You are browsing the archive for 2017 November.

Informatieverstrekking OM in procedure dwangopname psychiatrisch ziekenhuis niet in overeenstemming met regelgeving bescherming persoonsgegevens. Nieuw rapport procureur-generaal (PG) bij de Hoge Raad: “Gedeelde informatie”

2017/11/06 in Uncategorized

shortlink: http://www.slachtoffersjustitie.nl/wordpress/?p=3254

Nieuw rapport PG bij de Hoge Raad: “Gedeelde informatie”

Informatieverstrekking OM in procedure dwangopname psychiatrisch ziekenhuis niet in overeenstemming met regelgeving bescherming persoonsgegevens

Den Haag, 06 november 2017

Het Openbaar Ministerie (OM) heeft bij het verstrekken van strafrechtelijke gegevens aan de rechter bij een dwangopname in een psychiatrisch ziekenhuis de regelgeving op het gebied van de bescherming van persoonsgegevens niet naar behoren nageleefd. Het OM heeft daarbij wel beoogd zwaarwegende belangen te dienen. Dat staat in het onderzoeksrapport ‘Gedeelde informatie (pdf, 602,4 KB)’ van de procureur-generaal bij de Hoge Raad.

De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft op grond van art. 122 Wet RO een toezichthoudende bevoegdheid met betrekking tot het OM. Hij kan, zo bepaalt dat artikel, de minister in kennis stellen van het feit dat het OM naar zijn oordeel de wettelijke voorschriften niet naar behoren handhaaft of uitvoert. In dit kader verschenen meerdere rapporten. ‘Gedeelde informatie’ is het vierde rapport over het functioneren van het OM en is vandaag aan de minister aangeboden.
De aanleiding voor het rapport voert terug naar de strafzaak tegen Bart van U., die inmiddels onherroepelijk is veroordeeld voor de levensberoving van voormalig minister Els Borst en zijn zus Loïs. Bart van U. had psychische problemen en het gevaar dat daarmee gepaard ging was kennelijk door de betrokken instanties niet goed onder ogen gezien. De Commissie Hoekstra heeft hiernaar een onderzoek ingesteld. Een van de aanbevelingen van de Commissie Hoekstra was dat het OM de rechter, die moet oordelen over een dwangopname in een psychiatrisch ziekenhuis, voorziet van relevante strafrechtelijke informatie.
Sinds 2016 is het OM begonnen met het structureel toevoegen van strafrechtelijke gegevens bij verzoeken tot een dwangopname in een psychiatrisch ziekenhuis. Het gaat daarbij om strafvorderlijke gegevens, politiegegevens, gegevens die worden uitgewisseld in Veiligheidshuizen en gegevens uit de sociale omgeving van de betrokkene. Doel hiervan is dat de rechter zich met behulp van deze informatie een beter en completer beeld kan vormen van het gevaar dat van de betrokken persoon voor de samenleving uitgaat en dus beter kan beoordelen of een dwangopname in een psychiatrisch ziekenhuis noodzakelijk is.
De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft gekeken of er vanuit het oogpunt van bescherming van persoonsgegevens een wettelijke grondslag bestaat voor het toevoegen van voormelde gegevens aan dossiers in het kader van een dwangopname. Het gaat namelijk om het gebruik van bijzonder privacygevoelige informatie die voornamelijk is verzameld voor een strafrechtelijk doel, zonder dat de betrokkenen, waaronder bijvoorbeeld familie van de op te nemen persoon, daarvoor toestemming heeft gegeven. De procureur-generaal heeft van alle soorten gegevens onderzocht of voor de verstrekking ervan een wettelijke grondslag aanwezig is.
Volgens de procureur-generaal staat het belang en de noodzaak voor verstrekking van de gegevens aan de rechter die beslist over een dwangopname buiten kijf. Het OM heeft met grote inzet en voortvarendheid gewerkt aan een (uniforme) werkwijze voor de verstrekking van strafrechtelijke gegevens in de procedure voor gedwongen opname in een psychiatrisch ziekenhuis. Daarbij is ook aandacht geweest voor de bescherming van de privacy van betrokkenen. Zo worden bijvoorbeeld politiegegevens zoveel mogelijk geanonimiseerd. Dit laat echter onverlet dat de gegevensverstrekking rechtmatig moet zijn. De Grondwet vereist daarvoor een wettelijke regeling.
De belangrijkste conclusie uit het onderzoek is, dat het OM bij het verstrekken van een deel van de gegevens de regelgeving op het gebied van de bescherming van persoonsgegevens niet naar behoren heeft nageleefd. Het OM is begonnen met het voegen van de strafrechtelijke gegevens zonder voldoende duidelijk vast te stellen of daarvoor op grond van de wet een bevoegdheid was en welke voorwaarden daarbij in acht dienden te worden genomen. Dit beoordeelt de procureur-generaal als onzorgvuldig. Daarnaast ontbreekt voor een aantal soorten gegevens, namelijk de verstrekte informatie vanuit de Veiligheidshuizen en politiegegevens, een wettelijke grondslag of zijn de voorwaarden die de wet stelt, niet nageleefd.
Het doel van de regelgeving op het gebied van de bescherming persoonsgegevens, waar ook het OM aan gebonden is, dreigt door dit handelen van het OM te worden ondergraven, zo stelt de procureur-generaal. Van het OM mag worden verwacht dat het zorgvuldig onderzoek doet naar de wettelijke grondslag van gegevensverstrekking en vervolgens daarnaar handelt. Hierin is het OM tekortgeschoten. Dat met het verstrekken van de gegevens een zwaarwegend belang werd gediend, is voor deze handelwijze geen rechtvaardiging.
De procureur-generaal tekent wel aan dat de huidige wetgeving niet goed is toegesneden op de vervulling van de taken van het OM op het gebied van de gedwongen opnamen in psychiatrische ziekenhuizen. Eén van de aanbevelingen die de procureur-generaal doet is, vooruitlopend op de inwerkingtreding van nieuwe wetgeving op dit vlak, een (tijdelijke) regeling te treffen waarin de grondslag voor de verstrekking van strafrechtelijke gegevens in het kader van een dwangopname wordt vastgelegd. Daarbij kan aansluiting worden gezocht bij de onderzoeksresultaten in ‘Gedeelde informatie’.
Het is nu aan de minister te bepalen of het onderzoeksrapport aanleiding geeft om stappen te ondernemen en aan te geven welke stappen dat zouden moeten zijn. In het rapport worden suggesties gedaan om door het uitvaardigen van nadere regelgeving tegemoet te komen aan de op dit moment bestaande lacunes.

Het bovenstaande artikel is integraal overgenomen van rechtspraak.nl.

Het OM gaat zorgelijk om met het toevoegen van vertrouwelijke gegevens aan een strafdossier.

De Raad voor de Kinderbescherming maakt het waarschijnlijk nog veel bonter. Iedereen begrijpt dat de rechter hierop toe zou moeten zien. In de praktijk blijkt de rechter echter op 1 kussen te slapen met de Raad voor de Kinderbescherming. De rechter laat toetsen van de documenten volledig achterwege.

De praktijk blijkt nu: veel wordt collegiaal als “bewijs” of “deskundigen-standpunt” door (civiele) keten- collega’s voor de rechter geconstrueerd. Politiefunctionarissen verklaren bijvoorbeeld doodleuk dat een ouder zou hebben geroepen dat hij zelfmoord zou willen plegen. Een gezinsvoogd mag in een samenvatting de conclusie van een psychologisch rapport van een psycholoog 180 graden omkeren. Een psycholoog verklaart in een rapport van drie A4’tjes dat iemand voor zo ver hij heeft kunnen onderzoeken, gezond is. In de samenvatting van een half A4 verklaart een gezinsvoogd dat er zorg is over de psychische gezondheid van de ouder.

Procureur Generaal Rinus Otte wil doofpot-overtuiging bij publiek wegnemen. Vervolgen van euthanasiearts moet “opener”.

2017/11/02 in Uncategorized

Nijmegen     (art. 3241)

Op 31 oktober 2017 verscheen een bericht in de Stentor van de hand van Edwin van der Aa. Een vergelijkbaar bericht verscheen in de Telegraaf.  Rinus Otte (procureur generaal en voormalig raadsheer in Arnhem en Amsterdam) werd als bron binnen het OM aangehaald.
Het Openbaar Ministerie gaat voortaan zelf bij euthanasiezaken openbaar maken, waarom al dan niet is overgegaan tot vervolging van een arts. Het gaat om zaken waarin de medicus onzorgvuldig zou hebben gehandeld. Aldus de journalist, Van der Aa.

Ook zal de beoordeling, in overleg met een toetsingscommissie en de zorginspectie, en eventuele strafrechterlijke vervolging sneller plaatsvinden. Zo halen we Edwin van der Aa opnieuw aan. Na puzzelen begrijpen we dit als:
De beoordeling door het OM en eventuele strafrechterlijke vervolging zal sneller plaatsvinden. Er zal overleg zijn met een toetsingscommissie en met de zorginspectie.

Volgens het OM is het belangrijk om vooral bij complexe zaken “meer dan voorheen” inzicht te geven in de exacte beoordeling van “verdachte” euthanasiegevallen.

Het beeld in de maatschappij moet veranderen dat Justitie nooit handhavend optreedt bij euthanasiezaken waarin artsen onzorgvuldig zouden hebben gehandeld. “Dit beeld is wellicht begrijpelijk, maar niet terecht”, stelde het OM gisteren in de Tweede Kamer, bij monde van Rinus Otte.

Hij bevestigde dat het Openbaar Ministerie de laatste jaren minder zichtbaar is geweest. “Maar we zullen ons meer en zichtbaarder focussen op de rechtsbescherming van mensen met een wens tot euthanasie.”

Het OM durft te concluderen dat artsen in het algemeen zeer zorgvuldig handelen bij verzoeken. Van de 6091 gemelde gevallen in 2016 voldeden er maan tien niet aan (één of meer) wettelijke zorgvuldigheidseisen. Volgens het OM zijn er hooguit fouten gemaakt bij de medische uitvoering, niet bij de beoordeling van een wens tot levensbeëindiging.

Uit de dossiers in het bezit van de redactie blijkt iets volledig anders. In de uitvoering kan een euthanasiearts voor veel meer problemen zorgen dan medische. Ook als de wens tot euthanasie volledig correct is vastgesteld en een legitieme basis geeft aan de euthanasie. Het zijn vaak problemen die nabestaanden en nalatenschappen enorm kunnen beschadigen. Artsen maken in de bekende dossiers misbruik van hun gezag en van de intieme sfeer van afscheid nemen. Nabestaanden willen een sfeer van rust en zullen niet snel zaken aan een grote klok willen hangen. Nabestaanden zijn niet snel bereid om te klagen.

Skip to toolbar