You are browsing the archive for Politiek.

Recht op kennis van staat voor kinderen. Embryodonatie mag niet annoniem gebeuren.

2013/03/06 in Politiek, Vervreemdingssyndroom

een verslaggever

Vandaag werd bekend gemaakt dat in Nederland een eerste kind is geboren na donatie van een embryo van een ander ouderpaar. Ik moest meteen denken aan de publicatie van collega-redacteur Bart. Hij brengt het eeuwenoude probleem van verduistering van staat voor kinderen graag onder de aandacht. Terecht! Kinderen hebben recht op de wetenschap wie hun moeder is en wie hun vader.

Het is aan de artsen om zorgvuldig te selecteren welke vrouwen een embryo van een ander ouderpaar geimplanteerd mogen krijgen. Dat werd naar voren gebracht. Er volgt na donatie geen enkele informatieuitwisseling tussen biologische ouders en “adoptie-ouder” of “adoptie-ouders”.

Het thema heeft grote overeenkomsten met het zijn van zaaddonor of draagmoeder.
Kan dit iets zijn waar de wetgever voor een wettelijk kader moet gaan zorgen?

Moet hier het recht van het kind om te weten wat zijn afkomst (staat) is, niet hoger staan dan de vurige wens van ouders om kinderen te hebben?

Jaarbericht KOG aan Justitieslachtoffers (als donateur van KOG)

2012/11/21 in Autoriteit Toezicht Jeugdzorg, Autoriteit Toezicht Rechtspleging, Kind-Ouder-dossiers, OJN, Onafhankelijk Toezicht, Onderlinge Jeugdzorgvereniging Nederland, Politiek, Vervreemdingssyndroom, Waarheidsvinding

Integraal geven we het Jaarbericht van KOG weer, zoals dat ook op de site DarkHorse is verschenen. Markeringen en opmaak van Sven Snijer hebben wij overgenomen.

Justitieslachtoffers.nl is donateur van KOG en brengt van harte de werkzaamheden van KOG en haar sympatisaten bij u onder de aandacht.

Wij roepen u op om ook op deze publicatie te reageren, zodat we lotgenoten van bizarre ervaringen met Jeugzorg en Rechtspleging op een discrete manier met elkaar in contact kunnen brengen.

Brief van Stichting KOG aan donateurs 

http://www.stichtingkog.info/

 
Haarlem, november 2012
 
Beste donateurs,
 
“In 2011 heeft KOG tot nu toe uiteraard weer heel veel telefoontjes beantwoord, de website wat verder bijgewerkt, en voorts aandacht gegeven aan twee onderwerpen:
de deuren van de rechtszaal open, en de wijziging van de maatregelen van kinderbescherming.”
Het bovenstaande schreven wij oktober 2011. In 2012 kunnen we dit helaas herhalen, met de toevoeging dat het er niet naar uitziet dat we iets bereikt hebben op de twee onderwerpen.
Aan u heeft het niet gelegen! U hebt bijna allemaal de mooie kaart vanAlice Jansen gestuurd aan Kamerleden. Sommigen van u hebben er een heleboel verspreid in hun kennissenkring om te laten versturen. Maar helaas.
De deuren van de rechtszaal zijn dichter dan tevoren: ook een kort geding over familie- en jeugdrecht is nu achter gesloten deuren.

Herziening kinderbeschermingsmaatregelen grotendeels pas in werking januari 2015

 
In Familie- en JeugdRecht van september 2012 is te lezen in de rubriek Actualiteiten:
“Herziening kinderbeschermingsmaatregelen op 1 januari 2015 in werking
… Indien het wetsvoorstel tot wet wordt verheven, wordt voorgesteld het wetsvoorstel op 1 januari 2015 in werking te laten treden met uitzondering van de toetsende taak voogdij, de maatregel van opgroeiondersteuning en het netwerkberaad.. … Het laatstgenoemde deel van het wetsvoorstel zou gelijktijdig in werking kunnen treden met de decentralisatie van de jeugdzorg van provinciaal naar gemeentelijk niveau. (Kamerstukken I 2011/12, 32 015, nr.C)”

(
Op 13 december 2010 hebben Alice Jansen en Truus Barendse een gesprek gevoerd op het Hoofdkantoor van de Raad voor de Kinderbescherming. De Raad zei, dat de opgroeiondersteuning die wel wet zou worden en ots light genoemd werd, in de praktijk “natuurlijk gewoon een ots” zou zijn. Het enige light eraan is, dat een jongere hem makkelijker krijgt.)
De opgroeiondersteuning zal dus eerder dan 2015 ingevoerd worden.Mr ir P.J.A. Prinsen, die een Open Brief aan de Tweede Kamer heeft gestuurd over de herziening kinderbeschermingsmaatregelen die is ondertekend door 76 advocaten, mailde op 18 oktober 2012:
Stand van zaken en actualiteit:
  • Op 27 juli 2012 is, na meer dan een jaar wachten, de Memorie van Antwoord van de Staatssecretaris verschenen.
  • A.s. dinsdag 23 oktober 2012 zal een nader verslag door de E.K. worden vastgesteld.
  • Direct na publicatie in FJR is de (volledige) open brief op 17 oktober 2012 per e-mail verzonden naar de Griffie van de Eerste Kamer.
  • De nadere Memorie van Antwoord en (naar alle waarschijnlijkheid) de mondelinge behandeling door de E.K. zal niet lang op zich laten wachten.
  • Los daarvan en min of meer toevallig: op 1 november a.s. vindt in Leiden het congres “De OTS 90 jaar: versleten of vitaal?”plaats. Daarin is ruim plaats ingeruimd voor een debat over het w.o.
En verder:
 
Het voornemen bestaat om met een uit de ondertekenaars te formeren delegatie gesprekken aan te gaan met E.K.-fractiewoordvoerders (in een formele hoorzitting wellicht?) alsmede met de rechterlijke macht, Orde van Advocaten etc.”U ziet, niet iedereen heeft de strijd opgegeven. Je weet maar nooit.Nederland beschermt zich het heen en weer. De consultatiebureaus zoeken risicofactoren in gezinnen, iedereen die beroepshalve met kinderen werkt is verplicht te speuren naar signalen van verwaarlozing en mishandeling en die signalen te melden bij de AMK’s, basisscholen zijn benaderd met poppenhuizen waarmee de leerkrachten signalen van narigheid makkelijk zouden kunnen opmerken. Gelukkig is dit weer voorbij.
 
Men had dus niet erg veel geleerd van de mislukking van de anatomisch-correcte-poppen-methode. De poppenhuis-methode zou bovendien worden toegepast door amateurs, die de signalen doorgeven aan andere amateurs (AMK), die ze weer doorgeven aan de derde groep amateurs (RvdK), die een verzoekschrift doet uitgaan aan de kinderrechter. Drie instanties achter dit verzoek! Want wij schrijven wel op grond van de opleidingen en al uw ervaringen ‘amateurs’, maar dit zijn de professionals.
 
Wie is de rechter dan om te twijfelen aan de noodzaak van het verzoekschrift?!
Sybe Bijleveld Advies heeft een rapport opgesteld voor de Eerste Kamer, waarin staat dat 75% van de onderzoeken van de Raad voor de Kinderbescherming tot een aanvraag OTS leidt, en in de restgroep van 25% een deel zit dat wellicht voor de Maatregel Van Opvoedondersteuning in aanmerking komt.
De rechter besluit in 95% van de aanvragen tot een maatregel. In de groep van 5% afwijzingen zit een groep die wellicht wel een MVO zou krijgen.      Op 28 september 2012 meldde NRC, dat de Centra voor Jeugd en Gezin, die 1,2 miljard euro hebben gekost, allesbehalve populair zijn. “Haagse gezinscentra krijgen per dag ‘een handjevol’ ouders over de vloer, in Rotterdam komen er wekelijks zes ouders naar een inloopspreekuur. Amsterdamse inlooppunten zien 5 tot 10 ouders per week. In gemeenten als Eindhoven en Breda worden de inlooppunten helemaal niet meer gebruikt. … Veel ouders associëren het centrum met Bureau Jeugdzorg, dat bij zware problemen in actie komt.” en verderop in de krant: “Volgens hoogleraar forensische psychologie Corine de Ruiter van de Universiteit Maastricht is van begin af aan niet goed nagedacht over de opzet van de gezinscentra. ‘Mensen die behoefte hebben aan opvoedadvies, gaan een boek lezen of kijken op internet. En de echte probleemgezinnen, de ouders die hun kinderen slaan, zoeken juist geen hulp en gaan er dus ook niet naar toe. Dat we nu met lege inloopcentra zitten, hadden we vooraf ook kunnen bedenken. Het CJG is niets anders gebleken dan een nieuwe bureaucratische laag in de jeugdzorg.'”
Ouders hebben dus goed begrepen dat ALLE mensen die met kinderen werken verplicht zijn ALTIJD met beschermersogen te kijken, en een MELDPLICHT hebben. Zo kweek je wel zorgmijders.En nog meer mogelijk goed nieuws:
In Binnenlands Bestuur van 29 oktober 2012 staat een artikel van Yolanda de Koster:
De korting van 32 miljoen euro op het budget voor jeugdzorg per 2013 is onacceptabel. Het is onverenigbaar met de groei aan hulpvragen en daarmee maatschappelijk onverantwoord. Ook druist het in tegen eerdere gemaakte afspraken met het kabinet.
Doeluitkering
Dat stelt het Interprovinciaal Overleg (IPO) in een brief op poten aan de Tweede en Eerste Kamer. Het IPO roept de Kamers op om staatssecretaris Marlies Veldhuijzen van Zanten (VWS, CDA) terug te fluiten. Het IPO vindt dat de doeluitkering vrijwillige jeugdzorg voor 2013 op ‘tenminste’ het niveau van 2012 moet worden vastgesteld. Het gaat dan om bijna 1,1 miljard euro. De Tweede Kamer debatteert volgende week over de voorgenomen budgetkorting van 2,65 procent per 2013.
Ambulante jeudgzorg
Er is nog steeds een toenemende vraag naar – met name- ambulante jeugdzorg en pleegzorg. Het Sociaal Cultureel Planbureau gaat uit van een groei van 4,1 procent over 2012 en 4,2 procent over 2013. Tegenover een groei van in totaal 8,3 procent dreigt een daling van de doeluitkering met 2,65 procent. Daarmee groeit het gat tussen beschikbare middelen en behoefte aan jeugdzorg met bijna 11 procent, stelt het IPO.

Decentralisatie gemeenten
Met de voorgenomen korting schendt de staatssecretaris bovendien de Bestuursafspraken die met het kabinet Rutte I zijn gemaakt. De bezuiniging op de jeugdzorg zou pas plaatsvinden nadat de provinciale jeugdzorg naar gemeenten is gedecentraliseerd. Die decentralisatie staat per 2015 op de rol. …
Ook de benoeming van prof. dr Ido Weijers als bijzonder hoogleraar Jeugdbescherming aan de Universiteit Utrecht in januari 2012 lijkt goed nieuws.


 
Citaten uit zijn oratie (te vinden in de congresbundel Parens patriae en prudentie, grondslagen van jeugdbescherming; ISBN 978 90 8850 319 1, prijs euro 13,90):
“Laten we echter steeds bedenken dat kinderbescherming niet draait om de vraag wanneer de opvoeding ermee door kan of ‘goed genoeg’ is. Het draait om de vraag of er sprake is van concrete schade voor het kind en een reële kans op herhaling. …
In het vervolg van mijn verhaal wil ik proberen tot een nadere bepaling te komen van de voorstelling van een prudente overheid op het gebied van de opvoeding. Ik zal het begrip prudentie in deze context nader invullen door het aan de ene kant af te zetten tegen perfectionisme en aan de andere kant tegen preventionisme.
… Perfectionisme impliceert een soort ‘luxe’-opvatting van kinderbescherming. Als we maar enigszins realistisch zijn, moeten we immers erkennen dat we juist als het echt slecht met kinderen gaat, nog heel vaak en eigenlijk structureel tekortschieten: …Wat verbeelden we ons dan wel, als we ons ook nog even met al die ouders en kinderen willen gaan bemoeien, waar geen sprake is van duidelijke schade, maar waar het niet helemaal gaat zoals wij denken dat voor de kinderen het beste zou zijn?
Dat brengt me bij mijn tweede punt, de kwestie van het preventionisme. Daarmee bedoel ik een doorschietende preventie. De kern van de kinderbescherming is preventie, het voorkomen van schade voor het kind. … Dit aspect van prudentie lijkt aan het begin van de eenentwintigste eeuw tegen de achtergrond van schokkende gezinsdrama’s weer vrij plotseling uit beeld te raken.
 
Daarvoor in de plaats is vanaf het begin van de nieuwe eeuw weer een sterk wantrouwen jegens de ouders teruggekomen, nu echter niet tegen die kleine groep waarvan we al sinds mensenheugenis weten dat ze een gevaar vormen voor hun kinderen, en ook zelfs niet tegen de ouders in de achterbuurten en/of met weinig geld, maar tegen ALLE ouders. … Dit algehele wantrouwen jegens de ouders gaat gelijk op met een zeer uitgesproken en omvattend streven naar preventie in termen van het absoluut willen uitsluiten van risico’s en het bieden van ‘zekere veiligheid’. …Het bestaan van ‘veel risico’s’ geeft allerminst uitsluitsel over het mogelijk voorkomen van mishandeling of een andere vorm van schade voor het kind. …
Een eerste indicatie van het streven naar
uitsluiten van risico’s zien we in de recente enorme toename van het aantal ondertoezichtstellingen en uithuisplaatsingen van minderjarigen. Dit wordt algemeen beschouwd als het ‘Savannah’-effect,  … Daarna werd het motto in dit veld ‘liever te vroeg dan te laat’. …
Een tweede sterke indicatie voor die nieuwe radicale streven naar veiligheid zien we in het wetsvoorstel herziening kinderbeschermings-maatregelen
… de derde ontwikkeling die ik hier wil aanstippen. Dit betreft de aanleg van een amper nog te volgen aantal digitale kinddossiers, van het Elektronisch Leerlingdossier tot het Dossier Warme Overdracht van kinderdagverblijf naar basisschool, van de Verwijsindex Risicojongeren tot Pro-Kid, …, van het Justitieel Casusoverleg tot het Elektronisch Kind Dossier. Dat laatste is intussen vanwege alle kritiek omgedoopt tot Digitaal Dossier Jeugdgezondheidszorg. Met Roel Pieterman kunnen we hier met recht spreken van een ‘voorzorgcultuur’. “Uit de bijdrage aan het symposium op deze dag van prof. dr Caroline Forder (sinds 2010 hoogleraar Kinderrechten aan de Vrije Universiteit Amsterdam, sinds 2012 werkzaam bij Fischer advocaten te Haarlem):
“Begin volgend jaar treedt een grote wet in werking met een nieuwe alomvattende regeling van de kinderbeschermingsmaatregelen. Er staat zeker een aantal nuttige en wenselijke wetswijzigingen in. Toch zal die wet niet echt een oplossing bieden voor de veelvuldige verdragsschendingen (EVRM) die bij een uithuisplaatsing om de haverklap aan de orde zijn. Mijn hypothese is dat rechters bij de toepassing van de regels veel te onkritisch zijn en de daarop van toepassing zijnde verdragsbepalingen niet toepassen. Vandaar mijn stelling: rechters stellen veel te veel vertrouwen in de raad voor de kinderbescherming – en de stichting Bureau Jeugdzorg, die het overigens pas echt bont maakt.”En dan staat op 20 oktober in Trouw een artikeltje van prof. Weijers, waarin hij zegt dat de Bureaus jeugdzorg vaak slecht werk leveren, en dat daarom de Raad voor de Kinderbescherming, onafhankelijk en deskundig, hard nodig zal zijn als direct de kinderbescherming van de provincies naar de gemeenten gaat.
Wie heeft de leerstoel van Weijers ingesteld? De Raad voor de Kinderbescherming.Actualiteit >>
 
Professioneel werken in jeugdzorg wordt wettelijk vastgelegd  Ook goed nieuws?
Nieuwsbericht | 02-11-2012
De ministerraad heeft op voorstel van staatssecretaris Veldhuijzen van Zanten van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en staatssecretaris Teeven van Veiligheid en Justitie ingestemd met het wetsvoorstel professionalisering jeugdzorg.
Het wetsvoorstel verplicht jeugdzorgwerkers en gedragswetenschappers om zich te registreren bij een wettelijk register. Ook verbinden zij zich aan een beroepscode. Als sluitstuk van de professionalisering van de jeugdzorg komt er tuchtrechtspraak in de jeugdzorg. Met deze wettelijke instrumenten worden jeugdzorgwerkers beter toegerust en wordt de kwaliteit van de beroepsuitoefening in de gehele jeugdzorg op een hoger, professioneler plan getild.
Permanente educatie Jeugdzorgprofessionals maken met registratie in een beroepsregister hun vakbekwaamheid aantoonbaar. Om geregistreerd te blijven, moeten zij verplicht deelnemen aan bij- en nascholing. Zo ontstaat er voor de werkers in de jeugdzorg een systeem van permanente educatie.
Tuchtrecht
Het sluitstuk is het tuchtrecht. Hiermee wordt het mogelijk dat beroepsmatig handelen van jeugdzorgprofessionals door vertegenwoordigers van de eigen beroepsgroep wordt getoetst. Beroepsbeoefenaren kunnen daarmee leren van complexe zaken en verbeteringen doorvoeren. Tuchtrecht betekent voor jeugdzorgcliënten dat zij worden beschermd tegen ernstig falende professionals. Die kunnen in het uiterste geval door het tuchtrechtcollege uit het register worden geschrapt.
Registratie loopt
Het wetsvoorstel schrijft voor dat jeugdzorgwerkers en gedragswetenschappers in de jeugdzorg uiterlijk 1 januari 2014 allemaal geregistreerd moeten zijn. Instellingen zijn vanaf dat moment verplicht om met geregistreerde professionals te werken. … De ministerraad heeft ermee ingestemd het wetsvoorstel voor advies aan de Raad van State te zenden. De tekst van het wetsvoorstel en van het advies van de Raad van State worden openbaar bij indiening bij de Tweede Kamer.Het staat iedereen vrij een geluidsopname te maken van een gesprek waaraan hij zelf deelneemt. Verder is het uiteraard een kwestie van goede manieren om dat te melden aan de gesprekspartners.
 
KOG heeft alle Bjz’s gevraagd hoe zij tegenover opnames staan. Als je het niet stiekem hoeft te doen heb je niet alleen een opname, maar ook de  preventieve werking daarvan (en helaas ook de kans dat je iemand heel erg tegen de haren in hebt gestreken).
Er is zeer verschillend gereageerd (binnenkort op www.stichtingkog.info).
Het bontst maakt Noord-Holland het:
 
“BJZNH heeft als beleid dat het maken van geluids- en/of video-opnamen door cliënten of andere betrokkenen van gesprekken met medewerkers van BJZNH niet is toegestaan. Dit geldt ook voor het maken van opnamen tijdens huisbezoeken.
De reden hiervan is dat van dergelijke opnamen makkelijk misbruik kan worden gemaakt en dat het moeilijk is hier stappen tegen te ondernemen en dat BJZNH haar medewerkers wil beschermen tegen onrechtmatig gebruik van gemaakte opnamen.”
Wij verbieden u om nota bene in uw eigen huis te doen wat u gewoon mag doen. En waarom? Wij willen onze medewerkers beschermen tegen onrechtmatig gebruik. Wat is er dan toch zo mis met het werk van die medewerkers?Bjz Overijssel schreef er eens goed over na te gaan denken, en vroeg KOG wat wij er zelf van vinden. Onze reactie:
“Het is een goed voornemen om expliciete regels over het opnemen van gesprekken op te stellen. Het lijkt ons verkeerd dat zolang het nog geen algemeen gebruik is dat Bureau jeugdzorg opnamen maakt, de beslissing over toestemming voor het zelf maken van een opname bij de individuele medewerker ligt.
Over het opnemen van gesprekken is de gedachte van stichting Kinderen-Ouders-Grootouders als volgt:
Bureau jeugdzorg maakt standaard van gesprekken een geluidsopname.
De medewerker deelt dit aan het begin van het gesprek mee.
In de ruimtes waar gesprekken worden gevoerd hangt een bordje dat meedeelt dat
     er een opname van het gesprek wordt gemaakt en
     alle aanwezigen een kopie krijgen.
Het enige doel van opnames is verzekerd zijn van de juiste weergave van het gesprek.
Opnames in beeld voegen niets toe.
Iedereen is altijd gebaat bij een juiste weergave van het gesprek, zeker ook de kinderen.
Het maakt dan ook geen verschil of ouders al dan niet in een scheidingssituatie verkeren.
De aanwezigen spreken af de opname niet in bredere kring te laten horen.”Het kan altijd nog gekker:
– Een donateur heeft ons gemeld dat een leerplicht-ambtenaar haar gezin veel last heeft bezorgd. Een AMK-melding doen zonder contact met haar (alleen kopie van de melding in de bus), weigeren haar telefonisch te woord te staan, mailen dat ze geen dossiers bijhoudt als de moeder het dossier van haar kind opvraagt. Zij heeft de Nationale ombudsman gebeld die bereid was onmiddellijk contact op te nemen. Misschien moeten meer mensen de No bellen?
– Een donateur heeft een schriftelijke aanwijzing gekregen dat hij zijn handtekening moet zetten zodat Bjz altijd en overal in zijn dossiers kan kijken.
Een AMK wil 24 uur per etmaal weten waar een baby is, nadat met second opinion is gebleken dat botbreuken niet door mishandeling waren veroorzaakt. Goed, dan geen uithuisplaatsing, maar wel een “black box”.
– Op 3 september 2012 heeft de raad voor de kinderbescherming geschreven aan KOG:
“Na het afsluiten van een ondertoezichtstelling ligt er geen formele taak voor de Raad voor de Kinderbescherming, noch voor Bureau Jeugdzorg.
Wel kunnen er in een individuele situatie afspraken met de hulpverlening worden gemaakt, bij voorkeur in overleg met betrokkenen, over terugkoppeling mocht de hulpverlening niet het gewenste resultaat opleveren.”
Hebt u het goed gezien: BIJ VOORKEUR in overleg met betrokkenen.
Het secretariaat wordt toch niet overgenomen. Truus Barendse gaat weer door.KOG heeft een nieuwe folder. Als u denkt dat u een stapeltje in de wachtkamer van uw huisarts wilt leggen, of bijvoorbeeld in de bibliotheek, laat u dit dan even weten.
Liefst per e-mail (kog@upcmail.nl) anders per telefoon 0235321223.Wij hebben voor een habbekrats van de uitgever een grote stapel Jungles van de jeugdzorg gekregen. Als u er een gratis wilt ontvangen: kog@upcmail.nl of per telefoon 0235321223. Wij houden ons ook aanbevolen voor adressen waar mensen komen die er iets aan hebben.
 
Maakt u voor 2013 minimaal € 20 over op rekeningnummer 9634691?
Verder vragen wij van u:

  –  uw ervaringen met advocaten, negatief maar vooral positief zodat wij kunnen adviseren
  –  uitspraken van rechters zodat anderen zich erop kunnen beroepen.Truus Barendse, secretaris KOG

 Geplaatst door op 07:05

3 reacties naar aanleiding van de publicaties door Sven Snijer:

  1. Het hebben van een Meldcode is straks verplicht, niet het melden!
    Echte beroepskrachten kunnen dus hun geweten raadplegen en zo nodig eerst op diagnostiek door een echte specialist aandringen – i.p.v. de gang via de amateuristische jeugdzorgwerkers.

    De fuik van spookachtige OTS-sen kan vermeden worden door meteen naar diagnostiek te stappen. 

     
  2. Iedereen weet intussen dat het een puinhoop is, maar de overheid .. :

    zzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzz

    Een EEG zou waarschijnlijk een vlakke lijn opleveren.   

  3. Typisch Nederlandse oplossing, niet het (bekende) probleem aanpakken, maar de deuren dicht houden ..

    Gezien de resultaten van valide onderzoeken komen (gelukkig) t.z.t. de maatschappelijke kosten (verloren arbeidspotentieel, GGZ, criminaliteit) vanzelf bij dezelfde samenleving terecht die de puinhoop laat bestaan.

     (aldus de mensen die reageerden via de site van Sven Snijer)

Site BezorgdeMoeders over Joep Zander en Quik Schuijt

2012/03/20 in Persoonlijke Verhoudingen, Politiek

redactionele inleiding

Vaders en hun familie worden regelmatig op een merkwaardige manier door juristen, hulpverleners en feministen gecriminaliseerd. In plaats van een beleefd en wetenschappelijk debat wordt er gewerkt met manipulaties. Leugens en halve waarheden worden gebruikt. De redactie van deze site doet haar best om aan te tonen dat er ook heel veel goede bijdragen zijn van een “andere categorie” juristen, hulpverleners en feministen. Deze categorie doet net als de redacttie zijn best om de rotte appels uit eigen gelederen voor het voetlicht te krijgen.

Als voorbeeld van zeer onfrisse, manipulerende boodschap heeft de redactie het onderstaande artikel opgenomen. Oordeelt u zelf!

Graag wil deze site aan gecriminaliseerde vaders (en hun naasten) een podium bieden om “de waarheid” te vertellen en “de leugen” te ontmaskeren. Met grote nadruk willen we bevestigen dat ook moeders worden geconfronteerd met misdadige leugens en manipulaties. Zij blijken echter vaak in de eerste plaats slachtoffer van niet functionerende overheidsfunctionarissen, meer dan van kwaadwillende ex-partners. Maar smadelijk ex-partnergeweld (mondeling, schriftelijk en fysiek!!) maakt zeker ook slachtoffers onder moeders.

Bovendien: Heeft niet iedere vader … ook een moeder?

De redactie
 

(integrale overname uit verwezen bron)http://www.bezorgdemoeders.nl/content/7/van_hongerstaker_tot_wetgever.html::geschiedenis::

Het is een unicum in de parlementaire geschiedenis, dat de eisen van een in zijn rechten gefrustreerde vader, waartegen volgens eigen zeggen door zijn ex aangifte is gedaan wegens geweldpleging, binnen 10 jaar tot wet zijn gemaakt.

Hoe komt het dat deze man een gespreid bedje voor zijn ideeën heeft gevonden in de politiek? En hoe gespreid is dat bedje eigenlijk?

De betrokken vader, Joep Zander, is lid van de SP-afdeling Deventer. Zijn inbreng in die afdeling blijkt onder andere uit het voorstel voor het SP-verkiezingsprogramma om het streven naar gelijkwaardig ouderschap op te nemen in het verkiezingsprogramma.

Dat dit gelukt is, mag geen verbazing wekken als we weten dat Harry van Bommel, die behalve lid van Fathers 4 Justice ook buitenlandspecialist van de SP is, een bijdrage heeft geleverd aan het werk ‘Gemist Vaderschap‘ van Joep Zander, dat op 1 februari 2006 werd gepresenteerd.

Van Bommel – “ik merk bij moeders een eigenaardige vorm van afgunst, alsof ik met mijn invulling van het ouderschap hun rol als moeder minder exclusief maak” – was bovendien zo vriendelijk om de presentatie met zijn aanwezigheid op te luisteren.

In de aanloop van het verschijnen van het boek schreven Zander en Van Bommel ook samen een verhaal in de Staatscourant waar collega parlementariër Luchtenveld van de VVD een pluim in zijn derrière krijgt gestoken voor zijn initiatiefwet voor gelijkwaardig ouderschap. Die wet, die in mei 2005 door de Tweede Kamer is goedgekeurd, is, met uitzondering van de nu afgeschoten ‘flitsscheiding’, vrijwel identiek aan wat recentelijk is aangenomen.

Die wet Luchtenveld is overigens in 2006 door de Eerste Kamer afgewezen. De Eerste Kamer fractie van de SP stemde toen tegen – iets wat Jan de Wit in het debat in de Tweede Kamer over de nieuwe wet nog eens fijntjes werd ingewreven door Pechtold.

Er wordt in dat stuk van Zander en Van Bommel gerefereerd aan de internationale Verklaring van Langeac uit 1999 alsof het een op ministerieel niveau gesloten verdrag tussen staten is in plaats van de notulering van de onderwerpen op een bijeenkomst van een groep vaders die hun kind niet mogen zien van een rechter.

Het streven naar gelijkwaardig ouderschap wordt door beide heren als richtinggevend gezien voor het familierecht en blijkt spoedig daarna als zodanig opgenomen in het verkiezingsprogramma van de SP.

Met zijn amendement lost Jan de Wit dus de verkiezingsbelofte van gelijkwaardig ouderschap in. Het feit wordt als een mooi succes op de website van de SP gepresenteerd. Het was het moment ook, dat bij een bezorgde moeder alle alarmbellen afgingen.

In een op vaderdag 2007 uitgesproken rede betreurt Zander het feit dat hij van de rechter nog altijd geen contact mag hebben met zijn dochter, maar bedankt hij wel Jan de Wit, diens fractiemedewerker Justitie Michiel van Nispen en Harry van Bommel.

Aardig is in dit verband dat Zanders activisme zich niet alleen binnen de SP afspeelt, maar ook tegen de SP. Kort na dit éclatante succes acht Zander het nodig om samen met wat kornuiten de publiciteit te zoeken met de mededeling dat aspirant SP-Eerste Kamerlid Nanneke Quik-Schuijt afwijkt van de partijlijn inzake het familierecht.

Nanneke Quik-Schuijt is kinderrechter en heeft gedurende een groot deel van haar leven de hele dag mensen als Joep Zander voor zich gehad. Wie denkt dat alleen de ex-partners het zwaar te voorduren hebben van deze categorie, komt bedrogen uit; de SP kent sinds een tijdje een Joep en Nanneke affaire.

Nu ze afstand dient te doen van die betrekking – rechtgevende en rechterlijke macht horen in Nederland gescheiden te zijn – is ze mikpunt geworden van een nogal ordinaire hetze uit de kamp van de teleurgestelde vaders.

Zo is Zander actief op wikipedia en zien we nog altijd bij de pagina over Nanneke ook links die direct verwijzen naar stukken van zijn hand. Dat de informatie niet helemaal onpartijdig is, blijkt ook al uit de mededeling dat er wordt getwijfeld aan de feitelijke juistheid van een of meer onderdelen van dit artikel. die er pas recentelijk is afgehaald en uit het overleg achter de schermen.

De partijtop van de SP zit intussen met 2 problemen die door Zander zijn aangezwengeld.

Op de eerste plaats heeft hij een kameraad met kennis van zaken in het openbaar aangevallen op een manier die niet bij de SP past. Bovendien is deze aanvaring er niet één tussen twee individuen, maar staat F4J, de club van Van Bommel, volledig achter deze poging om Quik-Schuijt te compromiteren.

Zander presteerde het vervolgens ook om op het weblog van SP-senator Anja Meulenbelt haar collega Quik-Schuijt op de van hem en zijn vrienden bekende manier in de bloemetjes te zetten.

Daarnaast is het zeer de vraag of Nanneke Quik-Schuijt gezien haar eerdere uitspraken akkoord is met de strekking van de door haar collega de Wit aangebrachte amendementen.

Dit laatste punt wordt urgenter voor de SP, omdat ook Anja Meulenbelt op haar weblog kennis heeft gegeven van een van de partijlijn afwijkend standpunt – en kreeg daar natuurlijk ook prompt de jongens achter deze wetwijziging op bezoek.

Zander kende ze overigens al, omdat ze zich eerder al kritisch uitliet over ‘Het paternalisme voorbij’ van zijn hand.

De soap wordt nog genanter als Zander op zijn weblog de uitlatingen van Meulenbelt betreffende de losse handjes van haar ex-echtgenoot in twijfel trekt.

In de aanloop naar het kamerdebat half november 2008 liet Zanders tegenpartij nogal tegenstrijdige berichten los.

Zo refereerde Quik-Schuijt aan ons initiatief in een column op het weblog van Anja Meulenbelt, maar koos ze op een zeer ondubbelzinnige manier voor de standpunten van de vaderlobby in een recent verhaal in Opzij waarbij het recht van moedermoordenaars op omgangsregelingen aan de kaak werd gesteld.

Intussen heeft Quik-Schuijt als lid van de comissie van Justitie in de Eerste Kamer aan de minister gevraagd wat er precies wordt bedoeld met ‘gelijkwaardig ouderschap’ in het voorstel dat nu door de Eerste Kamer moet worden beoordeeld. De onduidelijkheid over wat er precies mee bedoeld wordt, werd al eerder aangekaart in het Tijdschrift voor Familie- en Jeugdrecht.

Opmerkelijk bij deze onduidelijkheid is dat de term via een partijgenoot van haar in het wetsvoorstel is terechtgekomen.

Inmiddels is het antwoord van de ministers – of liever: hun ambtenaren – gearriveerd in de Eerste Kamer en we publiceerden daarop ons nieuwsitem met als veelzeggende titel “Te Wapen!“.

Op basis van deze antwoorden en “voortschrijdend inzicht” zijn er vlak voor het zomerreces opnieuw vragen gesteld, waarbij tot onze grote verrassing en trots de problemen die we via deze site onder de aandacht willen brengen ook ter sprake zijn gekomen. Ons bericht daarover vind je hier.

De Eerste Kamer wachtte daarop opnieuw op de reactie van de ministers. Op basis van de beantwoording van de eerdere vragen vermoedden we dat er de nodige maanden overheen zullen gaan. Die maanden konden we goed gebruiken; bijvoorbeeld voor het verzamelen van nog meer ondertekenaars van onze petitie.

Daarnaast werd halverwege 2008 het onderzoek van Jeppesen-De Boer gepubliceerd dat in haar conclusie een pleidooi bevat voor een terugkeer naar de situatie van voor 1998, dus van voor het voortgezet ouderschap, dat meer dan haaks op de huidige ontwikkelingen staat en dat door de PvdA als munitie is gebruikt om op deze wet te schieten.

Het antwoord van de ministers deed er precies de zomervakantie over. Men had kennelijk haast. Het uitgangspunt bij alle antwoorden is, dat het altijd in het belang van het kind is om omgang te hebben met beide ouders. Onze argumenten en ervaringen passen daar niet zo goed bij, kennelijk. We schreven hier al wat we van de tweede-ronde-antwoorden vonden.

Omdat ons al duidelijk was geworden ‘uit de wandelgangen’ dat de Eerste Kamer geen heil zag in verdere schriftelijke vragen, werden de ministers half november 2008 naar de kamer genood om hun wetsvoorstel te verdedigen. We schreven daar een verslag van.

De stemming volgde een week later; alleen D’66, de VVD en Groen Links stemden tegen deze wet.
Hoewel we van het begin af aan al merkten dat de gelederen zich bij de SP aan het sluiten zijn – een typische Oostblok reactie op kritiek van buiten – waren we toch ontzet door wat we Quik Schuijt op bevel van de leiding daar in de kamer hoorden zeggen. Haar positie – tussen bezorgde moeders buiten en etterende pappa’s binnen zo’n partij – is niet te benijden.

Meulenbelt is overigens per mei 2011 gestopt als senatrice. Weinig mensen zullen haar daar missen.

Ook de PvdA, die kritisch leek, maar ook alleen lippendienst heeft bewezen aan de problemen waar wij en onze kinderen mee kampen, liet het ernstig afweten. Daarmee is dit achterhoedegevecht met een voorspelbaar, maar toch naargeestig resultaat afgesloten. We schreven daar meer over op deze plek.

Al met al een opmerkelijk verhaal, waar we de komende periode zeker aandacht voor blijven vragen. Bezorgde moeders zijn in korte tijd een heel eind gekomen, maar we waren te laat met onze argumenten en bovendien ook niet op de juiste plek. De onderzoeken die ten grondslag liggen aan de nieuwe wetgeving waren al achterhaald toen de wet in stemming kwam, en de verantwoordelijke beleidsmakers weten dat zonder uitzondering.

De vraag is nu niet of ze terugkomen op deze wetgeving, maar hoe lang ze stommetje kunnen blijven spelen.

Geert Corstens: ‘Toegang tot het recht in gevaar’

2012/03/19 in Politiek, Rechterlijke Organisatie

(voor onderzoeksdoelen is het artikel integraal opgenomen; opmerkingen van de redactie zijn tussengeplaatst. Bron: rechtspraak.nl)

Den Haag , 19-3-2012

De toegang tot de rechter is serieus in gevaar als het plan van het kabinet voor kostendekkend griffierecht doorgaat. Dat zegt Geert Corstens, president van de Hoge Raad, in een interview met NRC Handelsblad gepubliceerd op zaterdag 18 maart.

Ongewenst

Corstens noemt de verhoging van de griffierechten (de eigen bijdrage voor een gang naar de rechter) ongewenst. “In een behoorlijk geregelde rechtsstaat moet de burger uiteindelijk naar de overheidsrechter kunnen. Dat de regering erop aandringt ook andere mogelijkheden te gebruiken, is prima. Maar we moeten zorgen dat burgers die niet naar een arbiter kunnen, wel naar de rechter kunnen. Dat is nu in gevaar.”

Vestigingsklimaat

Corstens waarschuwt in het interview ook voor de gevolgen voor het economische vestigingsklimaat die het duurder maken van de gang naar de rechter veroorzaakt. “We moeten ons niet uit de markt prijzen, als je tenminste ambitie hebt als land. Als een groot bedrijf bij een Nederlandse rechtbank 250.000 euro moet betalen maar het in België voor 50.000 euro kan afdoen, gaan ze daar heen.”

Veiligheid

De president van de Hoge Raad ziet eigenlijk niet hoe er bezuinigd kan worden op de rechterlijke macht, afgezien van voortschrijdende efficiency-maatregelen. Hij plaatst ook kanttekens bij het uitgangspunt van besparing. “Vergeet niet, de rechter is een fundament van de rechtsstaat. Die moet zorgen voor interne veiligheid. Dat is de oudste opdracht van de overheid! Dat verlangen de burgers. Dat kost dus geld.”

Diederik Aben

In het interview gaat Corstens ook in op het terugtrekken van de kandidatuur van advocaat-generaal Diederik Aben als raadsheer bij de Hoge Raad vorig jaar, nadat de PVV bezwaren had aangetekend. Aanleiding was dat Aben in een notitie had geschreven dat de beslissing om de rechters in het Wilders-proces te vervangen wegens vooringenomenheid onjuist was. De president van de Hoge Raad zegt dat de naam van Aben op de komende aanbevelingslijst weer terug te vinden zal zijn, zij het op een lagere plaats. “We hebben de schade beperkt en bereikt dat hij niet definitief als kandidaat-raadsheer is afgevoerd. Na verloop van tijd zal ik hem weer voordragen”, aldus Corstens. Hij denkt dat Aben op termijn wel raadsheer kan worden. “Ik heb indicaties dat de Kamercommissie na verloop van tijd – misschien moeten er eerst nog verkiezingen overheen – zal instemmen met onze aanbeveling. Zijn kwaliteiten worden door niemand in twijfel getrokken.”

 
 

Nadere informatie over mr Quik-Schuijt

2012/03/11 in Autoriteit Toezicht Jeugdzorg, Autoriteit Toezicht Rechtspleging, Civiel Recht, Deskundigen, Kind-Ouder-dossiers, Onafhankelijk Toezicht, Parlementaire Enquete Jeugdzorg, Parlementaire Enquete Rechtspleging, Politiek, Rechterlijke Organisatie, Strafrecht, Trias Politica, Tuchtrecht Jeugdzorg, Waarheidsvinding

Mr. A.C. (Nanneke) Quik-Schuijt

foto Mr. A.C. (Nanneke) Quik-Schuijt Nanneke Quik (1942) is sinds 12 juni 2007 lid van de SP-fractie in de Eerste Kamer. Zij was tot oktober 2007 kinderrechter in Utrecht. Mevrouw Quik is voorzitter van de commissie voor de Verzoekschriften uit de Eerste Kamer.

SP
in de periode 2007-heden: lid Eerste Kamer

 
 

voornamen (roepnaam)

Anna Catharina (Nanneke)

 
 

personalia

geboorteplaats en -datum
Wageningen, 2 november 1942

 

partij/stroming

partij(en)

   PvdA (Partij van de Arbeid), van 1972 tot 2002
   SP (Socialistische Partij), vanaf 2002

 

 

loopbaan

   gerechtssecretaris eerste klasse, Arrondissementsrechtbank te Utrecht, van 1974 tot 1975
   (kinder)rechter-plaatsvervanger, Arrondissementsrechtbank te Utrecht, van 1975 tot 1990
   rechter Arrondissementsrechtbank te Utrecht, van 1 februari 1990 tot oktober 2007
   vicepresident Arrondissementsrechtbank (kinderrechter) te Utrecht, van april 1990 tot oktober 2007
   lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, vanaf 12 juni 2007

 

 

nevenfuncties

huidige

   lid bestuur Stichting Expertise Centrum, kind in de pleegzorg
   adviseur Stichting omgangshuis “Tussenthuis” te Utrecht
   plaatsvervangend voorzitter klachtencommissie jeugdzorg, Leger des Heils
   lid discussiepanel voor ‘Novum’ (tijdschrift van de rechterlijke macht)
   panellid radioprogramma ‘Schuld en boete’, Villa VPRO

vorige

   lid bestuur zes katholieke basisscholen
   lid bestuur sportvereniging
   lid parochie vergadering
   plaatsvervangend voorzitter klachtencommissie Nederlandse Vereniging van vrij-gevestigde psychotherapeuten, van 1 januari 2001 tot 1 september 2005
   lid commissie van beroep Vereniging van Advocaat-scheidingsbemiddelaars, van 1 januari 2004 tot 31 december 2004
   docent juridische opleidingen OSR, Utrecht, van 1 februari 2005 tot 1 maart 2006
   docent opleiding Family Mediator Edumonde, vanaf 2001

 

 

opleiding

lager onderwijs

   “Ecole Communale” te Saint Michel-sur-Orge (Frankrijk)

voortgezet onderwijs

   gymnasium-a, R.K. “Edith Stein Lyceum” te ‘s-Gravenhage, van 1956 tot 1961

academische studie

   Nederlands recht, Rijksuniversiteit Leiden, van september 1961 tot 1 maart 1967

post-academisch onderwijs

   opleiding tot rechter (r.a.i.o.), vanaf 1967

overige opleidingen

   opleiding mediator te Haarlem, van 2001 tot 2002

stages e.d.

   stage bij de Raad voor de Kinderbescherming te Utrecht
   stage op een advocatenkantoor

 

 

wetenswaardigheden

verkiezingen

   Stond in 2011 bij de Eerste Kamerverkiezingen op de 9e (onverkiesbare) plaats op de SP-kandidatenlijst

woonplaats
Zeist

hobby’s

   volleybal
   wandelen

 

 

familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm
gehuwd te ‘s-Gravenhage, 18 maart 1967

kinderen
2 dochters

stief-, pleeg- en/of adoptiefkinderen
1 pleegzoon

vader
W.J. Schuijt, Wilhelmus Johannes

moeder
A. Boom, Antje

familierelaties
Dochter van W.J. Schuijt, Tweede en Eerste Kamerlid 

Bovenstaande gegevens zijn ontleend aan het biografisch archief van het Parlementair Documentatiecentrum (PDC) van de Universiteit Leiden en betreffen vooral de periode waarin iemand politiek en bestuurlijk actief is of was.
Aanvullingen en gemotiveerde correcties ontvangt PDC graag. U kunt hiervoor de “reageer-keuze” aan de rechterzijde van deze pagina gebruiken of uw aanvullingen per post sturen naar PDC, antwoordnummer 10801, 2501 BW Den Haag of per email aan info@biografieen.com.

Parlementaire Enquete Jeugdzorg

2012/03/10 in Civiel Recht, Kind-Ouder-dossiers, Parlementaire Enquete Jeugdzorg, Parlementaire Enquete Rechtspleging, Politiek, Trias Politica

Afgelopen vrijdag 9 maart was een uitzending te zien van Vara Ombudsman.

Naar aanleiding van de vorige uitzending waarin voor de 2e keer aandacht was besteed aan de gruwelijke misstanden binnen de jeugdzorg, werd nu dit voorgelegd aan politici. De levens van kinderen blijken op een bizarre manier vernield te worden. Kinderen die hard de jeugdzorg nodig hebben, blijven juist in de kou staan. Afgelopen donderdag bleek dat maar weer eens in het programma Opgelicht van de Tros. Daar moest een 16- jarig meisje meehelpen om haar eigen moeder door de politie gearresteerd te krijgen. Moeder had het leven van haar dochter volstrekt kapot gemaakt door leugens en oplichting.

Ongelooflijk moedig van dit 16-jarige meisje. Als BJZ in deze zaak betrokken was geweest, dan had dit meisje hoogstwaarschijnlijk dit niet kunnen doen. Is het niet merkwaardig dat kinderen zelf grote angst hebben voor BJZ? Vergelijk bijvoorbeeld de uitingen van Laura Dekkers (zeilmeisje) en diverse volwassenen die vroeger als kind ervaringsdeskundige waren.

Er wordt ook vaak vergeten dat de kerkelijke organisaties die recent zo hard van hun voetstuk gevallen zijn ook functioneerden onder een mom van Jeugdzorg-organisatie.

Als we voor een bouwfraude en een woningbouwcorporatie-beleggingsfraude wel meteen een parlementaire enquete op zijn plaats vinden, waarom …

… is de gezondheid van onze kinderen niet een parlementaire enquete waard?

Om nog maar niet te spreken over het leed dat rechters (als eindverantwoordelijken!!!) en jeugdzorg over ouders, grootouders en andere betrokkenen bij kinderen uitstorten.

Waarom benoemt mevrouw Quik-Schuijt niet de eind-verantwoordelijkheid van de rechter in de jeugdzorg-dwalingen?

De jeugdzorg verschuilt zich achter de eind-verantwoordelijkheid van de rechter! De rechter verschuilt zich achter … de deskundigen, de jeugdzorg! Dit is al tientallen jaren gaande. Is nu niet de politiek aan de beurt?

Als zo duidelijk door diverse personen kan worden aangetoond dat er door rechters zelfs strafbare feiten worden gepleegd, waarom zijn dan nog geen straf-processen tegen rechters aanhangig gemaakt? Durven ouders niet? Durven advocaten niet? Kunnen ouders of advocaten niet?

Als duidelijk aan te tonen is dat het gebruik van jurisprudentie volstrekt ongrondwettig en in strijd met internationaal recht plaatsvind, waarom gebeurd daar dan niets mee? Moet de wetgevende macht geen betere controle op de rechterlijke macht (als mede-wetgevende macht !!!) uitoefenen? Waar dient de parlementaire enquete ook al weer voor?

Names de redactie van deze site

 

 

Protected: Volkskrant 10-03-2012; rechter Fred Salomon: ‘We zijn in het verleden echt te soft geweest’

2012/03/10 in 200 Jaar Ongewijzigd, Achter gesloten Deuren, Autoriteit Toezicht Jeugdzorg, Autoriteit Toezicht Rechtspleging, Civiel Recht, Deskundigen, Kind-Ouder-dossiers, Onafhankelijk Toezicht, Politiek, Rechterlijke Organisatie, Strafrecht, Waarheidsvinding

This content is password protected. To view it please enter your password below:

Macht van de gezinsvoogd. Geen goed toezicht op Jeugdzorg.

2012/03/06 in Onafhankelijk Toezicht, Politiek, Tuchtrecht Jeugdzorg

Vrijdag in De Ombudsman

De Ombudsman, iedere vrijdag, Nederland 2, 20.50 uur

Hele uitzending over de macht van de gezinsvoogd 

Vier moeders die in de uitzending vertellen over negatieve ervaring met de gezinsvoogd.

“De opleiding en kwaliteit van gezinsvoogden laat te wensen over,” dat zegt hoogleraar opvoedkunde Jo Hermanns vrijdag in het VARA-programma De Ombudsman. In de uitzending, die geheel in het teken staat van ‘de macht van de gezinsvoogd’ pleit oud-kinderrechter Nanneke Quik-Schuijt voor de invoering van tuchtrecht in de jeugdzorg. ‘Dat zou het vertrouwen van de burger groter maken.’ Jeugdzorg Nederland vindt tuchtrecht ‘prima’, maar wil ook meer geld van de politiek voor het verbeteren van de opleidingen.

Gezinsvoogden hebben een zware en verantwoordelijke baan. Maar ze hebben ook veel macht. Hun woord telt zwaar voor kinderrechters die moeten besluiten over een ondertoezichtstelling of uithuisplaatsing. Maar wat als gezinsvoogden die macht misbruiken, door ouders onder druk te zetten of te bedreigen of door een loopje te nemen met de waarheid? Wat kun je dan nog doen als ouder? Zijn gezinsvoogden wel voldoende toegerust voor hun zware taak? En is er wel voldoende controle op hun functioneren?

In deze speciale uitzending van De Ombudsman vertellen vier (pleeg)moeders over hun slechte ervaringen met een gezinsvoogd. Achteraf werden hun klachten gegrond verklaard. Zoals pleegmoeder Tamara wier pleegkind uit huis werd gehaald. Hoogleraar opvoedkunde Jo Hermanns bemoeide zich persoonlijk met deze zaak. “Een jongen die het goed deed in een pleeggezin is anderhalf jaar weggehaald en in een internaat geplaatst, waardoor een gat in zijn leven is geslagen. Dat gebeurde in een context van machtsuitoefening en dreiging door een gezinsvoogd die heel evident vanuit een tunnelvisie ageerde tegen die pleegmoeder en daardoor heel erg grote schade heeft aangericht.”

Niet goed opgeleid
Volgens Hermanns zijn veel gezinsvoogden niet toegerust voor hun zware taak. “Dat kun je ze ook niet kwalijk nemen. Er is een heel erg hoge werkdruk, er is een grote doorstroom. Ze zijn vaak jong. Het gaat om jongvolwassenen die net van een opleiding komen, die enorm moeilijke beslissingen moeten nemen en die daar niet goed voor opgeleid zijn.”

Erik Gerritsen, woordvoerder van Jeugdzorg Nederland, stelt dat het opleidingsniveau de afgelopen jaren al behoorlijk verbeterd is. “Ze moeten allemaal een hbo-diploma hebben en krijgen extra trainingen bij bureaus Jeugdzorg. De Inspectie heeft ook erkend dat daar flinke stappen zijn gezet. Dat laat onverlet dat er nog een forse professionaliseringsslag bij kan. Dat willen we zelf als liefste. Maar daar moet je dan wel in investeren.”

Oud-kinderrechter Quik-Schuijt signaleert dat gezinsvoogden steeds meer vanuit een machtspositie opereren. “Vroeger stonden de gezinsvoogden naast de mensen. Tegenwoordig zitten ze daar als een autoriteit, ook letterlijk niet meer naast de mensen, maar achter een tafeltje.”

Tuchtrecht gewenst
Ouders die klagen en gelijk krijgen, schieten daar vaak weinig mee op. Ze krijgen er hun kinderen vaak niet mee terug, aldus Hermanns. “Je kunt gelijk krijgen van de Nationale Ombudsman, je kunt gelijk krijgen van tientallen deskundigen die rapporten schrijven dat de ouder gelijk heeft en niet de gezinsvoogd. En nog verandert dat in verreweg de meeste gevallen die ik heb meegemaakt niet de positie van het kind of de ouder in de zaken die dan spelen.”

Quik-Schuijt pleit in De Ombudsman daarom voor de invoering van tuchtrecht. Om de positie van ouders te versterken én het imago van de beroepsgroep op te vijzelen. “Prima”, reageert ook Erik Gerritsen namens Jeugdzorg Nederland. “Tuchtrecht als een sluitstuik van een verdere professionalisering, prima, (…) de mensen willen zelf niets liever.”

De Ombudsman, vrijdag 2 maart om 20.50 uur bij de VARA op Nederland 2
.

To do lijst voor OJN, Onderlinge Jeugdzorgvereniging Nederland

2012/01/29 in Autoriteit Toezicht Jeugdzorg, Deskundigen, Kind-Ouder-dossiers, OJN, Onderlinge Jeugdzorgvereniging Nederland, Politiek, Tuchtrecht Jeugdzorg, Waarheidsvinding

To do lijst voor OJN, Onderlinge Jeugdzorgvereniging Nederland

Nog niet zo lang geleden hebben een aantal ouders het initiatief genomen om samen concrete dingen te doen waardoor de jeugdzorg in Nederland ondersteund kan worden om te professionaliseren en beter werkelijk de belangen van kinderen te kunnen gaan dienen.

Uit diverse onderzoeken is gebleken dat kinderen eerder verder beschadigd worden dan worden geholpen. Te denken is aan onderzoeken van de Ombudsman en de Raad voor de Veiligheid.

De eerste stap is het creeren van een ontmoetingsplaats tussen kinderen, ouders, grootouders, pleegouders, enz. enz.

Secretaris OJN (Secretary Cooperative Youthcare Netherlands)

 

Skip to toolbar