You are browsing the archive for 2015 May.

Oproep Lotgenotencontact GGZ (Geestelijke Gezondheidszorg)

2015/05/29 in Uncategorized

– Redactie Gezondheidszorg –

Kent u mensen die een naaste hebben verloren in een zorginstelling door een niet-natuurlijke dood? Loopt u tegen muren op om onderzoek gedaan te krijgen?

Een aantal lezers wil graag een lotgenotencontact oprichten om samen op te treden tegen misstanden in de Geestelijke Gezondheid Zorg.

De redactie brengt u graag in contact met initiatiefnemers voor dit lotgenoten contact in de GGZ. Uw e-mail zullen we doorzenden. In overleg verstrekken we ook telefoonnummers.

Een lezeres wil ook heel specifiek in contact komen met anderen die een naaste verloren hebben door een niet-natuurlijke dood in een GGZ-zorginstelling. Er zijn ook diverse andere personen die hun zaak bij ons onder de aandacht hebben gebracht en graag met lotgenoten contact willen hebben.

We brengen via de redactie u ook graag in contact met andere lotgenoten die zich al tot ons gewend hebben met een verzoek om contact.

Mailt u naar justitieslachtoffers@gmail.com onder vermelding van:

Lotgenotencontact Geestelijke Gezondheidszorg

Discussies over Kwaliteitstoezicht op de Geestelijke Gezondheidzorg (GGZ)

2015/05/29 in Uncategorized

– Redactie Gezondheidszorg –

Het Ministerie van Justitie heeft zich er sterk voor gemaakt dat in de GGZ men zoveel mogelijk zelf “eerstelijns rechtpleging” organiseert. Ook daar dus weer de slager die zijn eigen vlees mag keuren. Binnen de mogelijkheden om de “eerste lijn” zelf te mogen invullen, wordt tijd verspeeld en bewijs te niet gedaan. Er worden getuigen onder druk gezet. Als er opschaling mag plaatsvinden naar een “tweede of volgende lijn” dan is onderzoek en reactie eigenlijk al niet meer goed mogelijk. Over een strafrechtelijk onderzoek en een werkelijke veroordeling hoeft al helemaal niet te worden gesproken. Op een vergelijkbare manier blijkt de politie (ook mede een eerstelijns organisatie!) meer bezig te zijn om onderzoek onmogelijk te maken voor de toekomst. Om reden van geldgebrek, tijdgebrek en andere gebreken wenst de politie geen werkelijke dienstbaarheden aan waarheidsvinding te bewijzen. Excuses van schrijver dezes voor de formulering.

De rechter zal in veel gevallen zijn straatje proberen schoon te houden door  zelfs te voorkomen dat er op zijn straatje geveegd hoeft te worden. De meubelbranche moet met een klachtenbehandelingsorganisatie de grote bulk aan ontevreden consumenten maar te woord staan en recht doen. De reisorganisaties moeten met een eigen geschillenorganisatie het gros van de ontevreden reis-consumenten bij de rechter zien weg te houden.

Ziekenhuizen en andere zorginstellingen moeten met een eigen klachtenregeling voorkomen dat zorg-belanghebbenden niet meteen bij de gewone rechter terecht kunnen komen. Omdat de overheid deze klachten “zo belangrijk” vindt, betaalt ze graag een aantal faciliterende organisaties die “onafhankelijk” zijn. De minste verwijzing naar onafhankelijkheid is de nadrukkelijkste uiting dat die onafhankelijkheid snel ter discussie is komen te staan. Men weet dan zeker dat er in de toekomst nieuwe twijfel zal ontstaan over die onafhankelijkheid. De Inspectie voor de Gezondheidszorg is zo’n organisatie met een heel dubieuze reputatie bij slachtoffers. Het Medisch Tuchtcollege is een tweede organisatie met een nogal teleurstellende reputatie. Bijzonder is de rol van rechters. Voorzitters bij zittingen van het Medisch Tuchtcollege zijn ook gewoon rechters. Het democratisch toezicht en de transparantie zijn meestal ver te zoeken. Tussen Inspectie en Medisch Tuchtcollege worden allerlei ondoorzichtige regelingen getroffen. Het is ook zeer schimmig wanneer het OM ingeschakeld wordt. Politieagenten blijken medici nog steeds als een soort onschendbare autoriteiten te benaderen. Op zeer korte termijn zal een nieuw dossier als voorbeeld hiervan op deze website verschijnen.

Er is een “natuurlijk” mechanisme dat een vakgebied als eerste bereid is om leden voor een toezichtsorganisatie te leveren. Gewone burgers zonder enige affiniteit met een vakgebied voelen zich niet direct geroepen om toe te treden. Zou een “niet-deskundige” zich toch kandideren dan krijgt hij een standaard reactie: “Hij/zij heeft toch geen verstand van de materie, hoe zou hij dan moeten oordelen over juistheid van zaken?” Zet hij/zij het kandideren toch door dan zal veelal in toenemende mate diskwalificatie en tegenwerking volgen. Als een beroepsorganisatie een rol van betekenis in het organiseren van kwaliteitstoezicht heeft gekregen dan is het buiten werken van “klanten en niet-vakgenoten” altijd de eerste inspanning. Inbreng van niet-vakgenoten blijkt vaak iets kunstmatig legitimerends te hebben: een soort “excuus-deelnemers”. De excuus-deelnemers worden min of meer geselecteerd en in ere gehouden op een belangrijke hoedanigheid. Van excuus-deelnemers wordt in de eerste plaats passiviteit en stuurbaarheid gevraagd. Zodra excuus-deelnemers een eigen agenda durven volgen, dan zullen vak-beoefenaars de “zondaars” graag naar de uitgang begeleiden.

Vakorganisaties en toezichtsorganisaties die deelname van anderen (dan de vakbeoefenaren) juist aanmoedigen om kritisch mee te kijken, zitten op de hogere niveau’s van professionaliteit. Het vergt moed en incasseringsvermogen om goed naar klanten en andere betrokkenen (stakeholders) te luisteren.

Wie is er verbaast dat de directeur van de IGZ (Kingma) later directeur van het Slingeland ziekenhuis werd? Wie is er verbaast dat het ziekenhuis het nodige gedaan heeft om een doofpot te koesteren rond haar neuroloog Ernst Jansen Steur? Tot op zekere hoogte verdienen we dit als burgers omdat we ons te bescheiden en te passief opstellen. Wie zijn wij wel om iets te kunnen zeggen over de kwaliteit van een ziekenhuis? Zo denken we als burgers vaak zelf.

En ja … het zijn vaak de verkeerde mensen die hun bescheidenheid hebben afgelegd. Mensen zonder enige zelfkritiek en zelfreflectie zijn niet het makkelijkst als toezichthouder te respecteren. Zij beschikken dan min of meer over dezelfde eigenschap als de vakbeoefenaren die bloot staan aan de zwaarste kritiek: gebrek aan kwetsbaarheid, zelfreflectie en dienstbaarheid.

Nu blijken juist medewerkers in overheidsorganisaties vooraan te staan in professionaliteit-vermijdend gedrag. Binnen overheidorganisaties is ook te zien dat zelfs het woord zoveel mogelijk uitgebannen moet blijven. We komen andere alternatieve termen tegen als: beroepsmatig betrokkenen, geleerdheid, onafhankelijkheid (die het dan vaak juist niet is!), deskundigeheid, beëdiging, certificering, benoeming, vertrouwelijkheid en dergelijke.

Professionaliteit heeft een wetenschappelijke, meetbare basis. Dat maakt het onderscheidend van de termen die in het vorenstaande zijn genoemd. Deskundigheid blijkt vaak niet meer dan een “benoeming” door bijvoorbeeld de rechter. Daar is noch een wetenschappelijk noch een democratisch toezicht op.

Voor de hand ligt dus een algemene oproep aan burgers om zichzelf serieuzer te gaan nemen als klant, aandeelhouder, belastingbetaler of op z’n minst betrokken omstander.

De IGZ en het medisch tuchtrecht zijn niet meer van deze tijd. Het bevestigt een oude cultuur van gekonkel in een gevestigde orde die in de eerste plaats zichzelf op zijn plaats probeert te houden. Als het belang van de groep in het geding komt, dan kan er een moment komen dat “over de rug van de klant” een vakbroeder tot verantwoording wordt geroepen.

De reguliere media zien zich helaas ook als deel van de gevestigde orde en voelen zich niet geroepen om als “niet deskundige” voor de belangen van “niet deskundige slachtoffers” te gaan staan. De ingang bij mensen binnen het vakgebied wordt door journalisten vaak hoger gewaardeerd dan het fungeren als spreekbuis voor slachtoffers waarvan de “verhalen” niet kunnen worden geverifiëerd. Een gegeven dat vele burgers dezelfde ervaring delen, is voor veel journalisten niet voldoende reden om ergens een “goed verhaal” van te maken. Pas na zeer lange tijd of bij een overweldigende situatie is een journalist bereid om een omgekeerde bewijsvoering te hanteren. Actueel voorbeeld: de grote omvang van problemen rond betaling van persoonsgebonden budgetten door de Sociale Verzekeringsbank.

Steeds is een gemene deler dat de bestuurlijk verantwoordelijken en de rechters zelf onzichtbaar weggedoken blijven. De zichtbare uitvoerenden krijgen vaak de volle laag en mogen als zondenbok fungeren. Als burgers maken we de laatste stap niet, dat we ons er zelf op wijzen, dat we ons niet goed hebben laten vertegenwoordigen. Ofwel … ons kruisje blijkbaar niet bij de juiste persoon … toen we onze politieke keuze maakten.

Lastig dat … overheid … wijzelf zijn. Lastig … om kritiek op jezelf te moeten hebben! Lastig om de consequentie daaraan te verbinden:  je te laten horen!

Is de Nationale Ombudsman geen beter loket? Het zal ongetwijfeld een zinvol instituut zijn, maar de Nationale Ombudsman houdt zich angstvallig buiten discussies waarin rechtspleging een belangrijke rol speelt. De ombudsman respecteert kritiekloos de handelwijzen van de rechter.  Sterker nog … onze voorlaatste ombudsman … was rechter. Voor het leven benoemd, weet u nog? En eerlijkheidshalve was de ombudsman zich ook bewust van zijn onmogelijke positie daarin. Brenninkmeijer was juist zichtbaar en had veel mensen in het bestuur en in de volksvertegenwoordiging die hem wat “te lastig” vonden. Wat is dan het verschil tussen weg promoveren en “andere uitdaging”?

Durf om ook vakgenoten van kritiek te voorzien is de keerzijde van zelf kritiek ontvangen. Daarmee maak je beslist niet direct vrienden binnen je vakgebied. Veel ministers zagen in Brenninkmeier een voortdurende kritische dreiging. Een bermbom langs alle bestuurlijke paden die ministers gaan. Ministeries probeerden om uiteenlopende redenen de rapporten van de Nationale Ombudsman stil te zwijgen.

Voor lotgenoten van misstanden in de GGZ zit er niets anders op dan zelf samenwerking te zoeken. Samenwerking om samen tot onderzoek, toezicht en actie te komen.

Justitieslachtoffers.nl ondersteunt dit initiatief van harte.

 

Bent u iemand verloren in een zorginstelling door een niet-natuurlijke dood?

2015/05/27 in Uncategorized

– Redactie Gezondheidszorg –

Kent u mensen die een naaste hebben verloren in een zorginstelling door een niet-natuurlijke dood? Loopt u tegen muren op om onderzoek gedaan te krijgen?

Een aantal lezers wil graag een lotgenotencontact oprichten om samen op te treden tegen misstanden in de Geestelijke Gezondheid Zorg.

Heeft u bijvoorbeeld twijfels bij de verzorging van een familielid met Alzheimer? Werd uw naaste gepest, ondervoed of met fysiek geweld benaderd?

De redactie brengt u graag in contact met initiatiefnemers voor lotgenotencontact in de GGZ. Uw e-mail zullen we doorzenden. Na toestemming verstrekken we telefoonnummers. We brengen u ook graag in contact met andere lotgenoten die zich al tot ons gewend hebben met een verzoek om contact.

Mailt u naar justitieslachtoffers@gmail.com onder vermelding van:

Lotgenotencontact Geestelijke Gezondheidszorg

Peter R. de Vries valt Justitieslachtoffers.nl bij in Weigerachtigheid van Politie om Aangifte op te nemen

2015/05/09 in Uncategorized

– Een verslaggever –

Enkele dagen na het verschijnen van het artikel over de manipulatie van cijfers door de politie viel Peter R. de Vries de essentie van het artikel volledig bij. Veel mensen die dagelijks ook op een positieve manier met het werk van de politie te maken hebben, zijn geneigd om het veel voor de politie op te nemen. Ook de redacteuren en verslaggevers bij deze website zien dat bij zich zelf. Als juist deze mensen een kritisch geluid laten horen, zou dat te denken moeten geven. Ook Peter was even heel kritisch en schamper over de politie.

Peter R. de Vries is vaak zo positief mogelijk over de politie. Hij is altijd tegelijkertijd ook heel erg afhankelijk van informatie van de politie. Het artikel op deze website haalde dat ook heel nadrukkelijk naar voren. Journalisten temperen hun toon als ze over hun belangrijkste bronnen spreken. Dat is helaas altijd al zo geweest. Ook verslaggevers die aan deze site zijn verbonden, zullen af en toe in deze valkuil kunnen stappen. Al zouden we ons ook zelf anders willen doen geloven. Ook journalisten zijn echt niet altijd 100% onafhankelijk.

In het algemeen is het juist een rinkelende alarmbel als iemand zijn handelen probeert te verantwoorden met de woorden: ik ben/ wij zijn onafhankelijk. In de meeste gevallen moet dat dan gezegd worden meent men, omdat er zo vaak discussies over de belangenconflicten blijken te onstaan.

Peter R. de Vries bracht naar voren in een tv-programma dat hij de houding van de politie om een aangifte op te nemen vaak ver onder de maat vond. Hij kwam ook met het al eerder genoemde argument van: de politie wil geen aangifte opnemen omdat zij vinden dat iets civielrechtelijk is. Peter haalde een voorbeeld aan dat de politie ergens in Brabant meldde dat iets daar “niet strafbaar” was. Dat terwijl het feit in diverse andere plaatsen in Nederland wel als strafbaar werd beschouwd.

 

Skip to toolbar