Onverschillige Bureaucratie van Justitie brengt Slachtoffers Indentiteitsfraude tot Wanhoop en erger.

een verslaggever

De samenwerking, of liever het gebrek eraan, van ketenpartners rond de rechter brengen maar liefst 600.000 Nederlanders in problemen. Voor een groot aantal mensen ontstaat een ruime periode van onterecht als “verdachte” aangemerkt te worden. Bij veel omstanders en betrokkenen in het juridische systeem is er volstrekt onvoldoende besef van ondraaglijk leiden door het onterecht verdachte zijn. In het algemeen lijkt justitie daar veel te lichtzinnig mee om te gaan. Het is absoluut zeker dat verdachtmakingen ieder jaar een aantal van tientallen mensen tot een zelfdoding drijft.

Bij identiteitsfraude gaan criminelen overeenkomsten aan op de naam en persoonskenmerken van andere burgers. Dat zijn bijvoorbeeld bankrekeningen, huurovereenkomsten, koopcontracten en dergelijke. In de Volkskrant van vandaag, vrijdag 7 juni 2013, wordt er opnieuw aandacht aan dit thema gegeven. Het artikel is van de hand van Wil Thijssen.

Wil Thijssen rapporteert een schadepost van 350 miljoen Euro. Dat zou volgen uit een onderzoek van het Ministerie van Binnenlandse Zaken onder 5 duizend Nederlanders.

Uit een zekere gemakzucht weigert de rechter waarheidsvinding te laten plaatsvinden. Er is wederom sprake van een heimelijkheidsmisdrijf waar de rechter door zijn handelen de daders aanmoedigt een misdrijf te plegen en de slachtoffers extra straft. Wederom ontstaat er een situatie van wie het eerst komt die het eerst maalt. Degene die het eerste een (denoods leugenachtige!) stelling betrekt, heeft allerhande voordelen op een slachtoffer dat hoopt dat hij zijn rechten gewaarborgd krijgt. Er ontstaat een situatie dat het slachtoffer mag gaan bewijzen dat hij niet iets misdaan heeft.

De fictie van onschuld tot het tegendeel is bewezen, blijkt volstrekt verdwenen.

Er lijkt volstrekt vergeten te worden dat valsheid in geschrifte, bedrog en diefstal in civiele trajecten en civiele juridische procedures ook strafrecht procedures zouden moeten opleveren. In zeer veel gevallen blijken strafbare feiten gewoon afgehandeld te worden in civiele procedures. Beter is te zeggen dat ze eigenlijk gebaggateliseerd worden. Ook hier blijkt weer de ongewenstheid van het maken van het onderscheid tussen straf- en civielrecht. Dat onderscheid is nooit echt te verantwoorden geweest op grond van harde juridische feiten. Het blijkt veelal terug te voeren op organisatorische redenen en oorzaken: bijvoorbeeld de verdeling van personele middelen over terreinen. Binnen Justitie waren niet lang geleden ook ingewijden die wezen op heel veel onwenselijke effecten bij het dwangmatig onderverdelen van juridische feiten over verschillende terreinen. Het leidt tot verkokering en versnippering zonder een totaal overzicht. Het wekt de schijn van noodzaak om te verdelen, daar waar het eigenlijk logisch gezien helemaal niet kan. Bij een familierecht zaak waar sprake is van een schijnhuwelijk kunnen heel goed ook kinderen betrokken zijn. Is het dan familierecht, kinderrecht, strafrecht of een combinatie? Moeten de civiele aspecten en het belang van het kind dan in een andere aparte zaak behandeld worden? Wie binnen justitie zou dat moeten bewaken en moeten regisseren? Het werkt een soort verdeel en heers acteren in de hand. Verdeel en heers bij diverse partijen: bedoeld en onbedoeld. Verdeel en heers bij criminelen en calculerende burgers als procespartijen, maar ook verdeel en heers in de advocatuur en bij de magistratuur.

Vaak slaan juristen een discussie het liefst zo snel mogelijk dood met: er is een wereld van verschil tussen civiel en straf-recht. In feite is dat steeds een vlucht naar voren, omdat men niet werkelijk met argumenten tegen stellingen van rechtzoekende burgers kan komen. De aanval wordt als beste verdediging gekozen. Zo probeert men ook goed te praten dat rechters al betogen dat rechters niet waarheidsvinding centraal hoeven te stellen in procedures.

Sinds 2007 zouden 2 miljoen Nederlanders met identiteitsfraude zijn geconfronteerd. Alleen voor de burgers zelf zou dat al een schadelast van 3 miljard Euro hebben veroorzaakt. Dus de schade voor bedrijven en overheid is daar nog niet eens meegerekend. Politie en Marechaussee zijn zich er meer en meer van bewust dat er moet worden geinvesteerd in document-expertise. De Marechaussee ondersteunt de politie vanuit expertise-centra in: Schiphol, Rotterdam, Eindhoven en Zwolle.

Voor criminelen blijkt een paspoort met een burgerservicenummer en andere identiteitskenmerken veel geld waard. Veel illegalen zijn ook bereid om hun toevlucht tot dergelijke criminele feiten te willen nemen, om hun verblijf in Nederland veilig te kunnen stellen.

Leave a Reply