 1 mei 1996 in Leeuwarden beginnen als stafofficier informatiebeveiliging. Maar op die datum zat ik nog in Groningen in de politiecel.” Gisteren deelde de Friese korpsbeheerder, burgemeester H. Apotheker van Leeuwarden, mee dat ook hij het onwaarschijnlijk acht dat Lancée kan terugkeren in zijn korps.

Lancée zelf is daar van aanvang af ondubbelzinnig in geweest. “Ik ben dusdanig beschadigd en afgeschoten. Dat kán niet meer. Karaktermoord, noemden ze dat destijds in een krant. Ik vind ook dat dit niet het probleem is van het politiekorps Friesland. De schuldigen zitten in Den Haag. Het feit dat ik niet werk, heeft te maken met de wijze waarop het openbaar ministerie tegen mij is opgetreden.”

Leave a Reply