You are browsing the archive for Waarheidsvinding.

Hechtingsproblematiek bij kinderen in de rechtspraak – Beslissingen over kinderen in problematische opvoedingssituaties – Inzichten uit gehechtheidsonderzoek

2012/03/21 in Autoriteit Toezicht Jeugdzorg, Autoriteit Toezicht Rechtspleging, OJN, Onderlinge Jeugdzorgvereniging Nederland, Ouderverstotingssyndroom, Vervreemdingssyndroom, Waarheidsvinding

 

Redactie: met dank aan Vader Kennis Centrum. Zie de pdf-file die wordt vermeld of volg de onderstaande link voor de integrale tekst. Rechten berusten bij de in de documenten genoemde auteurs en organisaties. Documenten zijn algemeen breed op internet verspreid en toegankelijk gemaakt.

http://jurlex-ouderschap-nl.blogspot.com/2012/03/377.html

377. Hechtingsproblematiek bij kinderen in de rechtspraak – Beslissingen over kinderen in problematische opvoedingssituaties – Inzichten uit gehechtheidsonderzoek

 

Hechtingsproblematiek bij kinderen

Bron: Raad voor de Rechtspraak, Research Memoranda Nummer 6 / 2010, Jaargang 6, 2010

Onderzoeksvraag

Jeugdrechters nemen beslissingen die verstrekkende gevolgen kunnen hebben voor kinderen en ouders. Het betreft beslissingen over bijvoorbeeld uithuisplaatsing van een kind of het toewijzen van een kind aan één van de ouders. Voor het nemen van gefundeerde beslissingen is er bij jeugdrechters behoefte aan actuele kennis over de oorzaken, de ontwikkeling en gevolgen van hechtingsrelaties.

Aanpak

Op verzoek van de jeugdrechters is een overzicht gemaakt van de beschikbare kennis over hechting op een zodanige wijze dat deze jeugdrechters ondersteunt bij het nemen van beslissingen die gefundeerd zijn op actuele wetenschappelijke inzichten en onderzoeksresultaten.
Uitvoering: prof. dr. Femme Juffer (hoogleraar Adoptie, Universiteit Leiden)

Actuele status

Beslissingen over kinderen in problematische opvoedingssituaties, Inzichten uit gehechtheidsonderzoek

 Research memorandum 6-2010

 

Contactinfo Raad voor de Rechtspraak

Wetenschappelijk adviseur: Suzan Verberk
E-mail: s.verberk@rechtspraak.nl
Telefoon: (070) 361 9742

Programmamanager: Karin van Blijswijk
E-mail: c.van.blijswijk@rechtspraak.nl

Beslissingen over kinderen in problematische opvoedingssituaties – Inzichten uit gehechtheidsonderzoek

Bron: Raad voor de Rechtspraak, Research Memoranda Nummer 6 / 2010, Jaargang 6, 2010

Auteur: Prof. dr. Femmie Juffer, Hoogleraar adoptieonderzoek, Universiteit Leiden

Peiling van de politiek van non-communicatie. Brief redactie aan nieuw “slachtoffer” van Raad voor de Kinderbescherming, afwachtende advocaat en goedgelovige rechter.

2012/03/21 in Achter gesloten Deuren, Advocatuur, Autoriteit Toezicht Jeugdzorg, Autoriteit Toezicht Rechtspleging, Belangen Advocaten, Beperking toegang recht door verplichte vertegenwoordiging, Civiel Recht, Deskundigen, Forum, Kind-Ouder-dossiers, Strafrecht, Vervreemdingssyndroom, Waarheidsvinding

Heel veel sterkte!

We wensen jou veel sterkte. We hebben een heel groot “lek boven”. Nu nog de grote groep mannen (ook vrouwen!!!!) die het betreft een duidelijk gezicht geven en voor goede samenwerking gaan zorgen.

We zullen met meer begrip en inzicht niet direct het verlies van onze kinderen voorkomen.
Laten we sterk zijn om ze terug te winnen en daarvoor blijven vechten. Advocaten zijn regelmatig meer blokken aan het been dan bijstand … helaas. Ze hebben helaas ook een enorm belang bij het heersende onrecht. Ze zijn er zelfs deel van. Het is als een dokter die nooit zieken krijgt, die in de verleiding komt om mensen zelf eerst ziek te maken.
De brandweerman die het wachten op brand beu is … en zelf fikkie stookt.

Dat lijken idiote voorbeelden, maar helaas komen eigenlijk gebeurd precies dit op grote schaal in de jeugdzorg. Als we niet naar die voorvallen zoeken (door kwaliteitscontrole en onafhankelijk toezicht) dan zullen we ze ook bijna nooit vinden. Heel soms geven betrokkenen het uit schuldbesef toe en laten ons “vinden” wat we niet aan het zoeken waren.
Veel van die “idiote gevallen” roepen een natuurlijk psychologisch proces bij ons op dat we waar mogelijk eerst onze “waarnemingen” proberen te ontkennen. Ontkennen komt dan neer op wel waarnemen, maar niet in het geheugen willen inprenten of willen inprenten met een beter draaglijke “valse/gekleurde herinnering”. Dr. Freud wist ons al te overtuigen dat dat zelfs een overlevingsmechanisme voor individuen is.

Wij zijn er getuige van geweest dat de jeugdzorg eerst onrust bij de kinderen veroorzaakte en vervolgens dat als alibi gebruikte om kinderen naar een jeugd-psychiater toe te sturen. Gezonde kinderen!!!! Van wie is een dergelijke jeugd-psychiater voor zijn inkomen afhankelijk?

Je raadt het al voor indicatiestelling en doorverwijzing zijn jeugdzorginstellingen afhankelijk van … van BJZ!!!!
Ons aangereikte kennis bij Economie Havo-3/4- en VWO-3/4 was:
– een monopolie is ongezond en leidt tot prijs en kwaliteitproblemen! (1 leverancier en meer afnemers)
– een monopsonie is ongezond en leidt tot prijs en kwaliteitproblemen! (meer aanbiediers en maar 1 afnemer)
Het was mogelijk ook stof voor Mavo-3.

Rechters en advocaten lijken geselecteerd te worden voor het sluiten van ogen en oren. Via de voormalige Rijkspsychologische Dienst (RPD) zijn zelfs bewijzen gevonden dat dit inderdaad al speelt bij de toetsing en selectie van kandidaten voor de opleiding tot rechter. Er lijken vrij duidelijk krachten op een rechter te werken om juist te voorkomen dat bewijsmateriaal van “verdachten en slachtoffers” bij de rechter terecht kan komen. Ze moeten bereid zijn het bestaande systeem te willen blijven volgen … en vooral niet zelf kritisch na te denken.

Grappig is nu juist dat functionerende rechters een zelfbeeld presenteren dat zij onafhankelijk en “eigenwijs” denken te zijn. Zij zeggen tot hun uitspraken te komen zonder “last of ruggespraak”.

Het is nog maar kort geleden dat rechters op hun uitspraken de stempel lieten zetten “In naam der koning” of “In naam der koningin”. Juridisch was de laatste stempel zelfs fout. De functie van de koningin was volgens de wet namelijk koning (m/v).

Als erebaan ter genoegdoening voor loyaal optreden werden edellieden en hun kinderen door de koning tot rechter benoemd. Dit werd natuurlijk nooit zo geformuleerd. Bekijkt u eens de namenlijsten bij de rechtbanken en bij juridische publicaties. Nog steeds treffen we een lange lijst met mensen met adellijke titelatuur. Het wordt minder, maar nog steeds is er een oververtegenwoordiging van adellijke mensen in de rechtspleging.

Voor buitenstaanders blijkt het niet kritisch laten plaatvinden van waarheidsvinding ook in het strafrecht een groot probleem te zijn. Vele gevangenen blijken zonder objectief bewezen schuld levenslang te hebben uitgezeten. We zien hier helaas alleen nog maar het topje van de ijsberg. (Vergelijk de onderzoeken van Ton Derksen en anderen). Maurice de Hondt blijkt niet alleen goed te kunnen peilen en te kunnen rekenen, maar helaas heeft hij in veel meer gelijk. Ook hij liet zich in vergaande mate “motiveren” door wat er met een van zijn kinderen gebeurde door de “goede zorgen” van bureaucraten van de verkeerde soort. In het civiele recht is zakkenvullen en jokken een nationale sport !!

Studenten krijgen ook onomwonden te horen dat je alleen in de toptechniek en in het recht een topsalaris kan verdienen. Het gaat hier wel om onze kinderen !!!! Zij blijken niet een gewaarborgd recht op een gezonde opvoeding (met contact met beide ouders en families) te hebben.

Mijn casus (als redactielid) in het kort. Ik was co-ouder. Moeder wilde naar het buitenland kunnen verhuizen met haar partner. De oude vertrouwde list werd van stal gehaald: non-communicatie-strategie en diskwalificatie en criminalisering van de vader. Als iedere leek het ziet … waarom de rechter en de hulpverlening niet? Voor alle duidelijkheid: er zijn ook ratten van vaders die dit op moeders los laten. Resultaat is: achteloze ontvadering door uiteindelijk de rechter. Nog belangrijker:  kinderen met zware psychische beschadiging die vaak eindigt in Parental Alienation Syndrom (PAS).

De rechter maakte zichzelf willens en wetens schuldig aan zware mishandeling in vereniging. Ondertussen wellicht tijd om met een aantal ouders rechters daarvoor op de reguliere wijze aan te spreken: aangifte doen van mishandeling, dwaling, bedrog en plichtsverzuim in vereniging.

Probleempje: alleen als we met heel veel ouders tegelijk aangifte gaan doen tegen de ontspoorde functionarissen (rechters en “deskundigen”) vinden we een advocaat die dat bereid is voor ons op te gaan pakken. In individuele gevallen blijken advocaten zich niet hieraan te willen branden. Ze nemen je zaak simpelweg niet van je aan. Ofwel: de toegang tot het recht blijkt nihil te zijn.

Ook al is het direct vast te stellen dat je als ouder opkomt voor de rechten van je eigen kind, en dat je allerlei mishandeling van je kind kan bewijzen, dan nog zeggen de familie-recht advocaten steeds het volgende. “Als het je werkelijk om je kinderen gaat, dan probeer je je relatie met de andere ouder te normaliseren!” Ze willen blijkbaar niet zien dat in veel gevallen de andere ouder er allerlei belang bij denkt te hebben om: te doen voorkomen dat er “een slechte communicatie bestaat tussen de ouders”. Er zijn blijkbaar maar heel weinig mensen die de juiste definitie van “communicatie” willen vinden en weten toe te passen. Als de intentie van de zender is om een boodschap NIET over te krijgen dan is de communicatie vanuit de positie van de zender (meestal moeders!) nu JUIST OPTIMAAL. De jeugdhulpverlening zou dus moeten melden aan de Raad (Raad voor de Kinderbescherming) dat er in “onze” gevallen “een zeer goede” communicatie plaatsvindt.

Worden kinderen en vaders werkelijk gevolgd, en wordt ook de kwaliteit van de communicatie vanuit hun positie als zender en ontvanger gemeten, dan ontstaat een heel ander beeld. “Leuk om te weten” is dat de Raad voor de Kinderbescherming en BJZ zelf zeggen dat ze niet aan waarheidsvinding doen. Als je als “van kind te vervreemden” ouder doorvraagt dan komt dat “verdedigingsinstrument” tot inzet bij de jeugdzorgmedewerker. Ze zeggen feitelijk: we gaan ook helemaal niet (professioneel) onderzoeken! Feitelijk roepen ze maar iets om bij de rechter hun zin te krijgen en steun te krijgen voor wat ze doen. En belangrijker: later nooit ter verantwoording te kunnen worden geroepen. De rechter zei het immers ook! Het is een al tientallen jaren bestaand agreement tussen rechters en jeugdzorg om “elkaar in een rol te bevestigen”. Verdeel en heers heet dat ook wel. Wie bevestigt onze kinderen in hun rol dat zij graag beide ouders willen behouden?

Waarom doen rechters zaken met deskundigen die onomwonden zeggen niet professioneel deskundig te willen zijn?

In mei 2014 mengde zich eindelijk ook weer eens een andere academicus als kritischer toeschouwer op het bizarre doen en laten van de jeugdzorg. De econonoom emeritus hoogleraar Arnold Heertje kon zijn ogen en oren niet geloven in wat hij opgevoerd zag worden. Toegegeven: wat jeugdzorg en rechter samen te weeg brengen is ook niet te geloven. Je kan het pas geloven als je als ouder met je kind zelf slachtoffer wordt van het systeem. Dan is het dus te laat. Je kan dan niet anders dan proberen er te zijn voor als je kind behoefte krijgt om naar je terug te keren. Wachten en nog eens wachten. Ook het proces van (deels) ongedaan maken van de vervreemding kosten vervreemd kind en vervreemde ouder veel energie … en veel pijn. Deels ongedaan maken, want … de verloren kindertijd … geeft niemand hen terug.

Met een paar kritische vragen is ook meteen vast te stellen dat men weigert om bestaande wetenschappelijke kennis toe te passen. Het is dus ook niet verwonderlijk dat Pieter van Vollenhoven en de ombudsman en vele anderen vaststellen: de jeugdzorg is verre van professioneel … en helaas … de rechtspleging is dat DUS ook niet. Mijn (redactielid, steller dezes) werk was het om de mate van professionaliteit van medewerkers van justitie vast te stellen … gefocust op de ICT-mensen. Nu ik tegen wil en dank dat onderzoek ook moet doen bij mijn collega’s tijdens hun werk in het primaire proces, de rechtspleging zelf … moet ik van de ene verbazing in de andere vallen.

Namens
De onderzoekssite “justitieslachtoffers.nl”:
WILLEN WIJ ONZE KINDEREN ONSCHULDIG LEVENSLANG GEVEN?
Kijk ook eens op onze site:
http://www.justitieslachtoffers.nl/
Of richt uw reactie aan: justitieslachtoffers@gmail.com

Hoogachtend,
Redactie

 

(Bijwerking en aanvulling van dit artikel, op verzoek van lezers, op 1 september 2015. Eerste publicatie op 21 maart 2012.)

Zur Elternentfremdung. Over Oudervervreemding.

2012/03/20 in Onderlinge Jeugdzorgvereniging Nederland, Ouderverstotingssyndroom, Psychische Mishandeling, Vervreemdingssyndroom, Waarheidsvinding

Integrale weergave uit de verwezen website.

http://www.vaeterfuerkinder.de/Reich.htm 

VfK Logo

Aus Wilhem Reich “Charakteranalyse” zur Eltern-Kind-Entfremdung

Das Buch “Charakteranalyse” des Wiener Psychoanalytikers Wilhelm Reich erschien erstmals 1933. In Nazideutschland war das Buch verboten, erreichte aber 2006 seine 8. deutsche Neuauflage, entsprechend der U.S. Fassung ab 1945: Kiepenheuer &Witsch, Köln, 8te Auflage, 1971, 1989, ISBN 10: 3-462-01982-1, ISBN 13: 978-3-462-01982-7.
 
 Im Kapitel VI. Die emotionelle Pest  (Seiten 330.-372 ), geschrieben 1945, finden sich Beschreibungen, in denen wir heute Fälle erkennen, die unter den von Richard Gardner etwa 1985 eingeführten Begriff ” Parental Alienation Syndrome (PAS)” fallen würden.
   
Auf Seite 335 ist eine kurze Bemerkung:
Eine Mutter etwa, die sich der Methoden der Politik bediente, um ihr Kind dem Gatten zu entfremden, fiele unter diesen erweiterten Begriff der politischen emotionellen Pest; ebenso ein streberischer Wissenschaftler, der sich nicht durch sachliche Leistungen, sondern mittels der Methoden der Intrige zu einer hohen sozialen Stellung emporarbeitet, die in keiner Weise seinen Leistungen entspricht.

Auf Seite 341:
Ein Vater, der aus Haß gegen seine Frau, die ihm, sagen wir, untreu wurde, das gemeinsame Kind fur sich in Anspruch nimmt, handelt aus ehrlichster Überzeugung »im Interesse des Kindes«; aber er erweist sich als völlig unzugänglich jeder Korrektur, wenn das Kind unter der Trennung von der Mutter leidet oder sogar zugrunde geht; der pestkranke Vater wird sekundär allerhand Begründungen finden, um seine Überzeugung aufrecht zu erhalten, daß er es mit dem Kinde »gut meine«, wenn er es von der Mutter fernhält; er ist nicht zu überzeugen, daß das wirkliche Motiv sadistische Bestrafung der Mutter ist..

 Das erscheint hoch relelevant, weil es einen Aspekt beschreibt, den man immer in schweren PAS Fällen findet, seltsamerweise meist sogar bei entfremdenden Elternteilen, die auf Grund ihres Bildungsstandes oder sogar zusätzlich noch Berufsausbildung eigentlich in der Lage sein müssten die ernsthaften Auswirkungen ihres Verhaltens auf das Kind zu erkennen.
Diese Beschreibung entspricht übrigens auch genau der Geschichte die Theodor Fontane in seinem berühmten Roman  “Effi Briest” (1894-95) erzählt. Fontane beschreibt auch das mechanische Verhalten des entfremdeten Kindes bei den wenigen Kontakten mit seiner Mutter. [Der von Reich eingeführte Begriff ,,pestkrank” für solche Persönlichkeitsstörungen, wie hier beim entfremdenden Vater, hat sich allerdings nicht durchgesetzt, auch nicht andere seiner vielen sehr originellen Ideen.]  

Seiten 348-349: Typischer Kampf ums Kind in Scheidungsfällen :
Versuchen wir nun, diese Differenzierungen an einfachen Beispielen aus dem Alltagsleben zu überprüfen: Nehmen wir als erstes Beispiel den Kampf ums Kind, der sich bei Ehescheidungen in typischer Weise
abzuspielen pflegt.
Wir haben drei verschiedene Reaktionen zu erwarten: die rationale, die charakterneurotisch-gehemmte and die emotionell pestkranke Reaktion.
a. Rational: Vater and Mutter kämpfen um gesunde Entwicklung des Kindes mit rationalen Begründungen and Mitteln. Sie können prinzipiell einig sein, dann ist es leicht; sie können aber auch sehr verschiedener Meinung sein. Sie werden in jedem Falle im Interesse des Kindes es vermeiden, hinterhältige Methoden zu benützen. Sie werden mit dem Kinde offen sprechen und es entscheiden lassen. Sie werden ihr eigenes Interesse am Besitz des Kindes ausschalten. Sie werden sich von den Neigungen des Kindes führen lassen. Wenn der eine oder andere Ehepartner Trinker oder geisteskrank ist, wird diese Tatsache dem Kinde unter größtmöglicher Schonung als ein tapfer zu tragendes Unglück in entsprechender Weise vermittelt werden. Das Motiv ist immer Vermeidung einer Schädigung des Kindes. Die Haltung ist bestimmt durch Opferung der persönlichen Interessen.
b. Charakterneurotisch: Der Kampf ums Kind ist durch Rücksichten aller Art, durch Scheu vor Öffentlichkeit etc., gebremst. Die Führung im Konflikt hat nicht so sehr das Interesse des Kindes als die Anpassung an die öffentliche Meinung. Die charakterneurotischen Eltern fügen sich dem üblichen Brauch in solchen Dingen, also etwa der Ansicht, daß das Kind unter allen Umständen bei der Mutter bleibt, oder sie ziehen einen Gerichtsbeschluß zu Rate. Wenn einer der Ehepartner Trinker oder geisteskrank ist, dann besteht die Neigung zur Aufopferung, zur Verhüllung der Tatsache mit dem Resultat, daB das Kind sowohl wie der andere Ehepartner leiden und gefährdet werden: Die Ehescheidung wird vermieden. Das Motiv des Verhaltens ist durch den Satz »Wir wollen kein Aufsehen erregen« geprägt. Die Haltung ist bestimmt durch Resignation.
c. Emotionell pestkrank: Die Rettung des Kindes ist regelmäßig ein vorgeschobenes und, wie das Ergebnis zeigt, unerfülltes Motiv. Das wahre Motiv ist die Rache am Partner durch Beraubung der Freude am Kinde. Der Kampf ums Kind bedient sich daher der Diffamierung des Partners, gleichgültig, ob er gesund oder krank ist. Das Fehlen jeder Rücksicht auf das Kind kommt darin zum Ausdruck, daß seine Liebe zum anderen Elternteil nicht in Rechnung gestellt wird. Dem Kinde wird, um es vom anderen Partner zu trennen, beigebracht, daß der Betreffende Trinker oder geisteskrank ist, was nicht der Wahrheit entspricht. Das Ergebnis ist Schädigung des Kindes, das Motiv ist Rache am Partner und seine Vernichtung sowie Herrschaft über das Kind und nicht Liebe für das Kind.

Seiten 359-360:
Ich möchte hier ein klinisches Beispiel aus meiner ärztlichen Erfahrung einschalten.
Bei einer Ehetrennung hatte die Mutter mit dem Vater der Kinder die Vereinbarung getroffen, daß die Kinder zunächst bei der Mutter verbleiben, daß sie aber, wenn sie das 14. Lebensjahr erreichten, sich selbst freiwillig entscheiden sollten, bei wem sie weiterleben wollten. Eines der Kinder äußerte schon mit 12 Jahren den Wunsch, beim Vater zu leben. Daraufhin griff die Mutter zum Mittel der Diffamierung des Vaters, der abwesend war. Dem Kinde wurde die Überzeugung beigebracht, daß der Vater ein Mensch wäre, der andere Menschen beherrschen wollte, man müßte vor ihm auf der Hut sein, denn man könnte sich seinem Einfluß nicht mehr entziehen, wenn man einmal unter ihn geraten wäre. Diese Diffamierung war um so unverständlicher, als der Vater an der genau entgegengesetzten Schwäche litt, Menschen seiner Umgebung uneingeschränkte Freiheit zu lassen. Das Argument der Pestreaktion  wurde erst einige Jahre später verständlich: Die Entfremdung des Vaters war offenbar nicht völlig geglückt, denn die Mutter griff zu einem schärferen Mittel. Sie brachte den Kindern die Uberzeugung bei, daß der Vater verrückt geworden and daher gefährlich wäre. Dies wirkte. Das Kind entwickelte eine neurotische Selbstversagung. Seine Charakterhaltung begann sich immer mehr dahin zu entwickeln, daß man sich gerade das, was man am sehnlichsten wünschte, zu versagen hatte.Das wurde nun zu einem Zwang. Der Einfluß der Mutter verinnerlichte sich im Kinde in so hohem Grade, daß das Kind sich jahrelang den heißen Wunsch, den Vater zu besuchen, versagte. Obwohl es später einsah, daß die Verrücktheitserklärung des Vaters ein Mittel, es fernzuhalten, gewesen war, behielt es die nun phobisch gewordene Angst, den Vater zu besuchen, bei. Obwohl es nun erwachsen war, war es unfähig, sich von der Mutter zu lösen and sein eigenes Leben zu führen. Es schob seinen Entschluß, das mütterliche Haus zu verlassen, immer wieder hinaus. Es war deutlich, daß eine Zwangshemmung es im Hause der Mutter festhielt. Genau das also, was diese Mutter dem Vater des Kindes zugeschrieben hatte, war komplett gelungen. Im Leben des Kindes hatte sich ein irreparabler Bruch festgesetzt. Die Selbstversagung durchaus rationaler Wünsche war zu einer dauernden Grundhaltung geworden. Obwohl sie den Vater sehr schätzte und liebte, vermochte sie es nicht über sich zu bringen, mit ihm auch nur wenige Tage in den Ferien oder bei ähnlichen Anlässen zu verbringen.

Das ist vielleicht das relevanteste Zitat, da es auch beschreibt was im Kinde passiert, als Folge des entfremdenden Verhaltens seines betreuenden Elternteils  Dass dieser Elternteil dem anderen etwas vorwirft  (hier: andere beherrschen zu wollen) was nur auf ihn selbst zutrifft, nennt man heute in der Psychiatrie “Projektion”.

Zur Homepage von Väter für Kinder  Impressum

Joep Zander over eerste beschrijving Oudervervreemdingssyndroom (PAS)

2012/03/20 in Ouderverstotingssyndroom, Psychische Mishandeling, Uncategorized, Vervreemdingssyndroom, Waarheidsvinding

Verketterd

20 maart 2012

Het ouderverstotingssyndroom werd volgens de gangbare opvattingen in 1985 voor het eerst beschreven door Richard Gardner. In 1992 volgde zijn lijvige hoofdwerk het eerste artikel op. Toen Bernet een paar jaar geleden de geschiedenis van dit begrip uitdiepte kwam hij tot veler verbazing uit bij Wilhelm Reich die in 1949 al min of meer een omschrijving van het begrip had gegeven in zijn boek “Character analysis”. Of al eerder? Het boek stamt immers uit 1933?
Bij het uitwerken van mijn laatste artikel stuitte ik weer op die verwijzing. Ik ontdekte ook dat Bernet deze kennis in een volgend artikel weer had laten zitten en de geschiedenis van de beschrijving van ouderverstoting weer ergens bij Wallerstein liet aanvangen.
Dus besloot ik het zelf een en ander uit te zoeken. De Engelse versie van Reichs boek was volgens het catalogussysteem Picarta alleen in Leiden te vinden. Maar na wat omzwervingen bleek een Duitse versie hier in Deventer in de Atheneumbibliotheek aanwezig. Samen met de bibliothecaresse probeerde ik uit te zoeken hoe het zat met de verschillende drukken. Uiteindelijk kwam ik zelf tot de conclusie dat Reich het oorspronkelijke werk in het Duits had geschreven maar de aanvulling in 1945 in het Engels. Hij verbleef toen in de States. Het kostte wat moeite om het door Bernet aangehaalde citaat te vinden omdat ik dus nu met een andere editie zat. Gelukkig bleek er in Duitsland een vaderorganisatie te zijn ( Väter für Kinder) die het allemaal al eens had uitgezocht. In het Duits dan wel. Ik was zeer verbaasd te lezen hoe precies Reich het ouderverstotingssyndroom had omschreven, preciezer dan ik op grond van het citaat van Bernet verwachtte. Inclusief de vrij essentiële verinnerlijking van de verstoting bij het kind. Gardner verwees niet naar Reich. Bernet eerst wel. Reich werd vele malen verketterd in zijn leven. Door de communisten, de nazi’s de psychoanalytische vereniging, de Amerikanen. Het kon niet op. Toch had hij mooie ideeën die dus zijn tijd soms ver vooruit waren.

Ik citeer het belangrijkste stuk:

Ich möchte hier ein klinisches Beispiel aus meiner ärztlichen Erfahrung einschalten.
Bei einer Ehetrennung hatte die Mutter mit dem Vater der Kinder die Vereinbarung getroffen, daß die Kinder zunächst bei der Mutter verbleiben, daß sie aber, wenn sie das 14. Lebensjahr erreichten, sich selbst freiwillig entscheiden sollten, bei wem sie weiterleben wollten. Eines der Kinder äußerte schon mit 12 Jahren den Wunsch, beim Vater zu leben. Daraufhin griff die Mutter zum Mittel der Diffamierung des Vaters, der abwesend war. Dem Kinde wurde die Überzeugung beigebracht, daß der Vater ein Mensch wäre, der andere Menschen beherrschen wollte, man müßte vor ihm auf der Hut sein, denn man könnte sich seinem Einfluß nicht mehr entziehen, wenn man einmal unter ihn geraten wäre. Diese Diffamierung war um so unverständlicher, als der Vater an der genau entgegengesetzten Schwäche litt, Menschen seiner Umgebung uneingeschränkte Freiheit zu lassen. Das Argument der Pestreaktion wurde erst einige Jahre später verständlich: Die Entfremdung des Vaters war offenbar nicht völlig geglückt, denn die Mutter griff zu einem schärferen Mittel. Sie brachte den Kindern die Uberzeugung bei, daß der Vater verrückt geworden and daher gefährlich wäre. Dies wirkte. Das Kind entwickelte eine neurotische Selbstversagung. Seine Charakterhaltung begann sich immer mehr dahin zu entwickeln, daß man sich gerade das, was man am sehnlichsten wünschte, zu versagen hatte.Das wurde nun zu einem Zwang. Der Einfluß der Mutter verinnerlichte sich im Kinde in so hohem Grade, daß das Kind sich jahrelang den heißen Wunsch, den Vater zu besuchen, versagte. Obwohl es später einsah, daß die Verrücktheitserklärung des Vaters ein Mittel, es fernzuhalten, gewesen war, behielt es die nun phobisch gewordene Angst, den Vater zu besuchen, bei. Obwohl es nun erwachsen war, war es unfähig, sich von der Mutter zu lösen and sein eigenes Leben zu führen. Es schob seinen Entschluß, das mütterliche Haus zu verlassen, immer wieder hinaus. Es war deutlich, daß eine Zwangshemmung es im Hause der Mutter festhielt. Genau das also, was diese Mutter dem Vater des Kindes zugeschrieben hatte, war komplett gelungen. Im Leben des Kindes hatte sich ein irreparabler Bruch festgesetzt. Die Selbstversagung durchaus rationaler Wünsche war zu einer dauernden Grundhaltung geworden. Obwohl sie den Vater sehr schätzte und liebte, vermochte sie es nicht über sich zu bringen, mit ihm auch nur wenige Tage in den Ferien oder bei ähnlichen Anlässen zu verbringen.

Alle citaten bij Väter für Kinder

Met dank aan Joep Zander voor deze academische zoektocht:

http://joepzander.wordpress.com/2012/03/20/verketterd/

Nadere informatie over mr Quik-Schuijt

2012/03/11 in Autoriteit Toezicht Jeugdzorg, Autoriteit Toezicht Rechtspleging, Civiel Recht, Deskundigen, Kind-Ouder-dossiers, Onafhankelijk Toezicht, Parlementaire Enquete Jeugdzorg, Parlementaire Enquete Rechtspleging, Politiek, Rechterlijke Organisatie, Strafrecht, Trias Politica, Tuchtrecht Jeugdzorg, Waarheidsvinding

Mr. A.C. (Nanneke) Quik-Schuijt

foto Mr. A.C. (Nanneke) Quik-Schuijt Nanneke Quik (1942) is sinds 12 juni 2007 lid van de SP-fractie in de Eerste Kamer. Zij was tot oktober 2007 kinderrechter in Utrecht. Mevrouw Quik is voorzitter van de commissie voor de Verzoekschriften uit de Eerste Kamer.

SP
in de periode 2007-heden: lid Eerste Kamer

 
 

voornamen (roepnaam)

Anna Catharina (Nanneke)

 
 

personalia

geboorteplaats en -datum
Wageningen, 2 november 1942

 

partij/stroming

partij(en)

   PvdA (Partij van de Arbeid), van 1972 tot 2002
   SP (Socialistische Partij), vanaf 2002

 

 

loopbaan

   gerechtssecretaris eerste klasse, Arrondissementsrechtbank te Utrecht, van 1974 tot 1975
   (kinder)rechter-plaatsvervanger, Arrondissementsrechtbank te Utrecht, van 1975 tot 1990
   rechter Arrondissementsrechtbank te Utrecht, van 1 februari 1990 tot oktober 2007
   vicepresident Arrondissementsrechtbank (kinderrechter) te Utrecht, van april 1990 tot oktober 2007
   lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, vanaf 12 juni 2007

 

 

nevenfuncties

huidige

   lid bestuur Stichting Expertise Centrum, kind in de pleegzorg
   adviseur Stichting omgangshuis “Tussenthuis” te Utrecht
   plaatsvervangend voorzitter klachtencommissie jeugdzorg, Leger des Heils
   lid discussiepanel voor ‘Novum’ (tijdschrift van de rechterlijke macht)
   panellid radioprogramma ‘Schuld en boete’, Villa VPRO

vorige

   lid bestuur zes katholieke basisscholen
   lid bestuur sportvereniging
   lid parochie vergadering
   plaatsvervangend voorzitter klachtencommissie Nederlandse Vereniging van vrij-gevestigde psychotherapeuten, van 1 januari 2001 tot 1 september 2005
   lid commissie van beroep Vereniging van Advocaat-scheidingsbemiddelaars, van 1 januari 2004 tot 31 december 2004
   docent juridische opleidingen OSR, Utrecht, van 1 februari 2005 tot 1 maart 2006
   docent opleiding Family Mediator Edumonde, vanaf 2001

 

 

opleiding

lager onderwijs

   “Ecole Communale” te Saint Michel-sur-Orge (Frankrijk)

voortgezet onderwijs

   gymnasium-a, R.K. “Edith Stein Lyceum” te ‘s-Gravenhage, van 1956 tot 1961

academische studie

   Nederlands recht, Rijksuniversiteit Leiden, van september 1961 tot 1 maart 1967

post-academisch onderwijs

   opleiding tot rechter (r.a.i.o.), vanaf 1967

overige opleidingen

   opleiding mediator te Haarlem, van 2001 tot 2002

stages e.d.

   stage bij de Raad voor de Kinderbescherming te Utrecht
   stage op een advocatenkantoor

 

 

wetenswaardigheden

verkiezingen

   Stond in 2011 bij de Eerste Kamerverkiezingen op de 9e (onverkiesbare) plaats op de SP-kandidatenlijst

woonplaats
Zeist

hobby’s

   volleybal
   wandelen

 

 

familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm
gehuwd te ‘s-Gravenhage, 18 maart 1967

kinderen
2 dochters

stief-, pleeg- en/of adoptiefkinderen
1 pleegzoon

vader
W.J. Schuijt, Wilhelmus Johannes

moeder
A. Boom, Antje

familierelaties
Dochter van W.J. Schuijt, Tweede en Eerste Kamerlid 

Bovenstaande gegevens zijn ontleend aan het biografisch archief van het Parlementair Documentatiecentrum (PDC) van de Universiteit Leiden en betreffen vooral de periode waarin iemand politiek en bestuurlijk actief is of was.
Aanvullingen en gemotiveerde correcties ontvangt PDC graag. U kunt hiervoor de “reageer-keuze” aan de rechterzijde van deze pagina gebruiken of uw aanvullingen per post sturen naar PDC, antwoordnummer 10801, 2501 BW Den Haag of per email aan info@biografieen.com.

Noodzakelijke achtergrond bij rechter Anna Catharina (Nanneke) Quik-Schuijt

2012/03/11 in 200 Jaar Ongewijzigd, Achter gesloten Deuren, Autoriteit Toezicht Jeugdzorg, Autoriteit Toezicht Rechtspleging, Civiel Recht, Deskundigen, Internationaal Recht, Kind-Ouder-dossiers, Onafhankelijk Toezicht, Parlementaire Enquete Jeugdzorg, Parlementaire Enquete Rechtspleging, Rechterlijke Organisatie, Strafrecht, Trias Politica, Tuchtrecht Jeugdzorg, Waarheidsvinding

Van de Redactie: 

Het onderstaande is de lemma uit Wikipedia in de status van 10 maart 2012. Heel voorzichtig kan de vraag worden gesteld of deze rechter loyaal de wet heeft willen uitvoeren. Daarin staat namelijk al geruime tijd het uitgangspunt van gelijkwaardig ouderschap. Ook in internationale verdragen heeft Nederland zich geconformeerd tot het uitgangspunt dat het ziekteverwekkend is voor een kind om de zorg van slechts 1 ouder te krijgen. Onder andere door Gardner is gewezen op de gevolgen van Parental Alienation Syndrome. Gelijkwaardig ouderschap wordt in het belang van het kind geacht. Er is geen enkele controle op de rechter of de rechter de wet ook werkelijk uitvoert. Zeker in individuele gevallen mag de wetgever dat niet toetsen.  Het mag zeer merkwaardig heten dat na 200 jaar rechterlijke organisatie-ontwikkeling … er nog steeds geen enkel onafhankelijk toezicht op de rechtspleging bestaat. De rechter is ook maar een mens … maakt ook fouten … en begaat onrechtmatige daden … en strafbare feiten. De rechter rijdt ook wel eens te hard (strafbaar feit en delict). Gek genoeg worden rechters bijna nooit ontslagen. Men neme bijvoorbeeld ook kennis van de onderzoeken van RTL TV. Zijn zij werkelijk zo onkreukbaar als we dat met z’n allen wensen? Of zijn we niet in staat inzicht in het functioneren van individuele rechters te verkrijgen? Betekent een onafhankelijke rechter dat hij geen controle verdient? Is het professioneel om te willen functioneren zonder controle? Hoe kan een wetgevende macht toestaan dat het niet eens kan controleren of haar wetten worden uitgevoerd?

De hierboven gestelde vragen willen beslist niet suggeren dat mw. Quik Schuijt steeds in een negatief antwoord geplaatst moet worden. Wel is het zo dat er nogal wat ervaringsdeskundigen slechte ervaringen met haar als rechter hebben gehad.

In debat blijkt zij zich van kwalijke retoriek te bedienen. Zie daartoe onder andere de door mr Peter Prinsen vastgelegde gegevens over haar.

Opvallend is de enorme regelmaat waarmee mw. Quik- Schuijt aan het woord komt als representant van de rechterlijke macht en van kinderrechters in het bijzonder. Recent trad zij nog op de voorgrond bij Vara Ombudsman.

Heel stuitend is het gemak waarmee zij de schuld bij gezinsvoogden legt. De rechter is namelijk eindverantwoordelijk. Een rechter die nooit vragen stelt aan de jeugdzorg is medeschuldig aan veroorzaakte dwaling en bedrog. Een rechter die weigert bewijs hiervan in ogenschouw te nemen pleegt een voor rechters bestaand halsmisdrijf: valsheid in geschrifte in georganiseerde vereniging.

Het is helaas bekend dat de Nederlandse rechter veel moeite heeft om valsheid in geschrifte vast te stellen. Men denke dan ook aan boekhoudfraudes en corruptiezaken. Daarnaast komt de rechter zelden tot een bewezen-verklaring van laster en smaad. Dat zijn precies de thema’s waar het in rapportages van de jeugdzorg en in het familierecht om gaat. Dat deze thema’s civiel recht dadelijk in strafrecht transformeren, ontgaat vele civielrecht-juristen. Of het komt hen beter uit, want dan hoeft er niet omslachtig bewijs geleverd te worden. Je zegt gewoon … ach het is maar civiel. Precies dat is waarschijnlijk ook een reden dat een aantal strafrechtjuristen zich totaal niet in dit civiele recht thuis voelen. Zij blijken zich metname niet thuis te voelen in het jeugd- en familierecht.

Plaagstootje: sinds kort is het extra strafbaar om in georganiseerde vereniging een misdrijf te plegen. Achteloze ontoudering met ontneming van gezag en het opleggen van een contactverbod geldt volgens psychologen, psychiaters en pedagogen als kindermishandeling.

Welke ouder en welke advocaat durven het aan om aangifte van kindermishandeling tegen rechters te gaan doen? Hoe lang blijft het: We hebben het niet geweten? En … de wetgever schreef ons voor dat wij moesten vertrouwen op onderzoek van onze huisdeskundigen … de Raad voor de Kinderbescherming en de Bureau’s Jeugdzorg?

De katholieke kerk bleek meer dan 20 eeuwen nodig te hebben om toe te geven als “barmhartige, godvrezende dienaren” kinderen de meest vreselijke dingen aan te doen.

Wellicht dat een manlijke strafrechtjurist mr Quik Schuijt (en ons allen) uit kan leggen waarom zo weinig mannen zich op hun plek voelen als kinderrechter?

Dit aldus de site-redactie

 

Nanneke Quik-Schuijt

 

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

 

 

 

Ga naar: navigatie, zoeken

 

Nanneke Quik-Schuijt
Afbeelding gewenst
Naam Anna Catharina (Nanneke) Quik-Schuijt
Geboren Wageningen, 2 november 1942
Functie Lid van Eerste Kamer
Sinds 12 juni 2007
Partij PvdA (1972-2002), SP (vanaf 2002)
Politieke functies
2007-heden Lid Eerste Kamer
Parlement & Politiek – biografie
Portaal  Portaalicoon   Politiek

Anna Catharina (Nanneke) Quik-Schuijt (Wageningen, 2 november 1942) is senator voor de SP en voormalig kinderrechter en vicepresident bij de rechtbank Utrecht. Zij treedt veelvuldig in de media op, op persoonlijke titel dan wel als spreekbuis van de werkgroep Kinderrechters van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak.

Zij maakt zich herhaaldelijk druk om de kwaliteit van de jeugdzorg en het belang van de rechten van het kind. Zij maakt zich ook zorgen over het geringe aantal mannelijke kinderrechters[1].

Zij huldigde het standpunt dat jonge kinderen voor 100% afhankelijk zijn van moeders en dat gerechtelijke maatregelen om omgangsregelingen af te dwingen meestal niet in het belang van het kind zijn[2]. In april 2007 zei ze in het dagblad De Pers dat het kind hoort bij diegene van de ouders die het kind opvoedt.

Zij ageerde als kinderrechter tegen de invoering van het omgangsrecht in 1990[3]. Deze opvattingen van Quik-Schuijt zijn sinds eind jaren tachtig onderwerp van discussie in de publieke media en de vakpers[4]

Quik-Schuijt nam herhaaldelijk deel aan schaduwkabinetten van de SP. De SP is voorstander van gelijkwaardig ouderschap (verkiezingsprogramma 2006). Ze zit inmiddels in de Eerste Kamer der Staten-Generaal voor de SP, na op 17 maart 2007 door de partijraad op de lijst te zijn gezet[5]. Binnen de rechterlijke macht vindt een discussie plaats over nevenfuncties als deze.

Een commissie van rechters, waaronder leden van de Nederlandse Vereniging van Rechtspraak en rechtbankpresidenten, heeft in een leidraad vertegenwoordigende politieke functies onverenigbaar verklaard met de functie van rechter, teneinde de schijn van belangenverstrengeling te vermijden. Nadat deze kwestie in de pers[6] aan de orde was gesteld deelde Quik-Schuijt mede dat ze zo snel mogelijk na het zitting nemen in de senaat haar rechtersfuncties zal neerleggen.

[bewerken] Familie

Ze is een dochter van oud-KVP-politicus en journalist Wim Schuijt (1909-2009).

[bewerken] Publicaties

  • Vernieuwen & investeren. Innovatief jeugdbeleid en jeugdonderzoek, 1999 Van Gorcum. (medeauteur)
  • De rechter als omgangsregelaar: onmachtig of ongeschikt? In “Het recht of het belang van het kind”, Van Gorcum, 1989, ISBN 9023225082
  • Het Arnhemse Hof en de rechtspositie van pleegouders, 1999 In: Tijdschrift voor Familie- en Jeugdrecht, FJR ; jaargang 21 : nr 4, p. 75-77
  • Children’s Advocates. Schuijt, N., 2001. In I. Sagel-Grande (Ed.), In the best interest of the child. Conflict resolution for and by children and juveniles. Amsterdam: Rozenberg Publishers.

[bewerken] Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties:

  1. http://www.emancipatie.nl/_documenten/nws/2006/augustus/NRC060817b.pdf
  2. “En jonge kinderen zijn nou eenmaal 100 procent afhankelijk van hun moeder. Dus als er niet een heel klein beetje medewerking is van die moeder, dan kan het kind niet zonder grote schade voor zijn ontwikkeling naar die vader worden gesleurd.” zie transcript Twee Vandaag, TV-programma Het zwarte schaap op 22-6-2002
  3. “Omdat een door de rechter opgelegde voogdij en/of omgangsregeling een onding is”. A.C. Quik-Schuijt in “Het recht of het belang van het kind”, Van Gorcum, 1989, ISBN 9023225082
  4. Ouder, Kind en Omgang” in Tijdschrift voor Familie- en Jeugdrecht, 1992- 2 waarin Mr. Ir. P.J.A. Prinsen een aantal opvattingen van Quik-Schuijt analyseert
  5. Kandidatenlijst Eerste Kamer vastgesteld, www.sp.nl
  6. Rechters horen niet in de senaat, NRC, 31 maart 2007

Protected: Volkskrant 10-03-2012; rechter Fred Salomon: ‘We zijn in het verleden echt te soft geweest’

2012/03/10 in 200 Jaar Ongewijzigd, Achter gesloten Deuren, Autoriteit Toezicht Jeugdzorg, Autoriteit Toezicht Rechtspleging, Civiel Recht, Deskundigen, Kind-Ouder-dossiers, Onafhankelijk Toezicht, Politiek, Rechterlijke Organisatie, Strafrecht, Waarheidsvinding

This content is password protected. To view it please enter your password below:

To do lijst voor OJN, Onderlinge Jeugdzorgvereniging Nederland

2012/01/29 in Autoriteit Toezicht Jeugdzorg, Deskundigen, Kind-Ouder-dossiers, OJN, Onderlinge Jeugdzorgvereniging Nederland, Politiek, Tuchtrecht Jeugdzorg, Waarheidsvinding

To do lijst voor OJN, Onderlinge Jeugdzorgvereniging Nederland

Nog niet zo lang geleden hebben een aantal ouders het initiatief genomen om samen concrete dingen te doen waardoor de jeugdzorg in Nederland ondersteund kan worden om te professionaliseren en beter werkelijk de belangen van kinderen te kunnen gaan dienen.

Uit diverse onderzoeken is gebleken dat kinderen eerder verder beschadigd worden dan worden geholpen. Te denken is aan onderzoeken van de Ombudsman en de Raad voor de Veiligheid.

De eerste stap is het creeren van een ontmoetingsplaats tussen kinderen, ouders, grootouders, pleegouders, enz. enz.

Secretaris OJN (Secretary Cooperative Youthcare Netherlands)

 

Skip to toolbar