Transitie Jeugdzorg naar Gemeente. De oplossingsrichting van Amsterdam: terug naar de familie.

van een tweetal verslaggevers

Soms blijkt crisis een zegen. De Jeugdzorg lijkt te zijn stuk gemanaged, ge-googt en ge-iatert. Gebleken is dat de personen die het hardst riepen “in het belang van het kind” dat vaak riepen vanuit een tekort aan argumenten.

Als de dokter tegen iedereen zegt dat iedereen ziek is, mag dat worden gewantrouwd. Graag zelfs. Meteen mogen we de conclusie trekken, dat we met onze moderne huisartsen misschien nog helemaal niet zo slecht uit zijn.

In de keten tussen BJZ en de geestelijke jeugdgezondheidszorg, was dat, zo is nu gebleken, precies wat er gebeurde. Diverse onderzoekers is het gebleken dat het toch wel wat frappant is, dat om het even hoe kinderen in de jeugdzorg terecht kwamen, er steeds een label ADHD en/ of autisme-spectrum-stoornis op geplakt moest worden. Verdwenen kinderen weer uit de jeugdzorg, bijvoorbeeld door emigratie, dan werd dat label er ook weer gemakkelijk afgehaald.
Niet alleen personen als Jansen Steur (neuroloog) blijken een loopje te nemen met diagnoses. Het organisatiebelang het eigen inkomen of de eigen carriere-ambities blijken zeer zwaar mee te wegen. Vroeger werd dat nog gewoon simpel corruptie genoemd. Maar in Nederland hebben we besloten dat we ons willen onderscheiden van de knoflooklanden in Zuid Europa: in Nederland hebben we bijna geen corruptie.

Als een organisatie of een keten van organisaties is gecorrumpeerd, dan blijkt het altijd heel erg moeilijk om dat weer terug te buigen. Geleidelijkheid met eindeloos onderzoek en gentlemansagreements, zelfreflectie en zelfreininging blijken in het verleden nooit gewerkt te hebben. Nu plotseling wel? Is de crisis dan een zegen?
Heeft iemand er wel eens bij stil gestaan dat in Afrika veel landen de problemen met de jeugdzorg helemaal niet kennen? Meteen moet helder gesteld worden dat er in Afrika diverse problemen rond kinderen spelen.

In Afrika moet men het oude systeem van terugvallen op de eigen familie en desnoods de eigen stam hanteren. Dat systeem werd tot circa 1970 ook op grote schaal in Nederland toegepast. Oorlogswezen werden in de eerste plaats opgevangen door de eigen familie. Onmachtige ouders droegen taken over aan groot-ouders en aan broers en zussen. Ook vrienden, kennissen en maatschappelijke organisaties sprongen bij. Maar de familie werd een regie-functie gegund. De onmachtige ouder kreeg waar mogelijk ook nog een deelfunctie in de regie. De waarnemende en waarschuwende functie lag altijd ook dicht bij het kind: in de eerste plaats in de eigen familie.

Het zorgen voor een beperken (en dus ontwrichten !) van het contact tussen kind en verzorger is een standaard keuze binnen de huidige jeugdzorg geworden. De statistiek spreekt absoluut tegen dat na een OTS of zelfs na een uithuisplaatsing er nog veel aandacht is voor het herstellen of in stand houden van contact tussen kind en op afstand geplaatste verzorger. Eerst wordt het contact verbroken, vervolgens is er alle tijd om een dossier op te bouwen dat die breuk zou moeten rechtvaardigen. Men schrijft er steeds naartoe dat men er goed aan heeft gedaan om het contact tussen kind en verzorger te beperken of zelfs te verbreken.

Het blijkt uitermate moeilijk om snel toe te geven dat achteraf een te grove maatregel is genomen. Dat zou toegeven van falen zijn. Begrijpelijk dat BJZ en anderen daar grote moeite mee hebben.

In de Volkskrant van 22 maart vermeldde Jaap Stam wat Pieter Hilhorst in Amsterdam als aanpak voor de toekomstige Jeugdzorg wil laten kiezen. Kort aan te halen als “de nieuwe aanpak.”

Hulpverleners moeten weer zelf aanpakken en zo min mogelijk doorverwijzen.
Hulpverlening moet eenvoudig, in de buurt en goedkoper.
Ouders moeten hun netwerk mobiliseren.

Dat zijn de kern-uitgangspunten van de “nieuwe aanpak” van Pieter Hilhorst (PvdA) zo als hij die donderdag presenteerde.

Jaap Stam vermeldt verder:
Vanaf 1 januari 2015 is de gemeente verantwoordelijk voor de jeugdzorg. Er is nog veel onduidelijk, vooral hoe veel er moet worden bezuinigd, maar Amsterdam wil daar niet op wachten.
De stad wordt opgedeeld in 21 buurten en al die buurten krijgen loketten waar Amsterdammers met hun problemen terecht kunnen. Dat kan een kantoor zijn, dat kan een kamertje op een school zijn.
Daar kijkt een ouder- en kindadviseur wat hij te bieden heeft en hoe de ouders hun familie, vrienden en buren kunnen inschakelen. Pas in uiterste nood verwijst hij naar een dure specialist. “De hulpverlener zal elke keer de afweging moeten maken: doen we het zelf of stuur ik door.”
De afgelopen tien jaar zijn de kosten verdubbeld, maar de problemen niet, zegt Hilhorst. “Opvoedvragen zijn te veel vertaald naar zorgvragen. Niet elk probleem hoeft gemedicaliseerd te worden.”
Speciale teams ondersteunen huishoudens die meerdere problemen hebben. Die gezinnen krijgen een regisseur, die alle touwtjes in handen heeft en fungeert als vertrouwenspersoon, vergelijkbaar met een huisarts. Niet langer komen er meerdere hulpverleners over de vloer. Er zijn nu gezinnen die worden overspoeld door zeventien hulpverleners.
De nieuwe functies vervangen de huidige banen in de hulpverlening. Hulpverleners bij bestaande instellingen zullen naar de wijkteams gaan. Onduidelijk is hoeveel, geschat wordt vijfhonderd, en onduidelijk is of hulpverlenders buiten de boot vallen.
Elke buurt heeft een eigen budget. Komt het geld nu nog uit talloze potjes, vanaf 2015 verdeelt Amsterdam het. Op basis van de samenstelling van de bevolking en de zorgvraag wordt per buurt een budget berekend.
Het plan is ingegeven door bezuinigingen, maar Hilhorst ziet er vooral voordelen in. Het is zijn eerste grote beleidsstuk en is onmiskentbaar “vintage” Hilhorst. Hij pleit er al jaren voor dat mensen meer greep op hun eigen leven krijgen. Het was een van zijn stokpaardjes in zijn column in de Volkskrant, die hij schreef totdat hij enkele maanden geleden wethouder werd.
De jeugdhulpverlening met zijn doorgeslagen bureaucratie en al zijn organisaties en geldstromen noemde Lodewijk Asscher, Hilhorsts voorganger, “het monster van Frankenstein”. Asscher kreeg het beest niet getemd, Hillhorst hoopt het nu in zijn hok te krijgen.
De nieuwe aanpak stond in grote lijnen op papier toen Hilhorst aantrad, hij heeft hem aangescherpt. De nieuwe wethouder heeft gehamerd op de eigen kracht van mensen en het “kantelen” van de financiering. “In het huidige systeem verzamelen we zo veel mogelijk problemen om financiering te krijgen. We gaan proberen de kosten laag te houden door er snel bij te zijn”.
Aldus Jaap Stam die verslag deed over de nieuwe aanpak van wethouder Pieter Hilhorst van Amsterdam.

Over de oude financiering moet ook onder de aandacht worden gebracht dat het perverse prikkels kende. Hoe erger een probleem werd voorgesteld, hoe meer geld men kreeg. De functies van diagnose en behandeling waren totaal niet beheersbaar gescheiden. In de medische systemen, zo onderkend men nu, is het ook niet hanteerbaar om de arts steeds alle keuzen te laten maken, dan wordt zorg al snel onbetaalbaar en ondoorzichtig.

Was er dan geen organisatie die verantwoordelijk was voor toezicht op een juiste financiering en een juiste kwaliteit voor het eindproduct “zorg voor het kind” ?

Jawel. Wie? … de kinderrechter … de jeugd- en familierechter.
Dat er een overweldigend bewijs voor ongeschiktheid van de rechter als kwaliteitsbewaker is, mag duidelijk zijn.
Eerlijk is eerlijk: als we ons met een probleem als samenleving geen raad weten, dan leggen we het bij de rechter. Soms onder het mom van voorlopig. Meestal blijft het daar liggen en worden er geen betere, definitieve organisaties ingericht. Dat dat niet gebeurt is toch in veel gevallen de schuld van de rechters zelf. Het staat rechters vrij om in algemene termen te betogen dat de politiek zaken bij de rechter moet proberen weg te halen. Via de bekende lobby-kanalen van rechters gebeurt dat ook wel degelijk. Advocaten blijken ook niet vooraan te staan met verzoeken om zaken bij de rechter weer weg te halen. Zouden advocaten daar een zakelijk belang bij kunnen hebben? Een zeer onfatsoenlijke vraag die de verslaggever zich daar mee stelt? Toch niet?

Welke crisis gaat een kwaliteitsimpuls geven aan verbetering van de “rechtszorg van de rechter”?

Moet de rechter ook terug in de buurt? Moet de rechter weer terug in de familie?

Leave a Reply