Liegen met Misdaadcijfers bevestigt Noodsituatie Politie. Journalisten nemen Leugens over Aangiften en Opgeloste Zaken kritiekloos van Politie over.

De redactie roept lezers op om mee te werken aan het tot stand komen van een “notaris loket” waar mensen hun “wens tot het doen van aangifte bij de politie” kunnen melden. Uit het geven van afschrift van een aangifte kan door derden worden geverifiëerd of de cijfers van de politie wel kloppen. Er kan daarmee eindelijk eens duidelijk gemaakt worden hoeveel mensen de politie blijkt weg te sturen. Het is al heel nuttig als mensen alleen maar melden dat ze aangifte willen doen. Desnoods kunnen mensen hun identiteit en de inhoud van een aan te geven zaak achterwege laten.

De bereidheid tot het doen van aangifte zou volgens de politie gelijk blijven. Dat meldt de politie aan het CBS. Meldt de politie ook aan het CBS hoe hoog haar eigen bereidheid is om aangiften op te nemen?

De afgelopen weken was bij het publiek een groeiende irritatie richting politie te zien. Door de jaren heen komt een zelfde verhaal van de politie steeds opnieuw terug. Een herhaling van het verhaal van: te druk, te weinig geld en te weinig waardering voor politiewerk. Bij velen kwamen schampere reacties los toen er aangekondigd werd dat het algemene telefoonnummer onbeantwoord zou blijven. Een “politie-vakbond-actie”.

Zijn de aangiften die de politie opneemt ook de aangiften die mensen werkelijk willen doen?

Hoe sturend is de politie bij het opnemen van een aangifte? “Zou u niet liever het zo en zo formuleren en dat past beter in het systeem”, wordt wel heel erg vaak opgetekend uit de verslagen van mensen die proberen iets bij de politie aan te geven of te melden. Verder wordt vaak gehoord: Als we het verhaal van u in het systeem willen zetten, zitten we hier meer dan deze hele middag. U wilt toch niet ook nog eens een dagdeel terug moeten komen?”

Door het vergelijken van de aantallen bij de “internet-notaris” met de “geslaagde pogingen van burgers voor het doen van aangifte” en met de daarop volgende oplossingscijfers voor de delicten, kan op een wetenschappelijk verantwoorde wijze worden gecontroleerd, waar de politie-en-justitie schoenen op dit moment wringen.

Een beperkt onderzoek van strafzaken in de actualiteit van het laatste jaar leert: zelfs bij geruchtmakende grote strafzaken blijkt de politie met schokkende onverschilligheid zaken te laten liggen en mensen weg te sturen. De Valkenburgse zedenzaak was weer een triest voorbeeld. De vader van het bewuste meisje van 16 jaar, werd gewoon weg gestuurd. Toen de politie het wel ging oppakken deden ze dat met een soort inhaalslag. Een inhaalslag van vastberadenheid en hoge moraal die ons de adem benam. Gevolg: alleen al 2 zelfdodingen als direct gevolg van het politie- en OM-optreden.

De politiefunctionarissen zeggen in veel gevallen zonder enige schaamte: “Ik ga hier geen aangifte van opnemen, want de dader zal toch niet opgespoord gaan worden. Dat heeft geen zin. We kunnen ons beter bezig houden met zaken die wel zin hebben, vindt u niet?”

“Mevrouw, we zijn geen administratiekantoor voor uw verzekeringsmaatschappij. Zegt u dat maar tegen uw verzekering. Wij zijn er voor strafrechtzaken.” Aldus een andere politieman/ vrouw.

“Meneer, ik heb het met mijn chef ook nog besproken, wat u wil aangeven dat is verduistering, dat is geen diefstal.” Aldus de mevrouw (BOA, bijzonder opsporingsambtenaar) die de aangifte opnam. De aangever repliceert: Aan alle vereisten voor diefstal is voldaan volgens mij en het nu juist politieonderzoek dan moet duidelijk maken of diefstal of verduistering bewezen kan worden.” De aangever probeert nog: “Hoe kan de politie op haar eigen onderzoek vooruit gaan lopen?” De BOA snoert de aangever de mond met: “Meneer als ik er een diefstal van moet gaan maken in het sytseem, dan zitten we hier morgen nog.”

Als aan de voordeur van de politie-justitie-keten de cijfers al niet kunnen kloppen, hoe kan de regering en onze volksvertegenwoordiging hier vervolgens iets nuttigs mee gaan doen? Zou het geen idee zijn om eerst aandacht aan het totstand komen van de aangifte cijfers te gaan besteden?

De politie wenst alleen in actie te komen als er een aangifte ligt. Bij een melden van een heterdaad diefstal met bekende dader laat de politie (in bij redactie bekende zaken!) gewoon pas een week later een aangifte-afspraak inplannen. In de dief … ging lachend heen!

De politie creëert dus een comfortabele vicieuze cirkel van “niets hoeven doen”.

Na afloop van het doen van aangifte krijgt het slachtoffer doodleuk te horen: “Ja het delict is eigenlijk al te lang geleden om nog zinvol onderzoek te kunnen doen!”

Heugelijke cijfers natuurlijk … al die afgenomen misdaadcijfers.

Of is er toch iets anders aan de hand?

Dat de politie al zo vele jaren als organisatie moeizaam draait, is algemeen bekend. Misschien wel veel schokkender: journalisten laten zich als “waarheid-politie” gijzelen door de politie. Geen journalist durft serieus aan de slag te gaan met het stinkende dossier van de gemanipuleerde aangifte-cijfers. De redactie beschikt over vele tientallen pogingen van mensen die hebben geprobeerd om in de media hun bewijzen over een slecht functionerende politie (en justitie) voor het voetlicht te krijgen. Veel journalisten zijn zelfs vrij eerlijk dat zij hun vingers niet durven branden. Zonder welwillende medewerking van medewerkers bij politie en justitie denken journalisten hun werk niet te kunnen doen. Het is geen geheim dat veel media het door “nieuwe media” moeilijk hebben. De moed bij deze “nieuwe media” lijkt echter ook maar zeer beperkt.

Graag uw reactie en uw medewerking voor de website “Burgerloket Aangifte Pogingen”.  We zien uw reactie graag tegemoet op ons bekende mailadres:  justitieslachtoffers@gmail.com.

Als een Vader zijn Ontvoerde Kinderen meer dan 3 Jaar niet heeft mogen zien … en niet heeft mogen spreken.

– Radeloze Vader –

Het is moeilijk te beschrijven als je kinderen weer hun verjaardag hebben gevierd zonder jou als vader.
Wat doen moeders hun kinderen aan als ze hen verbieden om contact met hun vader te hebben?

Dit is niet alleen geweld van vrouwen tegen kinderen, maar het is ook geweld tegen mannen.

Recent was er aandacht voor moeders die aandacht en erkenning zoeken door hun eigen kinderen ziek te maken en te doen voorkomen dat ze ziek zijn. De jeugdzorg en jeugdgezondheidszorg gaven aan dat beter te willen onderkennen. Dat schiet weinig op als moeders die doen voorkomen dat er iets mis is met vaders, meteen worden geloofd. Of tenminste het voordeel van de twijfel krijgen. Uit voorzorg wordt contact met vaders stilgelegd. Als een vader terugkomt bij de rechter na bijvoorbeeld een half jaar en de kinderen zijn vertrokken naar het buitenland, dan kijkt de rechter de andere kant op. Dan is het geen zaak meer van deze rechter, zo stelt de rechter. Een contactverbod dat uit voorzorg wordt opgelegd om “rust” en “gezondheid” voor kinderen te bevorderen, zou maximaal een half jaar mogen betreffen. Het is aan vaders om dan weer diep in de buidel te tasten en opnieuw een verzoek aan de rechter te laten doen.

Die twijfel breekt heel veel kinderen op. Er zijn nogal wat kinderen die gaan denken dat de weggehouden ouder geen belangstelling voor ze heeft. De kinderen weten vaak niet dat rechters zonder enig onderzoek contactverboden blijven opleggen op grond van valse beschuldigingen tegen veelal vaders. Helaas zijn er ook bijvoorbeeld moeders die wegkwijnen in hun geboorteland nadat ze in een buitenland hun kinderen hebben moeten achterlaten.

De vader uit dit bericht (- identiteit is bij redactie bekend- ) ziet geen andere mogelijkheid dan zijn brieven op het internet te zetten. Hij heeft na 3 jaar ontvoering van zijn kinderen nog geen verblijfadres van de kinderen gekregen. De Nederlandse rechtbank stelt wel vast niet te weten waar de kinderen verblijven. Maar weet te melden dat het goed met de kinderen gaat omdat de moeder dat als de deskundige heeft weten te melden. Die deskundigheid is ook voldoende om de OTS eraf te halen. Achteraf is de vraag: waarom heeft de rechtbank ueberhaubt een OTS ingesteld? Het blijkt niet gericht te zijn geweest op veiligheid voor de kinderen. De rechtbank en zijn “deskundigen” zien meteen zich niet meer als verantwoordelijk als de kinderen tegen afspraak met de rechter toch naar het buitenland zijn meegenomen. In veel gevallen vindt een rechter het wel prima als hem/haar in een procedure blijkt dat hij/zij is voorgelogen.

http://4qa.org/wp4tw/index.php/archives/127

http://4qa.org/wp4tw/index.php/archives/129

 

Verzwijgen Klachten tegen Politie is alarmerend. Doofpot bij Politie en Justitie. Opzet Ministerie van Veiligheid en Justitie.

– Redactie –

We kennen de recente filmpjes over onbegrijpelijk, onproffesioneel handelen van de politie in de Verenigde Staten. Voor de redactie reden om de Nederlandse situatie eens op een rijtje te zetten. Enkele dagen geleden werd ons weer een filmpje gezonden over politie-optreden op “verzoek” van BJZ en Raad voor de Kinderbescherming. De behandeling van kinderen door politie-functionarissen is nog steeds om “wanhopig van door de grond te zakken”. De politie lijkt zich gretig te bedienen van enorme criminalisering van mannen. De hoedanigheid van “vader van kind”, “bezoeker aan een minderjarige prostituee” , “man in nabijheid van een overledene”, “man in nabijheid van een snelle auto of motor” is meer dan gebruikelijk reden voor een man om slachtoffer te worden van “we zullen de zondaar wel eens een lesje leren”. De politie wenst daarbij niet eerst de moeite van waarheidsvinding doen. De macho-cultuur bij de politie leidt er nog steeds toe dat er vaak een patroon ontstaat van: ” Dames zie mij als man eens flink een man aanpakken. Mannen  kijk maar goed wat we met jullie doen als het de politie niet bevalt.”

De redactie krijgt maandelijks brieven en e-mails van mensen die op een merkwaardige manier door de politie zijn behandeld. Vuurwapengeweld is bij de Nederlandse politie nog niet aan de orde van de dag. Wel zien we op een aantal terreinen een toename. Door terrorisme dat hoog op de agenda staat, is de politie zenuwachtiger. In de afgelopen jaren heeft de politie zelfs bij kinderen geen aanwezigheid meer geaccepteerd van speelgoed dat sterk op echte wapens lijkt.

De redactie stelt vast dat er een groot aantal klachten tegen de politie lopen rond “intimidatie aanhoudingen” en misbruik van aanhouding op grond van “lokaalvredebreuk”. Uit eerste hand heeft de redactie zelfs een geval vernomen van een aanhouding voor lokaalvredebreuk waar de politie achteraf aan een directeur van een school vroeg om aangifte te gaan doen van lokaalvredebreuk, “omdat anders de politie geen grond voor aanhouding wist te hebben.” De betreffende directeur had namelijk helemaal niet gesommeerd om de school te verlaten. De aanhoudende agent (brigadier) vroeg de directeur “te sommeren” terwijl de betreffende “arrestant” al vast gehouden werd en helemaal geen gevolg aan een sommatie tot vertrek uit de school kon geven.

Een rouwende die in afwachting was van de komst van de uitvaartondernemer om zijn overleden vriend te laten ophalen, werd aangehouden omdat het volgens de agent ongepast was om de agent om zijn naam of dienstnummer te vragen. De man werd 3 dagen vast gehouden. De agent pleegde meermaals meineed. De rechtsgang over deze gepleegde meineed loopt nog.

Op grote schaal blijkt de politie achteraf aanhoudingsgronden te verzinnen. Zeer regelmatig wordt zeer grof in processen verbaal door agenten gelogen. De rechter voelt zich daar steeds machteloos. Nu er steeds vaker filmpjes opduiken, kan de rechter ook steeds vaker niet anders dan politie-agenten corrigeren. Helaas. In veel gevallen worden mensen op valse gronden aangehouden terwijl er geen getuigen aanwezig zijn.

Nog vers in het geheugen ligt een aanhouding van een fysiek gehandicapte man in Apeldoorn. Hij werd aangehouden bij een alcolhol-controle en vertelde dat hij MS had. De politie maakte daar na een ongerechtvaardigde aanhouding van: de arrestant meldde dat hij een mes had. “Mes” en “MS”, natuurlijk heel vanzelfsprekend om dat te verwarren.

Hopelijk blijven schokende filmpjes van schietende Nederlandse politie-agenten ons bespaard. Hoewel ligt ook meteen een herinnering voor de hand. Een ruime tijd geleden pleegde een Amsterdamse hondengeleider een reeks leugens in zijn procesverbaal. Hij probeerde achteraf een dodelijk schot op een feestvierende voetballer te rechtvaardigen. Zijn elftal genoten had het toekijken. Helaas niemand kon het filmen. De agent ging lange tijd vrijuit. Totdat … ja totdat … er een filmpje van de gebeurtenissen opdook.

Wat heel merkwaardig is: mensen kunnen feitelijk een valse aanhouding of een vals proces verbaal helemaal nergens bij het Openbaar Ministerie aangegeven. In ieder geval niet bij de politie, die weigert aangifte op te nemen. De politie heeft de mogelijkheid om klachten en aangiften tegen de politie zelf tegen te houden en uit de publiciteit te houden. In theorie zou er een mogelijkheid zijn om direct bij een officier van justitie een aangifte te laten opnemen. De redactie beschikt echter nog niet over voorbeelden dat dat lezers van Justitieslachtoffers.nl ook werkelijk is gelukt.

De politie meldt dat op diverse terreinen het aantal aangiften terugloopt. Nederland zou dus van mening zijn dat het allemaal veiliger is geworden. De politie verzwijgt echter dat als iemand vandaag bestolen wordt en de dader direct kan aanwijzen, de bestolene pas volgende week aangifte kan doen. Er zou grote achterstand zijn. De politie is in problemen gekomen door de reorganisatie. De politie krijgt te weinig geld. Etc., etc.

Waarom vermijdt de Nationale Ombudsman om zich uit te spreken over ambtenaren binnen Veiligheid en Justitie?  Waarom heeft de Nederlandse burger geen gelegenheid om op een gebruikelijke (professionele) manier over het functioneren van de politie te klagen?

Het ministerie van Justie en Veiligheid is al diverse keren door diverse mensen over het ontbreken van een juiste klachtenprocedure geinformeerd: helaas is er dus sprake van opzet en nalatigheid.

 

Michelle Mooij: Politie Probeert Aangifte te Voorkomen. Justitie werkt slachtoffers tegen.

HAARLEM – dossier onderzoeker – ( art. 2728 )

Op 15 oktober berichtte een landelijke ochtendkrant over de wijze waarop Justitie en politie werkt aan de zaak van de moord op Michelle Mooij. Misschien is het juister te formuleren: de wijze waarop politie en Justitie niet aan de zaak werken. Het artikel was van de hand van Saskia Belleman. De ouders van Michelle, Martin en Alice Mooij uit Alkmaar zijn het vertrouwen in de rechtstaat verder verloren. De rechtbank Noord-Holland weigert moeite te doen om een datum voor een zitting te bepalen waarop ook hun advocaat beschikbaar is.

Advocaat voor het ouderpaar Mooij is Richard Korver. De 24-jarige Michelle Mooij werd in januari 2010 dood aangetroffen in haar woning in Alkmaar. Om maar niet te veel aan het werk te hoeven, concludeerden Politie en OM dat het om zelfmoord moest gaan. De ouders van Michelle zijn er echter van overtuigd dat de toenmalige vriend van Michelle, de 31-jarige I.A., verantwoordelijk is voor haar dood.

Het hof heeft het OM inderdaad opgedragen toch tot onderzoek en mogelijke vervolging van de vriend van Michelle over te gaan. Het hof was zeer kritisch over het functioneren van politie en OM.

De redactie verwacht in de komende maanden op dit dossier terug te komen. Steeds vaker probeert de politie haar werkzaamheden te vergemakkelijken door “opdrachten” van burgers tot het doen van onderzoek te negeren. Steeds vaker gaan stemmen op om de werklast voor de politie niet langer door de politie zelf te laten “regelen”. Steeds vaker komen zaken voor het voetlicht die de politie wel heel gemakkelijk afdoet als “natuurlijke dood” of “zelfdoding”.

Recent ontving de redactie een zaak waarin een politiearts (schouwarts) een huisarts uit de wind ging zetten door niets te rapporteren over een vervroegd uitgevoerde euthanasie op een zieke alleenstaande man in Oosterhout (Gld.) De huisarts had de euthanasie vele uren eerder uitgevoerd, zonder met de naasten van de alleenstaande man goed te overleggen. Een notaris die ter plaatse was geroepen, kon niet anders dan constateren dat al in de ochtend de zieke niet meer aanspreekbaar was door de in de ochtend toegediende 10mg morfine (sedatie). Feitelijk is een zonder goed overleg eerder uitgevoerde euthanasie een moord. Door deze gang van zaken werd het onmogelijk om de laatste wil van de zieke goed vorm te gaan geven. De naasten van de geëuthanaseerde die getuige waren van de bizarre euthanasie konden geen afscheid bij leven nemen van de man. Sterker nog ze werden direct bij de overledene weggestuurt en moesten het erf van de huisbazin verlaten. De door de zieke aangewezen verantwoordelijke voor uitvoering van zijn laatste wil, werd zelfs op de openbare weg met een geënsceneerde aanhoudingsgrond gearresteerd en bijna 3 dagen in politie-hechtenis gehouden. Tot de dag van vandaag heeft de politie geweigerd om aangifte op te nemen. Bij de aanhouding van de vriend van de overledene werden zaken van de vriend gestolen. De politie weigerde vele dagen lang om aangifte op te nemen. Het betrof een diefstal met bekende dader, waarbij plaats van de dief steeds aan de politie werd gemeld. De politie weigerde ook maar iets in de sfeer van “heterdaad” richting de dief te ondernemen. Enkele dagen later kon de vriend van de overledene zijn spullen als “gevonden voorwerpen” in Den Haag ophalen. De politie Den Haag was niet bereid om met de politie in Arnhem af te stemmen dat zij werkzaamheden hadden uitgevoerd in het kader van de gestolen spullen. De politie in Den Haag was ook niet bereid om te registreren dat in de in Leiden “gevonden tas” een aantal zaken niet aangetroffen werden. Die zaken gelden dus tot de dag van vandaag als gestolen en verduisterd.

Steeds duidelijker wordt het. Een voor de hand liggend advies: stop ermee om de politie zelf aangiften te laten opnemen!

 

Justitie en Politie Blijken Belang te Hebben bij Valse Aangiften. Mensen worden zelfs onderdruk gezet vals aan te geven.

De valse beschuldiging van Frans

De redactie werd met een bericht verwezen naar de website van Frans. Frans is 1 van de de vele slachtoffers van een valse beschuldiging door een ex-partner.

In veel gevallen blijkt de maatschappelijke boosheid over misstanden bijvoorbeeld in de zorg zich te richten op een zorguitvoerende organisatie. Het gaat dan om een ziekenhuis, een instelling voor ouderenzorg, gehandicaptenzorg, de politie, een woningbouwcorporatie of een onderwijsinstelling, etc. De opsomming is eindeloos. De hoogste in rang in de keten: de rechter, weet vaak kunstig buiten schot te blijven. De rechter verschanst zich comfortabel achter zijn (veelal) gesloten deuren. Wat de rechter doet en niet doet mag gewoon geheim blijven. Zogenaamd hebben we als samenleving afgesproken dat niemand de rechter mag controleren. Ook onze volksvertegenwoordigers moeten zich er (zogenaamd) bij neer leggen dat zij niets over het functioneren van (individuele) rechters mogen zeggen. Ze zouden al helemaal niets mogen zeggen over individuele zaken van individuele rechters.

Steeds is de gedachte dat voor het bepalen van goed en kwaad, slagen of falen, rechtvaardig of onrechtvaardig eerst een zo objectief mogelijke waarheid moet worden vastgesteld. Door wie? Dat is een terugkerend dilemma? We nemen aan dat de rechter zich bevindt aan het einde van een “voedselketen” voor de waarheid. De rechter is de hoogste baas in deze piramide. Uiteindelijk laten we hem het laatste woord spreken over wat waarheid is.

Het duurt een lange tijd voordat we ons willen laten overtuigen dat een rechter helemaal niet geinteresseerd is in de waarheid en niets dan de waarheid.

Justitie blijkt meer in het nieuws te komen met dubieuze dwalingen in (straf-)rechtszaken uit het verleden dan over gewaardeerde rechtspleging uit het heden. Nu weer met toch de heropening van de Deventer Moordzaak (Ernst Louwes). Ook weer met de aandacht voor de Moordzaak Bart van der Laar (Martien Hunnik).

Valse aangiften tegen ex-partners worden niet bestraft. De gebleken onschuldige “beoogde daders” blijven achter met een verwoest leven. Niet zelden leidt de maatschappelijke ongeinteresseerdheid tot een inderdaad in criminaliteit afglijden van radeloze “ex-verdachten” en “onschuldig veroordeelden”. Wilco Viets (Puttense Moordzaak) lijkt weer een nieuw verdrietig voorbeeld te zijn.

Yvo Buruma (Radboud Universiteit, Nijmegen) stelde ook al vast: mensen die manipuleren worden met ons huidige systeem bereidwillig geholpen en beschermd en de vals beschuldigde moet maar bewijzen dat hij onschuldig is.

Ziet u beslist eens de verhalen van Frans en zijn huidige partner Monique over hoe bizar er met mensen wordt omgesprongen. Frans werd rond 2005 vals beschuldigigd en vrijgesproken. De kinderen heeft Frans echter tot de dag van vandaag niet meer mogen zien. We spreken 2014. Waar hebben deze kinderen het aan verdiend om hun vader niet te mogen zien? Wie spreekt er nog van de politieman die aanzette tot valse aangifte. Wie spreekt er nog van de leugens die de officier van justitie dacht te moeten maken?

Naast Buruma, spreken Peter van Koppen en Ton Derksen zich duidelijk uit dat de hedendaagse rechtspleging vaak een bizarre schijnvertoning is. Peter van Koppen is rechtspsycholoog. Ton Derksen is wetenschapsfilosoof en statisticus met een focus op juridische waarheidsvinding. Hij is emeritus hoogleraar aan de Radboud Universiteit te Nijmegen. Yvo Buruma was ook hoogleraar aan de Rechtenfaculteit van de Radboud Universiteit. Met degelijke publicaties wist Ton Derksen eerst een extra aanzet te doen om de zaak van Lucia de Berk herzien te krijgen. Nu blijkt hij na enkele jaaren geduld met zijn publicatie “Leugens over Louwes” ook aan heropening van de Deventer Moordzaak te hebben bijgedragen. Wanneer gaat ons rechtssysteem en onze politie op de schop?

Leest u beslist eens de artikelen op de site van Frans.
http://www.gevolgenvanvalseaangifte.nl/2013/02/

Als rechters zich als groep mogen uitspreken dat zij alleen zaken willen doen met exclusieve hofleveranciers met “lange strafbladen” mogen we op zijn minst vragen gaan stellen bij de integriteit van deze rechters als groep. Gelukkig laat dat nog steeds een mogelijkheid open dat er capabele rechters overblijven. Bij advocaten is duidelijk gebleken dat zij zichzelf niet kunnen controleren. Eerder bleek dat ook al bij accountants en notarissen. Waarom zouden rechters wel in staat zijn om toezicht op zichzelf te kunnen houden? Waarom zouden rechters zelfs zonder toezicht van zichzelf kunnen functioneren? Wie houdt nog staande dat rechters altijd garant staan voor een operste wijsheid en rechtvaardigheid? Wie zou dit ueberhaupt van zichzelf durven te denken … ook al is er een volksoploop om u heen die u op het schild wil hijsen? Zou een psycholoog of psychiater u niet ogenblikkelijk willen plezieren met een diagnose als narcisme of iets dergelijks?

Meeste ‘vechtscheidingen’ zijn geen ‘vechtscheidingen’. Jeugdbescherming kleunt meestal mis.

Jan Storms – wetenschappelijk onderzoeker – 19 juni 2014 –

Jeugdbescherming kleunt meestal mis.
Meeste moeilijke scheidingen zijn geen ‘vechtscheiding’.

Dit is de conclusie van Jan Storms, auteur van het boek Destructieve relaties op de schop
– psychopathie herkennen en hanteren, waarvan volgende week de negende druk in een herwerkte
en uitgebreide uitgave verschijnt.

Het cliché ‘waar twee vechten, hebben twee schuld’ is niet van toepassing op de meeste
scheidingen waarna jarenlange onenigheid over de kinderen bestaat. In werkelijkheid zijn het meestal relaties
waarin één twistzieke ouder de kinderen inzet als wapen om er de andere ouder mee te treffen waar het het
meest pijn doet, nl. in zijn liefde voor de kinderen.
Een twistzieke ouder lijdt in vele gevallen aan een ernstig gewetensgebrek – psychopathie,
eerder niet in de zwaar criminele, maar in de huis-tuin-en-keukenvariant – gecombineerd met
aspecten van verschillende persoonlijkheidsstoornissen.

Kinderen en beschermende ouders zijn slachtoffer
Mensen die aan psychopathie lijden bezitten vaak aanzienlijke manipulatieve vaardigheden,
waarmee zij zich in het leven staande houden. De medewerkers van raden voor de kinderbescherming,
meldpunten kindermishandeling en voogdijinstellingen hebben niet door dat door de wol geverfde oplichters
hen bespelen. Met volle overtuiging gaan ze deze psychisch zieke mensen ‘helpen’ en leveren in talrijke gevallen
de kinderen aan hen uit. Wanneer naderhand blijkt dat de mooie façade uit scheuren bestaat,
komen jeugdbeschermers niet op hun eerdere mening terug.
Fouten worden zelden toegegeven of hersteld. De kinderen en de beschermende ouder zijn
dan het slachtoffer, niet alleen van de gestoorde ouder, maar ook van de instanties die zich door
de twistzieke ouder op sleeptouw hebben laten nemen.

Waarheidsvinding en psychologisch onderzoek noodzakelijk
Volgens Jan Storms zijn deze gevallen te ingewikkeld om door voogden en raadsonderzoekers te
worden beoordeeld. Wel zouden zij op de hoogte moeten zijn van het feit dat deze stoornissen
veel voorkomen en vaak moeilijk te herkennen zijn. Wanneer zij op grond van enige training op dit
gebied en op grond van informatie van een van de ouders of van de kinderen vermoeden dat er
van een stoornis sprake zou kunnen zijn, zouden zij deze gevallen moeten overdragen aan op dit
terrein gespecialiseerde teams. Deze deskundigen hebben dan de taak om uit te vissen hoe de
vork werkelijk aan de steel zit, middels een gedegen feitenonderzoek, gesprekken met intimi en
gericht psychologisch onderzoek.

De oplossing voor deze moeilijke scheidingen is vrij eenvoudig: leg het zwaartepunt van de
opvoeding bij de geestelijk gezonde, beschermende ouder en geef deze mét de kinderen rust.
Pogingen om de communicatie te verbeteren moeten worden gestaakt. Het is voor beschermende
ouders en kinderen die al heel wat psychisch en vaak ook fysiek geweld hebben moeten verduren
extra traumatiserend. Het heeft geen zin een beroep te doen op redelijkheid wanneer een stoornis
er juist in bestaat dat iemand geen redelijkheid kent.

Familierechters kunnen kinderen een veilige haven bezorgen
De familierechters kunnen een sleutelrol spelen. Zij moeten ervan doordrongen zijn dat de
jeugdbeschermers ondeskundig zijn op dit gebied en dat hun rapporten meestal tot stand zijn
gekomen op aansturen van een handig manipulerende ouder die zij niet doorzien. Wanneer de
verhalen van de ouders – en eventueel ook de kinderen – zo ver uiteen lopen dat zij onmogelijk
tegelijkertijd waar kunnen zijn, dan is er meestal bij één ouder – en in een enkel geval bij beide –
sprake van een stoornis. Het vaststellen van de materiële waarheid en passend psychologisch
onderzoek zijn dan aangewezen. Wanneer dit wordt nagelaten, zoals nu nog meestal gebeurt, dan
zijn verkeerde beslissingen ten koste van kinderen de trieste norm.

Over Jan Storms
Jan Storms is bewustzijnsdeskundige. Hij ondernam een academische studie van de vedische
wetenschap (de spirituele en wetenschappelijke traditie van het oude India) en bestudeerde
exacte- en menswetenschappen in het licht van de fundamenten van kennis (B.A.- en
M.A.-graad). Hij heeft meer dan dertig jaar ervaring in het onderricht aangaande bewustzijn/
geweten en bewustzijnsontwikkeling.

Sinds 2006 maakte hij een studie van psychopathie (het ontbreken van bewustzijn/geweten) die
resulteerde in:
• het succesboek Destructieve relaties op de schop – psychopathie herkennen en hanteren,
uitgegeven bij AnkhHermes,
2010 – 2014, negende, herziene druk
• een nieuw, wetenschappelijk gefundeerd psychopathie-construct
• een effectieve therapeutische aanpak van de diepe trauma’s die teweeggebracht worden
door langdurige interacties met mensen die aan psychopathie lijden.

Indien u een interview wenst met Jan Storms, graag contact opnemen via
communicatie@psychopathie.info

Professor Heertje Schrijft Medestanders tegen Jeugdzorg een Brief. Kortgedingrechter mw. mr. C.M. Berkhout pleegt valsheid in geschrifte.

De redactie plaatst de brief van professor Heertje integraal. Op latere momenten zullen we verder ingaan op de 20 mei 2014 uitgesproken beschikking in kort geding. Jeugdzorg heeft het procesverbaal van de zitting gevraagd, wat erop kan duiden dat zij nog een hoger beroep overweegt of een bodem procedure wil gaan starten. Heel merkwaardig is dat de rechter in de beschikking er helemaal niet op heeft gewezen dat de dagvaarding tot niet ontvankelijkeid van het verzoek had moeten leiden. In de dagvaarding stond een verzoekende/ dagvaardende partij die helemaal niet bestaat. Gewone burgers zouden ogenblikkelijk door de rechter de deur zijn gewezen. Ook al zouden de burgers sputteren dat het een fout van hun advocaat was. De rechter houdt ook in deze beschikking weer een overheidsinstantie (BJAA) de hand boven het hoofd. BJAA heeft min of meer de dagvaarding achteraf nog mogen “aanpassen”. De nieuwe naam van BJAA die op de dagvaarding was vermeld, staat nog helemaal niet ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Nu stelt de rechter in haar beschikking dat toch BJAA het geding zou hebben verzocht. Eigenlijk ook weer een vorm van valsheid in geschrifte van de rechter (mw. Berkhout) zelf. Bij aan jeugdrecht gerelateerde zaken gebeurt dat zo vaak, dat we het al (bijna) zijn gaan accepteren. Ons is niet bekend of BJAA formeel op tijd voor aanvang van het geding een gecorrigeerde dagvaarding had aangeboden aan rechter en partijen. De rechter heeft ook niets opgemerkt over het slordig aanbieden van dezelfde dagvaarding aan diverse niet en minder betrokken personen. In de betreffende dagvaarding staan nu juist de op verzoek van BJZ uit de publiciteit te houden personen en een te beschermen kind in kwestie. Naar analogie met het voorbeeld dat studenten in college wel eens krijgen: iemand wordt gestraft voor 100 rijden op een weg waar die borden gewoon staan. Om de straf achteraf te laten kloppen worden er borden voor 80 km geplaatst. Dat wordt nog merkwaardiger als we ondertussen de wetenschap hebben dat de rechter (mw. Berkhout) zelfs ter zitting tot ongeoorloofde censuur overging, door van op zitting aanwezige personen een pleitnota van een advocaat in beslag te laten nemen. Er valt een vraagteken te plaatsen of Nederland nog wel zo’n persvriendelijk land is. Heel nadrukkelijk wil de redactie u laten weten, dat het voorbeeld van een in Amsterdam uit school ontvoerd kind, 1 van de meest ongelukkige voorbeelden is, die professor Heertje had kunnen kiezen. Nu is juist daar heel veel positiefs over Justitie te melden. Daar is ook vooral veel positiefs te melden over de zeer harde aanpak van twee “deskundigen” die hebben gelogen tegen betaling. De mededeling van Jeugdzorg dat professor Heertje de door hem gerefereerde zaak beter had moeten onderzoeken, is ook zeer hypocriet. Jeugdzorg probeert namelijk alle betrokkenen zelfs met intimidatie af te houden van medewerking aan welk onderzoek dan ook. Ook aan de Tweede Kamer direct rapporterende onderzoekers ontmoeten enorme tegenwerking bij hun onderzoeken. De commissie Samson was maar een enkel voorbeeld.

Aan alle betrokkenen bij jeugdzorg die mij hebben benaderd,

De heer Gerritsen, directeur van het inhumane bureau jeugdzorg Amsterdam (zie voor het begrip inhumane jeugdzorg mijn boek ‘Economie’ verschenen bij Prometheus, voorwoord en bladzijden 326 en 327), wekt de indruk dat de rechter mij heeft verboden zijn handelwijze alsmede de inhumane benadering van zijn medewerkers aan de orde te stellen. Sommigen van u zijn daardoor aangeslagen.

Van een dergelijk oordeel van de President is echter geen sprake, integendeel. Blijkens onderdeel 4.9 van het vonnis ben en blijf ik vrij de inhumane praktijken van jeugdzorg in Amsterdam en elders bloot te leggen, individuele gevallen aan de kaak te stellen en ook de namen van medewerkers in het uitoefenen van hun functie te noemen. Van deze vanzelfsprekende vrijheid blijf ik samen met u gebruik maken door u individueel te steunen en met enkele andere betrokkenen jeugdzorg zodanig aan te pakken, dat op den duur van humane jeugdzorg sprake is.

Het is waar dat ik sommige aanvankelijk gebezigde bewoordingen niet mag gebruiken, zoals het woord ‘ontvoeren’, maar daar hebben u en ik geen last van. Immers, wij hebben door de openbare zitting en de vrijheid die mij is gegund, jeugdzorg uit de sfeer van privacy, intimidatie en geheimhouding gehaald en onderwerp gemaakt van publiek debat. Dit alles zeer tegen de zin van jeugdzorg.

Daarom roep ik u op door te gaan met de huidige aanpak: openbaarheid, blootleggen van wat medewerkers zich menen te moeten veroorloven op de werkvloer, een einde maken aan het vanwege winstbejag geestelijk en soms lichamelijk mishandelen van kinderen, terwijl hun bescherming de bedoeling is.

Wij gaan door met de strijd, versterkt door het vonnis van de President. Mijn bericht mag u uiteraard verspreiden.

Hartelijke groeten,

Arnold Heertje

===========================================================================================================================

Voor de duidelijkheid hier de beschikking van 20 mei 2014 van de rechtbank Amsterdam van mw. mr. Berkhout

ECLI:NL:RBAMS:2014:2848

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
20-05-2014
Datum publicatie
20-05-2014
Zaaknummer
C/13/563545 / KG ZA 14-500
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding, onrechtmatige publicaties

Heertje heeft de vrijheid om kritiek te uiten op BJAA, maar de wijze waarop dat is gebeurd in een artikel op de opiniepagina van de Volkskrant en in een column op de site van RTLNieuws, is onrechtmatig. Heertje, een bekend en gerenommeerd wetenschapper, heeft feiten aangaande een onder toezicht staande minderjarige eenzijdig en enkel vanuit de optiek van de moeder gepresenteerd. Zo schreef hij dat de minderjarige vredig en naar ieders tevredenheid bij zijn moeder woonde en naar een goede school ging totdat hij zonder aanleiding vanaf zijn school is ontvoerd en naar een geheime plek is gebracht. Daardoor is de andere kant van het verhaal, te weten dat na een langdurige echtscheidingsstrijd en nadat de moeder de minderjarige drie-en-een-half jaar geen omgang met de vader toestond, de rechtbank en het hof hebben bepaald dat vader alleen met het gezag werd belast en dat de minderjarige voortaan bij zijn vader het hoofdverblijf zou hebben, niet belicht. Heertje heeft zonder noodzaak de namen van bij de minderjarige betrokken individuele medewerkers van BJAA in zijn column genoemd. De vergelijking van het handelen van BJAA met gebeurtenissen uit de Tweede Wereldoorlog is vanwege de manier waarop dat is gebeurd ongepast, onnodig kwetsend en grievend. Voor zover Heertje het handelen van BJAA kwalificeert als strafbaar, misdadig of crimineel, geldt dat deze beschuldiging onvoldoende steun vindt in de feiten.

Het artikel en de column dienen te worden verwijderd en de cache in de zoekmachine van Google die verwijst naar die publicaties eveneens.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer: C/13/563545 / KG ZA 14-500 CB/LO

Vonnis in kort geding van 20 mei 2014

in de zaak van

de stichting

STICHTING BUREAU JEUGDZORG AGGLOMERATIE AMSTERDAM,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres bij dagvaarding van 25 april 2014,

advocaat mr. J.H. van Woudenberg te Amsterdam,

tegen

1 ARNOLD HEERTJE,

wonende te Naarden,

gedaagde,

advocaat mr. H. Loonstein te Amsterdam,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

UITGEVERIJ PROMETHEUS B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

GS MEDIA B.V.,

gevestigd te Amsterdam.

Eiseres zal hierna BJAA worden genoemd en gedaagde sub 1 zal Heertje worden genoemd.

1 De procedure

1.1.Gedaagden zijn gedagvaard ter terechtzitting van 1 mei 2014. Hieraan voorafgaand, bij faxbericht van 30 april 2014, heeft Heertje een wrakingsverzoek gedaan. Dit verzoek is behandeld ter terechtzitting van 1 mei 2014. Bij beschikking van 2 mei 2014 is het wrakingsverzoek toegewezen. Daarop is een nieuwe datum voor behandeling gepland bij een andere voorzieningenrechter.
1.2.

Ter terechtzitting van 6 mei 2014 heeft BJAA vervolgens gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding, met dien verstande dat zij de vorderingen jegens gedaagden sub 2 en 3 heeft ingetrokken en de eis heeft gewijzigd overeenkomstig de eveneens aangehechte akte. Heertje heeft verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorzieningen. Beide partijen hebben producties en een pleitnota in het geding gebracht. Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.

Ter zitting waren aanwezig:

Aan de zijde van BJAA: mevrouw C. Vlug, directeur en mevrouw[medewerker]Veurman, persvoorlichter, met mr. Van Woudenberg en haar kantoorgenote mr. E. Lam.

Verder is verschenen Heertje met mr. Loonstein.

Zoals ter zitting besproken heeft BJAA nog een uittreksel uit de Kamer van Koophandel aan de rechtbank toegezonden. Tevens is nog ingekomen een faxbericht van BJAA van 14 mei 2014 met daarin een verzoek om toezending van een proces-verbaal van de zitting van 6 mei 2014.

2 De feiten

2.1.BJAA is een Bureau Jeugdzorg als bedoeld in artikel 1 juncto artikel 4 van de Wet op de jeugdzorg (Wjz) en op grond daarvan onder meer belast met de uitvoering van door de kinderrechter uitgesproken ondertoezichtstellingen van minderjarigen.
2.2.BJAA is belast met de uitvoering van een ondertoezichtstelling van [minderjarige] (hierna: de minderjarige), uitgesproken bij beschikking van de kinderrechter te Amsterdam van [datum] voor de duur van een jaar. Deze maatregel is telkens verlengd, laatstelijk tot 24 augustus 2014.
2.3.

De ouders van de minderjarige zijn sinds 2008 verwikkeld in een echtscheidingsstrijd en hebben tal van procedures gevoerd over het gezag over, de hoofdverblijfplaats van en de zorgregeling met de minderjarige. De minderjarige had zijn hoofverblijfplaats bij de moeder.

Bij beschikking van [datum] van deze rechtbank is bepaald dat de vader wordt belast met het eenhoofdig gezag en dat de hoofdverblijfplaats van de minderjarige bij de vader zal zijn (productie 1 van BJAA). Het gerechtshof Amsterdam heeft deze beschikking op [datum] bekrachtigd (productie 2 van BJAA). De minderjarige is na de beschikking van de rechtbank door BJAA een half uur voor het einde van de schooldag van school gehaald. De moeder is daarvan vooraf niet in kennis gesteld. Omdat de minderjarige zijn vader drie-en-een-half jaar niet had gezien is hij eerst in een pleeggezin geplaatst en van daaruit is het contact met de vader weer opgebouwd. Inmiddels woont de minderjarige bij de vader. Hij heeft regelmatig contact met zijn moeder.

2.4.In een e-mailbericht van 22 januari 2014 van Heertje, met als onderwerp de naam van de minderjarige, aan Erik Gerritsen, directeur van BJAA, (hierna: Gerritsen) en tal van andere geadresseerden staat onder meer het volgende.

(…) Er moet o.a. een einde komen aan het ontvoeren van kinderen, het onttrekken van kinderen uit hun vertrouwde omgeving en het geheimhouden van hun verblijfplaats jegens de moeder. U maakt zich aan al deze handelingen schuldig, samen met o.m. de dames [medewerker],[medewerker] en [medewerker]. Daarom heeft het geen zin dreigbrieven te laten sturen aan leden van de familie [x], nu wij immers in een vrije samenleving leven. (…)

2.5.Heertje heeft een artikel geschreven, dat is verschenen op de opiniepagina van De Volkskrant van 6 februari 2014. Het artikel luidt als volgt.

Te groot deel Jeugdzorg is volstrekt onmenselijk

ARNOLD HEERTJE

In de jeugdzorg zijn de kinderen om wie het gaat uit beeld verdwenen. Een deel van de kinderen wordt op lichtvaardige gronden onder toezicht geplaatst. Is die horde eenmaal genomen dan zijn deze kinderen speelbal van instellingen als de Raad voor de Kinderbescherming, de Bureaus Jeugdzorg, stichtingen ten behoeve van pleegouders, particuliere instellingen voor jeugdzorg en het Leger des Heils. De kinderen worden onnodig uit huis geplaatst, komen in internaten terecht en worden willekeurig overgeplaatst naar andere scholen dan de hun vertrouwde. De bureaucratie maakt van de kinderen producten, waarmee veel geld wordt verdiend en waaraan veel werkgelegenheid wordt ontleend ten behoeve van medewerkers, die zich begeleiders, gezinsvoogden, teamleiders of relatiemanagers noemen.

In het oosten van het land zijn twee kinderen van ongeveer 12 jaar weggehaald bij hun moeder, omdat deze alleen Russisch spreekt en daarom ongeschikt wordt geacht de kinderen op te voeden. De moeder is al enige jaren in juridische procedures verwikkeld om de kinderen thuis te krijgen, maar stuit op het enorme financiële belang bij het handhaven van de status-quo van de toezichthoudende partijen. Dit leidt er toe dat de kinderen weken zijn verstoken van tijdige medische hulp. (Schriftelijk aandringen door een buitenstaander bij het internaat Entrea In Nijmegen op onmiddellijk bezoek aan een arts, had succes.).

In Amsterdam is door jeugdzorg een kind ontvoerd uit de school waar hij meer dan drie jaar tot volle tevredenheid van hemzelf, zijn moeder en de schoolleiding op zat. Hij is naar een geheime plaats gebracht, zodat ook zijn moeder niet langer weet waar hij verblijft. Medewerksters van Bureau Jeugdzorg in Amsterdam (BJAA) weigeren ansichtkaarten en attenties van vriendjes van zijn vorige school en van familieleden door te geven aan het kind. Je waant je even niet langer in het vredige Nederland. (Een buitenstaander heeft er bij directeur Gerritsen van BJAA op aangedrongen zijn medewerksters te verzoeken het inhumane pad te verlaten.) Het is niet moeilijk de lijst van schrijnende voorbeelden uit te breiden met soortgelijke ervaringen in andere plaatsen.

Dat in Nederland zich in een belangrijk deel van de jeugdzorg afschuwelijke taferelen afspelen, is niet aanvaardbaar. Onder het mom van kinderbescherming is in een te groot aantal gevallen sprake van georganiseerde kindermishandeling. Af en toe wordt de samenleving opgeschrikt door dramatische uitlopers van deze benauwende en inhumane situaties.

De parlementaire beraadslagingen over de nieuwe wetgeving moeten recht doen aan de noodzaak de jeugdzorg op de werkvloer te humaniseren. Aan de huidige perverse financiële prikkels dient een einde te komen. Voorts is het noodzakelijk dat de medewerkers, die zich eerder gedragen als geüniformeerde officieren dan als liefdevolle mensen die kinderen bij de hand nemen en een begripvolle omgeving bieden, plaatsmaken voor deskundigen met hart voor hun vak. Is er iets belangrijker in deze soms hardvochtige wereld dan het levensgeluk van onze kinderen?

Arnold Heertje is econoom.

2.6.In een e-mailbericht van 19 februari 2014 aan Gerritsen en[medewerker], [medewerker] en [medewerker] (medewerkers van BJAA) staat onder meer het volgende.

(…) Het begrip van de inhumane handelwijze van u en uw medewerksters is dezerzijds door archiefonderzoek toegenomen. De samenhang met de in de tijd vertakte persoonlijke biografie van u en uw drie teamgenoten is opmerkelijk. Daaruit valt te verklaren het ontvoeren van x, het wrede geheim houden van schuilplaats en huidige school jegens zijn moeder, de misdadige poging familieleden en buitenstaanders te intimideren, monddood te maken, met maatschappelijke uitschakeling te bedreigen en bovenal het belang en de veiligheid van x in de waagschaal te stellen. Het recente wapenfeit van u en uw teamgenoten is de poging x te onttrekken aan de zeer hoog aangeschreven [school], die bij de intellectuele en culturele potentie van [minderjarige] past en waar hij gelukkig is. U staat toe en hoort aan dat x zijn klas mist om hem vervolgens te doen dirigeren naar een school die geen recht doet aan zijn niveau, hem vervreemdt van zijn natuurlijke omgeving en die u met uw team geheim houdt jegens de moeder. Vraagt u zich met uw team wel eens af in welke periode van de geschiedenis het hanteren van deze onmenselijke methoden gemeengoed was? (…)

2.7.In een e-mail van 28 februari 2014 van Heertje aan[medewerker], volgend op een persoonlijk gesprek dat Heertje met haar heeft gevoerd, staat onder meer het volgende.

(…) Ik merkte uw schrikreactie op mijn opmerking over de rol van uw grootvader in de Tweede Wereldoorlog. Daarom wil ik u graag mededelen dat kleinkinderen geen enkele verantwoordelijkheid dragen voor het gedrag van hun grootouders in de jaren 1940-1945, noch wanneer zij in het verzet waren noch wanneer zij zoals vaker het geval is, meegedaan hebben. Anders wordt het indien hedendaagse volwassenen zich georganiseerd inhumaan gedragen jegens weerloze kinderen. Dan dringt de overeenkomst met toen zich op. (…)

2.8.In een e-mail van 13 maart 2014 van Heertje aan Gerritsen staat onder meer het volgende.

(…) U vereenzelvigt zich met uw medewerksters bij uw bureau, bij Spirit en het pleeggezin, zodat ik gemakshalve aan u het complex van onmenselijke handelingen jegens X, zijn naaste omgeving, zijn [school] en zijn ruimere netwerk, aan u kan toeschrijven. Mijn conclusie is dat u zich willens en wetens schuldig maakt aan de lichamelijke en geestelijke mishandeling van een weerloos kind. Er is geen enkele aanwijzing dat u in deze ingeslagen weg enige verandering brengt, laat staan enige clementie betracht. Integendeel, uw maatregelen jegens het kind en de moeder kennen geen spoor van mededogen. Het misdadige karakter neemt elke dag toe. Daarom is het verantwoord en zelfs een plicht, de uitkomst van uw handelen onder woorden te brengen. Die uitkomst is het onmogelijk maken van enig perspectief op een normaal en gezond leven van een jongen, die bij de start het vooruitzicht had op een goede lichamelijke en geestelijke ontwikkeling. Er is reeds grote lichamelijke en geestelijke schade aangericht door uw toedoen en door uw medewerksters. Ik wijs u op het ontvoeren van x, het overbrengen naar een geheime verblijfplaats, het hardvochtig ontrukken van x aan zijn omgeving door het onthouden van post, presentjes en andere uitingen van betrokkenheid. U bent nu zo ver gegaan, een schoolrapport waarop het kind en zijn moeder recht hebben, te ontvreemden en niet aan hem resp. zijn moeder te laten zien. U voorziet x van een geheime school in Purmerend en bij wijze van klap op de vuurpijl van een geheime resp. valse naam. Een diep ingrijpende traumatisering voor een kind van die leeftijd. U verhindert een normale omgang met zijn moeder en laat haar in het ongewisse omtrent zijn verblijfplaats (in de oorlog was dat noodgedwongen noodzakelijk, u doet dat in vredestijd). U negeert de aanwijzingen van (sexueel) misbruik door de vader. U negeert de opdracht van het Hof in afwachting van het vonnis x bij het pleeggezin te laten. Onlangs liet u x wederom in het geheim een bezoek brengen aan een tweede inferieure school. U brengt het kind onder bij een school die ver beneden zijn niveau ligt. U maakt het kind zodoende niet alleen lichamelijk, maar ook geestelijk hulpeloos. Zijn voorkomen spreekt boekdelen.

U vindt het vergelijken van uw handelen met de gebeurtenissen in de Tweede Wereldoorlog

ongepast. Daarin hebt u gelijk voor zover u niet over een militair apparaat beschikt waarmede uw optreden kracht wordt bijgezet. Voor het overige speelt u met het leven van een kind dat u in de knop knakt. Het gaat er daarom niet om of vergelijkingen ongepast zijn, maar of ze terecht zijn. In plaats van het kind te beschermen, vernietigt u het zienderogen. De samenleving heeft recht op kennis over deze praktijken, die anno 2014 in Nederland voor onmogelijk worden gehouden. De familie [x] heeft er recht op dat u met uw medewerksters direct met deze mishandelingen van een kind stopt. (Terloops wijs ik u op de antisemitische uitval in het verslag van uw mevrouw[medewerker] aan mijn adres over een bijeenkomst van mevrouw [x], mevrouw [medewerker] en mijzelf. Ik ga ervan uit dat u achter deze uitval staat).

In april/mei verschijnt van mijn hand een boek, getiteld Economie bij Prometheus, waarin ik uitvoerig stilsta bij deze uitwassen in de Nederlandse samenleving, zoals deze zich bij Jeugdzorg Amsterdam voordoen. Daarbij gaat het om met naam en toenaam blootleggen van deze schandvlek in Amsterdam en van een aanpak om hieraan een einde te maken. Inderdaad spreek ik uw medewerksters niet alleen via het principe “bevel is bevel”, maar ook in persoon aan.

Uiteindelijk dienen alle inhumane managers en personeelsleden te worden vervangen, zodat kinderen en hun omgeving weer zicht krijgen op een menswaardig bestaan. Een kopie van mijn brief aan u gaat naar enkele belangstellenden, waarvan een deel hieronder is vermeld. (…)

2.9.In een e-mailbericht van Heertje aan Gerritsen, [medewerker],[medewerker] en anderen van 3 april 2014 staat onder meer het volgende.

(…) De samenleving stelt vast dat u op de werkvloer van uw organisatie doorgaat met de inhumane bejegening van het kind x en zijn moeder. U wordt daarbij gesteund door een reeks van medewerksters.

Wie kennis neemt van de concrete handelingen wordt getroffen door de inhumane, misdadige mentaliteit die daaruit spreekt. Slechts de uniformen ontbreken.

Ik zal binnenkort in het openbaar uitvoerig verslag doen van de gebeurtenissen omdat deze veel verder gaan dan ongepaste handtastelijkheden jegens vrouwelijk personeel.

In het boek “Economie” dat op 9 mei verschijnt, worden de geschetste praktijken van inhumane aard nauwkeurig aan de orde gesteld, anonimiteit is uitgesloten. (…)

2.10.Op 9 april 2014 is op de website www.rtlnieuws.nl het volgende artikel/column van Heertje verschenen.

Jeugdzorg ontvoert jongetje – Arnold Heertje

Op 9 mei verschijnt van mijn hand een nieuw boek met de titel Economie. Daarin geef ik een positiever beeld van de economische wetenschap dan tegenwoordig gebruikelijk is. Reeksen misverstanden worden weerlegd. Aan de andere kant wordt ook blootgelegd wat er aan schort op de werkvloer van de Nederlandse samenleving. Het afschuwelijkste dossier is de jeugdzorg.

Bureaucratie, inhumanisering, een doorgeschoten calculatiecultuur en overmatige regelgeving in de zorg, het onderwijs en de woningsector. Een van de afschuwelijkste dossiers is de jeugdzorg.

Tot zover ziet deze sector kans het inhumane optreden van bestuurders, gezinsvoogden, pleegouders, de Raad voor de Kinderbescherming en de bureaus Jeugdzorg aan het oog van de samenleving te onttrekken door een beroep op privacy.

Het Bureau Jeugdzorg in Amsterdam onder leiding van de legendarische oud-gemeentesecretaris Erik Gerritsen verspreidt brieven waarop staat ‘Ieder kind veilig’. In feite worden door bestuurders en medewerkers kinderen als objecten behandeld, die geld opleveren en werkgelegenheid bieden.

In het boek Economie laat ik zien hoezeer perverse prikkels een gedrag uitlokken van medewerkers op de werkvloer dat niet past in een vredelievende en humane samenleving.

Jongetje ontvoerd

Hier bespreek ik twee gevallen omdat er een einde moet komen aan praktijken die de formele karakteristieken vertonen in de ogen van de kinderen van een bezetting, ook al ontbreken uniformen en laarzen.

In het geval van een jongetje van zeven jaar maak ik sinds 23 november 2013 uit eigen waarneming de volgende handelingen van Bureau Jeugdzorg Amsterdam mee. Nadat het kind bijna vier jaar vredig woonde bij zijn moeder en naar een goede school in Amsterdam ging, de [school], werd hij op 23 november ‘s middags om 14.30 uur van die school ontvoerd door Jeugdzorg, naar een geheime plaats vervoerd, buiten het zicht van de moeder gebracht die om 15.00 uur tevergeefs haar kind uit school kwam halen.

De jongen werd naar een geheim pleeggezin gebracht, op een voor hem inferieure school geplaatst, mocht zijn moeder nauwelijks meer zien en ansichtkaarten van vriendjes werden niet aan hem uitgereikt. De senior gezinsmanager, mevrouw[medewerker], weigerde onlangs het schoolrapport van de jongen aan hem en zijn moeder te laten zien. Ook zegde zij heel laat bezoekmomenten van moeder en kind af. Afspraken voor telefonische contacten tussen moeder en zoon werden op last van mevrouw[medewerker] afgezegd. Door haar en mevrouw[medewerker]van het pleegouderbureau Spirit wordt het kind verboden te spelen met vriendjes van hem van een halfjaar geleden.

Kortom, onder leiding van Gerritsen wordt uitvoering gegeven aan een programma van geestelijke kindermishandeling, uitgevoerd door hardvochtige leken. De jongen is diep ongelukkig doordat hij in feite als een jeugdgevangene wordt behandeld en geïsoleerd.

Zoiets speelt ook bij Jeugdzorg Zutphen, waar twee kinderen uit huis zijn geplaatst omdat de moeder uit Letland alleen Russisch spreekt. Deze casus trekt internationaal de aandacht, onder andere van de zijde van de Russische ambassadeur in Nederland. Hier wordt een onmenselijk programma uitgevoerd door het Leger des Heils, dat de kinderen medische verzorging onthoudt, de moeder intimideert door haar onnodig psychisch te laten onderzoeken en rechters op het verkeerde been zet.

Gerritsen stuurt dreigbrieven, waarin hij zegt dat geestelijke kindermishandeling onder zijn hoede niet mag worden vergeleken met de lichamelijke mishandeling van kinderen in de oorlogsjaren. Hij ontkent echter niet dat moreel sprake is van vergelijkbare handelingen, nu in vredestijd.

Ik vind daarom dat Bureau Jeugdzorg in Amsterdam met de dames[medewerker], mevrouw[medewerker]

en[medewerker]en het Leger des Heils in Zutphen met de heren [medewerker] en [medewerker], een

einde moeten maken aan praktijken, waarvoor heel Nederland zich moet schamen.

Prof. Arnold Heertje

2.11.Bij aangetekende brief van 31 maart 2014, die tevens per e-mail is verzonden, heeft BJAA Heertje – kort gezegd – gesommeerd in zijn boek en/of andere publicaties geen vergelijking te maken tussen BJAA en de gebeurtenissen in de Tweede Wereldoorlog en geen informatie te noemen die herleidbaar is tot individuele medewerkers van BJAA.
2.12.Heertje heeft de aangetekende brief ongeopend geretourneerd en daarop geschreven: ‘Brieven van misdadige organisaties worden hier na 1945 niet meer geopend’.

3 Het geschil

3.1.BJAA vordert – samengevat –:

  1. Heertje te bevelen de onrechtmatige uitlatingen en/of publicaties (zowel direct als indirect) op internet en/of via enig ander (openbaar) medium die betrekking hebben op BJAA en/of haar medewerkers te (laten) verwijderen en verwijderd te (doen) houden, waaronder onder meer de uitlatingen waarin BJAA en/of haar medewerkers in verband worden gebracht met een criminele organisatie en/of strafbare feiten zoals ontvoering en/of fascisme en/of praktijken van de nazi’s in de Tweede Wereldoorlog, zoals het wegvoeren van Joodse kinderen;
  2. Heertje te bevelen alle namen en andere privégegevens van medewerkers van BJAA in uitlatingen en/of publicaties (zowel direct als indirect) op internet en/of via enig ander (openbaar medium te (laten) verwijderen en verwijderd te (doen) houden;
  3. Heertje te bevelen de naam [minderjarige] en/of privégegevens die herleidbaar zijn tot [minderjarige] en/of andere cliënten van BJAA in uitlatingen en/of publicaties (zowel direct als indirect) op internet en/of via enig ander (openbaar) medium te (laten) verwijderen en verwijderd te houden;
  4. Heertje te bevelen Google en andere zoekmachines op deugdelijke wijze te verzoeken om de cache van de zoekmachine van Google met betrekking tot de hiervoor onder a tot en met c genoemde informatie te verwijderen, zodat deze gegevens en/of informatie niet meer vindbaar zijn via deze zoekmachines, met overlegging van afschriften van deze verzoeken aan de raadsvrouw van BJAA;
  5. Heertje te bevelen zich te onthouden van uitlatingen en/of publicaties zoals hiervoor onder a, b en c vermeld;
  6. Heertje te bevelen geen namen en andere privégegevens van medewerkers en/of cliënten van BJAA in het op korte termijn te verschijnen boek ‘Economie’ op te nemen;
  7. Heertje te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 5.000,- als voorschot op de schade van BJAA als gevolg van de onrechtmatige uitlatingen, te vermeerderen met de wettelijke rente;
  8. te bepalen dat Heertje voor iedere dag en gelegenheid en/of publicatie dat hij in strijd handelt met een gegeven bevel of verbod aan BJAA een dwangsom verbeurt van € 5.000,-;
  9. althans een zodanige voorziening te treffen als de voorzieningenrechter juist acht;
  10. Heertje te veroordelen in de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente over al deze kosten.
3.2.Heertje voert verweer.
3.3.Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.Waar het in dit geschil om gaat is of het Heertje vrijstaat zich uit te laten over BJAA op de wijze waarop hij dat heeft gedaan en of die uitlatingen (deels) onrechtmatig zijn tegenover BJAA. Daarbij wordt opgemerkt dat de vraag niet is óf Heertje kritiek mag uiten op BJAA (dit staat hem vrij) maar of de manier waarop hij dat doet geoorloofd is. Benadrukt wordt dat de juistheid van het handelen van BJAA ten aanzien van de minderjarige hier niet ter beoordeling staat.
4.2.Uitgangspunt is dat toewijzing van de vorderingen van BJAA in beginsel een beperking inhoudt van het in artikel 10 lid 1 van het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (EVRM) neergelegde grondrecht van Heertje op vrijheid van meningsuiting. Een dergelijk recht kan slechts worden beperkt indien dit bij de wet is voorzien en noodzakelijk is in een democratische samenleving, bijvoorbeeld ter bescherming van de goede naam en de rechten van anderen (artikel 10 lid 2 EVRM). Van een beperking die bij de wet is voorzien is sprake, wanneer de uitlatingen van Heertje onrechtmatig zijn in de zin van artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Voor het antwoord op de vraag welk recht – het recht op vrije meningsuiting of het recht ter bescherming van eer of goede naam – in dit geval zwaarder weegt, moeten de wederzijdse belangen worden afgewogen.
4.3.Het belang van Heertje is dat hij zich in het openbaar kritisch, informerend, opiniërend en waarschuwend moet kunnen uitlaten over misstanden die de samenleving raken. Het belang van BJAA is erin gelegen dat zij en/of haar medewerkers niet lichtvaardig worden blootgesteld aan (onterechte) verdachtmakingen. Ook de bescherming van minderjarigen die aan haar zijn toevertrouwd, is een belang van BJAA Welk van alle voornoemde belangen, die in beginsel gelijkwaardig zijn, de doorslag behoort te krijgen, hangt af van alle omstandigheden van het geval.
4.4.In de rechtspraak zijn tal van omstandigheden geformuleerd die bij de afweging van deze belangen een rol spelen, zoals
a. de aard van de gepubliceerde verdenkingen en de ernst van de te verwachten gevolgen voor degene op wie die verdenkingen betrekking hebben;
b. de ernst — bezien vanuit het algemeen belang — van de misstand welke de publicatie aan de kaak beoogt te stellen;
c. de mate waarin ten tijde van de publicatie de verdenkingen steun vonden in het toen beschikbare feitenmateriaal;
d. de inkleding van de verdenkingen, gezien in verhouding tot de onder a tot en met c bedoelde omstandigheden.
4.5.Bij beoordeling van de vraag of de verdenkingen steun vinden in het beschikbare feitenmateriaal is van belang of die verdenkingen worden gepresenteerd als feiten, of dat sprake is van waardeoordelen. Daarbij geldt dat een columnist een grotere vrijheid heeft om te simplificeren, uit te vergroten, te overdrijven en gebruik te maken van sterke bewoordingen dan een (onderzoeks)journalist. Daarbij is tevens van belang in/op welk medium de uitlating wordt gedaan. Ook met betrekking tot waardeoordelen geldt echter dat er een voldoende feitelijke basis moet bestaan voor de desbetreffende uiting, omdat zelfs een waardeoordeel excessief en daarom onrechtmatig kan zijn indien elke feitelijke basis daarvoor ontbreekt.

Steun in de feiten

4.6.

De voorzieningenrechter zal beoordelen in hoeverre de beschuldigingen die Heertje heeft geuit jegens BJAA steun vinden in de feiten. Vast staat dat BJAA is belast met de uitvoering van de ondertoezichtstelling van de minderjarige. Eveneens staat vast dat de oorzaak van die ondertoezichtstelling is gelegen in de echtscheidingsstrijd tussen de ouders. Zij hebben tal van procedures gevoerd over het gezag over, de hoofdverblijfplaats van en de zorgregeling met de minderjarige. De minderjarige had zijn hoofverblijfplaats bij de moeder. De moeder heeft in 2010 de omgangsregeling stopgezet omdat zij vermoedde dat sprake was van mishandeling dan wel seksueel misbruik door de vader. In de periode daarna zijn verschillende onafhankelijke deskundigen en artsen geraadpleegd en geen van hen heeft geobjectiveerde signalen waargenomen die duidden op misbruik dan wel mishandeling.

Ondanks verschillende rechterlijke uitspraken heeft de moeder geweigerd mee te werken aan een omgangsregeling. Tevens heeft zij geweigerd om mee te werken aan deskundigenonderzoeken. Uiteindelijk heeft de rechtbank Amsterdam een onderzoek bevolen door het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP). Het NIFP heeft geen signalen gezien die de vermoedens van de moeder bevestigden. Wel werd aanleiding tot zorg gezien in de omstandigheid dat de minderjarige van moeder geen enkele ruimte kreeg om een relatie met de vader aan te gaan, terwijl het voor het ontwikkelen van een eigen identiteit van belang is dat een kind in de gelegenheid wordt gesteld met beide ouders een relatie te ontwikkelen. Bij beschikking van [datum] – de minderjarige had zijn vader inmiddels drie-en-een-half jaar niet gezien – is bepaald dat de vader wordt belast met het eenhoofdig gezag en dat de hoofdverblijfplaats van de minderjarige bij de vader zal zijn. In hoger beroep is deze beschikking bekrachtigd.

Omdat de minderjarige zijn vader al drie-en-een-half jaar niet had gezien is in overleg met de vanaf dat moment gezaghebbende vader besloten om de minderjarige eerst in een pleeggezin te plaatsen en van daaruit het contact met de vader op te bouwen. Omdat BJAA verwachtte dat de moeder de overdracht zou tegenwerken en om escalatie te voorkomen is wederom in overleg met de vader en met de school besloten de minderjarige voortijdig van school te halen.

4.7.De voorzieningenrechter is van oordeel dat Heertje in de artikelen de feiten selectief heeft gepresenteerd en een belangrijk deel van de feiten heeft weggelaten, waarmee de onjuiste indruk wordt gewekt dat BJAA de minderjarige zonder enige aanleiding (hij woonde immers volgens Heertje vredig en naar ieders tevredenheid bij zijn moeder en bezocht een goede school) en zonder daartoe bevoegd te zijn van school heeft gehaald (‘ontvoerd’) en naar een voor de moeder geheime plaats heeft gebracht. In de eerste plaats laat Heertje daarbij de cruciale informatie achterwege dat BJAA heeft gehandeld ter uitvoering van een door de rechtbank gegeven en later door het hof bekrachtigde beslissing, waarin is bepaald dat de vader wordt belast met het eenhoofdig gezag en dat de hoofdverblijfplaats van de minderjarige vanaf dat moment bij de vader zal zijn. De minderjarige stond (en staat) bovendien nog steeds onder toezicht van BJAA. Voorts heeft Heertje achterwege gelaten dat er een reden was voor de ondertoezichtstelling, de gezagswijziging en de wijziging van verblijfplaats en dat die reden was gelegen in het gedrag van de moeder (het beletten van ieder contact met de vader, in strijd met het belang van de minderjarige). Dat was ook de reden dat het ophalen van school niet aan de moeder is meegedeeld en dat het contact met de moeder in de eerste periode daarna is beperkt. Weliswaar heeft de rechtbank noch het hof bepaald dat de minderjarige op dat moment en op die manier van school moest worden gehaald – zoals Heertje heeft gesteld – en kan men daarop kritiek hebben, maar door bovenstaande informatie weg te laten wordt tegenover het publiek een onjuist beeld geschetst. Gelet op bovenstaande vinden in ieder geval de kwalificaties ‘ontvoering’, ‘misdadig’ en ‘mishandeling’ geen steun in de feiten.

Wijze van publicatie

4.8.

Heertje heeft gesteld dat hem als columnist een grotere vrijheid toekomt om te overdrijven, en dat het bovendien noodzakelijk is voor het aanzwengelen van het maatschappelijk debat om zich in sterke bewoordingen uit te laten. Een gewone uiting zou, aldus Heertje, geen effect hebben. BJAA heeft betwist dat het om een column gaat. De voorzieningenrechter oordeelt als volgt. Wat betreft de onder 2.4 en 2.8 genoemde e-mailberichten geldt dat deze ook aan derden zijn verzonden, zodat deze in zoverre openbaar zijn. Deze e-mailberichten houden waardeoordelen in.

Het artikel in de Volkskrant is gepubliceerd op de opiniepagina en het artikel op de website van RTL Nieuws is geplaatst onder de tab ‘columns’. Daarmee is naar het oordeel van de voorzieningenrechter met betrekking tot alle drie de uitingen duidelijk dat het om een waardeoordeel van Heertje gaat en dat zijn uitingen niet worden gepresenteerd als feiten. Daarmee is de vrijheid van Heertje echter niet onbegrensd. Zoals hiervoor overwogen dienen ook waardeoordelen een feitelijke basis te hebben, en wordt mede van belang geacht de bron van de publicaties en de hoedanigheid van de auteur. De onder 2.5 en 2.10 genoemde artikelen zijn verschenen in een kwaliteitskrant en op de website van een gezaghebbende nieuwszender. Het publiek dat kennis neemt van deze media zal over het algemeen verwachten dat een daarin gepubliceerd artikel enige journalistieke waarde heeft en daaraan een groter belang hechten dan bijvoorbeeld aan een uitlating op een persoonlijke website. Daar komt bij dat Heertje een bekend en gerenommeerd wetenschapper (professor) is en zich ook als zodanig presenteert in de genoemde artikelen. Ook die hoedanigheid maakt dat het publiek meer waarde hecht aan zijn mening dan aan die van een willekeurige derde. Gelet daarop is de voorzieningenrechter van oordeel dat Heertje in het geval van deze publicaties in deze media een grotere verantwoordelijkheid heeft om na te gaan in hoeverre zijn beschuldigingen steun vinden in de feiten en de feiten niet eenzijdig maar in volle omvang te presenteren. Door zich slechts te baseren op het verhaal van de moeder, hetgeen door Heertje wordt betwist maar naar het oordeel van de voorzieningenrechter blijkt uit bovenstaande, zonder ook de andere kant van het verhaal te laten zien, doet Heertje geen recht aan het maatschappelijk debat. Eveneens speelt een rol dat het BJAA in beginsel vanuit de bescherming van de minderjarige niet vrijstaat om allerlei uitlatingen te doen over een bepaalde specifieke casus, zodat het voor haar moeilijk is zich in het debat te mengen. Ook dat maakt dat het van belang is de feiten juist en volledig te presenteren.

Inkleding van de uitlatingen

4.9.

Het bezwaar van BJAA is – kort gezegd – dat Heertje namen van individuele medewerkers noemt, en dat hij BJAA in verband brengt met strafbare feiten en met praktijken van nazi’s in de Tweede Wereldoorlog. Heertje heeft gesteld dat het voor het maatschappelijk debat noodzakelijk is om concreet te benoemen welke medewerker in welke concrete casus een fout heeft gemaakt, omdat er anders nooit iets zal veranderen binnen een organisatie. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het Heertje vrij staat kritiek te uiten op BJAA (die mogelijk terecht is) en daarbij scherpe bewoordingen te gebruiken. Daarbij kan het goed zijn ter bevordering van het maatschappelijk debat om een concreet geval te noemen, zoals Heertje ook heeft gesteld, en ook het noemen van namen van individuele medewerkers, die handelen in de uitoefening van hun functie en niet op persoonlijke titel, kan gerechtvaardigd zijn indien dat noodzakelijk is om een misstand aan de kaak te stellen.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft Heertje echter in dit geval onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het noodzakelijk was om de namen van medewerkers van BJAA te noemen. Heertje had zijn kritiek over dit individuele geval heel goed kunnen bewoorden zonder daarbij de namen te noemen. Indien hij met zijn uitlatingen beoogt binnen de organisatie van BJAA iets te veranderen was het voldoende geweest om de medewerkers bij hun functie aan te duiden, zodat voor BJAA duidelijk was om welke medewerkers het ging. De wijze waarop Heertje de namen in dit geval heeft genoemd kan de voorzieningenrechter niet anders zien dan als het publiekelijk aan de schandpaal nagelen van die medewerkers, hetgeen geen te rechtvaardigen doel dient. Ook hier speelt weer mee dat die individuele medewerkers zich moeilijk kunnen verdedigen, nu zij de (privacy van de) minderjarige dienen te beschermen. In het kader van de te verwachten gevolgen voor degene op wie de beschuldiging betrekking heeft (BJAA) geldt nog het volgende. BJAA heeft dikwijls de moeilijke taak kinderen die zijn betrokken in een vechtscheiding te begeleiden. Een ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing (of wijziging van gezag/hoofdverblijfplaats zoals in dit geval) is in alle gevallen voor de betrokkenen zeer ingrijpend en het is voorstelbaar dat dat veel emoties oproept bij de betrokkenen en hun omgeving. Daarbij dient in het oog te worden gehouden dat de oorzaak van de uithuisplaatsing niet bij BJAA ligt, evenmin als de beslissing tot uithuisplaatsing. Voldoende aannemelijk is dat BJAA nadeel ondervindt van het beeld dat van haar wordt geschetst, en dat dat (mogelijk ernstige) gevolgen heeft voor de relatie die zij heeft met andere cliënten.

4.10.

Voor zover Heertje verwijst naar de Tweede Wereldoorlog wordt het volgende overwogen. Heertje heeft ter zitting gesteld dat het in het algemeen niet noodzakelijk was om dat te doen, maar dat zijn persoonlijke biografie hem daartoe heeft geleid. Overigens heeft Heertje verklaard dat hij het woord ‘nazi’ niet heeft genoemd, en dat hij BJAA daarmee ook niet heeft vergeleken. Voor zover hij verwijst naar de gebeurtenissen in de Tweede Wereldoorlog heeft hij de situatie bedoeld dat Joodse kinderen ter bescherming bij hun familie werden weggehaald en naar een onderduikadres werden gebracht.

De voorzieningenrechter oordeelt als volgt. Hoewel Heertje aanvoert dat hij BJAA niet vergelijkt met nazi’s wordt in de verschillende artikelen en e-mails wel degelijk de suggestie gewekt dat BJAA zich gedraagt als de bezetter in de Tweede Wereldoorlog. Dat blijkt uit de volgende teksten:

‘geüniformeerde officieren’, ‘praktijken die de formele karakteristieken vertonen in de ogen van de kinderen van een bezetting, ook al ontbreken uniformen en laarzen.’

‘Gerritsen stuurt dreigbrieven, waarin hij zegt dat geestelijke kindermishandeling onder zijn hoede niet mag worden vergeleken met de lichamelijke mishandeling van kinderen in de oorlogsjaren. Hij ontkent echter niet dat moreel sprake is van vergelijkbare handelingen, nu in vredestijd.’,

‘Inderdaad spreek ik uw medewerksters niet alleen via het principe “bevel is bevel”, maar ook in persoon aan.’

‘U vindt het vergelijken van uw handelen met de gebeurtenissen in de Tweede Wereldoorlog

ongepast. Daarin hebt u gelijk voor zover u niet over een militair apparaat beschikt waarmede uw optreden kracht wordt bijgezet.’

‘Terloops wijs ik u op de antisemitische uitval in het verslag van uw mevrouw[medewerker] aan mijn adres’

‘Wie kennis neemt van de concrete handelingen wordt getroffen door de inhumane, misdadige mentaliteit die daaruit spreekt. Slechts de uniformen ontbreken.’

Het maken van een vergelijking met de Tweede Wereldoorlog is op zichzelf geoorloofd, maar de voorzieningenrechter acht de wijze waarop Heertje dat heeft gedaan – in de vorm van een beschuldiging – ongepast, onnodig kwetsend en grievend. Wellicht dringt de parallel zich bij Heertje, zelf ongelukkig genoeg slachtoffer van de gebeurtenissen in de Tweede Wereldoorlog, eerder op dan bij een ander, die die periode niet heeft meegemaakt. Vanuit die invalshoek en rekening houdend met zijn emoties is dat wellicht begrijpelijk. De biografie van Heertje brengt echter ook mee dat hij als geen ander weet welke gruwelijke situaties zich in die periode hebben voorgedaan, en hoe kwetsend en grievend het is om het handelen van BJAA daarmee te vergelijken.

4.11.

Voor zover Heertje het handelen van BJAA kwalificeert als strafbaar, misdadig of crimineel is de voorzieningenrechter van oordeel dat nu daarvoor onvoldoende steun in de feiten aanwezig is, ook deze kwalificaties ongepast zijn.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de uitlatingen van Heertje onrechtmatig zijn jegens BJAA, voor zover hij daarin BJAA en/of haar medewerkers in verband brengt met een criminele organisatie en/of strafbare feiten zoals ontvoering en/of fascisme en/of praktijken in de Tweede Wereldoorlog zoals het wegvoeren van Joodse kinderen, en voor zover hij daarin namen of andere privégegevens van medewerkers van BJAA noemt. Nu bovengenoemde onrechtmatige uitlatingen zozeer zijn verweven in de tekst van de artikelen, zal Heertje worden bevolen de artikelen in zijn geheel van het internet te (doen) verwijderen. Het gebod zal slechts betrekking hebben op de onder 2.5 en 2.10 genoemde artikelen, aangezien de reeds verzonden e-mailberichten niet meer zijn te verwijderen. Nu Heertje hierover niets heeft aangevoerd, wordt hij geacht het in zijn macht te hebben de artikelen van websites van RTL Nieuws en van De Volkskrant te (laten) verwijderen. De gevorderde dwangsom zal worden beperkt en gemaximeerd als volgt.

4.12.Eveneens zal worden toegewezen de vordering om Heertje te bevelen Google te verzoeken de cache van de zoekmachine met betrekking tot de gewraakte uitlatingen als hiervoor genoemd te verwijderen en verwijderd te houden. Voor zover de vordering betrekking heeft op andere zoekmachines dan Google is de vordering te onbepaald om te worden toegewezen.
4.13.Het is Heertje zonder toestemming daartoe van de vader en van BJAA niet toegestaan om de naam van de minderjarige te publiceren. Nu die naam in het artikel en de column niet voorkomt, en Heertje heeft getoond te beseffen dat hij de naam niet mag openbaren, wordt er geen aanleiding gezien tot een verbod dienaangaande.
4.14.De vordering van BJAA die betrekking heeft op het boek ‘Economie’ zal wegens onvoldoende belang worden afgewezen. Heertje heeft ter zitting toegezegd dat in het boek geen namen van individuele medewerkers – anders dan leden van de directie – van BJAA worden genoemd en BJAA heeft daarop medegedeeld geen belang meer te hebben bij deze vordering.
4.15.Voor zover de vorderingen van BJAA zien op een (publicatie)verbod voor de toekomst is de voorzieningenrechter van oordeel dat die vordering te onbepaald en te veelomvattend is om te kunnen worden toegewezen. Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt immers dat de vraag of een uitlating onrechtmatig is in de meeste gevallen niet in zijn algemeenheid kan worden beantwoord en afhankelijk is van verschillende factoren. Het wordt Heertje niet verboden om in de toekomst kritiek te uiten op BJAA, en mogelijk zal die kritiek niet onrechtmatig zijn.
4.16.De vordering tot schadevergoeding is thans onvoldoende onderbouwd zodat deze zal worden afgewezen.
4.17.Heertje zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van BJAA worden begroot op:- dagvaarding € 117,77- griffierecht 608,00- salaris advocaat 816,00Totaal € 1.541,77
4.18.De nakosten zullen worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.gebiedt Heertje binnen 10 dagen na betekening van dit vonnis de uitlatingen als bedoeld onder 2.5 en 2.10 van internet of enig ander openbaar medium te (doen) verwijderen en verwijderd te (doen) houden,
5.2.gebiedt Heertje Google binnen 10 dagen na betekening van dit vonnis op deugdelijke wijze te verzoeken om de cache van de zoekmachine van Google met betrekking tot de artikelen als bedoeld onder 2.5 en 2.10 te verwijderen en verwijderd te houden, zodat deze artikelen niet meer vindbaar zijn via de zoekmachine, met overlegging van afschriften van deze verzoeken aan de raadsvrouw van BJAA,
5.3.veroordeelt Heertje om aan BJAA een dwangsom te betalen van € 500,- voor iedere dag dat hij niet aan de in 5.1 en/of 5.2 uitgesproken hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 25.000,- is bereikt,
5.4.veroordeelt Heertje in de proceskosten, aan de zijde van BJAA tot op heden begroot op € 1.541,77, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de veertiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,
5.5.veroordeelt Heertje in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,- voor salaris advocaat, te vermeerderen met € 68,- en de kosten van het betekeningsexploot ingeval betekening van dit vonnis plaatsvindt en te vermeerderen met de wettelijke rente over deze bedragen met ingang van de veertiende dag na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,
5.6.verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.7.wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.M. Berkhout, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. L. Oostinga, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 20 mei 2014.(1 )

 

(1) type: LOcoll

=====================================================================================================

bereikt op 21 mei 2014 om 11u.11  via de link:  http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBAMS:2014:2848

Beletten Communicatie Criminaliseert Vaders Altijd. Vechtscheidingen blijken eigenlijk niet te bestaan. Een tragische les van Ruben, Julian en Jeroen Denis.

verslaggever, – een anonieme vader van 2 ontvoerde zonen –

Nog steeds laten heel veel “deskundigen” en omstanders zich misleiden door een oude “communicatie truuk”. Dat misleiden laat men eigenlijk vaak gebeuren met een zekere mate van opzet. Vaak komt het “professioneel” beter uit, omdat men denkt geen informatie te kunnen vergaren of omdat informatie vergaren te veel tijd of middelen vergt. In het kort komt het neer op een zelfde “massa-pschychose” mechanisme als bestond (en bestaat!) achter hekserij-vervolgingen in Europa, Afrika en … wie weet waar nog meer in de wereld. Voor duidelijkheid vooraf: voor “vader” als “slachtoffer van valse beschuldiging” kan ook “moeder” als “slachtoffer” worden gelezen. De groep van moeders in deze positie is veel kleiner. Natuurlijk zijn de kinderen in de eerste plaats slachtoffer. Duidelijk moet zijn dat alle slachtoffers ook een hele familie hebben die ongewild, en onschuldig, mee slachtoffer worden.

Het is een eenvoudige cirkel-redenering. Iemand is veroordeeld tot de brandstapel, dan kan dat niet voor niets geweest zijn, dus moet die persoon wel schuldig zijn aan het toegedichte misdrijf. Een vader heeft zijn kinderen omgebracht, dus zie je wel dat er iets met die vader aan de hand was. Die vader had nooit zijn kinderen moeten mogen blijven zien. De “onbeschaafde, domme” waarnemers willen even niet de informatie zien dat het ombrengen van de kinderen gebeurde om reden van het volstrekt onterecht (zonder bewijs) afnemen van de kinderen. Als een vader van mishandeling van zijn kinderen wordt beschuldigd, dan moet daar wel een kern van waarheid in zitten! Een moeder kan er toch geen eigen belang in zien om haar ex vals te beschuldigen?

Net als in “gewoon” pestgedrag van kleine kinderen wordt oorzaak en gevolg onbewust (en bewust!) omgedraaid. De daders van het misdrijf doen het vaak bewust, maar de omstanders van het pesten soms ook onbewust, omdat het sociaal veiliger lijkt te zijn.

De opstelling van de politie in het onderzoek naar de vermissing van Ruben en Julian Denis bleek bizar. Een politieman zei letterlijk dat de familie van Ruben en Julian, alleen de familie in Zeist was. Weer bleek een enorme tunnelvisie. Rechters en politie blijken niet zelden eerder voor misdrijven te zorgen dan ze te voorkomen of ze te bestrijden.

Nog steeds heeft de politie geen enkel gevolg gegeven aan het feit dat er zeer duidelijk sprake is van een moeder met een persoonlijkheidsstoornis. De persoonlijkheidsstoornis heeft Iris van der Schuit een afschuwelijke straf bezorgd. Zij heeft een zogenaamde moord met de lange arm gepleegd, zonder het wellicht helemaal zelf te beseffen. Niet volledig beseffen wat je doet, blijkt vaak een onderdeel te zijn van de oorzaak en aanleiding om te komen tot een moord.

Iris van der Schuit is schuldig aan het drama omdat zij volstrekt met opzet en bij herhaling vreselijke valse beschuldigingen aan het adres van Jeroen Denis heeft geuit. Uiteindelijk heeft 1 niet functionerende jeugdzorgmedewerker van de Raad voor de Kinderbescherming al het werk van haar wel goed functionerende collega’s te niet gedaan. Zonder enig bewijs adviseerde deze medewerkerster om Jeroen zijn kinderen zo goed als niet meer te laten zien.

Vaders die na zo’n onheilstijding geen moordneigingen krijgen, zijn niet gezond. Voor je eigen kinderen behoor je bereid te zijn om moorden te plegen. Dat is een beginsel dat zelfs door ons rechtssysteem en door de bezwaarcommissies voor militaire-dienstplichtweigeraars werd gehanteerd. Voor je kinderen ben je bereid om moorden te plegen. Met vooropgezet plan een vijand om het leven brengen. Onder de krijgstucht verwacht de overheid dat je voor die zelfde kinderen bereid bent om in samenspanning met het leger anderen om te brengen, omdat het in “oorlogstijd” nu eenmaal niet anders kan.

Met deze gedachtengang had Jeroen zijn ex-vrouw, de medewerkster van de Raad voor de Kinderbescherming en de kinderrechter moeten ombrengen. Dat wilde Jeroen zijn levende kinderen niet aandoen. Als Jeroen Denis iets meer “twijfeltijd” had gekregen, dan had hij beslist zijn daad niet ten koste van zijn vriendin, zijn “bonuskinderen” en zijn familie willen laten gaan. Als later mocht blijken dat de daad van Jeroen Denis de waanzin-ziekte van “rechters” met hun “deskundigen” heeft laten genezen door maatschappelijk ingrijpen van onze “democratische wetgever en controleur” dan verdient Jeroen een standbeeld … zijn naasten die tot de dag van vandaag zo moeten lijden, verdienen een beeldentuin. Ruben en Julian hoefden geen beeld, zij waren al tevreden geweest met een vader. Al kan ik het niet geloven, liefst geloofde ik dat Ruben en Julian nu samen zijn met hun pappa. Een goede pappa gunt zijn kinderen hun mamma. Iris … maak Nederland je excuses, voor wat je hebt gedaan! Doe iets goeds met je leven … in naam van Ruben, Julian en Jeroen. Wij moeten jou dan vergeven, al vinden velen dat moeilijk.

En natuurlijk Jeroen en zijn naasten hadden alle beelden liever gewisseld voor … 2 fantastische kinderen … Liever hadden ze al het leven behouden.

Wat heel modueus “vechtscheidingen” worden genoemd, blijken in de praktijk eenzijdige pogingen om kind-ouder-relatie-breuken tot stand te brengen. Niet meer zaken hoeven doen met je ex zou de pijn moeten verlichten. Het gelijk te halen dat de andere partner als ouder door “iedereen” gediskwalificeert wordt als ouder, wordt ervaren als een soort morele genoegdoening voor het feit dat de ander de relatie niet stuk had mogen laten lopen.

De “hulpverleners” blijken als eerste er een voordeel in te zien om van een vechtscheiding te spreken. Voor hulpverleners is het genoeg dat 1 van beide partners doet voorkomen dat communicatie met de ander onmogelijk is en tot belasting van de kinderen leidt.

Een toneelstuk met valse beschuldiging loont. Het komt de gecorrumpeerde rechters en deskundigen veel beter uit. Het vereenvoudigd het werk. Fantastisch om als rechter te doen wat de grote massa wil. Desnoods Barabas vrijlaten, hoewel iedereen wist dat hij schuldig was. Desnoods een onschuldige boodschapper onschuldig kruisigen. Als “het volk” het zo wil. Een volk dat zijn rechters niet berecht is zijn rechters niet waard.

Tegenwoordig zijn vaders vaak de heksen. Die moeten nu worden verbrand, zo horen we massaal.
Hadden we die vaders maar verbrand, dan hadden ze hun kinderen niet kunnen vermoorden!

Zogenaamde vechtscheidingen blijken na onderzoek een eenzijdig misdrijf van een partner tegen de eigen kinderen en de voormalige partner. De redactie ontvangt dagelijks nieuwe onderzoeken van zogenaamde vechtscheidingen die het niet blijken te zijn. Een vechtscheiding verondersteld 2 actief vechtende partijen. In werkelijkheid blijkt meestal dat 1 van beide partners probeert zo veel mogelijk passief te blijven en niet “terug te slaan”. Vaak is het 1 partij die probeert “in het belang van de kinderen” maar zoveel mogelijk “de schuld” op zich te nemen en bijvoorbeeld ook maar “te betalen”. Om niet stap voor stap alle contact te verliezen met de kinderen laat men steeds maar meer “gebeuren”. Achteraf blijkt “hard terug slaan” niet te helpen, maar “veel laten passeren” blijkt ook niet te helpen. Niets blijkt te kunnen voorkomen dat kinderen het contact met de andere ouder (meestal de vader!) gaan verliezen. In tegendeel, de meerderheid van jeugdhulpverleners vinden het veel gemakkelijker dat zij maar met 1 ouder voor een kind zaken hoeven te doen. Hulpverleners blijken er een voordeel in te zien om zaken als geescaleerd te beschouwen. Hulpverleners zelf blijken graag een scheiding als een hopeloze vechtscheiding te bestempelen. Graag sluiten hulpverleners aan bij de partij die probeert communicatie tussen kind en ouder te frustreren. Valse beschuldigingen worden zo verwelkomt in plaats van dat valse beschuldigingen aan de kaak worden gesteld.

Uitgerekend in de zaak van Jeroen Denis en Iris van der Schuit was het zo dat er door vele hulpverleners niet werd meegegaan met de valse beschuldigingen van Iris. Maar 1 falende medewerkster van de Raad voor de Kinderbescherming (Utrecht) was voldoende om een ramp te veroorzaken.

In het onderzoek dat de jeugdhulpverlening op zichzelf mocht uitvoeren werden uiteindelijk vele voor de hand liggende onderzoeksvragen niet belicht.
Toch zagen derden dat onderzoek op zichzelf al als vernietigend. Het onderzoek is naar de Tweede Kamer gegaan. Alles is echter zo versluierd dat niet veel te verwachten is. Vooral dus: de juiste vragen over het functioneren van de hulpverlening zijn helemaal niet gesteld. Met andere publicaties zal de lezer zich een beeld moeten gaan vormen, wat dan de juiste vragen wel zouden zijn geweest.

Spreken van een vechtscheiding is net zo fout als het spreken van “dame heeft seks gehad met een man” als er sprake is van een verkrachting. En dan doen we nog maar even net alsof mannen niet verkracht kunnen worden. Het heeft tientallen jaren geduurd voordat bij verkrachting van een meer eenzijdig delict werd gesproken zonder dat gedacht werd aan (enige) medeschuld van de verkrachte vrouw. Het zal dus waarschijnlijk ook weer tientallen jaren duren voordat er voldoende aandacht komt voor “geweld van vrouwen tegen mannen”. Opzettelijk toewerken door moeders naar een breuk tussen kind en vader is:
(1) geweld van vrouwen tegen kinderen
(2) geweld van vrouwen tegen mannen

Het doen van valse beschuldigingen van moeders tegen vaders is dus gewoon een eenzijdig geweldsmisdrijf van vrouwen tegen mannen. Het is psychisch geweld dat zeer vaak zelfs dat ziekte en zelfs de dood van 1 of meer mensen leidt.

Het is dus van belang dat de Tweede Kamer zo snel mogelijk werkelijk iets doet met haar voornemen om een duidelijker misdrijf te maken van het niet overdragen van kinderen voor verzorging aan de andere gezaghebbende ouder. Het wordt tijd dat de Tweede Kamer bij rechters nakoming van de bestaande wetten afdwingt. Het wordt tijd dat een halt wordt toegeroepen aan rechters die zonder enig bewijs kinderen hun zorg bij de andere ouder blokkeren. De civiele rechter wil in zijn procedures strafrechtelijke vergrijpen als valsheid in geschrifte, bedrog en dwaling helemaal niet opmerken. Door te doen of het er niet is, bespaart de civiele rechter (achter gesloten deuren) zich een hoop werk. Het is niet uit te leggen dat voor de losstaande feiten als bijvoorbeeld valsheid in geschrifte in een als “strafproces” gedefinieerde zaak, wel vele jaren gevangenisstraf kan volgen. Zonder overdrijving kan gesteld worden dat de civiele rechter strafbare feiten uitlokt en achteraf toedekt. De “deskundigen” die ketenpartner zijn voor civiele procedures voelen zich oppermachtig en onschendbaar. De rechter zegt dat ter zitting zelf regelmatig expliciet. Velen hebben uitspraken gehoord als: “Mevrouw X (van de Raad voor de Kinderbescherming) bedenkt u zich wel dat ik uw overzoek niet nog even kan gaan overdoen. Ik ben als rechter op uw deskundigenrapportage aangewezen.” Het zal niemand verbazen dat de betreffende mevrouw X zich dan nog eens extra machtig en onschendbaar zal voelen. De rechter zegt vrij expliciet dat de rechter ook geen contra-expertise wenst toe te staan. Ouders blijven dus gedwongen om zaken te blijven doen met “deskundigen” die de rechter toestaat. De rechter wenst aan 1 kant eigen deskundigen aan een lijntje te kunnen houden, maar anderzijds wenst de rechter op geen enkele manier dat lijntje te gebruiken om er als teugel de deskundigen mee te mennen. De wetgever geeft de rechter die rol als kwaliteitscontroleur. Maar de rechter weigert die rol op zich te nemen. Deskundigen en rechters spelen verdeel en heers met elkaar en zorgen dat beiden uit de wind blijven.

We sluiten ons aan bij de geluiden onder rechters zelf, dat we af moeten van door rechters zelf verzonnen indelingen van rechtzaken. Ook het onderscheid tussen civiele zaken en strafzaken is in hoge mate kunstmatig, onmogelijk en ongewenst. Zo is vaak ook geen zuiver onderscheid te maken tussen een familierechtelijke zaak en een zaak voor ondernemingsrecht. Een onderscheid tussen familierecht en strafrecht is ook vaak ondoenlijk. Een onderscheid tussen ondernemingsrecht en belastingrecht is vaak ook niet te maken. Etcetera.

Onze wetgevers moeten haast maken met het duidelijker strafbaar stellen van een aantal “nieuwe misdrijven” vooral gepleegd door vrouwen tegen kinderen en mannen. De wetgevers moeten haast maken van het ter verantwoording roepen van rechters die zich niet aan de wet houden. De wetgevers moeten haast maken van het evenwichtiger controleren van deskundigen die voor veel geld bereid zijn om “valse beschuldigingen te onderbouwen”. Er zal ook effectiever moeten worden opgetreden tegen advocaten die voor eigen gewin bereid zijn de ongefundeerde valse beschuldigingen bij de rechter onder de aandacht te brengen. Vroeger was een onwaarheid sprekende advocaat te vervolgen. Ondertussen is vaak genoeg gebleken dat het op zichzelf toezicht houden bij advocaten ook echt niet werkt. Het werkte al niet bij accounts. Eigen toezicht werkte niet bij notarissen. Van eigen toezicht bij medici bleek ook weinig terecht te komen. Toezicht op zichzelf werkt nooit. Zelftoezicht kan hoogstens een aanvulling zijn. Hoe was het ook al weer bij die slagers die hun eigen vlees keurden? Mannen moeten stoppen met het gemakkelijke “macho gedrag” om andere mannen neer te zetten als geweldadig, vrouw onvriendelijk en crimineel. Het doet het niet goed als je probeert om een vrouw in de gevangenis te zetten. Dat kan je kinderen toch ook vooral niet aandoen? Hebben mannen in de gevangenis dan minder vaak kinderen? Vinden kinderen het minder erg dat hun vader in de gevangenis terechtkomt dan wanneer hun moeder in de gevangenis terechtkomt?

Het recht op wetenschap van afstamming wordt ook steeds meer als een basis mensenrecht (en dus kinderrecht!) gezien. Vanuit het verleden is bekend dat ook hier vele moeders hun uiterste best hebben gedaan om communicatie van de waarheid met belanghebbenden te beletten. Dit kan ook als een “nieuw misdrijf” door de wetgever worden opgepakt. Eigenlijk wrang, want in de voorgaande eeuwen zijn er al diverse pogingen geweest om de zogenaamde “verduistering van staat van een kind” te gaan vervolgen. Tegenwoordig is steeds meer duidelijk geworden wat voor enorme impact dit misdrijf van verduistering van de afstamming van een kind heeft. Niet alleen voor het kind zelf, maar ook voor diverse familieleden en … vaak de biologische vader. Zou het dan toch zo zijn dat vrouwen meer zijn “gespecialiseerd” in heimelijkheidsmisdrijven als gifmengen en onwaarheid spreken? Met sekse-gelijkheid heeft het allemaal weinig te maken. Per saldo zijn evenveel mannen als vrouwen slachtoffer van familie-misdrijven gepleegd door vrouwen.

Het wachten is nu op de eerste media-uitting die wel een eerlijk en juist beeld geeft. Hoeveel onzinnige documentaires gaan er nog volgen?

Het belang van een kind … , houdt op, … als het vader is geworden.

Vaders blijken … niemands kinderen.

Heidi Zandbergen geeft Waardevolle Informatie Over Juiste Standpunt Arnold Heertje

Heidi Zandbergen – onderzoeksjournalist

Dit bericht was oorspronkelijk gericht aan de redactie van de website www.925.nl.
Mevrouw Heidi Zandbergen, is onderzoeksjournalist gespecialiseerd in economie en jeugdzorg,  stuurde het als een reactie op een artikel op de site 925.nl. (einde noot van Redactie SlachtoffersJustitie.nl )

Geachte redactie,                   (noot: dus bedoeld is redactie 925.nl !)

Goed dat jullie site zoekt naar economische feiten.

Robin Linschoten deed onderzoek in het kader Commissie Financiering Jeugdzorg en concludeerde, net als jullie, dat het gebrek aan informatie uit de jeugdzorgsector schrikbarend is. http://www.zorgwelzijn.nl/Jeugdzorg/Nieuws/2009/3/Commissie-Linschoten-jeugdzorg-op-prestaties-afrekenen-ZWZ013745W Hij stelde dat dit gebrek aan transparantie gevolgen zou moeten hebben voor de inkoop van de jeugdzorg door de overheid.

Toch is er daarna geen verbetering gekomen. Om een voorbeeld te noemen, als kamerleden informeren naar het aantal kinderen dat onder toezicht is gesteld (OTS) dan krijgen zij ook geen antwoord van Jeugdzorg Nederland. Dat komt omdat men dat niet bijhoudt, men houdt voornamelijk gegevens bij die de sector zelf uitkomen.

De Rekenkamer kan veel meer over jeugdzorg en transparantie vertellen, het beeld is nog altijd dat er te weinig informatie vanuit de sector wordt gegeven op basis waarvan men economisch is af te rekenen. Omdat de jeugdzorg op deze manier onbestuurbaar is en sturing hard nodig is gezien de extreme kostenstijging is er een parlementair commissie geweest die onderzoek heeft gedaan.

In dat rapport wordt zeer veel informatie over de jeugdzorg samengevat. Een samenvatting is hier te vinden: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-32296-8.html en in het hele rapport staat nog veel meer informatie en eerder onderzoek. Op basis hiervan is besloten om de jeugdzorg verder te decentraliseren, hetgeen momenteel gaande is.

 

De deskundige op bestuurlijk gebied is René Clarijs, die stelt dat deze transitie de jeugdzorg niet zal verbeteren. Clarijs is hoofdredacteur van het blad Jeugdbeleid en gepromoveerd op de bestuurlijke ‘tirannie’ in de jeugdzorg en hoe dat onoplosbaar blijkt in de decennia, en is een belangrijke infomatiebron als het gaat om jeugdzorgbeleid. Meer informatie vind je hier: http://www.swpbook.com/auteurs/524 Ondertussen wil de jeugdzorgsector graag doen alsof alles goed gaat, men zich hard verbetert (innoveert) en de politiek dus tevreden kan zijn. Immers in de jeugdzorg hangen geldstromen en financiering af van het imago bij politici. En dat hangt voor een belangrijk deel af van de berichtgeving in de media.

 

Als gevolg daarvan is Jeugdzorg Nederland vooral gericht op imago en communicatie en zoveel mogelijk positieve berichtgeving bewerkstelligen. Meer informatie daarover is terug te vinden in allerlei communicatie-uitingen die in het verleden nog online stonden, nu doet men dat niet meer. Het jaarplan van 2011 stond nog online en daarin was op pagina 9 te lezen dat Jeugdzorg Nederland jeugdzorginstellingen door het hele land ondersteunt bij de bouw van een onderling ‘communicatienetwerk’ waarvan het doel was ‘om als een olievlek positieve verhalen over de jeugdzorg te verspreiden’ en dat doen ze door ‘alleen (eigen) successen en resultaten communiceren’ aan ‘het grote publiek’.

En zo komen we bij de kern: omdat de jeugdzorgsector zo gericht is op positieve beeldvorming ivm financiering aantrekken (publiek geld) is men er
sterk op gericht misstanden uit de media te houden. Daar heeft men dan verhalen bij, zoals dat de medewerkers van jeugdzorg hun werk niet meer goed kunnen doen als media negatief zijn. Zie bijvoorbeeld dit recente interview: http://www.trouw.nl/tr/nl/4656/Jeugdzorg/article/detail/3540827/2013/11/07/Negatieve-berichtgeving-dwarsboomt-Jeugdzorg.dhtl
Het gevolg daarvan is dat critici van jeugdzorg over het algemeen keihard worden aangepakt. Zelfs voormalig Nationale Ombudsman Alex Brenninkmeijer overkwam dit, op basis van vele door hem zeer zorgvuldig uitgezochte dossiers constateerde hij dat de jeugdzorgsector een ‘ernstige gedragsstoornis’ heeft. http://www.volkskrant.nl/vk/nl/2686/Binnenland/article/detail/360647/2009/11/20/Ombudsman-kraakt-jeugdzorg.dhtml Dat leverde hem een publieke reprimande op van toenmalig minister André Rouvoet dat hij een slechte ombudsman was. http://www.volkskrant.nl/vk/nl/2824/Politiek/article/detail/367157/2009/11/28/Rouvoet-ombudsman-is-onzorgvuldig.dhtml

 

Diezelfde Rouvoet weigerde op individuele klachten van ouders en kinderen in te gaan, liep boos weg uit interviews waar kritische vragen werden gesteld, net als dat Jeugdzorg Nederland kritische journalisten rustig voor de Raad van de Journalistiek sleept. Bv als het gaat om kritische vragen over de besteding van extra gelden waar de jeugdzorgsector steeds weer voor lobbiet en vaak ook krijgt. Zie http://www.rvdj.nl/2009/17 Het wekt dan ook weinig verbazing dat Rouvoet na zijn ministerschap advieswerk voor Jeugdzorg Nederland is gaan doen, nota bene over de kwaliteit van jeugdzorg.
Tot overmaat van ramp verschuilt de jeugdzorg zich ook nog eens achter de privacy van kinderen waardoor individuele verhalen zelden naar buiten komen. Als dat al gebeurt dan raken ouders daarna vaak hun kinderen kwijt, mogen niet meer op bezoek, worden als slechte ouders bestempeld omdat ze de privacy van het kind schaden etc. Nu breidt Jeugdzorg dat uit naar dat medewerkers ook al niet meer bij naam genoemd mogen worden. Dat is al een tijd gaande bij (pleeg)ouders die het zich niet kunnen permitteren te procederen en die dat ook niet durven omdat dat terug slaat vaak op hun kinderen.

Vandaar dat er in de Jeugdzorg-wereld groot belang wordt gehecht aan de uitkomst van dit kort geding Jeugdzorg versus Heertje. Heertje heeft het
dus wel degelijk goed gezien, en legde onlangs in een opiniestuk in de Volkskrant ook nog eens het verband uit tussen allerlei economische ontwikkelingen (zoals graaiende bestuurders), en toenemend inhumaan gedrag van bureaucratische systemen. http://www.volkskrant.nl/vk/nl/3184/opinie/article/detail/3622255/2014/03/26/Domheid-en-arrogantie-hebben-de-Partij-van-de-Arbeid-genekt.dhtml
De jeugdzorgsector lijkt een van de sterkste lobby’s in Nederland en is er als de kippen bij om Heertje af  te schilderen als iemand die niet aan belangen van kinderen denkt en geen verstand heeft van jeugdzorg. Ook zou hij ongepaste vergelijkingen maken en feitelijke onjuistheden vertellen. Maar jeugdzorg kan niet aantonen wat er dan feitelijk onjuist is, en er is ook niets gelogen van wat Heertje zegt. Hij benoemt
de onmenselijkheid die zich vaak in de jeugdzorg voor doet, en daar zijn veel slachtoffers van jeugdzorg blij mee.

 

Denk aan kinderen die seksueel zijn misbruikt in jeugdzorginstellingen (commissie Samson), of die op basis van fouten in rapporten uit huis zijn gehaald. Of ouders en kinderen die jarenlang last hebben van foute aannames van de jeugdzorg. Zie daarvoor bijvoorbeeld: http://www.defenceforchildren.nl/p/48/3431/mo233-m80/kinderombudsman-uit-zware-kritiek-over-jeugdzorg. Of http://www.nrc.nl/nieuws/2014/04/22/jeugdzorg-straft-onterecht-voor-doktertje-spelen/
Ik geef deze informatie aan 925 omdat hier de relevante vragen worden gesteld. ‘Hoe zit het dan economisch? En: professor Heertje is toch niet gek?’
Complimenten daarvoor: Follow the money!

Heidi Zandbergen

Onderzoeksjournalist gespecialiseerd in economie en jeugdzorg

==========================================================

Redactie SlachtoffersJustitie.nl :

Het oorspronkelijke artikel werd benaderd met: http://925.nl/archief/2014/05/07/professor-heertje-is-woest-over-de-perverse-prikkels-bij-jeugdzorg Dit artikel om aan te halen: http://www.slachtoffersjustitie.nl/wordpress/?p=2620http://www.slachtoffersjustitie.nl/wordpress/?p=2620

Link naar:  Waarom noodzaak voor Burger Initiatief Jeugdzorg (en Rechtspleging)

 

 

Professor Heertje Krijgt 3 Maal Applaus van BJZ-Gedupeerden in Kortgeding 6 Mei Rechtbank Amsterdam

– AMSTERDAM – rechtbankverslag Radeloze Vader

In de eerste plaats was het gisteren (6 mei) precies 1 jaar geleden dat de wake-up-call van Jeroen Denis aan de Nederlandse samenleving is gedaan. Hij had uit vaderliefde het meest gruwelijke liefdesoffer voor zijn kinderen over. Een offer dat slechts enkelen van ons werkelijk doorleefd kunnen invoelen. Velen van ons keuren het uiteindelijk af. We hopen dat de boodschap van Jeroen een keerpunt in de jeugdzorg en kind-ouder-vervreemding heeft mogen worden.

Op de zitting is aan Ruben en Julian gerefereerd door advocaat mr. Loonstein. Duidelijk werd naar voren gebracht dat de rapportage over de negatieve bijdrage van de Jeugdzorg snoeihard was.

Heertje bracht naar voren dat hij Nederland wil wakker schudden met vele voorbeelden van inhumaan optreden van de jeugdzorg.

De rechter en de jeugdzorg probeerden Heertje aan te spreken op allerlei uitspraken van anderen die zouden voortborduren op een publicatie van hem in geheel andere media. De rechter wilde weten wat Heertje vond van uitspraken op GeenStijl waar Heertjes artikelen waren overgenomen. Heertje had daar zelf helemaal niet gepubliceerd. Hoe kan de rechter en BJZ hem dan ter verantwoording roepen voor onbeschofte en onbeschaafde reacties op GeenStijl?

Tijdens de zitting pleegde de rechter achteloos nog even haar eigen censuur. Mr Loonstein had aan pers zijn pleitnota in afschrift gegeven. Iets wat de betere advocaten altijd proberen te doen. Liefst nog ruim voor zitting. Dat de rechter deze pleitnota van de journalisten terug eiste en expliciet 1 journalist/ stagiair-bij-een-advocaten-kantoor daarvan uitzonderde, is ongehoord. Reden zou zijn dat de naam van de beide in geding gebrachte gezinsvoogden erin zouden staan. De rechter verkeerde kennelijk in de veronderstelling dat de journalisten die namen nog niet zouden hebben. Helemaal bont maakte rechter mevrouw mr Berkhout het door zelfs na protest van de journalisten te melden dat de journalist die zijn pleitnota mocht houden, al een geheimhoudingsverbintenis was aangegaan. De rechter had de andere journalisten niet eens gevraagd of zij zich aan enige geheimhouding hadden gecommitteerd.

Na persoonlijke bijdragen van Heertje tijdens de zitting gaven de aanwezigen tot 3 keer toe een applaus. Ter zitting ongebruikelijk en niet helemaal zoals de rechter dat wenst. Duidelijk was dat BJZ-gedupeerden nieuwe hoop putten uit de bijdrage van professor Heertje.

Velen verbonden zich spontaan aan het enige tijd geleden in gang gezette Burgerinitiatief Rechtspleging en Jeugdzorg. Een drietal initiatieven om te komen tot 50.000 deelnemers die van de volksvertegenwoordiging toezicht op de rechtspleging willen afdwingen en in het bijzonder in zaken met kinderen. Het aantal dwalingen in het civiele recht is nog vele malen overweldigender, dan al is gebleken in het strafrecht. Iedere week ongeveer een strafrecht-dwaling zoals bij Lucia de Berk. Iedere dag tientallen dwalingen zoals in het geval van Jeroen Denis. Het is een zeer pijnlijke misvatting om te denken dat er in het civiele recht geen straffen worden opgelegd aan onschuldigen. Het is een misvatting om te denken dat het civiele recht niet rechtstreeks mensen (waaronder de kinderen zelf!!!!) de dood in drijft. Het civiele recht blijkt allesbehalve geciviliseerd. Precies dat wil professor Heertje anders zien. De civiele rechter nodigt uit tot inhumaan gedrag, praat dat achteraf goed en dekt dat achteraf toe. De rechter houdt in ruil voor leugens de deskundigen (jeugdzorg) uit de wind. Zij worden immuun voor aanspreekbaarheid en aansprakelijkheid. Nu de rechter dat al zo vele jaren kritiekloos blijft doen, is niet meer te spreken van een rechter die wordt bedrogen, subsidiar in dwaling wordt gebracht. Met andere woorden de rechter kan zich niet beroepen op dat hij tegen zijn zin wordt misleid. Er zijn vele getuigen uit de geheime zittingen van de jeugd- en familierechter die de rechter letterlijk citeren met: “Als rechter kan ik niet anders dan volledig vertrouwen op de “deskundigen-rapportages.”
Ondertussen is de rechter opzettelijk en actief aan het handelen: hij/zij vraagt te kwader trouw en actief om bedient te worden met leugens en onjuiste rapportages. In de juridische literatuur wordt dan gewoon eenvoudig gezegd dat de rechter dan zelf ook een leugenaar wordt. De bewijzen dat de jeugdzorgrapportages van geen kanten deugen worden expliciet aan alle rechters in hun opleiding aangeboden. Er zijn juristen op gepromoveerd (o.a. prof. dr. mr. Hoefnagels). Rechters die worden geconfronteerd met duidelijke, ondubbelzinnige beschikkingen van een (collega-)rechter maken de omtrekkende beweging dat een rechter geen waarheidsvinding hoeft te doen. Als een advocaat dergelijke beschikkingen niet expliciet inbrengt, doet de rechter eenvoudig of de beschikking niet bestaan. Dat is minachting van de wet door de rechter zelf. Andere burgers die zich niet gedragen conform zo’n beschikking krijgen daar zelfs sancties voor. Waar hebben we “geen waarheidsvinding hoeven doen”, eerder gehoord? Wie durft met dergelijke juristen verder in discussie? Waar staat dat in de wet … een rechter die niet aan waarheidsvinding hoeft te doen? Een aantal juristen blijkt er erg gemakkelijk mee weg te komen dat zij hun eigen wetten verzinnen.

Gelukkig waren er nu veel andere medestanders gekomen. Ik schat ongeveer 30 mensen. Bij de vorige zitting was een publiek van 4 mensen wat mager te noemen. Wel pijnlijk dat de rechter deze 4 mensen zonder ruggespraak met Heertje naar huis liet sturen door de zitting als niet openbaar te kwalificeren. Wat veel Nederlanders niet blijken te weten, is dat rechters dit iedere dag tientallen keren doen. Meestal verkeren de proces-/ procedure-partijen niet in een positie dat ze zich daar tegen kunnen verweren. Nederland heeft een rechtspraak die misschien wel voor meer dan 40% geheim verloopt. Dat geeft te denken. Als daarbij de brievenbus voor ontlastend bewijs is dichtgeplakt en de rechter een onderbouwing in zijn uitspraak te vermoeiend vindt, dan blijkt Nederland plotseling niet meer het braafste jongetje in de klas. Dan is er voor het professionaliseren van de rechtspleging nog een hoop werk te verzetten.

Oh ja, het komt goed. BJZ bracht naar voren dat zij gaan professionaliseren en … er komt tuchtrecht voor gezinsvoogden. Lekker makkelijk als daarbij geen namen mogen worden genoemd.

In de zitting viel in het algemeen op dat de rechter wel waarheidsvinding met stevige vragen naar professor Heertje deed. Waarheidsvinding richting BJZ heb ik gisteren niet echt meegekregen. Misschien was dat bij mij een gekleurde bril. Door rechters zelf en door advocaten wordt al niet meer ontkend dat in Nederland een klasse-justitie geldt. Moeten we ons dan neerleggen bij deze klasse-justitie? Overheidsdienaren zouden anders mogen worden behandeld voor de wet als gewone burgers? Misdrijven door werknemers in de tijd van de baas, zijn geen misdrijven?

… straks zelfs handelen van ambtenaren … met verbod hun namen te noemen?

Uitspraak over het mogen noemen van namen in de context die professor Heertje gebruikte … op 20 mei 2014, rechtbank Amsterdam.

Zie en hoor het verslag van het kortgeding van professor Heertje zelf.
https://www.youtube.com/watch?v=zn2Mal2VVAQ

Niet onvermeld mag blijven dat BJZ zelf in het wilde weg dagvaardingen heeft laten uitbrengen en daarbij zelf aan onbetrokken derden de naam van een kind in kwestie heeft geopenbaard. Vervolgens liet BJZ de dagvaardingen tegen GeenStijl en tegen de uitgever Prometheus vallen. Ook wat slordig dat BJZ de inschrijving bij de Kamer van Koophandel niet op orde heeft laten brengen na de zoveelste naamswijziging. Aangezien de rechtspersoon op de dagvaarding niet bestaat had de rechter BJZ het verzoek formeel juridisch niet-ontvankelijk dienen te verklaren. Maar ja, BJZ staat als collega-overheidsorganisatie boven de wet, zo lijkt het. In jargon heet dit: keten-corrumpering. Mensen die samen moeten werken en samen naar een “eind-produkt” moeten zien te komen, blijken geneigd om elkaar steeds meer met verder groeiende leugentjes en leugens te bedienen. Wat ondertussen bewezen kan worden: de rechter blijkt te kwader trouw actief te vragen om “voor-gejokt” te worden. Maar ja: dichtgeplakte brievenbussen.

Misschien dat professor Heertje de tape van de brievenbussen kan rukken.

Net als veel rechters bedient BJZ zich vaak van de retorische figuur van de dubbele “waarheid” in haar aantijgingen. Professor Heertje mag enerzijds geen onderzoek doen naar privacy gevoelige zaken, anderzijds had hij volgens BJZ zich beter in de zaak moeten verdiepen. Niemand mag privacy gevoelige zaken over een kind melden, BJZ mag dat wel.

Keer op keer probeerde professor Heertje duidelijk te maken dat hij helemaal niet op individuele voorbeelden wil focussen. Het gaat hem om de algemene methoden en handelwijzen van BJZ.

Ziet u ook dat er betere controle op de rechtspleging en jeugdzorg moet komen, verklaar u dan altublieft medestander van het Burger Initiatief Rechtspleging en Jeugdzorg. Toelichting vindt u onder andere op deze website. Er is een menu-optie bovenaan deze website met de omschrijving “Burger Initiatief”.