Rechter mr Rijkers (of mr Rijken ???) om Bedrog en Misdragingen gewraakt als Rechter. Vrijdag 16 oktober 2015, Hof Arnhem.

2015/10/19 in Uncategorized

– rechtbankverslaggever Arnhem –     (art. 3027)

Vrijdag 16 oktober 2015 was de zitting in het gerechtshof Arnhem om 16u.10. Een aantal belangstellenden had de moeite genomen om de zitting als publiek bij te wonen. Tot het moment dat de “verdachte” de rechtszaal in ging stond als voorzitter voor de kamer van het gerechtshof Arnhem mr. Abbink als voorzitter voor de zaak gepland. De verdachte, een nogal grote brede man, had natuurlijk veel weg van een crimineel zoals een krachtdadige politieman en rechter zich die zou wensen. Hij mocht als vrij burger het hoger beroep aanhangig maken en zelfs … vrij de zittingzaal in wandelen. Detail: hij was door de politierechter alleen voorwaardelijk veroordeeld voor “wederspannigheid” bij een politieaanhouding. Maar ook dat was voor de “verdachte” ondraaglijk.

Achter de tafel bleek echter stilletjes een andere rechter (raadsheer) te hebben plaatsgenomen. Hij gaf zich dus voor Abbink uit! Hij opende de zitting om 16u.20. Hij had grote haast, want hij had nog 10 minuten in te halen, want de zitting stond op de rol voor 16u.10.

Pleitaantekeningen mocht de verdachte niet aan de magistraten uitreiken. Hij kreeg niet de tijd om even de spullen uit zijn tas te pakken. Ook de mensen op de rij voor het publiek hadden zich nog niet echt kunnen installeren. De rechter opende de zitting meteen.

Na vraag van de verdediging van de verdachte gaf de rechter toe niet Abbink te zijn. Het toeval wil dat er nu juist in Arnhem bij het hof deze beide namen voorkomen, zo bleek uit later onderzoek. De verdeding stelde de vraag of de rechter dan wel in staat was geweest om het gehele strafdossier voldoende door te nemen? Kan dat in minder dan 5 minuten? Of klopt ook op dit punt de administratie van de rechtbank (hof) niet? Als de verdediging niet toevallig rechter Abbink van gezicht dacht te kennen, dan was de vraag helemaal niet opgekomen.

De voorzitter, was pas bereid om na aandringen en herhalen zijn naam te geven. Hij noemde zijn naam: waarschijnlijk Rijkers of Rijken. De verdediging mocht dit niet verifieren. De naam van de andere rechters en de officier van justitie (advocaat-generaal) wilde hij niet geven. “Als zij hun naam willen geven, moeten zij dat zelf maar doen. “, was op te tekenen uit de mond van de onbekend blijvende voorzitter. Hij ging niet in op het verzoek om de andere rechters dan in de gelegenheid te stellen hun naam te geven.

De verdediging van de verdachte werd de mond gesnoerd. De advocaat-generaal kreeg gelegenheid om het ten laste gelegde toe te lichten. Dat bleek echter alleen het oplezen van de Tenlastelegging (eerste aanleg bij de politierechter) te zijn.

De vooringenomenheid en het gebrek aan voorbereiding bleek uit een pijnlijk bewijs ter zitting. De voorzittend raadsheer sprak uit dat “de verdachte” een forse veroordeling had gekregen en … las (?!) er even overheen dat de veroordeling voorwaardelijk was, en dat de verdachte nu juist zelfs tegen de voorwaardelijke veroordeling in beroep gekomen was.
De rechter sprak een veronderstelling uit dat hij een fors gestrafte crimineel voor zich had. Zijn hele houding was: “Ik zal die verdachte wel eens even. En dat zal ik binnen een korte zitting-tijd doen ook.”

Rechter Rijkers (?!)  leek de standaard truc toe te passen bij “niet voorbereid hebben van een zitting”. Hij vroeg de verdachte zijn verhaal maar te doen. De verdachte kan dan onmogelijk zijn hele strafdossier oplezen. De “verdachte” had bovendien (om zittingstijd te sparen!) juist pleitaantekeningen opgesteld die hij de rechters voor aanvang van de zitting had proberen aan te bieden. De rechter weigerde opnieuw de pleitaantekeningen (pleitnota) aan te nemen. Ook hier deed de voorzitter dat wel tevens uit naam van zijn bijzitters. Toen was de maat vol en werd de onverantwoord haastige en onredelijke raadsheer gewraakt.

De gewraakte rechter weerhield na zijn wraking de griffier er bovendien van om de aanwezige getuigen in het pv van terechtzitting op te nemen. Ook werd nagelaten om de verdediging voor het pv, zoals opgemaakt tot dan toe, voor gezien te laten tekenen.

Een regelmatig waargenomen aanpak van een niet-voorbereide rechter is dan om vaak de verdediging te onderbreken dat er niet voldoende tijd is en dat precies verteld wordt, waar de rechter niet in geinteresseerd is. Dat heet “in de hoek zetten van een verdachte”. Bij een dwaling van een rechter in zijn eindoordeel wordt gesteld: de verdachte of zijn verdediging had het dan maar beter en vollediger ter zitting aan de orde moeten stellen. Er is dan ter zitting onvoldoende van gebleken … en onvoldoende bewezen … of onvoldoende weersproken. In het civiel recht is dat nog veel vaker gehoord. In het strafrecht komt het daar nu blijkbaar ook steeds vaker op neer.

De verdediging had geen behoefte om deze truc te ondergaan. Er zat helaas niets anders op dan wraking. Reiskosten voor niets gemaakt. Parkeerkosten van 6,50 voor niets. Bij Justitie en Veiligheid draait het blijkbaar heel vaak om verdeel en heers en intimideren. De verdachte had om nog een andere duidelijke reden helemaal geen belang bij het moeten wraken: hij had getuigen bereid weten te vinden om eigener beweging toch naar het hof te komen. Het is de vraag of deze getuigen zonder formele “uitnodiging” van het OM een volgende keer weer opnieuw kunnen komen of … willen komen.

Iedereen is meer met zichzelf en het voortbestaan van de eigen organisatie bezig, dan met recht doen.

Hoe onpartijdig en onbevooroordeeld is een rechter die zich voor een ander uitgeeft en die weigert om kennis te nemen van het strafdossier? Mag een rechter een pleitnota weigeren? Mag een rechter van alle andere rechters, de griffier en de aanklager de identiteit geheim houden? Hoe kan je dan bepalen als verdachte dat je een eerlijk proces mag verwachten en dat er geen belangenconflicten hoeven te bestaan rond de nevenbetrekkingen van de betreffende rechters. De rechtbankpresident van Zutphen heeft al eens direct na opening van een zitting geschorst, omdat een bijzitter zich door een collega had moeten laten vervangen. De president stelde dat de “verzoeker” in de gelegenheid moest worden gesteld om tijdens de zitting te bepalen of “enig bezwaar van partijdigheid” bij deze rechter kon bestaan. Op z’n minst zou in het gerecht het nevenfunctieregister geraadpleegd moeten kunnen worden. Een verzoeker of verdachte, hoeft daar natuurlijk geen gebruik van te maken.

Ook tijdens de zitting is het legitiem dat een “rechtzoekende” nog vraagt om schorsing voor onderzoek naar een rechter. Het kan ook zijn dat de rechtzoekende een chiquere escape aan een rechter wil aanbieden. Er kan een rechter in overweging worden gegeven om zich te verschonen.

Vanaf het begin door een voorzittend rechter overal de mond gesnoerd krijgen geeft niet bepaald een gevoel van onpartijdigheid en onbevooroordeeldheid bij de rechtzoekende.

Voor wetenschappers en geleerden (zoals rechters en verdediging) is het heel onbehoorlijk om geen vragen aan elkaar te mogen stellen en aan elkaar te beantwoorden? Het is heel onbehoorlijk om de rechtzoekende wel om zijn identiteit te vragen, maar die zelf niet te willen geven. Voor een rechter is dat bovendien onrechtmatig. Als de verdediging niet in de gelegenheid gesteld wordt om overeenkomst van rechtsopvatting met de rechters te mogen vaststellen, zou alles plotseling geheim worden. Het uiteindelijk concluderen over schuld/ onschuld is ten slotte een geheim van de raadkamer. Ook dat wordt niet met de verdachte of zijn verdediging gedeeld.

Volledig geheime en anonieme procesvoering kan nooit een garantie van onpartijdig- en onbevooroordeeldheid dragen.

Het is afwachten hoe de wrakingskamer over dit onbeschaafde en onrechtmatige gedrag van rechter (raadsheer) mr J.W. Rijkers zal oordelen. Of was het toch mr G.J. Rijken?

0 responses to Rechter mr Rijkers (of mr Rijken ???) om Bedrog en Misdragingen gewraakt als Rechter. Vrijdag 16 oktober 2015, Hof Arnhem.

Leave a reply

You must be logged in to post a comment.

Skip to toolbar