You are browsing the archive for 2014 May.

Professor Heertje Schrijft Medestanders tegen Jeugdzorg een Brief. Kortgedingrechter mw. mr. C.M. Berkhout pleegt valsheid in geschrifte.

2014/05/21 in Uncategorized

De redactie plaatst de brief van professor Heertje integraal. Op latere momenten zullen we verder ingaan op de 20 mei 2014 uitgesproken beschikking in kort geding. Jeugdzorg heeft het procesverbaal van de zitting gevraagd, wat erop kan duiden dat zij nog een hoger beroep overweegt of een bodem procedure wil gaan starten. Heel merkwaardig is dat de rechter in de beschikking er helemaal niet op heeft gewezen dat de dagvaarding tot niet ontvankelijkeid van het verzoek had moeten leiden. In de dagvaarding stond een verzoekende/ dagvaardende partij die helemaal niet bestaat. Gewone burgers zouden ogenblikkelijk door de rechter de deur zijn gewezen. Ook al zouden de burgers sputteren dat het een fout van hun advocaat was. De rechter houdt ook in deze beschikking weer een overheidsinstantie (BJAA) de hand boven het hoofd. BJAA heeft min of meer de dagvaarding achteraf nog mogen “aanpassen”. De nieuwe naam van BJAA die op de dagvaarding was vermeld, staat nog helemaal niet ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Nu stelt de rechter in haar beschikking dat toch BJAA het geding zou hebben verzocht. Eigenlijk ook weer een vorm van valsheid in geschrifte van de rechter (mw. Berkhout) zelf. Bij aan jeugdrecht gerelateerde zaken gebeurt dat zo vaak, dat we het al (bijna) zijn gaan accepteren. Ons is niet bekend of BJAA formeel op tijd voor aanvang van het geding een gecorrigeerde dagvaarding had aangeboden aan rechter en partijen. De rechter heeft ook niets opgemerkt over het slordig aanbieden van dezelfde dagvaarding aan diverse niet en minder betrokken personen. In de betreffende dagvaarding staan nu juist de op verzoek van BJZ uit de publiciteit te houden personen en een te beschermen kind in kwestie. Naar analogie met het voorbeeld dat studenten in college wel eens krijgen: iemand wordt gestraft voor 100 rijden op een weg waar die borden gewoon staan. Om de straf achteraf te laten kloppen worden er borden voor 80 km geplaatst. Dat wordt nog merkwaardiger als we ondertussen de wetenschap hebben dat de rechter (mw. Berkhout) zelfs ter zitting tot ongeoorloofde censuur overging, door van op zitting aanwezige personen een pleitnota van een advocaat in beslag te laten nemen. Er valt een vraagteken te plaatsen of Nederland nog wel zo’n persvriendelijk land is. Heel nadrukkelijk wil de redactie u laten weten, dat het voorbeeld van een in Amsterdam uit school ontvoerd kind, 1 van de meest ongelukkige voorbeelden is, die professor Heertje had kunnen kiezen. Nu is juist daar heel veel positiefs over Justitie te melden. Daar is ook vooral veel positiefs te melden over de zeer harde aanpak van twee “deskundigen” die hebben gelogen tegen betaling. De mededeling van Jeugdzorg dat professor Heertje de door hem gerefereerde zaak beter had moeten onderzoeken, is ook zeer hypocriet. Jeugdzorg probeert namelijk alle betrokkenen zelfs met intimidatie af te houden van medewerking aan welk onderzoek dan ook. Ook aan de Tweede Kamer direct rapporterende onderzoekers ontmoeten enorme tegenwerking bij hun onderzoeken. De commissie Samson was maar een enkel voorbeeld.

Aan alle betrokkenen bij jeugdzorg die mij hebben benaderd,

De heer Gerritsen, directeur van het inhumane bureau jeugdzorg Amsterdam (zie voor het begrip inhumane jeugdzorg mijn boek ‘Economie’ verschenen bij Prometheus, voorwoord en bladzijden 326 en 327), wekt de indruk dat de rechter mij heeft verboden zijn handelwijze alsmede de inhumane benadering van zijn medewerkers aan de orde te stellen. Sommigen van u zijn daardoor aangeslagen.

Van een dergelijk oordeel van de President is echter geen sprake, integendeel. Blijkens onderdeel 4.9 van het vonnis ben en blijf ik vrij de inhumane praktijken van jeugdzorg in Amsterdam en elders bloot te leggen, individuele gevallen aan de kaak te stellen en ook de namen van medewerkers in het uitoefenen van hun functie te noemen. Van deze vanzelfsprekende vrijheid blijf ik samen met u gebruik maken door u individueel te steunen en met enkele andere betrokkenen jeugdzorg zodanig aan te pakken, dat op den duur van humane jeugdzorg sprake is.

Het is waar dat ik sommige aanvankelijk gebezigde bewoordingen niet mag gebruiken, zoals het woord ‘ontvoeren’, maar daar hebben u en ik geen last van. Immers, wij hebben door de openbare zitting en de vrijheid die mij is gegund, jeugdzorg uit de sfeer van privacy, intimidatie en geheimhouding gehaald en onderwerp gemaakt van publiek debat. Dit alles zeer tegen de zin van jeugdzorg.

Daarom roep ik u op door te gaan met de huidige aanpak: openbaarheid, blootleggen van wat medewerkers zich menen te moeten veroorloven op de werkvloer, een einde maken aan het vanwege winstbejag geestelijk en soms lichamelijk mishandelen van kinderen, terwijl hun bescherming de bedoeling is.

Wij gaan door met de strijd, versterkt door het vonnis van de President. Mijn bericht mag u uiteraard verspreiden.

Hartelijke groeten,

Arnold Heertje

===========================================================================================================================

Voor de duidelijkheid hier de beschikking van 20 mei 2014 van de rechtbank Amsterdam van mw. mr. Berkhout

ECLI:NL:RBAMS:2014:2848

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
20-05-2014
Datum publicatie
20-05-2014
Zaaknummer
C/13/563545 / KG ZA 14-500
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding, onrechtmatige publicaties

Heertje heeft de vrijheid om kritiek te uiten op BJAA, maar de wijze waarop dat is gebeurd in een artikel op de opiniepagina van de Volkskrant en in een column op de site van RTLNieuws, is onrechtmatig. Heertje, een bekend en gerenommeerd wetenschapper, heeft feiten aangaande een onder toezicht staande minderjarige eenzijdig en enkel vanuit de optiek van de moeder gepresenteerd. Zo schreef hij dat de minderjarige vredig en naar ieders tevredenheid bij zijn moeder woonde en naar een goede school ging totdat hij zonder aanleiding vanaf zijn school is ontvoerd en naar een geheime plek is gebracht. Daardoor is de andere kant van het verhaal, te weten dat na een langdurige echtscheidingsstrijd en nadat de moeder de minderjarige drie-en-een-half jaar geen omgang met de vader toestond, de rechtbank en het hof hebben bepaald dat vader alleen met het gezag werd belast en dat de minderjarige voortaan bij zijn vader het hoofdverblijf zou hebben, niet belicht. Heertje heeft zonder noodzaak de namen van bij de minderjarige betrokken individuele medewerkers van BJAA in zijn column genoemd. De vergelijking van het handelen van BJAA met gebeurtenissen uit de Tweede Wereldoorlog is vanwege de manier waarop dat is gebeurd ongepast, onnodig kwetsend en grievend. Voor zover Heertje het handelen van BJAA kwalificeert als strafbaar, misdadig of crimineel, geldt dat deze beschuldiging onvoldoende steun vindt in de feiten.

Het artikel en de column dienen te worden verwijderd en de cache in de zoekmachine van Google die verwijst naar die publicaties eveneens.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer: C/13/563545 / KG ZA 14-500 CB/LO

Vonnis in kort geding van 20 mei 2014

in de zaak van

de stichting

STICHTING BUREAU JEUGDZORG AGGLOMERATIE AMSTERDAM,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres bij dagvaarding van 25 april 2014,

advocaat mr. J.H. van Woudenberg te Amsterdam,

tegen

1 ARNOLD HEERTJE,

wonende te Naarden,

gedaagde,

advocaat mr. H. Loonstein te Amsterdam,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

UITGEVERIJ PROMETHEUS B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

GS MEDIA B.V.,

gevestigd te Amsterdam.

Eiseres zal hierna BJAA worden genoemd en gedaagde sub 1 zal Heertje worden genoemd.

1 De procedure

1.1.Gedaagden zijn gedagvaard ter terechtzitting van 1 mei 2014. Hieraan voorafgaand, bij faxbericht van 30 april 2014, heeft Heertje een wrakingsverzoek gedaan. Dit verzoek is behandeld ter terechtzitting van 1 mei 2014. Bij beschikking van 2 mei 2014 is het wrakingsverzoek toegewezen. Daarop is een nieuwe datum voor behandeling gepland bij een andere voorzieningenrechter.
1.2.

Ter terechtzitting van 6 mei 2014 heeft BJAA vervolgens gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding, met dien verstande dat zij de vorderingen jegens gedaagden sub 2 en 3 heeft ingetrokken en de eis heeft gewijzigd overeenkomstig de eveneens aangehechte akte. Heertje heeft verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorzieningen. Beide partijen hebben producties en een pleitnota in het geding gebracht. Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.

Ter zitting waren aanwezig:

Aan de zijde van BJAA: mevrouw C. Vlug, directeur en mevrouw[medewerker]Veurman, persvoorlichter, met mr. Van Woudenberg en haar kantoorgenote mr. E. Lam.

Verder is verschenen Heertje met mr. Loonstein.

Zoals ter zitting besproken heeft BJAA nog een uittreksel uit de Kamer van Koophandel aan de rechtbank toegezonden. Tevens is nog ingekomen een faxbericht van BJAA van 14 mei 2014 met daarin een verzoek om toezending van een proces-verbaal van de zitting van 6 mei 2014.

2 De feiten

2.1.BJAA is een Bureau Jeugdzorg als bedoeld in artikel 1 juncto artikel 4 van de Wet op de jeugdzorg (Wjz) en op grond daarvan onder meer belast met de uitvoering van door de kinderrechter uitgesproken ondertoezichtstellingen van minderjarigen.
2.2.BJAA is belast met de uitvoering van een ondertoezichtstelling van [minderjarige] (hierna: de minderjarige), uitgesproken bij beschikking van de kinderrechter te Amsterdam van [datum] voor de duur van een jaar. Deze maatregel is telkens verlengd, laatstelijk tot 24 augustus 2014.
2.3.

De ouders van de minderjarige zijn sinds 2008 verwikkeld in een echtscheidingsstrijd en hebben tal van procedures gevoerd over het gezag over, de hoofdverblijfplaats van en de zorgregeling met de minderjarige. De minderjarige had zijn hoofverblijfplaats bij de moeder.

Bij beschikking van [datum] van deze rechtbank is bepaald dat de vader wordt belast met het eenhoofdig gezag en dat de hoofdverblijfplaats van de minderjarige bij de vader zal zijn (productie 1 van BJAA). Het gerechtshof Amsterdam heeft deze beschikking op [datum] bekrachtigd (productie 2 van BJAA). De minderjarige is na de beschikking van de rechtbank door BJAA een half uur voor het einde van de schooldag van school gehaald. De moeder is daarvan vooraf niet in kennis gesteld. Omdat de minderjarige zijn vader drie-en-een-half jaar niet had gezien is hij eerst in een pleeggezin geplaatst en van daaruit is het contact met de vader weer opgebouwd. Inmiddels woont de minderjarige bij de vader. Hij heeft regelmatig contact met zijn moeder.

2.4.In een e-mailbericht van 22 januari 2014 van Heertje, met als onderwerp de naam van de minderjarige, aan Erik Gerritsen, directeur van BJAA, (hierna: Gerritsen) en tal van andere geadresseerden staat onder meer het volgende.

(…) Er moet o.a. een einde komen aan het ontvoeren van kinderen, het onttrekken van kinderen uit hun vertrouwde omgeving en het geheimhouden van hun verblijfplaats jegens de moeder. U maakt zich aan al deze handelingen schuldig, samen met o.m. de dames [medewerker],[medewerker] en [medewerker]. Daarom heeft het geen zin dreigbrieven te laten sturen aan leden van de familie [x], nu wij immers in een vrije samenleving leven. (…)

2.5.Heertje heeft een artikel geschreven, dat is verschenen op de opiniepagina van De Volkskrant van 6 februari 2014. Het artikel luidt als volgt.

Te groot deel Jeugdzorg is volstrekt onmenselijk

ARNOLD HEERTJE

In de jeugdzorg zijn de kinderen om wie het gaat uit beeld verdwenen. Een deel van de kinderen wordt op lichtvaardige gronden onder toezicht geplaatst. Is die horde eenmaal genomen dan zijn deze kinderen speelbal van instellingen als de Raad voor de Kinderbescherming, de Bureaus Jeugdzorg, stichtingen ten behoeve van pleegouders, particuliere instellingen voor jeugdzorg en het Leger des Heils. De kinderen worden onnodig uit huis geplaatst, komen in internaten terecht en worden willekeurig overgeplaatst naar andere scholen dan de hun vertrouwde. De bureaucratie maakt van de kinderen producten, waarmee veel geld wordt verdiend en waaraan veel werkgelegenheid wordt ontleend ten behoeve van medewerkers, die zich begeleiders, gezinsvoogden, teamleiders of relatiemanagers noemen.

In het oosten van het land zijn twee kinderen van ongeveer 12 jaar weggehaald bij hun moeder, omdat deze alleen Russisch spreekt en daarom ongeschikt wordt geacht de kinderen op te voeden. De moeder is al enige jaren in juridische procedures verwikkeld om de kinderen thuis te krijgen, maar stuit op het enorme financiële belang bij het handhaven van de status-quo van de toezichthoudende partijen. Dit leidt er toe dat de kinderen weken zijn verstoken van tijdige medische hulp. (Schriftelijk aandringen door een buitenstaander bij het internaat Entrea In Nijmegen op onmiddellijk bezoek aan een arts, had succes.).

In Amsterdam is door jeugdzorg een kind ontvoerd uit de school waar hij meer dan drie jaar tot volle tevredenheid van hemzelf, zijn moeder en de schoolleiding op zat. Hij is naar een geheime plaats gebracht, zodat ook zijn moeder niet langer weet waar hij verblijft. Medewerksters van Bureau Jeugdzorg in Amsterdam (BJAA) weigeren ansichtkaarten en attenties van vriendjes van zijn vorige school en van familieleden door te geven aan het kind. Je waant je even niet langer in het vredige Nederland. (Een buitenstaander heeft er bij directeur Gerritsen van BJAA op aangedrongen zijn medewerksters te verzoeken het inhumane pad te verlaten.) Het is niet moeilijk de lijst van schrijnende voorbeelden uit te breiden met soortgelijke ervaringen in andere plaatsen.

Dat in Nederland zich in een belangrijk deel van de jeugdzorg afschuwelijke taferelen afspelen, is niet aanvaardbaar. Onder het mom van kinderbescherming is in een te groot aantal gevallen sprake van georganiseerde kindermishandeling. Af en toe wordt de samenleving opgeschrikt door dramatische uitlopers van deze benauwende en inhumane situaties.

De parlementaire beraadslagingen over de nieuwe wetgeving moeten recht doen aan de noodzaak de jeugdzorg op de werkvloer te humaniseren. Aan de huidige perverse financiële prikkels dient een einde te komen. Voorts is het noodzakelijk dat de medewerkers, die zich eerder gedragen als geüniformeerde officieren dan als liefdevolle mensen die kinderen bij de hand nemen en een begripvolle omgeving bieden, plaatsmaken voor deskundigen met hart voor hun vak. Is er iets belangrijker in deze soms hardvochtige wereld dan het levensgeluk van onze kinderen?

Arnold Heertje is econoom.

2.6.In een e-mailbericht van 19 februari 2014 aan Gerritsen en[medewerker], [medewerker] en [medewerker] (medewerkers van BJAA) staat onder meer het volgende.

(…) Het begrip van de inhumane handelwijze van u en uw medewerksters is dezerzijds door archiefonderzoek toegenomen. De samenhang met de in de tijd vertakte persoonlijke biografie van u en uw drie teamgenoten is opmerkelijk. Daaruit valt te verklaren het ontvoeren van x, het wrede geheim houden van schuilplaats en huidige school jegens zijn moeder, de misdadige poging familieleden en buitenstaanders te intimideren, monddood te maken, met maatschappelijke uitschakeling te bedreigen en bovenal het belang en de veiligheid van x in de waagschaal te stellen. Het recente wapenfeit van u en uw teamgenoten is de poging x te onttrekken aan de zeer hoog aangeschreven [school], die bij de intellectuele en culturele potentie van [minderjarige] past en waar hij gelukkig is. U staat toe en hoort aan dat x zijn klas mist om hem vervolgens te doen dirigeren naar een school die geen recht doet aan zijn niveau, hem vervreemdt van zijn natuurlijke omgeving en die u met uw team geheim houdt jegens de moeder. Vraagt u zich met uw team wel eens af in welke periode van de geschiedenis het hanteren van deze onmenselijke methoden gemeengoed was? (…)

2.7.In een e-mail van 28 februari 2014 van Heertje aan[medewerker], volgend op een persoonlijk gesprek dat Heertje met haar heeft gevoerd, staat onder meer het volgende.

(…) Ik merkte uw schrikreactie op mijn opmerking over de rol van uw grootvader in de Tweede Wereldoorlog. Daarom wil ik u graag mededelen dat kleinkinderen geen enkele verantwoordelijkheid dragen voor het gedrag van hun grootouders in de jaren 1940-1945, noch wanneer zij in het verzet waren noch wanneer zij zoals vaker het geval is, meegedaan hebben. Anders wordt het indien hedendaagse volwassenen zich georganiseerd inhumaan gedragen jegens weerloze kinderen. Dan dringt de overeenkomst met toen zich op. (…)

2.8.In een e-mail van 13 maart 2014 van Heertje aan Gerritsen staat onder meer het volgende.

(…) U vereenzelvigt zich met uw medewerksters bij uw bureau, bij Spirit en het pleeggezin, zodat ik gemakshalve aan u het complex van onmenselijke handelingen jegens X, zijn naaste omgeving, zijn [school] en zijn ruimere netwerk, aan u kan toeschrijven. Mijn conclusie is dat u zich willens en wetens schuldig maakt aan de lichamelijke en geestelijke mishandeling van een weerloos kind. Er is geen enkele aanwijzing dat u in deze ingeslagen weg enige verandering brengt, laat staan enige clementie betracht. Integendeel, uw maatregelen jegens het kind en de moeder kennen geen spoor van mededogen. Het misdadige karakter neemt elke dag toe. Daarom is het verantwoord en zelfs een plicht, de uitkomst van uw handelen onder woorden te brengen. Die uitkomst is het onmogelijk maken van enig perspectief op een normaal en gezond leven van een jongen, die bij de start het vooruitzicht had op een goede lichamelijke en geestelijke ontwikkeling. Er is reeds grote lichamelijke en geestelijke schade aangericht door uw toedoen en door uw medewerksters. Ik wijs u op het ontvoeren van x, het overbrengen naar een geheime verblijfplaats, het hardvochtig ontrukken van x aan zijn omgeving door het onthouden van post, presentjes en andere uitingen van betrokkenheid. U bent nu zo ver gegaan, een schoolrapport waarop het kind en zijn moeder recht hebben, te ontvreemden en niet aan hem resp. zijn moeder te laten zien. U voorziet x van een geheime school in Purmerend en bij wijze van klap op de vuurpijl van een geheime resp. valse naam. Een diep ingrijpende traumatisering voor een kind van die leeftijd. U verhindert een normale omgang met zijn moeder en laat haar in het ongewisse omtrent zijn verblijfplaats (in de oorlog was dat noodgedwongen noodzakelijk, u doet dat in vredestijd). U negeert de aanwijzingen van (sexueel) misbruik door de vader. U negeert de opdracht van het Hof in afwachting van het vonnis x bij het pleeggezin te laten. Onlangs liet u x wederom in het geheim een bezoek brengen aan een tweede inferieure school. U brengt het kind onder bij een school die ver beneden zijn niveau ligt. U maakt het kind zodoende niet alleen lichamelijk, maar ook geestelijk hulpeloos. Zijn voorkomen spreekt boekdelen.

U vindt het vergelijken van uw handelen met de gebeurtenissen in de Tweede Wereldoorlog

ongepast. Daarin hebt u gelijk voor zover u niet over een militair apparaat beschikt waarmede uw optreden kracht wordt bijgezet. Voor het overige speelt u met het leven van een kind dat u in de knop knakt. Het gaat er daarom niet om of vergelijkingen ongepast zijn, maar of ze terecht zijn. In plaats van het kind te beschermen, vernietigt u het zienderogen. De samenleving heeft recht op kennis over deze praktijken, die anno 2014 in Nederland voor onmogelijk worden gehouden. De familie [x] heeft er recht op dat u met uw medewerksters direct met deze mishandelingen van een kind stopt. (Terloops wijs ik u op de antisemitische uitval in het verslag van uw mevrouw[medewerker] aan mijn adres over een bijeenkomst van mevrouw [x], mevrouw [medewerker] en mijzelf. Ik ga ervan uit dat u achter deze uitval staat).

In april/mei verschijnt van mijn hand een boek, getiteld Economie bij Prometheus, waarin ik uitvoerig stilsta bij deze uitwassen in de Nederlandse samenleving, zoals deze zich bij Jeugdzorg Amsterdam voordoen. Daarbij gaat het om met naam en toenaam blootleggen van deze schandvlek in Amsterdam en van een aanpak om hieraan een einde te maken. Inderdaad spreek ik uw medewerksters niet alleen via het principe “bevel is bevel”, maar ook in persoon aan.

Uiteindelijk dienen alle inhumane managers en personeelsleden te worden vervangen, zodat kinderen en hun omgeving weer zicht krijgen op een menswaardig bestaan. Een kopie van mijn brief aan u gaat naar enkele belangstellenden, waarvan een deel hieronder is vermeld. (…)

2.9.In een e-mailbericht van Heertje aan Gerritsen, [medewerker],[medewerker] en anderen van 3 april 2014 staat onder meer het volgende.

(…) De samenleving stelt vast dat u op de werkvloer van uw organisatie doorgaat met de inhumane bejegening van het kind x en zijn moeder. U wordt daarbij gesteund door een reeks van medewerksters.

Wie kennis neemt van de concrete handelingen wordt getroffen door de inhumane, misdadige mentaliteit die daaruit spreekt. Slechts de uniformen ontbreken.

Ik zal binnenkort in het openbaar uitvoerig verslag doen van de gebeurtenissen omdat deze veel verder gaan dan ongepaste handtastelijkheden jegens vrouwelijk personeel.

In het boek “Economie” dat op 9 mei verschijnt, worden de geschetste praktijken van inhumane aard nauwkeurig aan de orde gesteld, anonimiteit is uitgesloten. (…)

2.10.Op 9 april 2014 is op de website www.rtlnieuws.nl het volgende artikel/column van Heertje verschenen.

Jeugdzorg ontvoert jongetje – Arnold Heertje

Op 9 mei verschijnt van mijn hand een nieuw boek met de titel Economie. Daarin geef ik een positiever beeld van de economische wetenschap dan tegenwoordig gebruikelijk is. Reeksen misverstanden worden weerlegd. Aan de andere kant wordt ook blootgelegd wat er aan schort op de werkvloer van de Nederlandse samenleving. Het afschuwelijkste dossier is de jeugdzorg.

Bureaucratie, inhumanisering, een doorgeschoten calculatiecultuur en overmatige regelgeving in de zorg, het onderwijs en de woningsector. Een van de afschuwelijkste dossiers is de jeugdzorg.

Tot zover ziet deze sector kans het inhumane optreden van bestuurders, gezinsvoogden, pleegouders, de Raad voor de Kinderbescherming en de bureaus Jeugdzorg aan het oog van de samenleving te onttrekken door een beroep op privacy.

Het Bureau Jeugdzorg in Amsterdam onder leiding van de legendarische oud-gemeentesecretaris Erik Gerritsen verspreidt brieven waarop staat ‘Ieder kind veilig’. In feite worden door bestuurders en medewerkers kinderen als objecten behandeld, die geld opleveren en werkgelegenheid bieden.

In het boek Economie laat ik zien hoezeer perverse prikkels een gedrag uitlokken van medewerkers op de werkvloer dat niet past in een vredelievende en humane samenleving.

Jongetje ontvoerd

Hier bespreek ik twee gevallen omdat er een einde moet komen aan praktijken die de formele karakteristieken vertonen in de ogen van de kinderen van een bezetting, ook al ontbreken uniformen en laarzen.

In het geval van een jongetje van zeven jaar maak ik sinds 23 november 2013 uit eigen waarneming de volgende handelingen van Bureau Jeugdzorg Amsterdam mee. Nadat het kind bijna vier jaar vredig woonde bij zijn moeder en naar een goede school in Amsterdam ging, de [school], werd hij op 23 november ‘s middags om 14.30 uur van die school ontvoerd door Jeugdzorg, naar een geheime plaats vervoerd, buiten het zicht van de moeder gebracht die om 15.00 uur tevergeefs haar kind uit school kwam halen.

De jongen werd naar een geheim pleeggezin gebracht, op een voor hem inferieure school geplaatst, mocht zijn moeder nauwelijks meer zien en ansichtkaarten van vriendjes werden niet aan hem uitgereikt. De senior gezinsmanager, mevrouw[medewerker], weigerde onlangs het schoolrapport van de jongen aan hem en zijn moeder te laten zien. Ook zegde zij heel laat bezoekmomenten van moeder en kind af. Afspraken voor telefonische contacten tussen moeder en zoon werden op last van mevrouw[medewerker] afgezegd. Door haar en mevrouw[medewerker]van het pleegouderbureau Spirit wordt het kind verboden te spelen met vriendjes van hem van een halfjaar geleden.

Kortom, onder leiding van Gerritsen wordt uitvoering gegeven aan een programma van geestelijke kindermishandeling, uitgevoerd door hardvochtige leken. De jongen is diep ongelukkig doordat hij in feite als een jeugdgevangene wordt behandeld en geïsoleerd.

Zoiets speelt ook bij Jeugdzorg Zutphen, waar twee kinderen uit huis zijn geplaatst omdat de moeder uit Letland alleen Russisch spreekt. Deze casus trekt internationaal de aandacht, onder andere van de zijde van de Russische ambassadeur in Nederland. Hier wordt een onmenselijk programma uitgevoerd door het Leger des Heils, dat de kinderen medische verzorging onthoudt, de moeder intimideert door haar onnodig psychisch te laten onderzoeken en rechters op het verkeerde been zet.

Gerritsen stuurt dreigbrieven, waarin hij zegt dat geestelijke kindermishandeling onder zijn hoede niet mag worden vergeleken met de lichamelijke mishandeling van kinderen in de oorlogsjaren. Hij ontkent echter niet dat moreel sprake is van vergelijkbare handelingen, nu in vredestijd.

Ik vind daarom dat Bureau Jeugdzorg in Amsterdam met de dames[medewerker], mevrouw[medewerker]

en[medewerker]en het Leger des Heils in Zutphen met de heren [medewerker] en [medewerker], een

einde moeten maken aan praktijken, waarvoor heel Nederland zich moet schamen.

Prof. Arnold Heertje

2.11.Bij aangetekende brief van 31 maart 2014, die tevens per e-mail is verzonden, heeft BJAA Heertje – kort gezegd – gesommeerd in zijn boek en/of andere publicaties geen vergelijking te maken tussen BJAA en de gebeurtenissen in de Tweede Wereldoorlog en geen informatie te noemen die herleidbaar is tot individuele medewerkers van BJAA.
2.12.Heertje heeft de aangetekende brief ongeopend geretourneerd en daarop geschreven: ‘Brieven van misdadige organisaties worden hier na 1945 niet meer geopend’.

3 Het geschil

3.1.BJAA vordert – samengevat –:

  1. Heertje te bevelen de onrechtmatige uitlatingen en/of publicaties (zowel direct als indirect) op internet en/of via enig ander (openbaar) medium die betrekking hebben op BJAA en/of haar medewerkers te (laten) verwijderen en verwijderd te (doen) houden, waaronder onder meer de uitlatingen waarin BJAA en/of haar medewerkers in verband worden gebracht met een criminele organisatie en/of strafbare feiten zoals ontvoering en/of fascisme en/of praktijken van de nazi’s in de Tweede Wereldoorlog, zoals het wegvoeren van Joodse kinderen;
  2. Heertje te bevelen alle namen en andere privégegevens van medewerkers van BJAA in uitlatingen en/of publicaties (zowel direct als indirect) op internet en/of via enig ander (openbaar medium te (laten) verwijderen en verwijderd te (doen) houden;
  3. Heertje te bevelen de naam [minderjarige] en/of privégegevens die herleidbaar zijn tot [minderjarige] en/of andere cliënten van BJAA in uitlatingen en/of publicaties (zowel direct als indirect) op internet en/of via enig ander (openbaar) medium te (laten) verwijderen en verwijderd te houden;
  4. Heertje te bevelen Google en andere zoekmachines op deugdelijke wijze te verzoeken om de cache van de zoekmachine van Google met betrekking tot de hiervoor onder a tot en met c genoemde informatie te verwijderen, zodat deze gegevens en/of informatie niet meer vindbaar zijn via deze zoekmachines, met overlegging van afschriften van deze verzoeken aan de raadsvrouw van BJAA;
  5. Heertje te bevelen zich te onthouden van uitlatingen en/of publicaties zoals hiervoor onder a, b en c vermeld;
  6. Heertje te bevelen geen namen en andere privégegevens van medewerkers en/of cliënten van BJAA in het op korte termijn te verschijnen boek ‘Economie’ op te nemen;
  7. Heertje te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 5.000,- als voorschot op de schade van BJAA als gevolg van de onrechtmatige uitlatingen, te vermeerderen met de wettelijke rente;
  8. te bepalen dat Heertje voor iedere dag en gelegenheid en/of publicatie dat hij in strijd handelt met een gegeven bevel of verbod aan BJAA een dwangsom verbeurt van € 5.000,-;
  9. althans een zodanige voorziening te treffen als de voorzieningenrechter juist acht;
  10. Heertje te veroordelen in de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente over al deze kosten.
3.2.Heertje voert verweer.
3.3.Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.Waar het in dit geschil om gaat is of het Heertje vrijstaat zich uit te laten over BJAA op de wijze waarop hij dat heeft gedaan en of die uitlatingen (deels) onrechtmatig zijn tegenover BJAA. Daarbij wordt opgemerkt dat de vraag niet is óf Heertje kritiek mag uiten op BJAA (dit staat hem vrij) maar of de manier waarop hij dat doet geoorloofd is. Benadrukt wordt dat de juistheid van het handelen van BJAA ten aanzien van de minderjarige hier niet ter beoordeling staat.
4.2.Uitgangspunt is dat toewijzing van de vorderingen van BJAA in beginsel een beperking inhoudt van het in artikel 10 lid 1 van het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (EVRM) neergelegde grondrecht van Heertje op vrijheid van meningsuiting. Een dergelijk recht kan slechts worden beperkt indien dit bij de wet is voorzien en noodzakelijk is in een democratische samenleving, bijvoorbeeld ter bescherming van de goede naam en de rechten van anderen (artikel 10 lid 2 EVRM). Van een beperking die bij de wet is voorzien is sprake, wanneer de uitlatingen van Heertje onrechtmatig zijn in de zin van artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Voor het antwoord op de vraag welk recht – het recht op vrije meningsuiting of het recht ter bescherming van eer of goede naam – in dit geval zwaarder weegt, moeten de wederzijdse belangen worden afgewogen.
4.3.Het belang van Heertje is dat hij zich in het openbaar kritisch, informerend, opiniërend en waarschuwend moet kunnen uitlaten over misstanden die de samenleving raken. Het belang van BJAA is erin gelegen dat zij en/of haar medewerkers niet lichtvaardig worden blootgesteld aan (onterechte) verdachtmakingen. Ook de bescherming van minderjarigen die aan haar zijn toevertrouwd, is een belang van BJAA Welk van alle voornoemde belangen, die in beginsel gelijkwaardig zijn, de doorslag behoort te krijgen, hangt af van alle omstandigheden van het geval.
4.4.In de rechtspraak zijn tal van omstandigheden geformuleerd die bij de afweging van deze belangen een rol spelen, zoals
a. de aard van de gepubliceerde verdenkingen en de ernst van de te verwachten gevolgen voor degene op wie die verdenkingen betrekking hebben;
b. de ernst — bezien vanuit het algemeen belang — van de misstand welke de publicatie aan de kaak beoogt te stellen;
c. de mate waarin ten tijde van de publicatie de verdenkingen steun vonden in het toen beschikbare feitenmateriaal;
d. de inkleding van de verdenkingen, gezien in verhouding tot de onder a tot en met c bedoelde omstandigheden.
4.5.Bij beoordeling van de vraag of de verdenkingen steun vinden in het beschikbare feitenmateriaal is van belang of die verdenkingen worden gepresenteerd als feiten, of dat sprake is van waardeoordelen. Daarbij geldt dat een columnist een grotere vrijheid heeft om te simplificeren, uit te vergroten, te overdrijven en gebruik te maken van sterke bewoordingen dan een (onderzoeks)journalist. Daarbij is tevens van belang in/op welk medium de uitlating wordt gedaan. Ook met betrekking tot waardeoordelen geldt echter dat er een voldoende feitelijke basis moet bestaan voor de desbetreffende uiting, omdat zelfs een waardeoordeel excessief en daarom onrechtmatig kan zijn indien elke feitelijke basis daarvoor ontbreekt.

Steun in de feiten

4.6.

De voorzieningenrechter zal beoordelen in hoeverre de beschuldigingen die Heertje heeft geuit jegens BJAA steun vinden in de feiten. Vast staat dat BJAA is belast met de uitvoering van de ondertoezichtstelling van de minderjarige. Eveneens staat vast dat de oorzaak van die ondertoezichtstelling is gelegen in de echtscheidingsstrijd tussen de ouders. Zij hebben tal van procedures gevoerd over het gezag over, de hoofdverblijfplaats van en de zorgregeling met de minderjarige. De minderjarige had zijn hoofverblijfplaats bij de moeder. De moeder heeft in 2010 de omgangsregeling stopgezet omdat zij vermoedde dat sprake was van mishandeling dan wel seksueel misbruik door de vader. In de periode daarna zijn verschillende onafhankelijke deskundigen en artsen geraadpleegd en geen van hen heeft geobjectiveerde signalen waargenomen die duidden op misbruik dan wel mishandeling.

Ondanks verschillende rechterlijke uitspraken heeft de moeder geweigerd mee te werken aan een omgangsregeling. Tevens heeft zij geweigerd om mee te werken aan deskundigenonderzoeken. Uiteindelijk heeft de rechtbank Amsterdam een onderzoek bevolen door het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP). Het NIFP heeft geen signalen gezien die de vermoedens van de moeder bevestigden. Wel werd aanleiding tot zorg gezien in de omstandigheid dat de minderjarige van moeder geen enkele ruimte kreeg om een relatie met de vader aan te gaan, terwijl het voor het ontwikkelen van een eigen identiteit van belang is dat een kind in de gelegenheid wordt gesteld met beide ouders een relatie te ontwikkelen. Bij beschikking van [datum] – de minderjarige had zijn vader inmiddels drie-en-een-half jaar niet gezien – is bepaald dat de vader wordt belast met het eenhoofdig gezag en dat de hoofdverblijfplaats van de minderjarige bij de vader zal zijn. In hoger beroep is deze beschikking bekrachtigd.

Omdat de minderjarige zijn vader al drie-en-een-half jaar niet had gezien is in overleg met de vanaf dat moment gezaghebbende vader besloten om de minderjarige eerst in een pleeggezin te plaatsen en van daaruit het contact met de vader op te bouwen. Omdat BJAA verwachtte dat de moeder de overdracht zou tegenwerken en om escalatie te voorkomen is wederom in overleg met de vader en met de school besloten de minderjarige voortijdig van school te halen.

4.7.De voorzieningenrechter is van oordeel dat Heertje in de artikelen de feiten selectief heeft gepresenteerd en een belangrijk deel van de feiten heeft weggelaten, waarmee de onjuiste indruk wordt gewekt dat BJAA de minderjarige zonder enige aanleiding (hij woonde immers volgens Heertje vredig en naar ieders tevredenheid bij zijn moeder en bezocht een goede school) en zonder daartoe bevoegd te zijn van school heeft gehaald (‘ontvoerd’) en naar een voor de moeder geheime plaats heeft gebracht. In de eerste plaats laat Heertje daarbij de cruciale informatie achterwege dat BJAA heeft gehandeld ter uitvoering van een door de rechtbank gegeven en later door het hof bekrachtigde beslissing, waarin is bepaald dat de vader wordt belast met het eenhoofdig gezag en dat de hoofdverblijfplaats van de minderjarige vanaf dat moment bij de vader zal zijn. De minderjarige stond (en staat) bovendien nog steeds onder toezicht van BJAA. Voorts heeft Heertje achterwege gelaten dat er een reden was voor de ondertoezichtstelling, de gezagswijziging en de wijziging van verblijfplaats en dat die reden was gelegen in het gedrag van de moeder (het beletten van ieder contact met de vader, in strijd met het belang van de minderjarige). Dat was ook de reden dat het ophalen van school niet aan de moeder is meegedeeld en dat het contact met de moeder in de eerste periode daarna is beperkt. Weliswaar heeft de rechtbank noch het hof bepaald dat de minderjarige op dat moment en op die manier van school moest worden gehaald – zoals Heertje heeft gesteld – en kan men daarop kritiek hebben, maar door bovenstaande informatie weg te laten wordt tegenover het publiek een onjuist beeld geschetst. Gelet op bovenstaande vinden in ieder geval de kwalificaties ‘ontvoering’, ‘misdadig’ en ‘mishandeling’ geen steun in de feiten.

Wijze van publicatie

4.8.

Heertje heeft gesteld dat hem als columnist een grotere vrijheid toekomt om te overdrijven, en dat het bovendien noodzakelijk is voor het aanzwengelen van het maatschappelijk debat om zich in sterke bewoordingen uit te laten. Een gewone uiting zou, aldus Heertje, geen effect hebben. BJAA heeft betwist dat het om een column gaat. De voorzieningenrechter oordeelt als volgt. Wat betreft de onder 2.4 en 2.8 genoemde e-mailberichten geldt dat deze ook aan derden zijn verzonden, zodat deze in zoverre openbaar zijn. Deze e-mailberichten houden waardeoordelen in.

Het artikel in de Volkskrant is gepubliceerd op de opiniepagina en het artikel op de website van RTL Nieuws is geplaatst onder de tab ‘columns’. Daarmee is naar het oordeel van de voorzieningenrechter met betrekking tot alle drie de uitingen duidelijk dat het om een waardeoordeel van Heertje gaat en dat zijn uitingen niet worden gepresenteerd als feiten. Daarmee is de vrijheid van Heertje echter niet onbegrensd. Zoals hiervoor overwogen dienen ook waardeoordelen een feitelijke basis te hebben, en wordt mede van belang geacht de bron van de publicaties en de hoedanigheid van de auteur. De onder 2.5 en 2.10 genoemde artikelen zijn verschenen in een kwaliteitskrant en op de website van een gezaghebbende nieuwszender. Het publiek dat kennis neemt van deze media zal over het algemeen verwachten dat een daarin gepubliceerd artikel enige journalistieke waarde heeft en daaraan een groter belang hechten dan bijvoorbeeld aan een uitlating op een persoonlijke website. Daar komt bij dat Heertje een bekend en gerenommeerd wetenschapper (professor) is en zich ook als zodanig presenteert in de genoemde artikelen. Ook die hoedanigheid maakt dat het publiek meer waarde hecht aan zijn mening dan aan die van een willekeurige derde. Gelet daarop is de voorzieningenrechter van oordeel dat Heertje in het geval van deze publicaties in deze media een grotere verantwoordelijkheid heeft om na te gaan in hoeverre zijn beschuldigingen steun vinden in de feiten en de feiten niet eenzijdig maar in volle omvang te presenteren. Door zich slechts te baseren op het verhaal van de moeder, hetgeen door Heertje wordt betwist maar naar het oordeel van de voorzieningenrechter blijkt uit bovenstaande, zonder ook de andere kant van het verhaal te laten zien, doet Heertje geen recht aan het maatschappelijk debat. Eveneens speelt een rol dat het BJAA in beginsel vanuit de bescherming van de minderjarige niet vrijstaat om allerlei uitlatingen te doen over een bepaalde specifieke casus, zodat het voor haar moeilijk is zich in het debat te mengen. Ook dat maakt dat het van belang is de feiten juist en volledig te presenteren.

Inkleding van de uitlatingen

4.9.

Het bezwaar van BJAA is – kort gezegd – dat Heertje namen van individuele medewerkers noemt, en dat hij BJAA in verband brengt met strafbare feiten en met praktijken van nazi’s in de Tweede Wereldoorlog. Heertje heeft gesteld dat het voor het maatschappelijk debat noodzakelijk is om concreet te benoemen welke medewerker in welke concrete casus een fout heeft gemaakt, omdat er anders nooit iets zal veranderen binnen een organisatie. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het Heertje vrij staat kritiek te uiten op BJAA (die mogelijk terecht is) en daarbij scherpe bewoordingen te gebruiken. Daarbij kan het goed zijn ter bevordering van het maatschappelijk debat om een concreet geval te noemen, zoals Heertje ook heeft gesteld, en ook het noemen van namen van individuele medewerkers, die handelen in de uitoefening van hun functie en niet op persoonlijke titel, kan gerechtvaardigd zijn indien dat noodzakelijk is om een misstand aan de kaak te stellen.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft Heertje echter in dit geval onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het noodzakelijk was om de namen van medewerkers van BJAA te noemen. Heertje had zijn kritiek over dit individuele geval heel goed kunnen bewoorden zonder daarbij de namen te noemen. Indien hij met zijn uitlatingen beoogt binnen de organisatie van BJAA iets te veranderen was het voldoende geweest om de medewerkers bij hun functie aan te duiden, zodat voor BJAA duidelijk was om welke medewerkers het ging. De wijze waarop Heertje de namen in dit geval heeft genoemd kan de voorzieningenrechter niet anders zien dan als het publiekelijk aan de schandpaal nagelen van die medewerkers, hetgeen geen te rechtvaardigen doel dient. Ook hier speelt weer mee dat die individuele medewerkers zich moeilijk kunnen verdedigen, nu zij de (privacy van de) minderjarige dienen te beschermen. In het kader van de te verwachten gevolgen voor degene op wie de beschuldiging betrekking heeft (BJAA) geldt nog het volgende. BJAA heeft dikwijls de moeilijke taak kinderen die zijn betrokken in een vechtscheiding te begeleiden. Een ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing (of wijziging van gezag/hoofdverblijfplaats zoals in dit geval) is in alle gevallen voor de betrokkenen zeer ingrijpend en het is voorstelbaar dat dat veel emoties oproept bij de betrokkenen en hun omgeving. Daarbij dient in het oog te worden gehouden dat de oorzaak van de uithuisplaatsing niet bij BJAA ligt, evenmin als de beslissing tot uithuisplaatsing. Voldoende aannemelijk is dat BJAA nadeel ondervindt van het beeld dat van haar wordt geschetst, en dat dat (mogelijk ernstige) gevolgen heeft voor de relatie die zij heeft met andere cliënten.

4.10.

Voor zover Heertje verwijst naar de Tweede Wereldoorlog wordt het volgende overwogen. Heertje heeft ter zitting gesteld dat het in het algemeen niet noodzakelijk was om dat te doen, maar dat zijn persoonlijke biografie hem daartoe heeft geleid. Overigens heeft Heertje verklaard dat hij het woord ‘nazi’ niet heeft genoemd, en dat hij BJAA daarmee ook niet heeft vergeleken. Voor zover hij verwijst naar de gebeurtenissen in de Tweede Wereldoorlog heeft hij de situatie bedoeld dat Joodse kinderen ter bescherming bij hun familie werden weggehaald en naar een onderduikadres werden gebracht.

De voorzieningenrechter oordeelt als volgt. Hoewel Heertje aanvoert dat hij BJAA niet vergelijkt met nazi’s wordt in de verschillende artikelen en e-mails wel degelijk de suggestie gewekt dat BJAA zich gedraagt als de bezetter in de Tweede Wereldoorlog. Dat blijkt uit de volgende teksten:

‘geüniformeerde officieren’, ‘praktijken die de formele karakteristieken vertonen in de ogen van de kinderen van een bezetting, ook al ontbreken uniformen en laarzen.’

‘Gerritsen stuurt dreigbrieven, waarin hij zegt dat geestelijke kindermishandeling onder zijn hoede niet mag worden vergeleken met de lichamelijke mishandeling van kinderen in de oorlogsjaren. Hij ontkent echter niet dat moreel sprake is van vergelijkbare handelingen, nu in vredestijd.’,

‘Inderdaad spreek ik uw medewerksters niet alleen via het principe “bevel is bevel”, maar ook in persoon aan.’

‘U vindt het vergelijken van uw handelen met de gebeurtenissen in de Tweede Wereldoorlog

ongepast. Daarin hebt u gelijk voor zover u niet over een militair apparaat beschikt waarmede uw optreden kracht wordt bijgezet.’

‘Terloops wijs ik u op de antisemitische uitval in het verslag van uw mevrouw[medewerker] aan mijn adres’

‘Wie kennis neemt van de concrete handelingen wordt getroffen door de inhumane, misdadige mentaliteit die daaruit spreekt. Slechts de uniformen ontbreken.’

Het maken van een vergelijking met de Tweede Wereldoorlog is op zichzelf geoorloofd, maar de voorzieningenrechter acht de wijze waarop Heertje dat heeft gedaan – in de vorm van een beschuldiging – ongepast, onnodig kwetsend en grievend. Wellicht dringt de parallel zich bij Heertje, zelf ongelukkig genoeg slachtoffer van de gebeurtenissen in de Tweede Wereldoorlog, eerder op dan bij een ander, die die periode niet heeft meegemaakt. Vanuit die invalshoek en rekening houdend met zijn emoties is dat wellicht begrijpelijk. De biografie van Heertje brengt echter ook mee dat hij als geen ander weet welke gruwelijke situaties zich in die periode hebben voorgedaan, en hoe kwetsend en grievend het is om het handelen van BJAA daarmee te vergelijken.

4.11.

Voor zover Heertje het handelen van BJAA kwalificeert als strafbaar, misdadig of crimineel is de voorzieningenrechter van oordeel dat nu daarvoor onvoldoende steun in de feiten aanwezig is, ook deze kwalificaties ongepast zijn.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de uitlatingen van Heertje onrechtmatig zijn jegens BJAA, voor zover hij daarin BJAA en/of haar medewerkers in verband brengt met een criminele organisatie en/of strafbare feiten zoals ontvoering en/of fascisme en/of praktijken in de Tweede Wereldoorlog zoals het wegvoeren van Joodse kinderen, en voor zover hij daarin namen of andere privégegevens van medewerkers van BJAA noemt. Nu bovengenoemde onrechtmatige uitlatingen zozeer zijn verweven in de tekst van de artikelen, zal Heertje worden bevolen de artikelen in zijn geheel van het internet te (doen) verwijderen. Het gebod zal slechts betrekking hebben op de onder 2.5 en 2.10 genoemde artikelen, aangezien de reeds verzonden e-mailberichten niet meer zijn te verwijderen. Nu Heertje hierover niets heeft aangevoerd, wordt hij geacht het in zijn macht te hebben de artikelen van websites van RTL Nieuws en van De Volkskrant te (laten) verwijderen. De gevorderde dwangsom zal worden beperkt en gemaximeerd als volgt.

4.12.Eveneens zal worden toegewezen de vordering om Heertje te bevelen Google te verzoeken de cache van de zoekmachine met betrekking tot de gewraakte uitlatingen als hiervoor genoemd te verwijderen en verwijderd te houden. Voor zover de vordering betrekking heeft op andere zoekmachines dan Google is de vordering te onbepaald om te worden toegewezen.
4.13.Het is Heertje zonder toestemming daartoe van de vader en van BJAA niet toegestaan om de naam van de minderjarige te publiceren. Nu die naam in het artikel en de column niet voorkomt, en Heertje heeft getoond te beseffen dat hij de naam niet mag openbaren, wordt er geen aanleiding gezien tot een verbod dienaangaande.
4.14.De vordering van BJAA die betrekking heeft op het boek ‘Economie’ zal wegens onvoldoende belang worden afgewezen. Heertje heeft ter zitting toegezegd dat in het boek geen namen van individuele medewerkers – anders dan leden van de directie – van BJAA worden genoemd en BJAA heeft daarop medegedeeld geen belang meer te hebben bij deze vordering.
4.15.Voor zover de vorderingen van BJAA zien op een (publicatie)verbod voor de toekomst is de voorzieningenrechter van oordeel dat die vordering te onbepaald en te veelomvattend is om te kunnen worden toegewezen. Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt immers dat de vraag of een uitlating onrechtmatig is in de meeste gevallen niet in zijn algemeenheid kan worden beantwoord en afhankelijk is van verschillende factoren. Het wordt Heertje niet verboden om in de toekomst kritiek te uiten op BJAA, en mogelijk zal die kritiek niet onrechtmatig zijn.
4.16.De vordering tot schadevergoeding is thans onvoldoende onderbouwd zodat deze zal worden afgewezen.
4.17.Heertje zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van BJAA worden begroot op:- dagvaarding € 117,77- griffierecht 608,00- salaris advocaat 816,00Totaal € 1.541,77
4.18.De nakosten zullen worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.gebiedt Heertje binnen 10 dagen na betekening van dit vonnis de uitlatingen als bedoeld onder 2.5 en 2.10 van internet of enig ander openbaar medium te (doen) verwijderen en verwijderd te (doen) houden,
5.2.gebiedt Heertje Google binnen 10 dagen na betekening van dit vonnis op deugdelijke wijze te verzoeken om de cache van de zoekmachine van Google met betrekking tot de artikelen als bedoeld onder 2.5 en 2.10 te verwijderen en verwijderd te houden, zodat deze artikelen niet meer vindbaar zijn via de zoekmachine, met overlegging van afschriften van deze verzoeken aan de raadsvrouw van BJAA,
5.3.veroordeelt Heertje om aan BJAA een dwangsom te betalen van € 500,- voor iedere dag dat hij niet aan de in 5.1 en/of 5.2 uitgesproken hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 25.000,- is bereikt,
5.4.veroordeelt Heertje in de proceskosten, aan de zijde van BJAA tot op heden begroot op € 1.541,77, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de veertiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,
5.5.veroordeelt Heertje in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,- voor salaris advocaat, te vermeerderen met € 68,- en de kosten van het betekeningsexploot ingeval betekening van dit vonnis plaatsvindt en te vermeerderen met de wettelijke rente over deze bedragen met ingang van de veertiende dag na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,
5.6.verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.7.wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.M. Berkhout, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. L. Oostinga, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 20 mei 2014.(1 )

 

(1) type: LOcoll

=====================================================================================================

bereikt op 21 mei 2014 om 11u.11  via de link:  http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBAMS:2014:2848

Beletten Communicatie Criminaliseert Vaders Altijd. Vechtscheidingen blijken eigenlijk niet te bestaan. Een tragische les van Ruben, Julian en Jeroen Denis.

2014/05/19 in Uncategorized

verslaggever, – een anonieme vader van 2 ontvoerde zonen –

Nog steeds laten heel veel “deskundigen” en omstanders zich misleiden door een oude “communicatie truuk”. Dat misleiden laat men eigenlijk vaak gebeuren met een zekere mate van opzet. Vaak komt het “professioneel” beter uit, omdat men denkt geen informatie te kunnen vergaren of omdat informatie vergaren te veel tijd of middelen vergt. In het kort komt het neer op een zelfde “massa-pschychose” mechanisme als bestond (en bestaat!) achter hekserij-vervolgingen in Europa, Afrika en … wie weet waar nog meer in de wereld. Voor duidelijkheid vooraf: voor “vader” als “slachtoffer van valse beschuldiging” kan ook “moeder” als “slachtoffer” worden gelezen. De groep van moeders in deze positie is veel kleiner. Natuurlijk zijn de kinderen in de eerste plaats slachtoffer. Duidelijk moet zijn dat alle slachtoffers ook een hele familie hebben die ongewild, en onschuldig, mee slachtoffer worden.

Het is een eenvoudige cirkel-redenering. Iemand is veroordeeld tot de brandstapel, dan kan dat niet voor niets geweest zijn, dus moet die persoon wel schuldig zijn aan het toegedichte misdrijf. Een vader heeft zijn kinderen omgebracht, dus zie je wel dat er iets met die vader aan de hand was. Die vader had nooit zijn kinderen moeten mogen blijven zien. De “onbeschaafde, domme” waarnemers willen even niet de informatie zien dat het ombrengen van de kinderen gebeurde om reden van het volstrekt onterecht (zonder bewijs) afnemen van de kinderen. Als een vader van mishandeling van zijn kinderen wordt beschuldigd, dan moet daar wel een kern van waarheid in zitten! Een moeder kan er toch geen eigen belang in zien om haar ex vals te beschuldigen?

Net als in “gewoon” pestgedrag van kleine kinderen wordt oorzaak en gevolg onbewust (en bewust!) omgedraaid. De daders van het misdrijf doen het vaak bewust, maar de omstanders van het pesten soms ook onbewust, omdat het sociaal veiliger lijkt te zijn.

De opstelling van de politie in het onderzoek naar de vermissing van Ruben en Julian Denis bleek bizar. Een politieman zei letterlijk dat de familie van Ruben en Julian, alleen de familie in Zeist was. Weer bleek een enorme tunnelvisie. Rechters en politie blijken niet zelden eerder voor misdrijven te zorgen dan ze te voorkomen of ze te bestrijden.

Nog steeds heeft de politie geen enkel gevolg gegeven aan het feit dat er zeer duidelijk sprake is van een moeder met een persoonlijkheidsstoornis. De persoonlijkheidsstoornis heeft Iris van der Schuit een afschuwelijke straf bezorgd. Zij heeft een zogenaamde moord met de lange arm gepleegd, zonder het wellicht helemaal zelf te beseffen. Niet volledig beseffen wat je doet, blijkt vaak een onderdeel te zijn van de oorzaak en aanleiding om te komen tot een moord.

Iris van der Schuit is schuldig aan het drama omdat zij volstrekt met opzet en bij herhaling vreselijke valse beschuldigingen aan het adres van Jeroen Denis heeft geuit. Uiteindelijk heeft 1 niet functionerende jeugdzorgmedewerker van de Raad voor de Kinderbescherming al het werk van haar wel goed functionerende collega’s te niet gedaan. Zonder enig bewijs adviseerde deze medewerkerster om Jeroen zijn kinderen zo goed als niet meer te laten zien.

Vaders die na zo’n onheilstijding geen moordneigingen krijgen, zijn niet gezond. Voor je eigen kinderen behoor je bereid te zijn om moorden te plegen. Dat is een beginsel dat zelfs door ons rechtssysteem en door de bezwaarcommissies voor militaire-dienstplichtweigeraars werd gehanteerd. Voor je kinderen ben je bereid om moorden te plegen. Met vooropgezet plan een vijand om het leven brengen. Onder de krijgstucht verwacht de overheid dat je voor die zelfde kinderen bereid bent om in samenspanning met het leger anderen om te brengen, omdat het in “oorlogstijd” nu eenmaal niet anders kan.

Met deze gedachtengang had Jeroen zijn ex-vrouw, de medewerkster van de Raad voor de Kinderbescherming en de kinderrechter moeten ombrengen. Dat wilde Jeroen zijn levende kinderen niet aandoen. Als Jeroen Denis iets meer “twijfeltijd” had gekregen, dan had hij beslist zijn daad niet ten koste van zijn vriendin, zijn “bonuskinderen” en zijn familie willen laten gaan. Als later mocht blijken dat de daad van Jeroen Denis de waanzin-ziekte van “rechters” met hun “deskundigen” heeft laten genezen door maatschappelijk ingrijpen van onze “democratische wetgever en controleur” dan verdient Jeroen een standbeeld … zijn naasten die tot de dag van vandaag zo moeten lijden, verdienen een beeldentuin. Ruben en Julian hoefden geen beeld, zij waren al tevreden geweest met een vader. Al kan ik het niet geloven, liefst geloofde ik dat Ruben en Julian nu samen zijn met hun pappa. Een goede pappa gunt zijn kinderen hun mamma. Iris … maak Nederland je excuses, voor wat je hebt gedaan! Doe iets goeds met je leven … in naam van Ruben, Julian en Jeroen. Wij moeten jou dan vergeven, al vinden velen dat moeilijk.

En natuurlijk Jeroen en zijn naasten hadden alle beelden liever gewisseld voor … 2 fantastische kinderen … Liever hadden ze al het leven behouden.

Wat heel modueus “vechtscheidingen” worden genoemd, blijken in de praktijk eenzijdige pogingen om kind-ouder-relatie-breuken tot stand te brengen. Niet meer zaken hoeven doen met je ex zou de pijn moeten verlichten. Het gelijk te halen dat de andere partner als ouder door “iedereen” gediskwalificeert wordt als ouder, wordt ervaren als een soort morele genoegdoening voor het feit dat de ander de relatie niet stuk had mogen laten lopen.

De “hulpverleners” blijken als eerste er een voordeel in te zien om van een vechtscheiding te spreken. Voor hulpverleners is het genoeg dat 1 van beide partners doet voorkomen dat communicatie met de ander onmogelijk is en tot belasting van de kinderen leidt.

Een toneelstuk met valse beschuldiging loont. Het komt de gecorrumpeerde rechters en deskundigen veel beter uit. Het vereenvoudigd het werk. Fantastisch om als rechter te doen wat de grote massa wil. Desnoods Barabas vrijlaten, hoewel iedereen wist dat hij schuldig was. Desnoods een onschuldige boodschapper onschuldig kruisigen. Als “het volk” het zo wil. Een volk dat zijn rechters niet berecht is zijn rechters niet waard.

Tegenwoordig zijn vaders vaak de heksen. Die moeten nu worden verbrand, zo horen we massaal.
Hadden we die vaders maar verbrand, dan hadden ze hun kinderen niet kunnen vermoorden!

Zogenaamde vechtscheidingen blijken na onderzoek een eenzijdig misdrijf van een partner tegen de eigen kinderen en de voormalige partner. De redactie ontvangt dagelijks nieuwe onderzoeken van zogenaamde vechtscheidingen die het niet blijken te zijn. Een vechtscheiding verondersteld 2 actief vechtende partijen. In werkelijkheid blijkt meestal dat 1 van beide partners probeert zo veel mogelijk passief te blijven en niet “terug te slaan”. Vaak is het 1 partij die probeert “in het belang van de kinderen” maar zoveel mogelijk “de schuld” op zich te nemen en bijvoorbeeld ook maar “te betalen”. Om niet stap voor stap alle contact te verliezen met de kinderen laat men steeds maar meer “gebeuren”. Achteraf blijkt “hard terug slaan” niet te helpen, maar “veel laten passeren” blijkt ook niet te helpen. Niets blijkt te kunnen voorkomen dat kinderen het contact met de andere ouder (meestal de vader!) gaan verliezen. In tegendeel, de meerderheid van jeugdhulpverleners vinden het veel gemakkelijker dat zij maar met 1 ouder voor een kind zaken hoeven te doen. Hulpverleners blijken er een voordeel in te zien om zaken als geescaleerd te beschouwen. Hulpverleners zelf blijken graag een scheiding als een hopeloze vechtscheiding te bestempelen. Graag sluiten hulpverleners aan bij de partij die probeert communicatie tussen kind en ouder te frustreren. Valse beschuldigingen worden zo verwelkomt in plaats van dat valse beschuldigingen aan de kaak worden gesteld.

Uitgerekend in de zaak van Jeroen Denis en Iris van der Schuit was het zo dat er door vele hulpverleners niet werd meegegaan met de valse beschuldigingen van Iris. Maar 1 falende medewerkster van de Raad voor de Kinderbescherming (Utrecht) was voldoende om een ramp te veroorzaken.

In het onderzoek dat de jeugdhulpverlening op zichzelf mocht uitvoeren werden uiteindelijk vele voor de hand liggende onderzoeksvragen niet belicht.
Toch zagen derden dat onderzoek op zichzelf al als vernietigend. Het onderzoek is naar de Tweede Kamer gegaan. Alles is echter zo versluierd dat niet veel te verwachten is. Vooral dus: de juiste vragen over het functioneren van de hulpverlening zijn helemaal niet gesteld. Met andere publicaties zal de lezer zich een beeld moeten gaan vormen, wat dan de juiste vragen wel zouden zijn geweest.

Spreken van een vechtscheiding is net zo fout als het spreken van “dame heeft seks gehad met een man” als er sprake is van een verkrachting. En dan doen we nog maar even net alsof mannen niet verkracht kunnen worden. Het heeft tientallen jaren geduurd voordat bij verkrachting van een meer eenzijdig delict werd gesproken zonder dat gedacht werd aan (enige) medeschuld van de verkrachte vrouw. Het zal dus waarschijnlijk ook weer tientallen jaren duren voordat er voldoende aandacht komt voor “geweld van vrouwen tegen mannen”. Opzettelijk toewerken door moeders naar een breuk tussen kind en vader is:
(1) geweld van vrouwen tegen kinderen
(2) geweld van vrouwen tegen mannen

Het doen van valse beschuldigingen van moeders tegen vaders is dus gewoon een eenzijdig geweldsmisdrijf van vrouwen tegen mannen. Het is psychisch geweld dat zeer vaak zelfs dat ziekte en zelfs de dood van 1 of meer mensen leidt.

Het is dus van belang dat de Tweede Kamer zo snel mogelijk werkelijk iets doet met haar voornemen om een duidelijker misdrijf te maken van het niet overdragen van kinderen voor verzorging aan de andere gezaghebbende ouder. Het wordt tijd dat de Tweede Kamer bij rechters nakoming van de bestaande wetten afdwingt. Het wordt tijd dat een halt wordt toegeroepen aan rechters die zonder enig bewijs kinderen hun zorg bij de andere ouder blokkeren. De civiele rechter wil in zijn procedures strafrechtelijke vergrijpen als valsheid in geschrifte, bedrog en dwaling helemaal niet opmerken. Door te doen of het er niet is, bespaart de civiele rechter (achter gesloten deuren) zich een hoop werk. Het is niet uit te leggen dat voor de losstaande feiten als bijvoorbeeld valsheid in geschrifte in een als “strafproces” gedefinieerde zaak, wel vele jaren gevangenisstraf kan volgen. Zonder overdrijving kan gesteld worden dat de civiele rechter strafbare feiten uitlokt en achteraf toedekt. De “deskundigen” die ketenpartner zijn voor civiele procedures voelen zich oppermachtig en onschendbaar. De rechter zegt dat ter zitting zelf regelmatig expliciet. Velen hebben uitspraken gehoord als: “Mevrouw X (van de Raad voor de Kinderbescherming) bedenkt u zich wel dat ik uw overzoek niet nog even kan gaan overdoen. Ik ben als rechter op uw deskundigenrapportage aangewezen.” Het zal niemand verbazen dat de betreffende mevrouw X zich dan nog eens extra machtig en onschendbaar zal voelen. De rechter zegt vrij expliciet dat de rechter ook geen contra-expertise wenst toe te staan. Ouders blijven dus gedwongen om zaken te blijven doen met “deskundigen” die de rechter toestaat. De rechter wenst aan 1 kant eigen deskundigen aan een lijntje te kunnen houden, maar anderzijds wenst de rechter op geen enkele manier dat lijntje te gebruiken om er als teugel de deskundigen mee te mennen. De wetgever geeft de rechter die rol als kwaliteitscontroleur. Maar de rechter weigert die rol op zich te nemen. Deskundigen en rechters spelen verdeel en heers met elkaar en zorgen dat beiden uit de wind blijven.

We sluiten ons aan bij de geluiden onder rechters zelf, dat we af moeten van door rechters zelf verzonnen indelingen van rechtzaken. Ook het onderscheid tussen civiele zaken en strafzaken is in hoge mate kunstmatig, onmogelijk en ongewenst. Zo is vaak ook geen zuiver onderscheid te maken tussen een familierechtelijke zaak en een zaak voor ondernemingsrecht. Een onderscheid tussen familierecht en strafrecht is ook vaak ondoenlijk. Een onderscheid tussen ondernemingsrecht en belastingrecht is vaak ook niet te maken. Etcetera.

Onze wetgevers moeten haast maken met het duidelijker strafbaar stellen van een aantal “nieuwe misdrijven” vooral gepleegd door vrouwen tegen kinderen en mannen. De wetgevers moeten haast maken van het ter verantwoording roepen van rechters die zich niet aan de wet houden. De wetgevers moeten haast maken van het evenwichtiger controleren van deskundigen die voor veel geld bereid zijn om “valse beschuldigingen te onderbouwen”. Er zal ook effectiever moeten worden opgetreden tegen advocaten die voor eigen gewin bereid zijn de ongefundeerde valse beschuldigingen bij de rechter onder de aandacht te brengen. Vroeger was een onwaarheid sprekende advocaat te vervolgen. Ondertussen is vaak genoeg gebleken dat het op zichzelf toezicht houden bij advocaten ook echt niet werkt. Het werkte al niet bij accounts. Eigen toezicht werkte niet bij notarissen. Van eigen toezicht bij medici bleek ook weinig terecht te komen. Toezicht op zichzelf werkt nooit. Zelftoezicht kan hoogstens een aanvulling zijn. Hoe was het ook al weer bij die slagers die hun eigen vlees keurden? Mannen moeten stoppen met het gemakkelijke “macho gedrag” om andere mannen neer te zetten als geweldadig, vrouw onvriendelijk en crimineel. Het doet het niet goed als je probeert om een vrouw in de gevangenis te zetten. Dat kan je kinderen toch ook vooral niet aandoen? Hebben mannen in de gevangenis dan minder vaak kinderen? Vinden kinderen het minder erg dat hun vader in de gevangenis terechtkomt dan wanneer hun moeder in de gevangenis terechtkomt?

Het recht op wetenschap van afstamming wordt ook steeds meer als een basis mensenrecht (en dus kinderrecht!) gezien. Vanuit het verleden is bekend dat ook hier vele moeders hun uiterste best hebben gedaan om communicatie van de waarheid met belanghebbenden te beletten. Dit kan ook als een “nieuw misdrijf” door de wetgever worden opgepakt. Eigenlijk wrang, want in de voorgaande eeuwen zijn er al diverse pogingen geweest om de zogenaamde “verduistering van staat van een kind” te gaan vervolgen. Tegenwoordig is steeds meer duidelijk geworden wat voor enorme impact dit misdrijf van verduistering van de afstamming van een kind heeft. Niet alleen voor het kind zelf, maar ook voor diverse familieleden en … vaak de biologische vader. Zou het dan toch zo zijn dat vrouwen meer zijn “gespecialiseerd” in heimelijkheidsmisdrijven als gifmengen en onwaarheid spreken? Met sekse-gelijkheid heeft het allemaal weinig te maken. Per saldo zijn evenveel mannen als vrouwen slachtoffer van familie-misdrijven gepleegd door vrouwen.

Het wachten is nu op de eerste media-uitting die wel een eerlijk en juist beeld geeft. Hoeveel onzinnige documentaires gaan er nog volgen?

Het belang van een kind … , houdt op, … als het vader is geworden.

Vaders blijken … niemands kinderen.

Heidi Zandbergen geeft Waardevolle Informatie Over Juiste Standpunt Arnold Heertje

2014/05/16 in Uncategorized

Heidi Zandbergen – onderzoeksjournalist

Dit bericht was oorspronkelijk gericht aan de redactie van de website www.925.nl.
Mevrouw Heidi Zandbergen, is onderzoeksjournalist gespecialiseerd in economie en jeugdzorg,  stuurde het als een reactie op een artikel op de site 925.nl. (einde noot van Redactie SlachtoffersJustitie.nl )

Geachte redactie,                   (noot: dus bedoeld is redactie 925.nl !)

Goed dat jullie site zoekt naar economische feiten.

Robin Linschoten deed onderzoek in het kader Commissie Financiering Jeugdzorg en concludeerde, net als jullie, dat het gebrek aan informatie uit de jeugdzorgsector schrikbarend is. http://www.zorgwelzijn.nl/Jeugdzorg/Nieuws/2009/3/Commissie-Linschoten-jeugdzorg-op-prestaties-afrekenen-ZWZ013745W Hij stelde dat dit gebrek aan transparantie gevolgen zou moeten hebben voor de inkoop van de jeugdzorg door de overheid.

Toch is er daarna geen verbetering gekomen. Om een voorbeeld te noemen, als kamerleden informeren naar het aantal kinderen dat onder toezicht is gesteld (OTS) dan krijgen zij ook geen antwoord van Jeugdzorg Nederland. Dat komt omdat men dat niet bijhoudt, men houdt voornamelijk gegevens bij die de sector zelf uitkomen.

De Rekenkamer kan veel meer over jeugdzorg en transparantie vertellen, het beeld is nog altijd dat er te weinig informatie vanuit de sector wordt gegeven op basis waarvan men economisch is af te rekenen. Omdat de jeugdzorg op deze manier onbestuurbaar is en sturing hard nodig is gezien de extreme kostenstijging is er een parlementair commissie geweest die onderzoek heeft gedaan.

In dat rapport wordt zeer veel informatie over de jeugdzorg samengevat. Een samenvatting is hier te vinden: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-32296-8.html en in het hele rapport staat nog veel meer informatie en eerder onderzoek. Op basis hiervan is besloten om de jeugdzorg verder te decentraliseren, hetgeen momenteel gaande is.

 

De deskundige op bestuurlijk gebied is René Clarijs, die stelt dat deze transitie de jeugdzorg niet zal verbeteren. Clarijs is hoofdredacteur van het blad Jeugdbeleid en gepromoveerd op de bestuurlijke ‘tirannie’ in de jeugdzorg en hoe dat onoplosbaar blijkt in de decennia, en is een belangrijke infomatiebron als het gaat om jeugdzorgbeleid. Meer informatie vind je hier: http://www.swpbook.com/auteurs/524 Ondertussen wil de jeugdzorgsector graag doen alsof alles goed gaat, men zich hard verbetert (innoveert) en de politiek dus tevreden kan zijn. Immers in de jeugdzorg hangen geldstromen en financiering af van het imago bij politici. En dat hangt voor een belangrijk deel af van de berichtgeving in de media.

 

Als gevolg daarvan is Jeugdzorg Nederland vooral gericht op imago en communicatie en zoveel mogelijk positieve berichtgeving bewerkstelligen. Meer informatie daarover is terug te vinden in allerlei communicatie-uitingen die in het verleden nog online stonden, nu doet men dat niet meer. Het jaarplan van 2011 stond nog online en daarin was op pagina 9 te lezen dat Jeugdzorg Nederland jeugdzorginstellingen door het hele land ondersteunt bij de bouw van een onderling ‘communicatienetwerk’ waarvan het doel was ‘om als een olievlek positieve verhalen over de jeugdzorg te verspreiden’ en dat doen ze door ‘alleen (eigen) successen en resultaten communiceren’ aan ‘het grote publiek’.

En zo komen we bij de kern: omdat de jeugdzorgsector zo gericht is op positieve beeldvorming ivm financiering aantrekken (publiek geld) is men er
sterk op gericht misstanden uit de media te houden. Daar heeft men dan verhalen bij, zoals dat de medewerkers van jeugdzorg hun werk niet meer goed kunnen doen als media negatief zijn. Zie bijvoorbeeld dit recente interview: http://www.trouw.nl/tr/nl/4656/Jeugdzorg/article/detail/3540827/2013/11/07/Negatieve-berichtgeving-dwarsboomt-Jeugdzorg.dhtl
Het gevolg daarvan is dat critici van jeugdzorg over het algemeen keihard worden aangepakt. Zelfs voormalig Nationale Ombudsman Alex Brenninkmeijer overkwam dit, op basis van vele door hem zeer zorgvuldig uitgezochte dossiers constateerde hij dat de jeugdzorgsector een ‘ernstige gedragsstoornis’ heeft. http://www.volkskrant.nl/vk/nl/2686/Binnenland/article/detail/360647/2009/11/20/Ombudsman-kraakt-jeugdzorg.dhtml Dat leverde hem een publieke reprimande op van toenmalig minister André Rouvoet dat hij een slechte ombudsman was. http://www.volkskrant.nl/vk/nl/2824/Politiek/article/detail/367157/2009/11/28/Rouvoet-ombudsman-is-onzorgvuldig.dhtml

 

Diezelfde Rouvoet weigerde op individuele klachten van ouders en kinderen in te gaan, liep boos weg uit interviews waar kritische vragen werden gesteld, net als dat Jeugdzorg Nederland kritische journalisten rustig voor de Raad van de Journalistiek sleept. Bv als het gaat om kritische vragen over de besteding van extra gelden waar de jeugdzorgsector steeds weer voor lobbiet en vaak ook krijgt. Zie http://www.rvdj.nl/2009/17 Het wekt dan ook weinig verbazing dat Rouvoet na zijn ministerschap advieswerk voor Jeugdzorg Nederland is gaan doen, nota bene over de kwaliteit van jeugdzorg.
Tot overmaat van ramp verschuilt de jeugdzorg zich ook nog eens achter de privacy van kinderen waardoor individuele verhalen zelden naar buiten komen. Als dat al gebeurt dan raken ouders daarna vaak hun kinderen kwijt, mogen niet meer op bezoek, worden als slechte ouders bestempeld omdat ze de privacy van het kind schaden etc. Nu breidt Jeugdzorg dat uit naar dat medewerkers ook al niet meer bij naam genoemd mogen worden. Dat is al een tijd gaande bij (pleeg)ouders die het zich niet kunnen permitteren te procederen en die dat ook niet durven omdat dat terug slaat vaak op hun kinderen.

Vandaar dat er in de Jeugdzorg-wereld groot belang wordt gehecht aan de uitkomst van dit kort geding Jeugdzorg versus Heertje. Heertje heeft het
dus wel degelijk goed gezien, en legde onlangs in een opiniestuk in de Volkskrant ook nog eens het verband uit tussen allerlei economische ontwikkelingen (zoals graaiende bestuurders), en toenemend inhumaan gedrag van bureaucratische systemen. http://www.volkskrant.nl/vk/nl/3184/opinie/article/detail/3622255/2014/03/26/Domheid-en-arrogantie-hebben-de-Partij-van-de-Arbeid-genekt.dhtml
De jeugdzorgsector lijkt een van de sterkste lobby’s in Nederland en is er als de kippen bij om Heertje af  te schilderen als iemand die niet aan belangen van kinderen denkt en geen verstand heeft van jeugdzorg. Ook zou hij ongepaste vergelijkingen maken en feitelijke onjuistheden vertellen. Maar jeugdzorg kan niet aantonen wat er dan feitelijk onjuist is, en er is ook niets gelogen van wat Heertje zegt. Hij benoemt
de onmenselijkheid die zich vaak in de jeugdzorg voor doet, en daar zijn veel slachtoffers van jeugdzorg blij mee.

 

Denk aan kinderen die seksueel zijn misbruikt in jeugdzorginstellingen (commissie Samson), of die op basis van fouten in rapporten uit huis zijn gehaald. Of ouders en kinderen die jarenlang last hebben van foute aannames van de jeugdzorg. Zie daarvoor bijvoorbeeld: http://www.defenceforchildren.nl/p/48/3431/mo233-m80/kinderombudsman-uit-zware-kritiek-over-jeugdzorg. Of http://www.nrc.nl/nieuws/2014/04/22/jeugdzorg-straft-onterecht-voor-doktertje-spelen/
Ik geef deze informatie aan 925 omdat hier de relevante vragen worden gesteld. ‘Hoe zit het dan economisch? En: professor Heertje is toch niet gek?’
Complimenten daarvoor: Follow the money!

Heidi Zandbergen

Onderzoeksjournalist gespecialiseerd in economie en jeugdzorg

==========================================================

Redactie SlachtoffersJustitie.nl :

Het oorspronkelijke artikel werd benaderd met: http://925.nl/archief/2014/05/07/professor-heertje-is-woest-over-de-perverse-prikkels-bij-jeugdzorg Dit artikel om aan te halen: http://www.slachtoffersjustitie.nl/wordpress/?p=2620http://www.slachtoffersjustitie.nl/wordpress/?p=2620

Link naar:  Waarom noodzaak voor Burger Initiatief Jeugdzorg (en Rechtspleging)

 

 

Professor Heertje Krijgt 3 Maal Applaus van BJZ-Gedupeerden in Kortgeding 6 Mei Rechtbank Amsterdam

2014/05/07 in Uncategorized

– AMSTERDAM – rechtbankverslag Radeloze Vader

In de eerste plaats was het gisteren (6 mei) precies 1 jaar geleden dat de wake-up-call van Jeroen Denis aan de Nederlandse samenleving is gedaan. Hij had uit vaderliefde het meest gruwelijke liefdesoffer voor zijn kinderen over. Een offer dat slechts enkelen van ons werkelijk doorleefd kunnen invoelen. Velen van ons keuren het uiteindelijk af. We hopen dat de boodschap van Jeroen een keerpunt in de jeugdzorg en kind-ouder-vervreemding heeft mogen worden.

Op de zitting is aan Ruben en Julian gerefereerd door advocaat mr. Loonstein. Duidelijk werd naar voren gebracht dat de rapportage over de negatieve bijdrage van de Jeugdzorg snoeihard was.

Heertje bracht naar voren dat hij Nederland wil wakker schudden met vele voorbeelden van inhumaan optreden van de jeugdzorg.

De rechter en de jeugdzorg probeerden Heertje aan te spreken op allerlei uitspraken van anderen die zouden voortborduren op een publicatie van hem in geheel andere media. De rechter wilde weten wat Heertje vond van uitspraken op GeenStijl waar Heertjes artikelen waren overgenomen. Heertje had daar zelf helemaal niet gepubliceerd. Hoe kan de rechter en BJZ hem dan ter verantwoording roepen voor onbeschofte en onbeschaafde reacties op GeenStijl?

Tijdens de zitting pleegde de rechter achteloos nog even haar eigen censuur. Mr Loonstein had aan pers zijn pleitnota in afschrift gegeven. Iets wat de betere advocaten altijd proberen te doen. Liefst nog ruim voor zitting. Dat de rechter deze pleitnota van de journalisten terug eiste en expliciet 1 journalist/ stagiair-bij-een-advocaten-kantoor daarvan uitzonderde, is ongehoord. Reden zou zijn dat de naam van de beide in geding gebrachte gezinsvoogden erin zouden staan. De rechter verkeerde kennelijk in de veronderstelling dat de journalisten die namen nog niet zouden hebben. Helemaal bont maakte rechter mevrouw mr Berkhout het door zelfs na protest van de journalisten te melden dat de journalist die zijn pleitnota mocht houden, al een geheimhoudingsverbintenis was aangegaan. De rechter had de andere journalisten niet eens gevraagd of zij zich aan enige geheimhouding hadden gecommitteerd.

Na persoonlijke bijdragen van Heertje tijdens de zitting gaven de aanwezigen tot 3 keer toe een applaus. Ter zitting ongebruikelijk en niet helemaal zoals de rechter dat wenst. Duidelijk was dat BJZ-gedupeerden nieuwe hoop putten uit de bijdrage van professor Heertje.

Velen verbonden zich spontaan aan het enige tijd geleden in gang gezette Burgerinitiatief Rechtspleging en Jeugdzorg. Een drietal initiatieven om te komen tot 50.000 deelnemers die van de volksvertegenwoordiging toezicht op de rechtspleging willen afdwingen en in het bijzonder in zaken met kinderen. Het aantal dwalingen in het civiele recht is nog vele malen overweldigender, dan al is gebleken in het strafrecht. Iedere week ongeveer een strafrecht-dwaling zoals bij Lucia de Berk. Iedere dag tientallen dwalingen zoals in het geval van Jeroen Denis. Het is een zeer pijnlijke misvatting om te denken dat er in het civiele recht geen straffen worden opgelegd aan onschuldigen. Het is een misvatting om te denken dat het civiele recht niet rechtstreeks mensen (waaronder de kinderen zelf!!!!) de dood in drijft. Het civiele recht blijkt allesbehalve geciviliseerd. Precies dat wil professor Heertje anders zien. De civiele rechter nodigt uit tot inhumaan gedrag, praat dat achteraf goed en dekt dat achteraf toe. De rechter houdt in ruil voor leugens de deskundigen (jeugdzorg) uit de wind. Zij worden immuun voor aanspreekbaarheid en aansprakelijkheid. Nu de rechter dat al zo vele jaren kritiekloos blijft doen, is niet meer te spreken van een rechter die wordt bedrogen, subsidiar in dwaling wordt gebracht. Met andere woorden de rechter kan zich niet beroepen op dat hij tegen zijn zin wordt misleid. Er zijn vele getuigen uit de geheime zittingen van de jeugd- en familierechter die de rechter letterlijk citeren met: “Als rechter kan ik niet anders dan volledig vertrouwen op de “deskundigen-rapportages.”
Ondertussen is de rechter opzettelijk en actief aan het handelen: hij/zij vraagt te kwader trouw en actief om bedient te worden met leugens en onjuiste rapportages. In de juridische literatuur wordt dan gewoon eenvoudig gezegd dat de rechter dan zelf ook een leugenaar wordt. De bewijzen dat de jeugdzorgrapportages van geen kanten deugen worden expliciet aan alle rechters in hun opleiding aangeboden. Er zijn juristen op gepromoveerd (o.a. prof. dr. mr. Hoefnagels). Rechters die worden geconfronteerd met duidelijke, ondubbelzinnige beschikkingen van een (collega-)rechter maken de omtrekkende beweging dat een rechter geen waarheidsvinding hoeft te doen. Als een advocaat dergelijke beschikkingen niet expliciet inbrengt, doet de rechter eenvoudig of de beschikking niet bestaan. Dat is minachting van de wet door de rechter zelf. Andere burgers die zich niet gedragen conform zo’n beschikking krijgen daar zelfs sancties voor. Waar hebben we “geen waarheidsvinding hoeven doen”, eerder gehoord? Wie durft met dergelijke juristen verder in discussie? Waar staat dat in de wet … een rechter die niet aan waarheidsvinding hoeft te doen? Een aantal juristen blijkt er erg gemakkelijk mee weg te komen dat zij hun eigen wetten verzinnen.

Gelukkig waren er nu veel andere medestanders gekomen. Ik schat ongeveer 30 mensen. Bij de vorige zitting was een publiek van 4 mensen wat mager te noemen. Wel pijnlijk dat de rechter deze 4 mensen zonder ruggespraak met Heertje naar huis liet sturen door de zitting als niet openbaar te kwalificeren. Wat veel Nederlanders niet blijken te weten, is dat rechters dit iedere dag tientallen keren doen. Meestal verkeren de proces-/ procedure-partijen niet in een positie dat ze zich daar tegen kunnen verweren. Nederland heeft een rechtspraak die misschien wel voor meer dan 40% geheim verloopt. Dat geeft te denken. Als daarbij de brievenbus voor ontlastend bewijs is dichtgeplakt en de rechter een onderbouwing in zijn uitspraak te vermoeiend vindt, dan blijkt Nederland plotseling niet meer het braafste jongetje in de klas. Dan is er voor het professionaliseren van de rechtspleging nog een hoop werk te verzetten.

Oh ja, het komt goed. BJZ bracht naar voren dat zij gaan professionaliseren en … er komt tuchtrecht voor gezinsvoogden. Lekker makkelijk als daarbij geen namen mogen worden genoemd.

In de zitting viel in het algemeen op dat de rechter wel waarheidsvinding met stevige vragen naar professor Heertje deed. Waarheidsvinding richting BJZ heb ik gisteren niet echt meegekregen. Misschien was dat bij mij een gekleurde bril. Door rechters zelf en door advocaten wordt al niet meer ontkend dat in Nederland een klasse-justitie geldt. Moeten we ons dan neerleggen bij deze klasse-justitie? Overheidsdienaren zouden anders mogen worden behandeld voor de wet als gewone burgers? Misdrijven door werknemers in de tijd van de baas, zijn geen misdrijven?

… straks zelfs handelen van ambtenaren … met verbod hun namen te noemen?

Uitspraak over het mogen noemen van namen in de context die professor Heertje gebruikte … op 20 mei 2014, rechtbank Amsterdam.

Zie en hoor het verslag van het kortgeding van professor Heertje zelf.
https://www.youtube.com/watch?v=zn2Mal2VVAQ

Niet onvermeld mag blijven dat BJZ zelf in het wilde weg dagvaardingen heeft laten uitbrengen en daarbij zelf aan onbetrokken derden de naam van een kind in kwestie heeft geopenbaard. Vervolgens liet BJZ de dagvaardingen tegen GeenStijl en tegen de uitgever Prometheus vallen. Ook wat slordig dat BJZ de inschrijving bij de Kamer van Koophandel niet op orde heeft laten brengen na de zoveelste naamswijziging. Aangezien de rechtspersoon op de dagvaarding niet bestaat had de rechter BJZ het verzoek formeel juridisch niet-ontvankelijk dienen te verklaren. Maar ja, BJZ staat als collega-overheidsorganisatie boven de wet, zo lijkt het. In jargon heet dit: keten-corrumpering. Mensen die samen moeten werken en samen naar een “eind-produkt” moeten zien te komen, blijken geneigd om elkaar steeds meer met verder groeiende leugentjes en leugens te bedienen. Wat ondertussen bewezen kan worden: de rechter blijkt te kwader trouw actief te vragen om “voor-gejokt” te worden. Maar ja: dichtgeplakte brievenbussen.

Misschien dat professor Heertje de tape van de brievenbussen kan rukken.

Net als veel rechters bedient BJZ zich vaak van de retorische figuur van de dubbele “waarheid” in haar aantijgingen. Professor Heertje mag enerzijds geen onderzoek doen naar privacy gevoelige zaken, anderzijds had hij volgens BJZ zich beter in de zaak moeten verdiepen. Niemand mag privacy gevoelige zaken over een kind melden, BJZ mag dat wel.

Keer op keer probeerde professor Heertje duidelijk te maken dat hij helemaal niet op individuele voorbeelden wil focussen. Het gaat hem om de algemene methoden en handelwijzen van BJZ.

Ziet u ook dat er betere controle op de rechtspleging en jeugdzorg moet komen, verklaar u dan altublieft medestander van het Burger Initiatief Rechtspleging en Jeugdzorg. Toelichting vindt u onder andere op deze website. Er is een menu-optie bovenaan deze website met de omschrijving “Burger Initiatief”.

Wraking van rechtbank Amsterdam door professor Heertje met succes

2014/05/04 in Uncategorized

De wrakingskamer van de rechtbank in Amsterdam heeft op vrijdagmiddag een beslissing uitgesproken. De kortgeding-rechter op de zaak van BJZ Amsterdam tegen professor Arnold Heertje moet worden vervangen door een andere rechter. De rechter had niet mogen bepalen dat de zitting achter gesloten deuren moest plaatsvinden.

De rechter had dat besloten zonder eerst Heertje te raadplegen. Het verzoek voor een geheime zitting was gedaan door Bureau Jeugdzorg. Heertje had al aangegeven bezwaar te hebben tegen een dergelijke zitting achter gesloten deuren.

Volgens een woordvoerder van de rechtbank had de rechter daarom eerst hoor en wederhoor moeten toepassen voordat het besluit werd genomen. Het kort geding vindt nu dinsdag rond de klok van 15.00 uur plaats, meldde de rechtbank.

Bureau Jeugdzorg eist dat Heertje in zijn columns zwijgt over de identiteit van twee gezinsmanagers (gezinsvoogden). Volgens de instantie lijden de medewerkers schade als Heertje hun namen noemt.

Veel onrechtmatig en verkeerd handelen van Nederlandse ambtenaren, zorgverleners en deskundigen blijft heel bewust aan het grote publiek onttrokken. Enkele terreinen waar procedurepartijen geen waarborgen met onafhankelijke getuige-toehoorders en getuige-toeschouwers kunnen krijgen zijn:
– zaken waarin kinderen aan de orde komen
– zaken waarin familierelaties centraal staan (ook erfrecht en successierechten)
– zaken waarin een arbeidsrelatie centraal staat
– zaken waarin sociale zekerheid en fiscale zaken aan de orde komen van individuele burgers
– zaken waarin de openbare orde, de staatsveiligheid of internationaal geclassificeerde (geheime) aangelegenhede aan de orde komen
– zaken waarin lopend strafrechtelijk onderzoek geschaad kan worden
– zaken waarin de rechter strijd met de goede zeden verondersteld

Anders dan in vele andere landen in Europa kent Nederland geen toezichthoudende (controlerende) rol toe aan aangewezen “gewone” burgers.

De Nederlandse gerechten blijken vrij slecht op de hoogte van de achterliggende redenen voor het wrakingsrecht. Er blijkt bijvoorbeeld ook onbekendheid met het recht om zonder advocaat toch altijd rechters bij alle niveau’s van rechtbanken te kunnen wraken. Ten onrechte doen hoven voorkomen dat een procedurepartij of verdachte niet zonder advocaat een verzoek tot wraking kan doen. Ten onrechte beriep het hof Arnhem zich bijvoorbeeld op “jurisprudentie” van nog voor het jaar 1850! Er blijkt ook onbekendheid met de mogelijkheid dat men met een wraking zijn eigen advocaat moet kunnen heenzenden. Vanwege die noodzaak, ligt het dus al meteen voor de hand dat men ook zonder advocaat 1 of meer rechters tegelijk moet kunnen wraken. De reden voor wraking van de rechter kan heel goed gelegen zijn in een onwenselijke relatie tussen de eigen advocaat en de te wraken rechter. Centraal moet kunnen staan dat een burger een eerlijke procedure (proces) kan krijgen. Bij bepaalde hoedanigheden van een rechter of bepaalde gedragingen van een rechter kan een vermoeden van partijdigheid van een rechter ontstaan. Als de in te stellen wrakingskamer de redelijkheid van dat vermoeden moet bevestigen, dient zij het verzoek tot wraking toe te wijzen.

Wanneer tijdens (of kort voor zitting) een bezwaar tegen de eigen advocaat blijkt te ontstaan en de rechter zou het heenzenden van de eigen advocaat en het verdagen van de zitting met een redelijke termijn niet overnemen dan zou daarmee een ogenblikkelijke wrakingsgrond voor die rechter ontstaan. Een procedurepartij heeft recht op een raadsman als hij dat wenst. Sterker nog een procedurepartij is voor het doen van proceshandelingen afhankelijk van een advocaat. Een procedurepartij is verplicht om zich te laten vertegenwoordigen. De procedurepartij moet een redelijke termijn krijgen om een nieuwe raadsman te zoeken. De raadsman (m/v) heeft een redelijke termijn nodig om het dossier voor te bereiden. Dat een procedurepartij zelf geen proceshandelingen kan doen, mag gelden als niet meer van deze tijd. Het bevestigd de oude situatie dat Nederland in de eerste plaats een monarchie, in de tweede plaats (door delegatie van de koning aan de rechter) een jurocratie en pas … in de laatste plaats een democratie was. De jurocratie heeft zich feitelijk tot de dag van vandaag buiten de democratie geplaatst gehouden. Alle wetten kunnen met jurisprudentie worden uitgehold of ter zijde worden gelegd. De volksvertegenwoordiging heeft daar geen enkele zeggenschap over willen hebben. Ten onrechte met een verwijzing naar respect voor de Trias Politica.

Het mag volstrekt duidelijk zijn dat in de rechtsvraag die de kortgeding-rechter kreeg voorgelegd helemaal geen namen van kinderen of van medewerkers aan de orde hoeven te komen. BJZ leunt op de wetenschap dat de rechter het meestal toch wel toewijst als BJZ een geheime zitting wenst. Alleen als er erg veel media-aandacht is dan wil de rechter nog wel eens voorzichtiger worden. Hoe zat dat ook al weer met de wraking in het proces tegen Geert Wilders? De wrakingsgrond was heel erg zwak, toch stuurde de wrakingskamer liever richting een vervangen van de gewraakte rechter. De rechtbank wilde de maatschappelijke opinie niet tegen zich krijgen. Detail: de strafpleiters Herman Loonstein en Max Moszkowitcz zijn goede bekenden van elkaar. Mr Loonstein staat in dit geding professor Heertje bij.

Als de wraking was afgewezen dan zou dinsdag aanstaande het geding worden voortgezet op het punt waar het was stil gelegd. Nu de wraking is toegewezen zal het geding van voren af aan worden gevoerd.

=======

Eerder verschenen:
http://www.slachtoffersjustitie.nl/wordpress/?p=2558

http://www.slachtoffersjustitie.nl/wordpress/?p=2549

http://www.slachtoffersjustitie.nl/wordpress/?p=2541

http://www.slachtoffersjustitie.nl/wordpress/?p=2532

Lees ook bijvoorbeeld in het Parool: Jeugdzorg daagt Arnold Heertje over column (29-04-14)

Professor Heertje wraakt Jeugdzorg-doofpot-rechter. Rechter probeert alles achter gesloten deuren te houden. Beerput van Jeugdzorg-Rechter-kongsi gaat nu wellicht eindelijk open.

2014/05/01 in Uncategorized

Heertje wraakt rechter in kortgeding van jeugdzorg tegen hem

AMSTERDAM -Het kort geding van Bureau Jeugdzorg Amsterdam tegen publicist professor Arnold Heertje is vandaag niet verder voortgezet. De advocaat van Heertje wil een nieuwe rechter, omdat de rechter had besloten de zaak achter gesloten deuren te voeren zonder Heertje te polsen.

In het kort geding wil Bureau Jeugdzorg eisen dat Heertje in zijn columns zwijgt over de identiteit van twee gezinsmanagers (gezinsvoogden).  Een woordvoerster van Bureau Jeugdzorg verwacht dat beide partijen elkaar volgende week opnieuw treffen.

Heertje: „Ik wil het kort geding graag in de openbaarheid voeren. Bureau Jeugdzorg wil procederen achter gesloten deuren. De rechter heeft het verzoek van Jeugdzorg ingewilligd zonder mij te raadplegen. Daar heb ik me vandaag tegen verzet, ik ben daarover immers niet gehoord.”

De raadsman van Heertje is in de eerste plaats strafpleiter en rechtsgeleerde. Advocaat mr Loonstein was hoogleraar aan de Radboud Universiteit in Nijmegen.

In het strafrecht zijn zittingen in principe openbaar. Bij veel civielrechtelijke zittingen wil in de eerste plaats de rechter zelf geen pottenkijkers. Uit onderzoeken blijkt namelijk dat er op dergelijke zittingen veel onrechtmatigs gebeurt. Er wordt door mensen van bijvoorbeeld de jeugdzorg zeer veel valsheid in geschrifte en bedrog gepleegd. Dat zijn strafbare feiten die gepleegd bij andere rechters tot lang-jarige celstraffen kunnen leiden. Ondertussen kan zelfs bewezen worden dat de rechter zelf aanzet tot bedrog en valsheid in geschrifte. Eigenlijk voor de Tweede Kamer voldoende om een parlementaire enquete te gaan organiseren. Onze volksvertegenwoordigers lijken echter vaak geneigd om de rechtspleging met rust te laten, omdat zij geleerd hebben de Trias Politica te moeten respecteren. Nu er spijker harde bewijzen zijn dat jeugd- en familierechters weigeren om wetten uit te voeren zou de Tweede Kamer in deze uitzonderlijke situatie het verloop van individuele civiele zaken moeten gaan volgen. Er zal dan blijken dat rechters de Tweede Kamer gewoon schofferen. Rechters schofferen bovendien hun eigen collega’s. Er blijkt dat een groot aantal rechters zich boven de wet verheven voelen. Er blijkt minachting voor de wetgever en de democratische rechtsorde. Al te makkelijk ons afzetten tegen de corrupte rechters in Rusland, Turkije en bijvoorbeeld Egypte blijkt dus nogal hypocriet. Nederland heeft zelf ook een aantal zeer forse integriteitsproblemen in haar rechterlijke organisatie.

Bewijzen genoeg van integriteitsproblemen onder rechters, maar gek genoeg wil niemand die zien. Of durft niemand? Na de Tweede Wereldoorlog vond Bijzondere Rechtspleging voor de oorlogsjaren plaats. Alleen een discussie over het “op bestelling van de bezetter” functioneren van rechters konden belanghebbenden voorkomen. De discussie over de politie in bezettingstijd is eigenlijk pas in de laatste 10-jaar voorzichtig naar een hoger niveau getild. De gang van zaken rond de jeugdzorg wordt dus in historisch opzicht zeer terecht vergeleken met het functioneren van Duitsers, Nederlanders en Nederlandse organisaties in de bezettingstijd. Sociologen en psychologen zien exact vergelijkbare gedragingen bij betrokkenen.

Recent is de redactie nog geinformeerd door een psycholoog die zijn beklag deed. De psycholoog had voor een vader een verklaring opgesteld dat er niets met vader aan de hand was. Hij kon prima voor zijn beide kinderen blijven zorgen. Jeugdzorg keerde de conclusie van de psycholoog 180-graden om en stelde dat vader een psychologisch risico was. Heel “collegiaal” verstrekte de jeugdzorg een “samenvatting” van de korte rapportage van de psycholoog aan de rechter. Moet u zich voorstellen dat de originele rapportage van de psycholoog maar 2 A4-tjes besloeg. De rechter wilde alleen deze samenvatting lezen en niet het origineel. Daar is de rechter op zitting nog eens expliciet om gevraagd. De rechter volgde het “bewijs” van BJZ klakkeloos en beschikte zoals BJZ dat wenste. De rechter had geen boodschap aan de wil van de kinderen, of aan de wil van de vader en de familie van de kinderen.

Achter gesloten deuren weigert de rechter de zitting te laten notuleren. De rechter weigert altijd om een audio-opname te maken. Het procesverbaal laat een rechter pas uitwerken als er een bijzonder vervolg op een zitting moet komen in de vorm van een wraking of een hoger beroep. Dat procesverbaal is niet te vergelijken met notulen. De rechter laat daar alleen wat hoofdlijnen vermelden die de rechter zelf wenst. Een van de weinige vervolgingen van foute rechters had bijvoorbeeld te maken met bewijs van “aanpassing van het proces verbaal” op een manier die de rechter beter uitkwam. Helaas voor deze rechter ging het daar om een strafrecht-zitting en waren er bewijzen voor de vervalsing van het proces verbaal. Het hof Arnhem heeft daar voor deze rechter gevolgen aan verbonden. Normaal gesproken krijgt niemand te zien dat de rechter formeel het laatste woord heeft over wat er in het proces verbaal wordt opgenomen door de griffier.

Familie- en jeugdrechters zijn zelfs al zover afgezakt, dat ook zij stellen niet aan waarheidsvinding te hoeven doen. De redactie beschikt over bewijs van herhaling van deze uitspraak door de rechtbankpresident mr Vrieze, van de rechtbank Zutphen. Rechters voelen zich vrij om strafbare feiten in civiele zittingen volledig te laten lopen. Dat wordt meer en meer verklaarbaar omdat blijkt dat de rechter leugenachtige rapportages bij de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) bestelt en geleverd krijgt. De RvdK schakelt daar vaak weer de onderaannemer BJZ voor in. BJZ schroomt ook niet om tegen betaling weer “deskundigen” valse rapportages te laten opstellen. Valse rapportages voor veel geld. Er blijken zelfs diverse “deskundigen” bereid te zijn om fictieve (dus valse!) diagnoses bij kinderen en bij ouders te stellen. Ook hier zijn diverse instanties in Nederland in het bezit van diverse bewijzen tegen diverse deskundigen. In het GGZ-veld is het ook geen geheim dat dit 1 van de redenen is, dat er in de afgelopen jaren steeds meer autisme en ADHD diagnoses zijn gesteld.

Het is een standaard drukmiddel van de jeugdzorg om mentaal gezonde verzorgers een psychologisch onderzoek te laten ondergaan. Over onbeheersbare zorgkosten gesproken!

De wrakingskamer doet vrijdagmiddag uitspraak over het wrakingsverzoek.

Skip to toolbar