Veroordeelde Rechter Thomas van der Ven Niet Meer Actief in Bestuur Stichting Heilig Landstichting (HLS)

Uit onder andere gegevens van de Kamer van Koophandel bleek dat mr Thomas van der Ven niet langer voorzitter is. Hij heeft geen bestuursfunctie meer in een aan de katholieke kerk gelieerde stichting om een begraafplaats te beheren in Heilig Landstichting. Vorig jaar liep de statutaire zittingsperiode als voorzitter af. Van der Ven was voorzitter van een stichting die moet toezien op exploitatie en behoud van een begraafplaats en rijksmonumenten.

Naast beheer van een begraafplaats moet er beheer plaatsvinden van Museum Orientalis en de Cenakelkerk. Het gaat om gebouwen en andere kunstwerken die tot stand kwamen door metname werk van Piet Gerrits, architect en kunstenaar. Hiervoor functioneren een aantal stichtingen.

Het is niet bekend of de heer Van der Ven nu nog ergens in een bestuursfunctie actief is.

Het is opvallend dat tot op heden niemand in staat is gesteld om te onderzoeken in hoeverre het ministerie van Justitie werkelijk sancties tegen oud-rechter Van der Ven heeft uitgeoefend. Er is niets bekend over een uitvoering van een opgelegde straf.

Het Ministerie van Justitie blijkt wederom vooraan te staan in het hanteren van doofpot-constructies en intimidatie van journalisten.

Henk Krol en medewerkers van het blad Panorama weten al te goed wat er gebeurt met lastige journalisten die zaken “beweren over hoge justitie-medewerkers”.

Als we het maatschappelijk belang centraal stellen, is de behandeling van burgers met juridische intimidatie zo mogelijk nog ernstiger dan eventueel vast te stellen onzedelijk gedrag van bijvoorbeeld de heer Demmink. Dat misdrijf wordt ook door een groot aantal andere ambtenaren gepleegd. Het is zo algemeen aanwezig dat velen dat gewoon zijn gaan vinden.

Een creatieve officier van justitie kan waarschijnlijk beter proberen te komen tot vervolging op grond van bedreiging met geweld en geestelijke en materiele ondergang. Op grond daarvan zou er ook enige kans moeten zijn om te komen tot vervolging van de Raad van Bestuur van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). Er is vrij goed een oorzakelijk verband vast te stellen tussen de handelwijze van de NZa in de richting van klokkenluider Gotlieb en de voor hem als onvermijdelijk gekozen zelfdoding.

Ten onrechte vervolgt het OM nauwelijks voor intimidatie, laster, smaad en valse beschuldiging. Wat doet het OM met de persoon die met zijn valse beschuldiging Jusitie op Bonaire in dwaling bracht. Deze Speelonk-zaak kostte de Nederlandse burger alleen al aan schadevergoedingen ongeveer anderhalve miljoen Euro. Het OM blijkt dit hoogstwaarschijnlijk niet te vervolgen, omdat zij het zelf is die mensen onder druk zet om vals te gaan beschuldigen! Zeer vaak zet zij zelfs mensen onder druk om zichzelf vals te beschuldigen! Enige creatieve verdraaiing van verklaringen doet dan vervolgens de rest. De Puttense moordzaak en de Schiedammerparkmoord-zaak zijn hier duidelijke voorbeelden van.

Wat uit het bovenstaande in ieder geval heel duidelijk blijkt: justitie is beslist niet in staat om zichzelf te controleren. Dat zullen burgers zelf moeten gaan oppakken, net zoals zij een verantwoordelijkheid moeten invullen om volksvertegenwoordigers te kiezen en te controleren. Een goede rechter verdient een goede controle. Er moet een einde komen aan de situatie dat het ministerie van Justitie op allerlei plaatsen als slager zijn eigen vlees mag keuren. Op dit moment blijkt de rechter vaak slager, slachter en beul tegelijk. In feite zijn de heksenprocessen van enkele eeuwen terug nog steeds gaande. De burgers willen heksen om de schuld te geven, de rechter zorgt daar dus voor. De burger wil (onder druk van onder andere de PVV) strengere straffen, de rechter zorgt daar dus voor.

Wie onderzoekt en vaststeld hoe vaak Justitie zichzelf bedient van intimidatie, laster, smaad en valse beschuldiging gaat misschien toch een beetje begrijpen waarom. Justitie-medewerkers blijken zelf bovenmatig vaak dader van dit misdrijf. Natuurlijk dan is het aanmoedigen van vervolging van dit misdrijf niet erg dienstig.

Wie twijfelt er nog aan dat valse beschuldiging en valsheid in geschrifte in veel gevallen gelijk staat met zware mishandeling, doodslag of zelfs moord met lange arm. In de waarneming voor omstaande burgers is iemand die een ander vermoord met een mes een veel groter beest dan iemand die een ander vermoord met een geweer op grote afstand. Als iemand op duizenden kilometers afstand een inwoner van Pakistan ombrengt met een drone, dan besteedt helemaal niemand in het westen daar aandacht aan. Of de vermoorde Pakistaan ooit een (eerlijk) proces heeft gehad, vragen we ons al helemaal niet af. (Een drone is een radiografisch op afstand bestuurd vliegtuigje dat dodelijke projectielen kan afvuren.)

Niet in het strafrecht, maar juist in het civiele recht blijken veel rechters volstrekt onverschillige beulen. Thomas van der Ven was notabene kinderrechter. In het civiele recht deinzen rechters er niet voor terug om kinderen te veroordelen tot opname in jeugdzorginrichtingen en verbreking van contact met ouders. Op grond waarvan? Op grond van ongecontroleerde frauduleuze, vals beschuldigende deskundigen-verklaringen. Van wie als deskundigen? Op grond van verklaring van deskundigen die zelf belanghebbend zijn om de “behandeling” te mogen uitvoeren tegen torenhore vergoedingen. De rechtspleging en de jeugd- en gezondheidszorg zijn miljarden-bedrijven. Klokkenluiders die daar wat aan willen doen blijken te moeten rekenen met zware mishandeling op allerlei manieren. Diverse klokkenluiders betalen met hun gezondheid … en niet zelden … uiteindelijk met hun leven.

Juridische intimidatie door de top van een ministerie is een vorm van overheidsterreur. Ook het ministerie van VWS blijkt rond de NZa niet terug te deinzen voor intimidatie en wegpesten van klokkenluiders.

Leve de doofpot!

Oudernetwerk Jeugdzorg Gelderland. Wat zijn uw ervaringen met BJZ en lotgenoten-groepen?

Voor een aantal weken terug bezocht ik in Nijmegen een bijeenkomst van Oudernetwerk Jeugdzorg Gelderland. De bijeenkomst vond plaats in Nijmegen (Dukenburg). Zorgbelang Gelderland ondersteunt Oudernetwerk Gelderland al een aantal jaren.

Veel aanwezigen waren wat teleurgesteld dat ze niet echt hun eigen verhaal over ervaringen met BJZ kwijt konden. Het thema was namelijk ouders op afstand. Dat wekte de indruk dat mensen ook hun eigen ervaring mochten delen. Er was ruim voldoende tijd, maar personen die vroegen om even zich voor te mogen stellen en hun werkzaamheden toe te lichten kregen bot nul op hun rekest.

Op de bijeenkomst kon ik wel met enige moeite wat propaganda maken voor het forum van het Vaderkenniscentrum (Peter Tromp), voor KOG en voor de publicaties van Truus Barendse in het bijzonder.

Als lotgenoten van merkwaardige handelwijzes in (onder andere) het familierecht hopen we van jullie te horen.

In de afgelopen weken kon ik iets bijzonders vaststellen. Slachtoffers van medische missers (en hun familie) en ouders van personen in de verstandelijkgehandicatenzorg
lopen tegen vrijwel dezelfde zaken aan als gecriminaliseerde vaders en hun familie. Het zal duidelijk zijn dat het doel van de criminalisering van vaders vaak is om hun zorg-aandeel te kunnen gaan marginaliseren. Het valt op dat ook regelmatig moeders gediskwalificeerd en zelfs gecriminaliseerd worden. Justitie koestert allerlei instrumenten om te kunnen voorkomen dat er waarheidsvinding zou moeten plaatsvinden. Wellicht is het hoog tijd dat dat eens aangepakt gaat worden.

Graag hoor ik van anderen hun ervaringen met Oudernetwerk Gelderland.
Hoe slagen anderen er in om in groepsgebeurtenissen een evenwicht te bewaren tussen emoties en algemene nuchtere feiten?

Lotgenoten-initiatief
justitieslachoffers.nl
justitieslachtoffers@gmail.com

Openbaarheid van uitspraken. Rechtbankverslaggever Nieuwsblad van het Noorden, Rob Zijlstra.

Over de openbaarheid van beschikkingen (uitspraken) wil ik u het onderstaande bericht van mijn collega Rob Zijlstra in Noord Nederland niet onthouden.

http://robzijlstra.wordpress.com/

Mocht de link voortijdig komen te “overlijden” dan bied ik u hier de integrale tekst aan.
Het verscheen zojuist op de Weblog van Rob Zijlstra.

28 februari 2013
Tussenvonnis

Een klein jaar geleden – in mei 2012 – concludeerde ik dat de rechtbank in Groningen de slechtst presterende rechtbank was als het gaat om het publiceren van vonnissen van de meervoudige strafkamer.
De rechtbank had tussen 1 januari en 15 mei 2012 in totaal 131 strafzaken behandeld en daarin uitspraak gedaan.
Daarvan werden 8 vonnissen gepubliceerd op de eigen site Rechtspraak.nl
De kleinere rechtbank Assen had toen al 51 vonnissen gepubliceerd.

Mijn eindconclusie was dat de vonnissen van de rechtbank Groningen zo goed als ongelezen in de archieven verdwijnen.
Het publiek kan er dan geen kennis van nemen.

Rechters spreken alleen door hun vonnis, heet het.
In Groningen spreken rechters allen door hun vonnis dat er eigenlijk niet is.
Je zou bijna zeggen dat de rechters dan net zo goed kunnen zwijgen.

Op de rechtbank in Groningen vonden ze mijn bevindingen getuige reacties niet leuk.
In Assen wel.
Groningen beloofde wel beterschap.
Niemand wil de slechtste zijn.
Komt bij dat binnen de rechtspraak de afgelopen jaren erg veel geld is uitgegeven om vonnissen in strafzaken beter toegankelijk – beter leesbaar – te maken opdat het publiek kan zien (lezen) hoe rechters tot hun oordeel komen.
Dit moet het vertrouwen in de rechtspraak bevorderen.

Uit nieuwsgierigheid heb ik vandaag gekeken wat de huidige stand van zaken is.

Het tussenvonnis: slechter kan het bijna niet.
Van de 46 behandelde en afgeronde strafzaken tussen 1 januari en 28 februari 2013 voor de meervoudige strafkamer in Groningen is welgeteld één vonnis gepubliceerd.
De rechtbank in Groningen handelt hiermee in strijd met de eigen regels en de landelijke richtlijnen.

Maar wie kan dat nou schelen?

Rob Zijlstra

Archief: de zaak Lancee.

In Trouw verscheen in 1998 het onderstaande artikel.
Voor wetenschappelijke studie is het integraal opgenomen.

Sorgdrager vindt Lancée een soort verkeersslachtoffer
JOOP BOUMA − 28/03/98, 00:00

AMSTERDAM – René Lancée, de ex-politiechef van Schiermonnikoog, kan 40 000 gulden smartengeld krijgen voor zijn onterechte arrestatie en moet verder niet zeuren. Slachtoffers van verkeersongevallen zijn doorgaans slechter af. Vindt minister Sorgdrager (D66, justitie).

Maar Lancée is niet onder een auto gekomen. Hij is gemangeld in een overspannen justitie-apparaat, dat fout op fout stapelde en de oorzaak is dat een 47-jarige nooit meer zijn politie-uniform aan wil trekken.

Als de landsadvocaat die namens Justitie onderhandelt met Lancée, wat had gebladerd in de ‘Smartengeld-gids’ van de ANWB, waarin per letselcategorie de vonnissen van de afgelopen tien jaar zijn samengebracht, dan was hij misschien op heel andere bedragen gekomen.

Drie voorbeelden. Eerste geval: Directeur wordt na onenigheid met de mede-directeuren geschorst. De man had zijn hele actieve leven aan het bedrijf en de branche gewijd. De ruzies, waaraan ook de anderen schuld hadden, werden onder het personeel zó gedraaid, dat de geschorste directeur de zwarte piet kreeg. De directeur stapt naar de rechter. Op 27 juli 1988 doet de Amsterdamse rechtbank uitspraak. De rechters kennen hem een smartengeld toe van 90 000 gulden. Rekening houdend met een inflatiecorrectie zou dat nu neerkomen op zo’n 110 000 gulden.

Tweede geval: Adjunct-directeur is promotie tot algemeen directeur beloofd. Maar een organisatiebureau adviseert een functionaris van buiten aan te trekken. De gepasseerde onderdirecteur spant een kort geding aan. De arbeidsverhoudingen raken volledig verstoord. Door de opstelling van de ondernemingsleiding, maanden lang, raakt de man in een isolement. De kantonrechter in Arnhem wijst hem op 8 februari 1991 een smartengeld toe van 75 000 gulden (dat zou nu zo’n 85 000 gulden zijn).

Derde geval: Wethouder van Bergen op Zoom wordt er door het weekblad Nieuwe Revu en Veronica van beschuldigd dat hij zich als ambtsdrager laat omkopen. Een opname met een verborgen camera zou aantonen dat hij zich liet fêteren door een Amerikaans bedrijf dat zou overwegen een fabriek te bouwen in zijn gemeente. Het was een valstrik, opgezet door die media. De wethouder stapte naar de rechter. Het hof in Amsterdam oordeelde op 13 september 1990 dat de man een smartengeld toekwam van 125 000 gulden (hij eiste twee ton). De vergoeding zou nu zo’n 150

Vierde geval: Politie-officier met lange staat van dienst bij rijks- en gemeentepolitie, chef van een politiepost op een Waddeneiland, wordt verdacht van incest. Hij wordt op basis van een dubieuze aangifte, in de nacht door een arrestatieteam van collega’s van de vaste wal, rauwelijks van zijn bed gelicht en 13 dagen opgesloten. Door de opstelling van de ondernemingsleiding (lees: openbaar ministerie), maanden lang, raakt de man in een isolement. Hij eist, naast doorbetaling van zijn salaris, een smartengeld van 100 000 gulden. De minister van justitie, geadviseerd door het college van procureurs-generaal, biedt hem naast een ruime vergoeding van 13 000 gulden voor de 13 dagen voorlopige hechtenis, een smartengeld aan van 40 000 gulden. De landsadvocaat deelt mee dat de politieman wel op zijn werk kan terugkeren.

Vraag: wie zou zich het meest gepakt voelen, de directeur, de adjunct-directeur, de wethouder of de politiechef? Antwoord: hoofdinspecteur van politie, René Lancée.

Bits en pissig

Maar minister Sorgdrager denkt daar anders over. Donderdagavond reageerde ze buitengewoon bits op een pissige brief die voorzitter H. van Duijn van de Nederlandse Politiebond haar stuurde, nadat deze in een uitgelekte brief van de landsadvocaat had gelezen dat Justitie een smartengeld van 40 000 gulden een mooi bedrag vindt voor de gewezen politiechef. Van Duijn ritste in zijn brief een hele reeks kwalificaties aaneen. Hij noemde het aanbod ‘stuitend, schokkend, ongelofelijk, onbestaanbaar, onbegrijpelijk en beschamend.’ De bewindsvrouwe had zich bovendien, aldus Van Duijn, ‘belabberd’ verantwoord in de Kamer.

Sorgdrager op haar beurt hekelde in een ‘open brief’ de ‘tendentieuze, grievende en onjuiste bewoordingen’ waarin de NPB-voorzitter zich had uitgelaten. “U overschrijdt de grenzen van het betamelijke.” Ze stoorde zich vooral aan passages waarin Van Duijn het openbaar ministerie in de zaak-Lancée ‘criminele trekjes’ en ‘machtsmisbruik’ aanwrijft.

Sorgdrager vindt dat Lancée geen reden heeft om te klagen over het geld. Ze wijst er in haar open brief op dat de rechter terughoudend is in het toekennen van hoge smartengelden. Het bedrag dat zij Lancée wil geven ligt op het niveau van smartengelduitkeringen voor slachtoffers van ernstige verkeersongevallen, die daaraan een zware handicap met grof ontsierende littekens hebben overgehouden. Maar bij Lancée zitten de littekens niet aan de buitenkant, hoewel ze waarschijnlijk wel pijnlijk en diep zijn.

Nog een passage uit de brief van de landsadvocaat aan Lancée’s advocaat wekt verbazing. De landsadvocaat stelt dat de verstoring van de relatie werkgever-werknemer, waarop Lancée zijn langdurige en onherstelbare arbeidsongeschiktheid voor het politiewerk baseert, niet kan worden toegeschreven aan de nasleep van de valse incest-aangifte. Er wás al sprake van problemen in de arbeidsverhouding, stelt de advocaat van de staat. Daar komt bij dat volgens hem bij de regiopolitie Friesland geen bezwaar zou bestaan tegen terugkeer van Lancée.

Lancée spreekt tegen dat er vóór zijn arrestatie sprake was van een arbeidsconflict. “Dat was toen juist opgelost. Ik zou op 1 mei 1996 in Leeuwarden beginnen als stafofficier informatiebeveiliging. Maar op die datum zat ik nog in Groningen in de politiecel.” Gisteren deelde de Friese korpsbeheerder, burgemeester H. Apotheker van Leeuwarden, mee dat ook hij het onwaarschijnlijk acht dat Lancée kan terugkeren in zijn korps.

Lancée zelf is daar van aanvang af ondubbelzinnig in geweest. “Ik ben dusdanig beschadigd en afgeschoten. Dat kán niet meer. Karaktermoord, noemden ze dat destijds in een krant. Ik vind ook dat dit niet het probleem is van het politiekorps Friesland. De schuldigen zitten in Den Haag. Het feit dat ik niet werk, heeft te maken met de wijze waarop het openbaar ministerie tegen mij is opgetreden.”

Waarom houdt de rechter zich niet bij de voorgelegde rechtsvraag? Waarom mag de rechter stellen dat wij toch om paardenvlees vroegen … en niet om rundvlees?

Zelfs als je vragen aan de rechter door tussenkomst van een advocaat eenduidig, juridisch geformuleerd aan de rechter toestuurt, gebeurt er iets vreemd.

Als je 3 vragen aan de rechter voorlegd, presteert de rechter het om er toch maar 1 te gaan beantwoorden. Formeel juridisch zou dat dus kunnen worden genoemd: weigering van de rechter om recht te spreken. Dat is aan de rechter expliciet verboden, bij wet!

Daarbij past de rechter in zijn beschikking de gestelde rechtsvraag ook nog eens aan. De aanpassing is dan vaak zodanig dat de rechter veel makkelijker een antwoord kan formuleren.

De rechter kan veel beschikken, maar niet hetgeen dat van hem gevraagd wordt.

Als verslaggever ben ik benieuwd of meer mensen er tegenaan gelopen zijn dat de rechter in feite weigert de voorgelegde vraag of vragen te gaan behandelen?

De rechter mag dus zichzelf controleren. Ofwel een slager die zijn eigen vlees controleert!
Maar nog veel erger. Als u om rundvlees vraagt, dan mag de rechter gewoon zeggen dat u hem vroeg om paardenvlees. De rechter weet ten slotte wel wat goed voor u is. Paardenvlees is gezonder, dus dat geeft de rechter u.

Als heel Europa over de rechter heen valt en stelt dat als je rundvlees vraagt, dat dan niet paardenvlees moet worden geleverd, dan zegt de rechter: “Ja, maar ik heb tocht nooit gezegd dat rundvlees hetzelfde is als paardenvlees?” U werpt dan misschien nog aan de rechter-slager tegen: “Ja, maar ik vroeg u duidelijk om rundvlees.” Dan zegt de rechter weer tegen u: “Ja, meneer/mevrouw, in mijn beschikking heb ik toch vermeld dat u om paardenvlees hebt gevraagd?” Vervolgens werpt u tegen: “In het verzoek dat ik u middels mijn advocaat deed, vroeg ik toch heel duidelijk om rundvlees.”
Dan zal de rechter u vervolgens de genadeklap toebrengen met de woorden:
“Als u het niet eens was met mijn beschikking. Als u vindt dat ik uw vraag niet heb beantwoord, dan had u maar in hoger beroep moeten gaan.”

Ofwel: de rechter mag straffeloos “fouten” maken en doen alsof hij gek is.

Zodra u tijdens een procedure merkt dat een rechter de oorspronkelijk gestelde vraag probeert te negeren, zou u eigenlijk meteen deze rechter moeten wraken. Als de rechter niet op de gestelde vraag in gaat, kan hij al sowieso niet als onpartijdig, niet vooringenomen en voor u rechtvaardig worden voorgesteld.

Voor aanvang van de zitting zou u moeten checken:
– of de rechter geen hoedanigheden heeft die uw belang kunnen schaden
(of ten minste daar een schijn van zou kunnen laten ontstaan).
– of de rechter op zitting over het dossier beschikt
– of de rechter over het complete dossier beschikt

In de zitting zou u moeten checken:
– hanteert de rechter de rechtsvraag die u hem liet voorleggen?

In het algemeen heeft de rechter van de wetgever de rol van kwaliteitscontroleur en kwaliteitsscheidsrechter toegedicht gekregen. Voor de rechter geldt dus ook wat voor iedere controleur geldt. Juist een controleur kan in situaties worden gemanoevreerd dat geprobeerd wordt om hem te beinvloeden en te laten corrumperen. Daarom moet iedere controleur eerst zijn eigen toezicht en tegenspraak gaan organiseren … voordat hij zijn eigenlijke werk van toezicht en controle gaat doen.

Als mijn slager blijft volhouden dat ik om paardenvlees heb gevraagd,
wil ik graag naar een andere slager kunnen gaan.

Jammer nu toch, dat de wetgevende macht aan de rechter een monopolie heeft verschaft.
We hebben gedwongen winkelnering opgelegd gekregen. We hebben het maar te doen met deze rechter.

200 Jaar Duivelskringen met Verdeel en Heers

Paleis van Justitie Arnhem

Als 1 van de vele verslaggevers voor deze web-krant wil ik in mijn bijdragen u graag prikkelen om met mij na te denken. Na te denken over een aantal zaken waar we 200 jaar lang nauwelijks vragen over stelden. Ik vraag u om deelgenoot te worden van de gedachten zoals die al door rechtsfilosofen zijn gedeeld voor de Franse Revolutie. Gedachten die al geformuleerd werden voordat Napoleon een stempel op onze rechterlijke organisatie ging drukken. Als beginpunt voor de moderne (?!) rechterlijke organisatie houd ik aan 1815.

Misschien wel leuk om even in herinnering te brengen: de eerste personen die aangezocht werden om als minister voor een staatshoofd de rechterlijke organisatie vorm te gaan geven, probeerden voor de eer te bedanken.

Er is een groot verschil tussen de theoretische wenselijkheid voor de inrichting van het rechtssysteem en het uiteindelijke resultaat van de maatschappelijke krachten.

De rechter is in alle landen van de wereld in alle jaren van de geschiedenis steeds misbruikt om een uitweg te organiseren uit onoplosbare problemen. Voor Nederland was dat bijvoorbeeld de problematiek rond het onteigenen van gronden voor de aanleg van spoorwegen. Vergelijk nu de onteigening van SNS-aandeelhouders. In ruil voor het gaan opknappen van rot-klussen voor de koning, het parlement en de uitvoerende macht kreeg de rechter een onschendbaarheid. De bedoeling was dus steeds dat de rechter zich voor het karretje van anderen liet spannen.

Wat doet de rechter om op zijn beurt ook buiten schot te blijven?
Waarom moet een procespartij zich door een advocaat laten vertegenwoordigen?
Waarom controleert het ministerie van Justitie zich feitelijk alleen intern in een gesloten systeem?
Controleert de rechter het OM?
Controleert het OM de rechter?
Wat doet de rechter om de samenleving “bestuurbaar” te houden?
Wat doet de rechter als hij geen middelen heeft voor goed onderzoek?
Wat doet de rechter als de politiek opdracht tot onrecht geeft?
Laat de rechter zich wel voor karretjes spannen?
Waarom is de rechter zo volgzaam aan zogenaamde deskundigen?
Wie zijn die deskundigen?
Wie controleert de juistheid van deskundigen oordelen?
Waarom wordt er onderscheid tussen strafrecht en overig recht gemaakt?
Waarom hebben we in Nederland geen recht om als burger aanklager of mede-aanklager te zijn?
Waarom kan een advocaat niet als aanklager in strafrecht zaken optreden in plaats of naast een officier van justitie?
Waarom zijn er geen toetsen op jurisprudentie?
Waarom is er geen OM taak om jurisprudentie aan een hogere rechter voor te leggen?
Waarom mag jurisprudentie in zeer duidelijke tegenspraak zijn met andere jurisprudentie?
Waarom wordt toegestaan dat jurisprudentie in tegenspraak is met de wet?
Waarom wordt jurisprudentie niet buiten de orde geplaatst als er een nieuwe wet van kracht is geworden?
Waarom wordt er niet gestructureerd naar de volksvertegenwoordiging gecommuniceerd dat de rechter in grote mate blijkt te moeten terugvallen op jurisprudentie?
Waarom signaleert de volksvertegenwoordiging niet dat de rechter blijkbaar vaak “noodverbanden” moet aanleggen met het zich baseren op bestaande of nieuw te vormen jurisprudentie-beschikkingen?

Waarom namen burgers niet meer eigen initiatieven om procedures en uitspraken van rechters te toetsen op juistheid?

Het stellen van vragen is veel eenvoudiger dan ze te beantwoorden.

Waarom zijn er procedures waar geen democratische controle op kan plaatsvinden, omdat ze achter gesloten deuren mogen blijven? Is het niet juist in het belang van bijvoorbeeld kinderen of belastingplichtigen dat de hele wereld toezicht kan houden op een integere argumentatie van de rechter? Dat de hele wereld kan toetsen of in redelijkheid voldoende onderzoek is gedaan?

De geschiedenis leert dat de rechter in een aantal gevallen vrij expliciet om een list met “onwaarheid” wordt gevraagd om een oplossing te vinden om een achterstand in te voeren rechtszaken weg te werken. De rechter moest regelmatig een list verzinnen om een burgemeester niet bedolven te laten worden onder onoplosbare zaken. De rechter mocht regelmatig schaamlappen ophouden voor de koning. Met nadruk moet ook worden geconstateerd dat de volksvertegenwoordiging ook graag onoplosbare, lastige individuele problemen bij de koning neerlegde. Tot voor kort werden in Nederland diverse lastige kwesties opgelost met Koninklijke Besluiten. In een parlementaire democratie met een koning onder ministeriele verantwoordelijkheid komt de koning er in persoon al helemaal niet meer aan te pas. De koning leent alleen zijn naam aan de functie.

Rechtvaardigheid kan nooit geschieden op een basis van onwaarheid. Daar hebben we dus een fors probleem. We krijgen de rechters die we als volk verdienen. Wellicht dat we de rechter als burgers betere randvoorwaarden kunnen gaan verschaffen. Dat kan beginnen met een positief constructieve houding: betere controle op het werk van de rechter. Graag breng ik onder uw aandacht het burgerinitiatief Toezicht Rechtspleging. Er hebben zich al enkele tientallen mensen sympatisant verklaard voor dit burgerinitiatief Toezicht Rechtspleging. Graag verwijs ik naar de andere auteurs op deze web-krant, justitieslachtoffers.nl.

Graag uw reactie naar:      justitieslachtoffers@gmail.com
Nog liever zien wij u hier terug als auteur met een POST of een COMMENT.