Georganiseerde Kindermishandeling. Oud Nieuws: wordt gepleegd door Jeugdzorg zelf.

Mijn zoon hoort niet thuis bij jeugddelinquenten

WESTBROEK – L. Benvenuti

08/02/14

Arnold Heertje schrijft dat de bureaucratie van kinderen producten heeft gemaakt, wat uitmondt in georganiseerde kindermishandeling (O&D, 7 februari). Dat is helaas oud nieuws. Komend schooljaar wordt de Wet passend onderwijs ingevoerd. Deze wet regelt dat ieder leerplichtig kind in Nederland is verzekerd van een plaats op school. Was er niet al een Leerplichtwet? De Leerplichtwet regelt de plichten van ouders, niet het recht op onderwijs van kinderen. Hierdoor is de regering in verlegenheid gebracht; daar moest een oplossing voor komen.

Mijn zoon heeft een zeer ernstige vorm van dyslexie. Hij heeft op school extra ondersteuning nodig, waar scholen geen geld voor krijgen. Daarom kon of wilde geen school hem aannemen. Vanuit mijn buitenlandse achtergrond begreep ik niet dat de staat zo’n situatie accepteert. Ik vroeg hulp aan het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Na twee jaar zoeken ging het ministerie tot mijn schrik aansturen op opname van mijn zoon in een niet-vrijwillige voorziening ‘voor jongeren die moeten leren omgaan met regels’. Een voorziening voor jeugddelinquenten. Dat mijn zoon daar niet thuishoorde en er niet beter van zou worden was blijkbaar niet relevant. Want er was een plek. Geen fatsoenlijke plek, maar wel een plek.

Wat is passend onderwijs? Het systeem wordt beschermd tegen de kinderen die er niet in passen. Inderdaad, een georganiseerde vorm van kindermishandeling.

Naschrift redactie: Deze reactie verscheen ook in de afdeling Opinie en Debat van de Volkskrant van 8 februari 2014. Het genoemde artikel van Heertje verscheen ook al eerder op deze site. Door gebruik van de zoekfunctie op deze site kunt u het terugzoeken.

 

 

Perverse Kindermishandeling door Militante Overheidsfunctionarissen in Jeugdzorg. Oproep aan Ons Parlement.

Te groot deel jeugdzorg is volstrekt onmenselijk

AMSTERDAM – Arnold Heertje, econoom

In de jeugdzorg zijn de kinderen om wie het gaat uit beeld verdwenen. Een deel van de kinderen wordt op lichtvaardige gronden onder toezicht geplaatst. Is die horde eenmaal genomen dan zijn deze kinderen speelbal van instellingen als de Raad voor de Kinderbescherming, de Bureau’s Jeugdzorg, stichtingen ten behoeve van pleegouders, particuliere instellingen voor jeugdzorg en het Leger des Heils. De kinderen worden onnodig uit huis geplaatst, komen in internaten terecht en worden willekeurig overgeplaatst naar andere scholen dan de hun vertrouwde. De bureaucratie maakt van de kinderen producten, waarmee veel geld wordt verdiend en waaraan veel werkgelegenheid wordt ontleend ten behoeve van medewerkers, die zich begeleiders, gezinsvoogden, teamleiders of relatiemanagers noemen.

In het oosten van het land zijn twee kinderen van ongeveer 12 jaar weggehaald bij hun moeder, omdat deze alleen Russisch spreekt en daarom ongeschikt wordt geacht de kinderen op te voeden. De moeder is al enige jaren in juridische procedures verwikkeld om de kinderen thuis te krijgen, maar stuit op het enorme financiële belang bij het handhaven van de status quo van toezichthoudende partijen. Dit leidt er toe dat de kinderen weken zijn verstoken van tijdige medische hulp. (Schriftelijk aandringen door een buitenstaander bij het internaat Entrea in Nijmegen op onmiddellijk bezoek aan een arts, had succes.)

In Amsterdam is door jeugdzorg een kind ontvoerd uit de school waar hij meer dan drie jaar tot volle tevredenheid van hemzelf, zijn moeder en de schoolleiding op zat. Hij is naar een geheime plaats gebracht, zodat ook zijn moeder niet langer weet waar hij verblijft. Medewerkers van Bureau Jeugdzorg in Amsterdam (BJAA) weigeren ansichtkaarten en attenties van vriendjes van zijn vorige school en van familieleden door te geven aan het kind. Je waant je even niet langer in het vredige Nederland. (Een buitenstaander heeft er bij directeur Gerritsen van BJAA op aangedrongen zijn medewerkers te verzoeken het inhumane pad te verlaten.) Het is niet moeilijk de lijst van schrijnende voorbeelden uit te breiden met soortgelijke ervaringen in andere plaatsen.

Dat in Nederland zich in een belangrijk deel van de jeugdzorg afschuwelijke taferelen afspelen, is niet aanvaardbaar. Onder het mom van kinderbescherming is in een te groot aantal gevallen sprake van georganiseerde kindermishandeling. Af en toe wordt de samenleving opgeschrikt door dramatische uitlopers van deze benauwende en inhumane situaties.

De parlementaire beraadslagingen over de nieuwe wetgeving moeten recht doen aan de noodzaak de jeugdzorg op de werkvloer te humaniseren. Aan de huidige perverse financiële prikkels dient een einde te komen. Voorts is het noodzakelijk dat de medewerkers, die zich eerder gedragen als geüniformeerde officieren dan als liefdevolle mensen die kinderen bij de hand nemen en een begripvolle omgeving bieden, plaatsmaken voor deskundigen met hart voor hun vak. Is er iets belangrijker in deze soms hardvochtige wereld dan het levensgeluk van onze kinderen?

Naschrift redactie:
Deze ingezonden brief verscheen ook in de Volkskrant van 6 februari 2014. Arnold Heertje is emeritus hoogleraar Economie aan de Universiteit van Amsterdan.

Rechter meet met 2 maten. Criminalisering van mannen en desinformering door media en rechter.

De waarheid interesseert vele rechters blijkbaar niet. Gelijke behandeling van vrouwen en mannen interesseert veel rechters nog minder. Het naleven van de wet (dus ook internationale verdragen!) … al helemaal niet. Niet verwonderlijk dat een groot aantal rechters serieus overweegt om hun functie neer te leggen. Rechters die wel de oude principes hoog willen houden, wordt het werken heel moeilijk gemaakt.

Ook gisteren werd op de redactie gestudeerd op de landelijke dagbladen. Dit keer was het weer eens de Telegraaf die erg opviel.  U merkt het, we proberen neutraal te formuleren.

In dezelfde krant 2 artikelen over infanticide (ombrengen van een kind) gepleegd door een biologische ouder.

Vrijwel gelijke feiten leiden tot zeer sterk uiteenlopende veroordelingen.

In het ene geval brengt een geestelijk gestoorde ouder het kind om en komt de rechtbank tot een veroordeling van 7 jaar en het hof tot een veroordeling van 14 jaar.

In het andere geval gaat de ouder vrijuit omdat het meelijwekkend is als een ouder een eigen kind ombrengt. Dat is al een levenslange straf op zich. Het is evident dat er sprake moet zijn geweest van een psychose ten tijde van het plegen van het delict. Daarvoor is geen TBS noodzakelijk en is een gevangenisstraf zonder nut. De betreffende dader kan gewoon regulier een behandeling en hulp gaan organiseren, waarbij de mate van dwang door de rechtbank niet duidelijk naar buiten wordt gebracht.

Het ene geval wordt intensief met empathische berichten in media gevolgd. Het andere geval betreft een daad van een monster, die te gruwelijk is om te laten verslaan. Het zou het publiek maar in verwarring brengen.

Zoek de verschillen. Het ene geval was een moeder die haar kind ombracht en het andere een geval waar de vader in een vlaag van waanzin zijn kind ombracht.

Aan u als lezer om te bepalen welk geval bij de moeder en welk geval bij de vader hoort. Trek vervolgens uw conclusie. Daar heeft u ons niet voor nodig.

Stelt u zich eens voor. U bent moeder van de vader? U bent broer van de vader?

… u bent een ander kind van de vader?

Een eerstejaars psychologie kan u meteen vertellen dat een ouder die het eigen kind ombrengt in geestelijke nood geweest moet zijn. Daar is geen enkel psychologisch onderzoek voor nodig. Daarvoor hoeft een dader niet mee te werken aan een TBS-onderzoek.

Wat is het doel van gerechtelijke vervolging? Reageren met straf voor de schuldige? Reageren met oplossingen voor slachtoffers, daders en de gehele samenleving?

Of is het doel van vervolging het opvoeren van een schouwspel van heksenverbranding van mannen, omdat de gemiddelde burger graag een suggestie ziet van een doeltreffende, effectieve overheid? Een overheid die weet te waken over onze veiligheid? Een overheid die als het geen heksen weet te vinden ze graag zelf construeert? Het verbranden van heksen lijkt belangrijker dan het vinden van de waarheid rond “heksen”. Niet alleen de medewerkers in de jeugdzorg verklaren schriftelijk dat zij niet aan waarheidsvinding doen. Zelfs rechters verklaren keer op keer dat zij niet een verantwoordelijkheid voelen om de waarheid te zoeken. Wie dan wel? Journalisten?

Er zijn momenten dat een journalist zich schaamt voor zijn vak.

Schrijven over criminalisering van mannen is voor journalisten net zo ongewenst en “heilloos” als het schrijven over misstanden in het Europese bestuur en de Europese politiek.
De artikelen worden niet geschreven om reden van het argument dat het grote publiek “het niet interesseert”. Het grote publiek koestert de onwetendheid om vanuit de heup te schieten. Europa wordt tot een welkome zondenbok gemaakt.

Wie heeft als eerste verzonnen dat om wereld-problemen op te lossen het onvermijdelijk is dat we souvereiniteit (macht) overdragen aan Europa?

Dus macht naar een Europese overheid en een centrale Europese bank?

Welke journalist durft de gedurfd analytische vraag te stellen of niet juist vanuit Europa meer informatie en beslissingsmacht bij de individuele burger moet worden gelegd. Laten beslissen door de burgers zelf waar het kan. Laten beslissen door een Europese ambtenaar of politicus waar het noodgedwongen moet.

Beslissen op basis van alle goede informatie als het kan, beslissen op minder informatie als het moet. Beslissen om niets te doen en om niet te straffen maar te beslissen voor gedwongen behandeling is natuurlijk ook beslissen.

Wellicht dat we bij al deze sociale “experimenten” op z’n minst naar de waarheid moeten zoeken. Zoeken naar de waarheid moeten we bij elkaar afdwingen als start-houding.

Zonder de start-houding van de waarheid moeten zoeken, is iedere start … een valse start.

Wellicht dat journalisten toch iets mogen betekenen bij een “vinden van de waarheid”.

 

Redactie

Slachtoffersjustitie.nl
Justitieslachtoffers.nl

 

 

Enkele bronnen:

http://www.l1.nl/nieuws/241580-hof-verdubbelt-celstraf-voor-doden-baby-dayton

 

http://www.powned.tv/nieuws/binnenland/2014/01/14_jaar_cel_voor_vader_baby_da.html

 

http://www.blikopdewereld.nl/rechtspraak/familiedrama-s/kinderdoding/3889-vader-baby-daton-in-hoger-beroep-veroordeeld-tot-14-jaar-gevangenisstraf

 

Enkele zaken rond publicaties van professor Ton Derksen door Jo Swaen op een rijtje gezet:

http://www.blikopdewereld.nl/blog/3718-ton-derksen-en-het-perspectief-van-waarheidsvinding-in-de-strafrechtspraak

De zaak van de moeder is bekend als de zaak Grietje S. Enkele bronnen daarvoor hieronder.

Bronnen op een rij gezet door dhr. Jo Swaen:

http://www.blikopdewereld.nl/rechtspraak/familiedrama-s/kinderdoding/3891-grietje-s-door-rechtbank-in-psychiatrische-kliniek-geplaatst-na-doden-zoontje-ruben

Integrale weergave:

 

Grietje S. door rechtbank in psychiatrische kliniek geplaatst na doden zoontje Ruben

Gepost in Kinderdoding

SPIER – De 34-jarige Grietje S. uit Spier moet voor doodslag op haar tweejarige zoontje en poging tot moord op haar dochter van zeven een jaar lang opgenomen worden in een psychiatrische kliniek. Dat heeft de rechter in Assen bepaald.

S. reed eind 2012 met haar kinderen in de auto het Oude Diep bij Stuifzand in. Het jongetje was daarvoor al gewurgd. De dochter kon heelhuids uit de auto komen, ondanks dat S. haar probeerde tegen te houden. De vrouw verkeerde in een psychose en was daardoor volledig ontoerekeningsvatbaar.

 

Tegen de vrouw was tbs met dwangverpleging geëist, maar de rechter achtte de kans op herhaling onvoldoende aanwezig. Ook vond de rechter dat er  onvoldoende bewijs was voor moord op het jongetje en veroordeelde Grietje S. daarom voor doodslag.

Advocaat: Grietje S. verkeerde in psychose

14 januari 2014

STUIFZAND – Grietje S. verkeerde in een psychose toen ze eind 2012 met haar kinderen in de auto het Oude Diep bij Stuifzand inreed. Dat zei haar advocaat vandaag voor de rechtbank in Assen.

De 34-jarige vrouw uit Spier staat terecht voor de moord op haar tweejarige zoontje en poging tot moord op haar dochter van zeven. S. gebruikte het antidepressiemiddel Efexor. De psychose zou volgens de advocaat zijn veroorzaakt door bijwerkingen. S. zou ervan overtuigd zijn geweest dat zij en haar kinderen dood moesten.

 

De vrouw bracht haar zoontje om het leven door verstikking en verwurging. Twee dagen later stopte ze de jongen in een doos in de kofferbak van haar auto. Tegen haar dochter zei Grietje S. dat ze het voertuig niet mocht verlaten en dat ze naar de hemel gingen. Vervolgens reed ze het water in. In de rechtszaal verklaarde S. dat ze zich niks van de misdrijven kan herinneren.

 

Het OM formuleert later vandaag een strafeis tegen de vrouw uit Spier. Onderzoekers van het Pieter Baan Centrum concluderen dat S. tijdens de misdrijven volledig ontoerekeningsvatbaar was en adviseren de vrouw tbs met dwangverpleging op te leggen.

Tbs met dwang geëist tegen Grietje S.

15 januari 2014 RTV Noord

ASSEN – Tegen Grietje S. is vanmiddag voor de rechtbank in Assen tbs met dwangverpleging geëist voor de moord op haar tweejarige zoontje en poging tot moord op haar dochter van zeven.

De 34-jarige vrouw uit Spier reed eind 2012 met haar kinderen in de auto het Oude Diep bij Stuifzand in. Volgens het Openbaar Ministerie (OM) was het jongetje daarvoor al gewurgd met de ceintuur van een badjas. De dochter kon heelhuids uit de auto komen, ondanks dat S. haar probeerde tegen te houden. Die trok het kind aan de benen om het te verdrinken.

 

Volgens haar advocaat verkeerde de verdachte in een psychose en was ze ervan overtuigd dat zij en haar kinderen dood moesten. Toxicologisch onderzoek wees uit dat de moeder een verhoogde dosis van het antidepressivum Exefor in haar bloed had. S. verklaarde zich niets van de misdrijven te kunnen herinneren. Volgens Anton Loonen, hoogleraar farmacotherapie van de Rijksuniversiteit Groningen kunnen antidepressiva levensgevaarlijk zijn, maar gaat het in de meeste gevallen goed.

 

Onderzoekers van het Pieter Baan Centrum concludeerden dat S. tijdens de misdrijven volledig ontoerekeningsvatbaar was door een psychische stoornis. Het OM vond een celstraf daarom niet geschikt. Alleen een langdurige behandeling in een tbs-kliniek is volgens de officier op zijn plaats, “ook gezien de kans op herhaling”.

 

Naast de tbs eiste de officier dat Grietje S. 2700 euro betaalt voor de begrafenis- en grafkosten. De rechtbank doet 28 januari uitspraak.

Moeder aangehouden voor betrokkenheid dood kind

24 december 2012 RTV Noord

STUIFZAND – De moeder van het verongelukte jongetje uit Spier is aangehouden, omdat ze mogelijk betrokken is bij de dood van haar kind.

Een 2-jarig jongetje uit Spier is zondagochtend omgekomen bij een verkeersongeluk. Het ongeval gebeurde rond half tien op de Diepweg in Stuifzand. Het jongetje was samen met zijn 33-jarige moeder en 7-jarig zusje in een auto onderweg, toen ze door nog onbekende oorzaak het Oude Diep zijn ingereden. De auto kwam helemaal onder water terecht. De moeder en het meisje konden zelf uit het voertuig komen.

 

Het 2-jarige jongetje is door de brandweer uit de auto gehaald. Reanimatie mocht niet meer baten. De politie doet onderzoek naar het ongeval.

 

De moeder verklaarde in verwarde toestand het water te zijn ingereden. Ze is aangehouden in verband met mogelijke betrokkenheid bij de dood van haar kind.

Moeder reed opzettelijk het kanaal in

24 december 2012 RTV Noord

STUIFZAND – De 33-jarige moeder uit Spier is met haar twee kinderen opzettelijk het kanaal ingereden.

Haar zoontje van 2 jaar is hierbij om het leven gekomen en haar 7-jarige dochter heeft het ongeval overleefd. De moeder is aangehouden en zit vast. De vrouw reed in Stuifzand het kanaal Oude Diep in.

 

Haar zoontje van 2 is verdronken. De moeder en de dochter konden uit de auto klimmen. De politie trof de vrouw in verwarde toestand aan.

 

Een voorbijganger zag de moeder en haar dochter doorweekt op de weg langs het kanaal staan. Toen duidelijk werd dat het zoontje nog in de auto zat, heeft de voorbijganger de politie gebeld, zo meldt de NOS. Agenten zijn het water ingegaan om het zoontje uit de auto te halen. Ze hebben geprobeerd om hem te reanimeren, maar dat mocht niet baten.

Moeder aangehouden voor betrokkenheid dood kind

24 december 2012 RTV Noord

STUIFZAND – De moeder van het verongelukte jongetje uit Spier is aangehouden, omdat ze mogelijk betrokken is bij de dood van haar kind.

Een 2-jarig jongetje uit Spier is zondagochtend omgekomen bij een verkeersongeluk. Het ongeval gebeurde rond half tien op de Diepweg in Stuifzand. Het jongetje was samen met zijn 33-jarige moeder en 7-jarig zusje in een auto onderweg, toen ze door nog onbekende oorzaak het Oude Diep zijn ingereden. De auto kwam helemaal onder water terecht. De moeder en het meisje konden zelf uit het voertuig komen.

 

Het 2-jarige jongetje is door de brandweer uit de auto gehaald. Reanimatie mocht niet meer baten. De politie doet onderzoek naar het ongeval.

 

De moeder verklaarde in verwarde toestand het water te zijn ingereden. Ze is aangehouden in verband met mogelijke betrokkenheid bij de dood van haar kind.

Bronvermelding: blikopdewereld.nl ; J. Swaen

 

Bronnen op een rij gezet over de zaak baby Dayton door dhr. Jo Swaen:

http://www.blikopdewereld.nl/rechtspraak/familiedrama-s/kinderdoding/3890-inhoudsopgave-doodslag-en-zware-mishandeling-baby-dayton-24-juli-2011

 

Integrale weergave:

Vader Baby Dayton in hoger beroep veroordeeld tot 14 jaar gevangenisstraf

Gepost in Kinderdoding

Geen tbs: hof verdubbelt straf voor doodslag en zware mishandeling van baby

‘s-Hertogenbosch , 28-1-2014

Een 47-jarige man uit Sittard is in hoger beroep veroordeeld tot 14 jaar gevangenisstraf voor doodslag op en zware mishandeling van zijn zoontje en mishandeling van zijn (zwangere) partner. Hiermee verdubbelt het hof de gevangenisstraf van 7 jaar die de rechtbank hem eerder, naast tbs, oplegde. Het hof legt de man geen tbs op, omdat dat volgens deskundigen niet nodig is.

Doodslag en zware mishandeling

De man heeft zijn zoontje vanaf de leeftijd van ongeveer 4 weken zwaar mishandeld. De baby liep hierdoor vele ribbreuken, beenbreuken en een scheur in zijn schedel op. De baby overleed op 24 juli 2011, toen hij bijna 3 maanden was, als gevolg van ernstig hersenletsel. De man heeft die dag zijn zoontje, die al verschrikkelijk moet hebben geleden  door de eerdere toegebrachte zware letsels, zo hard met een vuist op zijn hoofd geslagen dat een nieuwe scheur van 11 cm in zijn schedel ontstond. Als gevolg daarvan is het kind overleden.

 

Bovendien acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat man in de periode van 1 augustus 2010, het begin van haar zwangerschap, tot en met 18 juli 2011 zijn partner regelmatig heeft mishandeld.

Geen tbs

In hoger beroep is de man door gedragsdeskundigen van het Pieter Baan Centrum onderzocht. Zij komen tot een andere conclusie dan deskundigen die eerder werden geraadpleegd. Volgens hen heeft de man weliswaar een persoonlijkheidsstoornis, maar is deze stoornis slechts in geringe mate van invloed is geweest op het gewelddadige gedrag tegen zijn kind. Ook zal behandeling van de stoornis niet leiden tot vermindering van de kans op herhaling van feiten als deze. Het hof ziet hierdoor onvoldoende grond om hem tbs op te leggen.

 

Straf

De rechtbank Limburg legde de man op vader Baby Dayton veroordeeld tot 7 jaar + TBS voor dezelfde feiten 7 jaar gevangenisstraf en tbs op. Het hof vindt dat de ernst van de feiten: een vader die zijn weerloze baby op gruwelijke en weerzinwekkende manier mishandelde en doodde, een hoge gevangenisstraf rechtvaardigt. Om deze reden verhoogt het hof de gevangenisstraf tot 14 jaar.

 

 

ECLI:NL:GHSHE:2014:126

Instantie

Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch

Datum uitspraak

28-01-2014

Datum publicatie

28-01-2014

Zaaknummer

20-002930-12

Formele relaties

Eerste aanleg: ECLI:NL:RBMAA:2012:3067, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

Rechtsgebieden

Strafrecht

Bijzondere kenmerken

Hoger beroep

Inhoudsindicatie

Zware mishandeling en doodslag drie maanden oude baby. Veertien jaar gevangenisstraf.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer : 20-002930-12

Uitspraak : 28 januari 2014

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof te

‘s-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Maastricht van 13 augustus 2012 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken met de parketnummers 03-703402-11 en 03-700236-12 tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1966],

thans verblijvende in de Penitentiaire Inrichtingen Achterhoek – Gevangenis Ooyerhoekseweg te Zutphen.

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van doodslag, zware mishandeling begaan tegen zijn kind en herhaalde mishandeling begaan tegen zijn levensgezel, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 jaren. Daarnaast heeft de rechtbank de terbeschikkingstelling van verdachte gelast, met bevel tot verpleging van overheidswege. De benadeelde partij is in haar vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk verklaard.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, verdachte voor doodslag, herhaalde zware mishandeling begaan tegen zijn kind en herhaalde mishandeling van zijn levensgezel zal veroordelen tot een gevangenisstraf van voor de duur van 10 jaren en dat het hof voorts de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] zal toewijzen.

Door de verdediging is bepleit dat het hof verdachte zal vrijspreken van doodslag dan wel zware mishandeling, de dood ten gevolge hebbend, van zijn kind op 24 juli 2012. Ten aanzien van de overige ten laste gelegde feiten heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van het hof. Voorts is bepleit dat geen ter beschikking stelling wordt gelast, dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van maximaal 7 jaren en dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard in haar vordering.

Vonnis waarvan beroep

Het hof kan zich op onderdelen niet met het beroepen vonnis verenigen. Om redenen van efficiëntie zal het hof evenwel het gehele vonnis vernietigen.

Tenlastelegging

Aan verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg – ten laste gelegd dat:

Parketnummer 03-703402-11

1.
hij op of omstreeks 24 juli 2011 te Sittard, in de gemeente Sittard-Geleen, opzettelijk [slachtoffer 1] (geboren 28 april 2011) van het leven heeft beroofd, immers heeft hij, verdachte, met dat opzet die [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal (telkens) (met) ((grote)kracht) (met een vuist) tegen het hoofd geslagen en/of gestompt, in elk geval (zeer) (heftig) uitwendig inwerkend botsend en/of stompend geweld tegen en/of op het hoofd van die [slachtoffer 1] uitgeoefend, tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer 1] is overleden;

subsidiair,
hij op of omstreeks 24 juli 2011 te Sittard, in de gemeente Sittard-Geleen, aan een persoon genaamd [slachtoffer 1] (geboren op 28 april 2011), opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (een (tweede) schedelbreuk en/of hersenletsel) heeft toegebracht door opzettelijk meermalen, althans eenmaal (telkens) (met) ((grote)kracht) (met een vuist) tegen het hoofd van die [slachtoffer 1] te slaan en/of te stompen, in elk geval (zeer) (heftig) uitwendig inwerkend botsend en/of stompend geweld tegen/op het hoofd van die [slachtoffer 1] uit te oefenen, tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer 1] is overleden,

terwijl dit feit werd begaan tegen zijn, verdachtes, kind;

meer subsidiair
hij op of omstreeks 24 juli 2011 te Sittard, in de gemeente Sittard-Geleen, opzettelijk mishandelend een persoon genaamd [slachtoffer 1] (geboren 28 april 2011) meermalen, althans eenmaal (telkens) (met) ((grote)kracht) (met een vuist) tegen het hoofd heeft geslagen en/of gestompt, in elk geval (zeer) (heftig) uitwendig inwerkend botsend en/of stompend geweld tegen/op het hoofd van die [slachtoffer 1] heeft uitgeoefend, tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer 1] is overleden,

terwijl dit feit werd begaan tegen zijn, verdachtes, kind;

2.
hij in of omstreeks de periode van 28 april 2011 tot en met 23 juli 2011 te Sittard, in de gemeente Sittard-Geleen, meermalen, althans eenmaal (telkens) ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 1] (geboren 28 april 2011) van het leven te beroven, met dat opzet die [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal (telkens)

– ( met kracht) (met een vuist) tegen/op het hoofd, in elk geval tegen het lichaam heeft geslagen en/of gestompt en/of

– ( krachtig en/of heftig) door elkaar en/of heen en weer heeft geschud en/of

– zeer stevig en/of ruw heeft vastgepakt en/of hard heeft geknepen en/of

– heeft rond gedraaid en/of rond geslingerd, waarbij hij, verdachte, die [slachtoffer 1] aan een arm en/of voet en/of been heeft vastgehouden,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair:
hij in of omstreeks de periode van 28 april 2011 tot en met 23 juli 2011 te Sittard, in de gemeente Sittard-Geleen, meermalen, althans eenmaal (telkens) aan een persoon genaamd [slachtoffer 1] (geboren 28 april 2011), opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (een of meer ribfracturen en/of een of meer fracturen in het/de be(e)n(en) en/of een (eerste) schedelbreuk) heeft toegebracht door die [slachtoffer 1] opzettelijk meermalen, althans eenmaal (telkens)

– ( met kracht) (met een vuist) tegen/op het hoofd, in elk geval tegen het lichaam te slaan en/of te stompen en/of

– ( krachtig en/of heftig) door elkaar en/of heen en weer te schudden en/of

– zeer stevig en/of ruw vast te pakken en/of hard te knijpen en/of

– rond te draaien en/of rond te slingeren, waarbij hij, verdachte, die [slachtoffer 1] aan een arm en/of voet en/of been heeft vastgehouden,

terwijl dit feit werd begaan tegen zijn, verdachtes, kind;

meer subsidiair
hij in of omstreeks de periode van 28 april 2011 tot en met 23 juli 2011 te Sittard, in de gemeente Sittard-Geleen, meermalen, althans eenmaal (telkens) opzettelijk mishandelend een persoon, genaamd [slachtoffer 1] (geboren 28 april 2011), meermalen, althans eenmaal (telkens)

– ( met kracht) (met een vuist) tegen/op het hoofd, in elk geval tegen het lichaam, heeft geslagen en/of gestompt en/of

– ( krachtig en/of heftig) door elkaar en/of heen en weer heeft geschud en/of

– zeer stevig en/of ruw heeft vastgepakt en/of hard heeft geknepen en/of

– heeft rond gedraaid en/of rond geslingerd, waarbij hij, verdachte, die [slachtoffer 1] aan een arm en/of voet en/of been heeft vastgehouden, waardoor deze [slachtoffer 1] letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden,

terwijl dit feit werd begaan tegen zijn, verdachtes, kind;
Parketnummer 03-700236-12:

hij in of omstreeks de periode van 1 juli 2010 tot en met 19 juli 2011 te Sittard, in de gemeente Sittard-Geleen, meermalen, althans eenmaal (telkens) opzettelijk mishandelend zijn levensgezel, althans een persoon genaamd [slachtoffer 2], (telkens) heeft geslagen en/of geschopt en/of aan de haren heeft getrokken, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten of omissies voorkwamen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak feit 2 primair parketnummer 03-703402-11

Het hof is van oordeel dat onvoldoende is komen vast te staan dat het in de periode van 28 april 2011 tot en met 23 juli 2011 toegepaste geweld met zoveel kracht gepaard is gegaan dat dit de aanmerkelijke kans op de dood van [slachtoffer 1] heeft opgeleverd. Nu het ten laste gelegde (voorwaardelijk) opzet op de dood niet kan worden bewezen zal verdachte van het onder 2 primair tenlastegelegde worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het in de zaak met parketnummer 03-703402-11 onder 1 primair en 2 subsidiair en in de zaak met parketnummer 03-700236-12 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

Parketnummer 03-703402-11:

1.
hij op 24 juli 2011 te Sittard, in de gemeente Sittard-Geleen, opzettelijk [slachtoffer 1] (geboren 28 april 2011) van het leven heeft beroofd, immers heeft hij, verdachte, met dat opzet die [slachtoffer 1] met grote kracht met een vuist tegen het hoofd geslagen, tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer 1] is overleden;

2.
hij in de periode van 28 april 2011 tot en met 23 juli 2011 te Sittard, in de gemeente Sittard-Geleen, aan een persoon genaamd [slachtoffer 1] (geboren 28 april 2011), opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (ribfracturen en fracturen in de benen en een schedelbreuk) heeft toegebracht door die [slachtoffer 1] opzettelijk

– met een vuist op het hoofd te slaan en

– krachtig en/of heftig door elkaar te schudden en

– zeer stevig en/of ruw vast te pakken en hard te knijpen en

– te slingeren, waarbij hij, verdachte, die [slachtoffer 1] aan een arm en aan een voet heeft vastgehouden,

terwijl dit feit werd begaan tegen zijn, verdachtes, kind;
Parketnummer 03-700236-12:

hij in de periode van 1 augustus 2010 tot en met 19 juli 2011 te Sittard meermalen opzettelijk mishandelend zijn levensgezel, genaamd [slachtoffer 2], heeft geslagen en aan de haren heeft getrokken, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Door het hof gebruikte bewijsmiddelen

Indien tegen dit verkorte arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het arrest. Deze aanvulling wordt dan aan het arrest gehecht.

Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

Elk bewijsmiddel wordt – ook in zijn onderdelen – slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het, blijkens zijn inhoud, betrekking heeft.

Feit 1 in de zaak met parketnummer 03-703402-11

De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep betoogd dat verdachte van de in de zaak met parketnummer 03-703402-11 primair ten laste gelegde doodslag moet worden vrijgesproken. Daartoe heeft de verdediging aangevoerd dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte opzet of voorwaardelijk opzet had op de dood van [slachtoffer 1]. In het bijzonder kan volgens de verdediging niet worden vastgesteld dat verdachte de aanmerkelijke kans op de dood van [slachtoffer 1] bewust heeft aanvaard. Verdachte wilde het overstrekgedrag van zijn zoontje beëindigen en heeft daarom gehandeld zoals hij heeft gedaan. Zijn agressie was niet gericht op zijn kind, maar op het beëindigen van de onwenselijke situatie van het overstrekgedrag. Niet kan worden vastgesteld dat verdachte zich bewust is geweest van de omstandigheid dat hij zijn zoontje daarmee zou kunnen doden, aldus de raadsman.

Het hof overweegt dienaangaande het volgende.

[slachtoffer 1] werd na een melding dat hij in zorgelijke toestand verkeerde, op 24 juli 2011 door een ambulance overgebracht naar het Orbis Ziekenhuis te Sittard, waar later op die dag werd vastgesteld dat hij was overleden.

Uit een door A. Maes, arts en patholoog, opgemaakt deskundigenrapport blijkt, dat [slachtoffer 1] is overleden als gevolg van heftig uitwendig inwerkend botsend geweld op het hoofd. In haar eindrapport stelt Maes dat als gevolg van dit zeer heftig uitwendig inwerkend botsend geweld rechts tegen/op het hoofd, er een grote breuklijn van circa 11 centimeter lang was ontstaan rechts zijwaarts aan het schedeldak met iets naar binnenwaartse verplaatsing van breukdelen. Tevens was er een sterke hersenzwelling. De patholoog stelde vast dat het overlijden kan worden verklaard door de opgelopen hersenschade.

Radioloog R. van Rijn heeft opgemerkt dat het hersenletsel vlak voor het overlijden is ontstaan en dat slechts enkele seconden hebben gezeten tussen het veroorzaken van het hoofdletsel en het vervolgens adem- c.q. reanimatiebehoeftig worden van [slachtoffer 1], welke conclusie wordt ondersteund door patholoog Maes.

De verdachte heeft vele verklaringen afgelegd. Na aanvankelijk te hebben ontkend zich gewelddadig jegens zijn zoontje te hebben gedragen, heeft hij in het verhoor op 31 oktober 2011 verklaard dat hij [slachtoffer 1] op 24 juli 2011 met de zijkant van zijn vuist een klap op zijn hoofd heeft gegeven. In deze uitgebreide verklaring heeft hij nader beschreven dat dit gebeurde door met de vuist, in een beweging van boven naar beneden, het door hem vastgehouden kind met de vuist een “lel” of “dreun” te geven.

Ter terechtzitting in eerste aanleg heeft verdachte verklaard dat hij met zijn linker vuist [slachtoffer 1] op de rechterzijde van zijn hoofdje heeft geraakt.

De vraag die vervolgens moet worden beantwoord is, of de verdachte het opzet had om [slachtoffer 1] te doden.

Het op het hoofdje van een drie maanden oud kindje uitoefenen van botsend geweld van een aard en heftigheid als door de deskundigen A. Maes en W.A. Karst vastgesteld, moet naar het oordeel van het hof (vrijwel) onafwendbaar leiden tot de dood. Aangezien het een feit van algemene bekendheid is dat het hoofdje van jonge baby’s een zeer kwetsbaar onderdeel van het lichaam vormt en dat daarmee in de omgang met die kindjes uiterst behoedzaam moet worden omgegaan, moet ook de verdachte begrepen hebben dat het door hem uitgeoefende geweld noodzakelijkerwijs tot de dood van [slachtoffer 1] zou leiden. Hoe dan ook was de kans, dat [slachtoffer 1] ten gevolge van het uitgeoefende geweld zou komen te overlijden, zo aanmerkelijk, dat de verdachte zich daarvan bewust moet zijn geweest; door desondanks genoemd geweld tegen het hoofdje van [slachtoffer 1] uit te oefenen, heeft hij op zijn minst deze aanmerkelijke kans willens en wetens aanvaard. Dat de vuistslag, zoals de raadsman stelt, was bedoeld om het overstrekgedrag van [slachtoffer 1], zo daarvan al sprake was, te stoppen, doet aan het voorgaande niet af.

Uit het onderzoek ter terechtzitting zijn geen feiten of omstandigheden naar voren gekomen die zouden moeten leiden tot een ander oordeel dan hiervoor gegeven.

Feit 2 in de zaak met parketnummer 03-703402-11

Tijdens de sectie op [slachtoffer 1] is gebleken dat hij, naast het fatale letsel opgelopen op 24 juli 2011, ook andere oudere letsels had. Deze letsels bestonden uit een eerdere schedelbreuk, minstens 15 ribbreuken en metafysaire hoekfracturen in de beentjes. Die letsels moeten zijn toegebracht in de periode van 28 april tot en met 23 juli 2011. Met de rechtbank is het hof van oordeel dat het totaal aan gewelddadige handelingen dat tot deze als zwaar lichamelijk letsel aan te merken gevolgen heeft geleid, als één langdurige zware mishandeling moeten worden beschouwd.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het in de zaak met parketnummer 03-703402-11 onder 1 bewezen verklaarde is voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 287 van het Wetboek van Strafrecht.

Het in de zaak met parketnummer 03-703402-11 onder 2 bewezen verklaarde is

voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 302, eerste lid, juncto artikel 304, aanhef en onder 1° van het Wetboek van Strafrecht.

Het in de zaak met parketnummer 03-700236-12 bewezen verklaarde is voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 300, eerste lid, juncto artikel 304, aanhef en onder 1°, juncto artikel 57, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van deze feiten uitsluiten. De bewezen verklaarde feiten worden gekwalificeerd als hierna in de beslissing wordt vermeld.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Op te leggen straf of maatregel

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

De verdachte heeft zijn drie maanden oude zoontje [slachtoffer 1], een onschuldig, kwetsbaar, hulpeloos en weerloos slachtoffer dat volledig afhankelijk was van de zorg van volwassenen, zwaar lichamelijk letsel toegebracht door hem gedurende een periode van ongeveer twee maanden, te beginnen op het moment dat het kindje een week of vier was, stelselmatig slagen toe te dienen en aan een armpje of beentje te slingeren. Daarbij heeft het kind een groot aantal gebroken ribben, gebroken beentjes en een schedelbreuk van ongeveer 5 centimeter opgelopen.

Op 24 juli 2011 heeft verdachte [slachtoffer 1], wiens lichaampje inwendig zwaar gekwetst was, met dusdanige kracht met een vuist tegen het hoofd geslagen dat hij als gevolg daarvan is komen te overlijden.

Die gedragingen van verdachte zijn buitengewoon weerzinwekkend. Dat een vader dit zijn kind aandoet is onbegrijpelijk en verbijsterend.

Door verdachtes handelen heeft hij zijn zoontje het meest elementaire recht, het recht op leven, ontnomen en voorafgaand aan zijn dood, in zijn korte leven al veel leed aangedaan.

Daarnaast heeft verdachte door zijn handelen immens verdriet en ontreddering veroorzaakt bij de moeder en de naaste familie van het slachtoffertje.

Verdachte heeft beseft dat zijn zoontje als gevolg van zijn handelen op 24 juli 2011 ernstige lichamelijke klachten had gekregen en medisch ingrijpen noodzakelijk was. Het hof neemt verdachte zeer kwalijk dat hij noch bij de moeder van de baby noch bij het ambulancepersoneel de aandacht heeft gevestigd op mogelijk letsel aan het hoofdje. Dat heeft een meer gerichte behandeling door het ambulancepersoneel en de artsen vertraagd. Pas na vele verhoren heeft hij opgebiecht wat hij op 24 juli 2011 had gedaan.

Daarnaast zijn gewelddadige delicten als de onderhavige, te weten doodslag en zware mishandeling, begaan tegen pasgeboren baby’s, feiten waardoor de rechtsorde zeer ernstig wordt geschokt en die in de maatschappij gevoelens van onrust, afschuw en onveiligheid te weeg brengen.

Bovendien neemt het hof bij de strafoplegging in aanmerking dat verdachte zich gedurende een lange periode schuldig heeft gemaakt aan mishandeling van zijn levensgezel .

Het hof heeft acht geslagen op de persoonlijkheidsrapporten die over verdachte zijn uitgebracht, waaronder het rapport van het Pieter Baan Centrum (PBC), d.d. 14 november 2013. In dat laatste rapport wordt geconcludeerd dat verdachte ten tijde van het ten laste gelegde leed aan een persoonlijkheidsstoornis met afhankelijke en ontwijkende kenmerken. De in de eerste dagvaarding onder 1 en onder 2 bewezen feiten kunnen verdachte naar het oordeel van de gedragsdeskundigen van het PBC in enigszins verminderde mate worden toegerekend.

De mishandeling van zijn partner is meer gerelateerd aan zijn stoornis en kan hem naar hun oordeel in verminderde mate worden toegerekend.

Het hof volgt deze conclusies en legt deze ten grondslag aan zijn beslissing.

Met betrekking tot het recidiverisico is door laatstgenoemde gedragsdeskundigen gerapporteerd dat in algemene zin het basisrisico op geweld bij de vastgestelde persoonlijkheidsstoornis niet hoog is. Naar het oordeel van de deskundigen valt niet te verwachten dat de recidivekans zal afnemen door psychologische/psychiatrische behandeling. Een maatregel in de vorm van een TBS achten zij dan ook niet geïndiceerd.

Volgens artikel 37a, eerste lid, aanhef en onder 2° van het Wetboek van Strafrecht, is één van de noodzakelijke voorwaarden voor oplegging van de maatregel van terbeschikkingstelling dat sprake moet zijn van de omstandigheid dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van die maatregel eist.

Gelet op de op het punt van de risicotaxatie eensluidende adviezen van laatstgenoemde deskundigen, is het hof – met de advocaat-generaal en de raadsman – van oordeel dat er geen sprake is van een omstandigheid in even bedoelde zin. Het hof zal derhalve – anders dan de rechter in eerste aanleg – geen terbeschikkingstelling opleggen, maar uitsluitend een gevangenisstraf.

Gelet op de ernst van het bewezen verklaarde in de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd, kan niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een gevangenisstraf van lange duur.

Bij zijn oordeel heeft het hof tevens de inhoud betrokken van het verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 10 december 2013, waaruit blijkt dat hij niet eerder voor geweldsmisdrijven is veroordeeld.

De advocaat-generaal heeft tien jaren gevangenisstraf geëist. De raadsman heeft oplegging van een gevangenisstraf van maximaal 7 jaar bepleit.

Alles overwegend kan naar het oordeel van het hof echter niet worden volstaan met een gevangenisstraf zoals door de advocaat-generaal is gevorderd en nog minder met een gevangenisstraf zoals door de verdediging is bepleit, omdat daarin de ernst van het bewezen verklaarde onvoldoende tot uitdrukking komt. Het hof acht een gevangenisstraf van hierna te noemen duur passend en geboden.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot immateriële schadevergoeding. Deze vordering bedraagt € 7.500,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd ter zake van haar niet toegewezen vordering.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de vordering van de benadeelde partij geheel zal toewijzen, en een schadevergoedingsmaatregel op zal leggen.

De verdediging heeft de vordering van de benadeelde partij betwist. De raadsman heeft niet-ontvankelijkverklaring of afwijzing van de vordering van de benadeelde partij bepleit.

Het hof overweegt als volgt.

Immateriële schade van een nabestaande kan zowel bestaan uit affectie- als shockschade. Affectieschade van de nabestaande komt op grond van de Nederlandse wet niet voor vergoeding in aanmerking. Shockschade komt slechts voor vergoeding in aanmerking indien sprake is van werkelijk ernstig, in rechte vastgesteld geestelijk letsel dat de naaste van het slachtoffer rechtstreeks is aangedaan.

Evenals de rechtbank begrijpt het hof de vordering van de benadeelde partij aldus, dat de vordering van de benadeelde partij voor een gedeelte betrekking heeft op shockschade.

Nu nog zou moeten worden vastgesteld of sprake is van letsel als hiervoor genoemd en de benadeelde partij in haar vordering niet heeft onderbouwd welk deel van de vordering betrekking heeft op vergoeding van de shockschade en welk deel betrekking heeft op affectieschade, is het hof – met de rechtbank en de raadsman, maar anders dan de advocaat-generaal – van oordeel dat de behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding op zou leveren.

De benadeelde partij kan daarom in haar vordering niet worden ontvangen en haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 57, 287, 300, 302 en 304 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 03-703402-11 onder 2 primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 03-703402-11 onder 1 primair en 2 subsidiair en in de zaak met parketnummer 03-700236-12 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart dat het bewezen verklaarde oplevert:

Parketnummer 03-703402-11:

1.

Doodslag.

2.

Zware mishandeling, begaan tegen zijn kind.

Parketnummer 02-700236-12:

Mishandeling begaan tegen zijn levensgezel, meermalen gepleegd.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 14 (veertien) jaren.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 2] in haar vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk en bepaalt dat zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Verwijst de benadeelde partij in de door verdachte gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Aldus gewezen door

mr. J. Huurman-van Asten, voorzitter,

mr. H. Eijsenga en mr. P.M. Frielink, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. L. Voet, griffier,

en op 28 januari 2014 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

 

Bronvermelding: blikopdewereld.nl ; J. Swaen

 

‘Hij zei: “Ik mag geen pappa meer zijn …”.’ Interview met Esther Kelder, samenlevende partner van Jeroen Denis en ‘bonus-moeder’ van Ruben en Julian

We zullen als redactie reageren op het volledige interview van Esther Kelder door Tonny van der Mee, in het Algemeen Dagblad van zaterdag 21 december 2013. Een interview waarin totaal niet met modder gegooid is. Misschien is het interview zelfs eerder veel te netjes te noemen. In de eerste plaats verdient Esther een groot compliment voor dit interview. We zijn blij dat we als redactie zo ons best hebben mogen doen om vanaf het moment van de onheilsboodschap van de dood van Jeroen een juister beeld van de feiten te mogen geven. Ook wij hadden natuurlijk fouten kunnen maken. Wij waren helaas 1 van de weinigen die direct aandacht voor de feiten vroegen … en vooral voor meeleven met de familie en partner van Jeroen. Geen verdienste, maar voor ons vanzelfsprekend.

In de komende maanden en jaren zullen kritische wetenschappers en journalisten veel kritischer geluiden laten horen. Dat zal nog meer tot rehabilitatie van Jeroen Denis moeten leiden. Dat terwijl niemand het doden van kinderen zal goed keuren. We hopen dat eindelijk een nog veel groter onrecht aangepakt gaat worden: mishandeling van kinderen door de organisaties die juist voor kinderen op zouden moeten komen. Zonder bewijs, zonder feiten, kinderen bij een ouder weghouden, beschadigt kinderen enorm. De jeugdzorg creëert meer problemen voor kinderen dan dat ze oplost. Maar wat veel erger is … in opdracht … met volle wetenschap … van … de rechter. Veel meer zou het motto van het Rode Kruis en de Verenigde Naties gevolgd moeten gaan worden: kinderen helpen door hun ouders te helpen.

Niemand heeft de illusie dat de transitie (van de verantwoordelijkheid voor jeugdzorg) naar de gemeente zonder problemen zal verlopen. De jeugdzorg lijkt 1 van de voorbeelden van Pim Fortuin te kunnen worden van verbetering van kwaliteit (van overheidshandelen), juist door minder geld eraan te besteden. Wellicht dat de crisis voor kinderen een zegen kan worden.

Allerlei partijen duiken weg zodra burgers proberen controle en toezicht te gaan organiseren op jeugdzorg en rechtspleging.

Allerlei partijen verrijken zich over de ruggen van onze kinderen. Dat moet stoppen. Zo’n overheid verdienen we niet. Tegen dergelijke burgers moet onze overheid ons gaan beschermen. Ook als de dader onze ex-partner, partner, broer of zus is. Of als de dader … ons kind is. Ook een kind blijkt dader te kunnen zijn, zowel in de kinderleeftijd als in de leeftijd van volwassene. Een beschaafd rechtssysteem beschermd iedereen. Kind gelijk als volwassene. Dader gelijk als slachtoffer. Het uitgangspunt dat kinderen extra beschermd kunnen worden door van juridische uitgangspunten toch af te wijken, leidt tot precies het tegendeel. Kinderen zijn veel slechter af als zij onnodig anders dan volwassenen worden behandeld.

Overal waar daders kunnen zijn. Zijn helaas ook vals beschuldigde “daders”. Vals beschuldigde “daders” zijn juist slachtoffers van justitie.

Een rechtssysteem dat zelf stelt niet aan waarheidsvinding te kunnen doen, maar wel “kinderen tot onttrekking aan een ouder” durft te veroordelen zonder waarheidsvinding, verdient het etiket pervers en fascistoïde. Een dergelijk systeem is geen haar beter dan een systeem met politiek aangestuurde rechters. Een lid van de redactie heeft in bijzijn van getuigen uit de mond van een rechtbank-president kunnen optekenen dat een rechter waarheidsvinding niet tot zijn verantwoordelijkheid hoeft te rekenen. Daarmee maakt de rechter leugenaars onaantastbaar. Blijkbaar moeten burgers ook af en toe rechters overtuigen dat ze zich vergissen. Burgers zijn zich blijkbaar zelf beter bewust dat recht niet bestaat zonder waarheidsvinding.

De geloofwaardigheid van de civiele rechtspleging is met het on-juridische geblunder rond kinderen geïmplodeerd: knarsend en krakend ingestort. Maar … achter gesloten deuren … zodat lang niet iedereen heeft kunnen … horen … en … zien… wat er nu werkelijk gebeurt. Ongeveer om de 15 jaar ontstaat er even een “natuurramp” met veel meer lawaai, met veel meer zichtbare slachtoffers. In de volgende 15 jaar ebt de aandacht weer wat weg. De werkelijke daders krijgen onder het mom van “te moeten gaan voorkomen” alle gelegenheid om zich verder in te graven en met hun organisaties het spel van verdeel en heers met elkaar te perfectioneren. Liever gezegd, de systemen verder te per-ver-sioneren. De rechter doet alsof hij een willoos slachtoffer is van de deskundigen die … hij zelf … kiest. De rechter blijft kritiekloos zich baseren op deze deskundigen, terwijl hij langs vele wegen “spijkerhard bewijs” verneemt dat deze deskundigen er een ziekelijke rotzooi van maken in hun rapportages. (Zie b.v. ook de recente rapportage van Marc Dullaert, de kinderombudsman.) De leugen regeert in dit onderdeel van de rechtspleging. Collega-rechters weten dat en ervaren dat als zij als collega moeten “bijspringen” om bijvoorbeeld achterstanden weg te werken. Een rechter kan in principe op alle rechtsgebieden worden ingezet. Er zijn diverse rechtbanken die bevorderen (of min of meer afdwingen) dat rechters diverse rechtsgebieden bedienen in de loop van hun carrière. Vooral rechters met een voorkeur voor strafrecht-zaken, knappen af op de lugubere sfeer in het kinder- en familierecht. Bij de rechtbanken waar een personeelsbeleid is dat rechters over de jaren rouleren over de verschillende rechtsgebieden, is waar te nemen dat rechters vaak niet happig zijn om “een paar jaar” als kinder- of familierechter te moeten functioneren. Voor rechter-nieuwkomers is het “zelfmoord” om te proberen de in vele jaren opgebouwde “gevestigde orde” ter discussie te stellen. De lezer wordt verwezen naar de bewijzen die wijlen professor Hoefnagels iedere keer voor het voetlicht bracht. Hoefnagels was zelfs ooit gepromoveerd op het onderwerp Raad voor de Kinderbescherming. Iedere rechter weet dat het onmogelijk is om de gedwongen winkelnering voor deskundigen-rapportages en “kinder-nood-hulp” bij de Raad voor Kinderbescherming ter discussie te stellen. Een monopolieorganisatie die feitelijk 1-geheel vormt met BJZ en AMK. Een collega-organisatie die willekeurig shopt bij strafrecht en bij civielrecht en ook daarmee verdeel en heers speelt, samen met de rechter. Een monopolie-organisatie die door de rechter duidelijk uitgesproken altijd buiten discussie en vervolging wordt gehouden. Burgers noemen dat gewoon plat: de hand boven de hoofd houden. Een monopolie-organisatie die bovendien 7 dagen van de week gedurende 24 uur rechtstreekse toegang tot de rechter heeft en telefonisch direct uitspraak op voorgelegde rechtsvragen kan krijgen, terwijl “een dader” niet eens weet dat er “een aangifte” tegen hem is gedaan. Wie denkt dat dit “geregel met de rechter” alleen in Rusland voorkomt, vergist zich dus pijnlijk. Helaas hebben de Turken en Russen dus op z’n minst “een beetje” gelijk dat wij het ook niet helemaal “perfect” hebben geregeld. De internationale verdragen, de grondwet en diverse lagere wetten eisen dat procedure-partijen in rechterlijke procedures gelijke toegang tot de rechter dienen te hebben. Nederland lapt dat dus uiteindelijk aan zijn laars.

Heel herkenbaar dus dat Jeroen Denis het gevoel had te moeten opboksen tegen valse beschuldigingen waarvan hij het bestaan nog niet eens wist.
In het strafrecht noemt men dit naar analogie het inschakelen van “burger-kroongetuigen”. Wanneer die burger-kroongetuigen zelfs criminele burger-kroongetuigen met een getuigen-bescherming zijn geworden aan wie door je advocaat geen enkele vraag voorgelegd mag worden, dan is voor een verdachte nog moeilijk een eerlijk proces te verwachten. Het koste wat kost achter de tralies krijgen van een aangebrachte verdachte waartegen het OM het bewijs niet rond kan krijgen, lijkt dan het doorgeslagen hoofd-motief te zijn geworden. De afgelopen jaren hebben straf-recht-advocaten met heel veel moeite de rol van de valse kroongetuigen van het OM weten te beteugelen. Steeds probeert het OM het weer opnieuw om mogelijkheden alsnog op te rekken.

Ondertussen zijn ons al zaken bekend dat verdachten voor moord worden veroordeeld zonder een gevonden “lijk”. In een spionage zaak (waar de overheid dus zelf partij wordt!) is nu al een verdachte veroordeeld op: hij zou het gedaan kunnen hebben, dus moeten we maar aannemen dat hij het heeft gedaan. Het bewijs is geheim. Het zoeken is mogelijk, maar het mag niet gezocht worden. Als het bewijs gevonden wordt, mag het niet gelezen worden. Aan de vraag of gevonden bewijs ontlastend of belastend is voor de verdachte komen “we” dus niet eens toe.

In het kinder- en familierecht wordt aantoonbaar geprobeerd om bewijzen buiten het dossier te houden. De jeugdzorgers stellen de reden: anders houden zaken nooit op. Liever een onredelijke keuze gemaakt dan geen keuze gemaakt. Liever vandaag daadkrachtig gekozen, dan pas morgen. Er wordt een vals beeld geschapen dat de zaak van Het Meisje van Nulde en de zaak Savanna zouden voortkomen uit niet op tijd kiezen en optreden in de jeugdzorgketen. Het tegendeel blijkt waar: een alarmerende ouder of zijn/haar familie worden genegeerd “als snelle keuze” aan het begin van een kind-beschermings-traject. Een vals-alarmerende ouder of betrokkene wordt als “deskundige rapporteur” meteen als brede schouder genomen om verantwoordelijkheid op af te kunnen wentelen. Er blijkt een plat: wie het eerst komt die het eerst maalt. Dat degene die het eerst komt, met het valse alarm komt, dat is even jammer. Het gaat er tenslotte om dat de organisaties een snel en daadkrachtig handelen tonen. Ja … wij kunnen geen waarheidsvinding doen. Eigenlijk laten we ongestraft zeggen: “Als we liegen … dan liegen we in commissie.”

Zouden we accepteren dat een arts ons bloedonderzoek door een niet opgeleide kwakzalver zou laten doen? En inderdaad burgers liepen de afgelopen tientallen jaren stuk in lange rechtszaken waarin op allerlei manieren werd geprobeerd om alles binnen het medisch tuchtrecht binnenskamers te houden. Pas als het echt niet meer kan kiest men voor een vlucht naar voren om daarmee een indruk te wekken dat het tuchtrecht snel en adequaat zou zijn. Nu na tientallen jaren van procedures door slachtoffers stelt het Medisch Tuchtcollege het zo voor alsof steeds heel eenvoudig was te stellen dat Jansen Steur als neuroloog verkeerde diagnoses stelde en verkeerde medicijnen bleef voorschrijven. Er wordt een mediaspektakel gebruikt om te doen voorkomen dat het medisch tuchtrecht juist heel goed werkt en … alsof men zeer goed in staat is om zonder “vriendjespolitiek” het falen van collega’s aan de kaak kan stellen. De lezers worden daarvoor graag verwezen naar de bewijzen die klokkenluiders over medische misstanden en zorgfraude in de afgelopen jaren hebben verzameld.

Rechters en jeugdzorgers proberen actief te voorkomen dat onderzoek gedaan wordt onder de personen waar het om zou moeten gaan: de kinderen. Als ouders het even niet voldoende in hun mond nemen, is het een standaard act van rechters en jeugdzorgers om de vraag te stellen: “Wilt u alstublieft de kinderen centraal plaatsen?”

Juist rechter en jeugdzorger laten zich in hun kaarten kijken met het krampachtig tegenhouden van onderzoek onder volwassen kinderen die onder toezicht gesteld zijn geweest. Door gegevens achter te houden, maken zij bewust onderzoek onmogelijk. Dat is de eerste poging die je kan doen om controle op je functioneren tegen te houden. Dat is precies ook het overtuigende argument waarom tuchtrecht niet werkt. Het blijkt nooit te werken om de slager zijn eigen vlees te laten keuren. Rechters moeten rechters niet (uitsluitend) controleren. Medisch specialisten moeten niet (uitsluitend) medisch specialisten controleren. Advocaten moeten niet (uitsluitend) advocaten controleren. Accountants moeten niet (uitsluitend) accountants controleren. Notarissen moeten niet (uitsluitend) notarissen controleren. Deze opsomming is eindeloos lang te maken.

Opvallend is dat de bovenstaande opsomming toch steeds weer een beetje beter ter hand is genomen in de afgelopen jaren. Er zijn stappen gemaakt om onafhankelijke controle te verbeteren en beroepsgroepen opener en kwetsbaarder te maken naar buiten toe. Behalve bij rechters, die willen we als burgers nog steeds een valse onaantastbaarheid gunnen. We zijn ons namelijk anderzijds bewust van het feit dat we rechters steeds misbruiken voor het oplossen van problemen die we zelf als burgers niet onderling denken te kunnen oplossen. Tweede Kamerleden spreken gewoon eerlijk uit: als de wet niet in alles goed voorziet, dan is er altijd … de rechter … nog. Dat de rechter niet goed kan functioneren is dus ook gewoon mede de schuld van … ons … de burgers zelf.

 

Rob Minnee in de Volkrant van 9 oktober 2013. Ruziezoeken blijft steeds beloond worden. Op een vechtscheiding aansturen wordt beloond.

Redactie: hieronder is opgenomen een ingezonden brief voor de rubriek Geachte redactie. Dhr. Minnee reageert op een uitspraak van dhr. Sprokkereef, de directeur van Bureau Jeugdzorg Nederland. De positie van vaders blijkt alleen maar achteruit te gaan. De hoeveelheid geweld tegen kinderen blijkt op bepaalde terreinen toe te nemen. Juist het geweld van de jeugdzorg-organisaties en de kinderrechter tegen kinderen neemt toe. Helaas leest u dit goed. Kinderen worden juist door hun zogenaamde “beschermers” kapot gemaakt. Misschien dat het u vervolgens dan niet meer verbaast dat de jeugdzorg onderzoek naar “klanttevredenheid bij volwassen kinderen” probeert te voorkomen en probeert onderuit te halen. Het contact tussen kinderen en vaders beperken en bemoeilijken is zonder twijfel een zeer ernstige vorm van kindermishandeling. Die vorm van kindermishandeling bezorgt kinderen op latere leeftijd aantoonbaar meer zelfdodingsgedachten en vluchtgedrag naar verdovende middelen en ander “afwijkend” sociaal gedrag.

Scheiding
Meneer Sprokkereef van de Jeugdzorg (O&D, 8-10-13), u komt misschien zelf nooit uit uw toren, maar net als veel moderne mannen nam ik voor de scheiding veel zorg op me. Het probleem is dat als de moeder ruzie zoekt, uw medewerksters (geen man gezien) er steevast van uitgaan dat de moeder zorgde.

Maar, zelfs al zou een moeder voor de scheiding drie dagen werken en de vader niet: waarom zouden de kinderen na de scheiding beter af zijn bij haar als zij de ruziezoekende dwarsligger is die haar ex het licht in de ogen niet gunt en de kinderen geen vader? Dat is de praktijk. Een ruziezoekende vrouw wordt beloond door jeugdzorg en rechtbank. Dat is de motor achter toenemende vechtscheidingen. Een moedercultuur, omdat bestuurders van jeugdzorg doof zijn voor de storm van kritiek.

Rob Minnee, Den Haag

Naschrift redactie:
Wie heeft de term vechtscheiding het eerst gebruikt? Wie gebruikt die term veelvuldig? Suggereert een vechtscheiding niet al gauw: waar twee vechten hebben er twee schuld? Hoe lang werd tegen verkrachte vrouwen niet gezegd dat ze ook wel aanleiding zouden hebben gegeven? Denken we daar ondertussen ook niet anders over? Welke eenzijdige geweldsmisdrijven van vrouwen tegen mannen willen we onder ogen zien? Kan voor ons gevoel de sterke man wel slachtoffer zijn van een geweldsmisdrijf tegen hem door een fysiek zwakkere vrouw?

Inderdaad de jeugdzorg bedient zich graag en veel van de term “vechtscheiding”. Door meteen met die term de aandacht op “de kemphanen” te richten slaagt de jeugdzorg erin om de aandacht van haar af te leiden. De kinderrechter heeft een eenvoudige afspraak met de jeugdzorg dat hij in ruil voor welgevallige activiteiten van de jeugdzorg deze jeugdzorg uit de wind zal houden.

De rechter is zelf de oprichter van de Raad voor de Kinderbescherming. Die Raad riep op haar beurt weer BJZ in het leven. Om het instrument van verdeel en heers nog wat te kunnen versterken, heeft BJZ weer de organisatie AMK opgericht. De 3 organisaties functioneren in veel opzichten gewoon als 1 organisatie. De kind-dossiers en het personeel worden bijvoorbeeld volledig gedeeld. Alle 3 de organisaties hebben alle dagen van de week alle 24 uren directe toegang tot de rechter.

Volgens de wetten achter de rechterlijke organisatie en volgens de grondwet en internationale verdragen is die voorkeur-toegang tot de rechter volstrekt uit den boze. Naar analogie is er steeds opnieuw zorg over de directe band tussen het Pieter Baancentrum en het Nederlands Forensisch Instituut met politie en justitie een. Ook daar is sprake van een monopoliepositie voor deskundigen. Het pragmatisme en de beschikbare middelen binnen de overheid krijgen de boventoon boven de noodzakelijke rechtvaardigheid en rechtmatigheid.

Er zijn dus rechtssystemen waar een individuele advocaten meer eigen mogelijkheden hebben om zelf onderzoek te doen in een strafzaak of in een civiele zaak. In Nederland heeft de politie een soort alleenrecht op onderzoek gekregen. Beter civiel onderzoek is in Nederland nog niet goed van de grond gekomen. De belangrijkste oorzaak is waarschijnlijk dat de rechter van dergelijk onderzoek geen gebruik wil maken.

In Nederland zijn een aantal organisaties actief die regelmatig werken voor buitenlandse rechters, maar die door de Nederlandse rechter worden genegeerd. Zonder de buitenlandse opdrachten zouden de betreffende deskundigen economisch te gronde gaan.

De rechter dicteert gewoon de markt. Ook de markt voor psychodiagnostiek voor kinderen en hun verzorgers. Ook de markt voor professionele begeleiding van kinderen in hun opvoedingsomgeving. De rechter wil alleen zaken doen met organistaties uit zijn eigen netwerk, organisaties die hij stevig aan een lijntje heeft. Organisaties die steeds zichzelf mogen onderzoeken en die alles mogen toedekken.

Een laatste voorbeeld van incestueus zelfonderzoek met zelfrechtvaardiging vindt de redactie in bijvoorbeeld het onderzoek van de Inspectie Jeugdzorg naar de zelfdodingstragedie van Jeroen Denis en zijn omgebrachte zoontjes Ruben en Julian. De lezer wordt verwezen naar Wikipedia: lemma Familiedrama’s. wikipedia

Een monopoliepositie van gedwongen winkelnering van de rechter bij bepaalde deskundigen leidde in het verleden zonder uitzondering tot integriteits- en kwaliteitsproblemen. Als de monopoliepositie ook nog eens gepaard gaat met door de rechter geregelde juridische onschendbaarheid en verschoonbaarheid voor ieder falen, dan is een fascistoïde monster geschapen. Dan is sprake van een klassejustitie waar de overheid altijd wint en de burger (het kind!) altijd verliest.

Dat er sprake is van klassejustitie wordt door vele rechters al als gegeven gehanteerd. Als andere belangen dan objectieve juistheid de richting van keuzes gaat bepalen, dan is ook vaak feitelijk sprake van corruptie. Corruptie kan een korte termijn eigen belang zijn. Het kan ook een lange termijn eigen belang zijn. Veel eigen belangen zijn bijna niet op geld te waarderen. Corruptie hoeft dus helemaal niet om direct geldelijk gewin te gaan. Het op langere termijn laten voortbestaan van de eigen organisatie is ook een eigen belang van medewerkers van de organisatie. Fascistoïde processen zijn van alle tijden. Ze zullen alleen aangepakt kunnen worden als we dat met elkaar ook werkelijk willen. Blijkbaar hebben heel veel mensen er voordeel bij om veel kindermishandeling voort te laten bestaan. Big Business?

Moeten we ons als burgers dan maar bij klassejustitie gaan neerleggen? Of kan de burger ten minste net zoveel rechten krijgen als onze overheid?
Als wij de overheid niet (meer) zijn, wie is de overheid dan wel?

Misschien wordt een jeugdzorg geheel zonder geld, door de crisis … wel een zegen voor kinderen.

Hoogleraar Ties Prakken waarschuwt voor VVD-plan om internationaal recht te verlammen. Onzalig plan.

Vandaag 30 november 2013 verscheen onder de kop “Onzalig plan” een open brief van Ties Prakken in de Volkskrant.
Mevrouw Ties Prakken is oud-hoogleraar strafrecht Universiteit Maastricht en thans advocaat te Amsterdam.

Joost Taverne is het belangrijkste brein achter het onzalige VVD-plan om de rechter het recht te ontnemen wetten te toetsen aan verdragen, met name aan verdragen waarin de grondrechten zijn vastgelegd, het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM) voorop (Ten Eerste, 27 november). Wel vindt hij dat de wetgever voortaan beter moet opletten of aan te nemen wetten wel in overeenstemming zijn met die verdragen. Dat moest de wetgever al, maar nu dus nog een beetje meer. Als de wetgever die aansporing serieus neemt, zal het VVD-voorstel het niet ver schoppen.

Het EVRM, waaraan de wetgever ook dit wetsontwerp zal moeten toetsen, schrijft namelijk voor dat de nationale wetgeving een rechtsgang moet bieden voor wie meent dat zijn verdragsrechten geschonden zijn. Artikel 13 van het verdrag luidt:
“Een ieder wiens rechten en vrijheden die in dit Verdrag zijn vermeld, zijn geschonden, heeft recht op een daadwerkelijk rechtsmiddel voor een nationale instantie, ook indien deze schending is begaan door personen in de uitoefening van hun ambtelijke functie.”

Noot van de redactie: Het EVRM en in het bijzonder dit Artikel 13 wordt nu juist structureel door ‘de rechter’ buiten beschouwing gelaten. Keer op keer vertaalt de rechter zijn onafhankelijkheid met dat hij niet in de eerste plaats een kader van internationaal recht moet zoeken voor de hem voorgelegde rechtsvraag. Juist de rechter wenst  ‘de rechter’ te verschonen van de plicht om zich aan de (internationale) wet te houden. De rechter geeft de rechter wel het recht om in de uitoefening van zijn ambtelijke functie (internationale) rechten van personen te schaden. Dat geeft de rechter zichzelf terwijl de gemeentelijke, provinciale, nationale en internationale wetgevende macht de rechter dat  ‘recht op plegen van een misdrijf’ niet geeft. Het recht op het vormen van jurisprudentie heeft de rechter eindeloos opgerekt. De verschillende wetgevende machten hebben dat steeds onopletttend en onverschillig laten passeren, lijkt het. Nu pas ontstaan er op diverse plaatsen krachten om de wilde zucht tot zelfregulering van de rechter (met onder andere jurisprudentie) te gaan beteugelen. Nu pas is er een initiatief in Nederland genomen tot een Autoriteit Toezicht Rechtspleging. Deze Autoriteit zou ook toezicht moeten houden op het verloop van individuele procedures bij de rechter. Vergelijkbaar met bijvoorbeeld Duitsland zouden burgers als waarnemers in procedures toe moeten zien op de zorgvuldigheid en kwaliteit van individuele procedures ook tijdens de zittingen, de voorbereidingen en de uitspraken. Deze Autoriteit moet ook gaan toezien dat de uitspraken van rechters consistent met elkaar en met de al gedane uitspraken (jurisprudentie) blijven. Momenteel worden wetten en uitspraken van rechters niet regulier door een derde instantie getoetst tegen internationale verdragen, de grondwet, gewone wetten, jurisprudentie en uitvoerende regelgeving. Binnen de jurisprudentie is bijvoorbeeld een enorme inconsistentie waar te nemen. Geen enkele instantie kan het tot haar taak rekenen daar actie op te moeten gaan ondernemen. Nog voordat de wet van de wetgever ingaat, blijken rechters al voornemens tot jurisprudentie te formuleren om de wet “te beperken of zelfs feitelijk terzijde te leggen”. Als wij als gewone burgers dit blijven toestaan … krijgen we dus inderdaad wat we verdienen … een rechter die in de wet geen recht meer ziet, maar alleen in zijn eigen afwegingen. Zo hebben na 1795 de burgers ‘de onafhankelijke rechter’ beslist niet bedoeld.

De Autoriteit Toezicht Rechtspleging dient te functioneren als een Nationale Ombudsman exclusief voor zaken die spelen rond Justitie en Politie. Op dit moment valt op dat de Nationale Ombudsman zich afzijdig houd van zaken waarin in het slecht functioneren van de overheid de rechter een (eind-)verantwoordelijke rol heeft gekregen. Voor alles dat de Nationale Ombudsman doet blijft hij volledig bouwen op een wel goed functionerende rechter. Als de rechter nu juist onderwerp van onderzoek moet zijn, kijkt de Ombudsman op een beleefde manier de andere kant op. Maar laten we toch even de zaken relativeren: we kunnen nog maar enkele tientallen jaren beschikken over het instituut van de Nationale Ombudsman. Het voortschrijden van inzicht … en daar ook werkelijk iets mee doen … gaat langzaam.

Ondertussen weten we als burgers dat ook de rechter niet onfeilbaar blijkt. Ook dat aspect van een overheid die bizar optreedt naar burgers zal een toezichthoudende en balanserende kracht verdienen. Een professionelere rechter dient toezicht op zichzelf te eisen. Feitelijk is dat toezicht zijn waarborg voor onafhankelijkheid. Op een nette manier kan een rechter zich voortaan beroepen op de “Goedkeurende Verklaring” van de toezichthoudende autoriteit. Wordt vervolgd. Kort gezegd is de inbedding in hogere wetten en verdragen van alle afwegingen door de rechter momenteel al een wassen neus.

In het algemeen is te zien dat strafrechtjuristen zich geen voorstelling kunnen maken van de “rechteloze praktijk” en de chaos die heerst in het civiele recht. Er blijkt nog niet eens een begin gemaakt te zijn met het onder ogen brengen van de dwalingen in het civiele recht. Deels is dat te wijten aan gebrek aan transparantie en toegankelijkheid voor onafhankelijke toeschouwers. Het civiele recht blijkt grotendeels zelfs nog voorbehouden aan “geheime rechtbanken”. Input, proces en resultaat van deze rechtbanken ontrekken zich geheel of grotendeels aan wat de gewone burgers te zien kunnen krijgen.

De rechters blijken het toetsen aan hogere wetten en verdragen structureel te vertikken. Nog erger, de rechters weigeren zich aan deze wetten te conformeren in hun uitspraken. Volgens de rechtspositie van rechters is dat onbestaanbaar, maar het blijkt praktijk die nog nooit anders is geweest. Het afschaffen van deze verplichting zal dus in de praktijk wel eens onmerkbaar kunnen zijn.

Tot zover de noot van de redactie. Mw. Prakken vervolgd haar beschouwing met:

(…) Daarom kan het Verdrag van klagers ook eisen dat zij de nationale rechtsmiddelen moeten hebben uitgeput voordat zij bij het Mensenrechtenhof in Straatsburg terechtkunnen. Dat is trouwens een algemene regel van volkenrecht, dat men het eerst bij de nationale rechter moet proberen voor men een beroep kan doen op de internationale rechter.

Wanneer de Nederlandse wetgever dus, zoals Taverne wil, scrupuleus het wetsvoorstel aan het EVRM gaat toetsen, zal hij op artikel 13 stuiten, dat hem dwingt voor grondrechtenschendingen een nationale rechtsgang te waarborgen, en bij wie anders kan dat zijn dan bij de Nederlandse rechter, en hoe anders kan die op de naleving van de grondrechten uit het Verdrag toezien dan door toetsing van de wet(stoepassing) aan het Verdrag. Waarmee het wetsvoorstel in zijn eigen staart bijt.

Auteur, Ties Prakken.

meer over de auteur, mevrouw Ties Prakken

Gerechtelijke Dwaling Bonaire. “Spelonk Zaak”

Gerechtelijke dwaling Bonaire: meteen vrijspraak in Spelonk-zaak

14 november 2013

KRALENDIJK (Bonaire) – Andy ‘Kabes’ Melaan en Nozai Thomas zijn vrijgesproken van de moord in de zogenoemde Spelonk-zaak op Bonaire.

Binnen een half uur na hun emotionele laatste woorden aan het einde van de nieuwe behandeling van de rechtszaak, kwam het gerechtshof terug van de raadkamer. “Jullie worden beiden vrijgesproken van de moorden.”

Bron: http://caribischnetwerk.ntr.nl/2013/11/14/gerechtelijke-dwaling-bonaire-meteen-vrijspraak-in-spelonk-zaak/

Thomas van der Ven als veroordeelde pedo-rechter niet houdbaar als voorzitter begraafplaats Heilig Landstichting.

rechtbankverslaggever Arnhem
– Heilig Landstichting –

Naar aanleiding van de recente berichten naar doofpot-gedrag onder rechters en kerkbestuurders lijkt de positie van mr Thomas van der Ven niet langer houdbaar. De bisschop van Den Bosch krijgt steeds meer druk om afstand te nemen van het laten functioneren van Van der Ven in een “onschuldige” bestuursfunctie.

De stichting KLOKK en diverse onderzoekers hebben al herhaaldelijk gewezen op de vreemde situatie.

Wijlen minister Ien Dales blijkt meegewerkt te hebben aan vertrek van Van der Ven naar het buitenland. Naar verluid heeft de familie Van der Ven dood laten verklaren waarop hij kon terugkeren naar Nederland. Het lijkt ons als redactie een zeer ongeloofwaardig verhaal. We hebben het niet kunnen verifieren. Anderzijds blijken dagelijks dit soort  “geruchten” wel degelijk te kloppen. Onvoorstelbaar bizar.

Feit is dat het ook moeilijk blijkt na te gaan of Van der Ven zijn straf heeft ondergaan. Onze naspeuringen tot nu toe, doen sterk vermoeden dat Van der Ven geen feitelijke gevangenisstraf heeft hoeven ondergaan. Of de gevorderde leeftijd van Van der Ven hier een rol speelt is onduidelijk.

Bestuursleden en andere betrokkenen laten merken zeer ongerust te zijn over deze nare publiciteit. Uit angst durft niemand verder op deze zaak in te gaan. Bestuursleden vermijden het verbonden worden met de naam en persoon van de voorzitter.

Zelfdodingen door gas-explosies niet onderzocht door OM. Alarmerend aantal toch geen reden voor onderzoek.

– rechtbankverslaggever –

Het OM zegt steeds alleen onderzoek te doen als er een vervolging en bestraffing van levende personen uit kan voortkomen. Meer en meer blijkt dat een onhoudbaar standpunt. Lopende strafonderzoeken worden meteen gestopt als een verdachte overlijdt.

In de eerste plaats kan er ook sprake moeten zijn van veroordeling van rechtspersonen. Veelal gaat een nalatenschap geheel of deels over in het vermogen van een rechtspersoon, nadat een natuurlijke persoon komt te overlijden. Bij leven functioneren natuurlijke personen vaak in verschillende hoedanigheden in vaak meer dan 1 rechtspersoon. Het handelen van natuurlijke personen vermengt zich dus vanzelf met het handelen van rechtspersonen. Strafbaar handelen van van een natuurlijke persoon wordt vaak deels strafbaar handelen van een rechtspersoon.

Op dit moment blijkt een enorm aantal Nederlanders door economische delicten en zakelijke ellende de gaskraan in hun woning open te zetten. Vervolgens wordt de woning met gas opgeblazen. Naburige woningen van deze radeloze mensen worden vaak zeer zwaar beschadigd. Velen raken gewond.

In het algmemeen zou de samenleving gebaat kunnen zijn bij meer onderzoek naar “voorliggende misdrijven” die uiteindelijk tot moord of zelfdoding leiden.

Alle aandacht lijkt steeds te gaan naar de laatste zichtbare gebeurtenis. Het misdrijf in het verborgene dat de werkelijke oorzaak en aanleiding heeft gevormd, krijgt geen of nauwelijks aandacht. Dat betekent dat een groot aantal misdadigers de dans volledig ontspringt.

Het blijkt zelfs heel lonend om iemand zichzelf van het leven te laten beroven door georganiseerd pesten door personen en organisaties. Er is van diverse dictaturen bekend dat men zo probeerde af te komen van kritische mensen. Tot onze grote schrik blijkt deze, min of meer perfecte misdaad gewoon dagelijks ook in Nederland te worden gepleegd.

Iedere maand lijkt nu tenminste 1 gasexplosie een “verdachte” voorgeschiedenis te hebben.

Philipp Auerbach Antisemitismus-Opfer. Der unerwünschte Nazi-Jäger.

Van een Duitse correspondent, Christoph Sydow, plaatsen we graag het onderstaande artikel met een link en een klein exerpt. Het maakt heel pijnlijk duidelijk hoe weinig er is terecht gekomen van de denazificatie van het juridische aparaat in Duitsland. Uit onderzoek wordt ook steeds duidelijker dat er in de bezette landen van Europa, zoals Nederland, ook nauwelijks zuivering onder rechters en andere juristen heeft plaats gevonden. Onderzoek naar rechters werd steeds gefrustreerd. Voor het dichthouden van de doofpot zijn diverse strafbare feiten gepleegd. Diverse zelfdodingen blijken direct gevolg van deze “toedek-misdrijven”. Auerbach was een voorbeeld in Duitsland van een (Joods) slachtoffer die het onrecht persoonlijk niet langer kon verdragen en een einde aan zijn leven maakte.
De redactie

Korespondent Christoph Sydow

In der Spiegel erschien am 30. Januar 2013 folgender Bericht:
http://einestages.spiegel.de/external/ShowTopicAlbumBackground/a27261/l0/l0/F.html

Exzerpt:

Alle wollten vergessen, er verlangte Gerechtigkeit: Im Nachkriegs-Deutschland kämpfte Philipp Auerbach wie kein zweiter für die Entschädigung von NS-Opfern. Politiker und Medien beschimpften ihn – ein ehemaliger Nazi-Richter verurteilte den Juden in einem unfairen Prozess. Die Hetze endete tödlich. Von Christoph Sydow

Philipp Auerbach war kein sympathischer Mensch. Selbst Leute, die es gut mit ihm meinten, bezeichneten ihn als cholerisch, machtgierig, selbstherrlich. Aber andererseits auch als hilfsbereit, gutmütig und selbstlos. Viele Deutsche verachteten ihn schlicht: Denn in den ersten Nachkriegsjahren war Auerbach der Stachel im Fleisch der jungen Republik. Während die meisten Deutschen die Verbrechen während der zwölfjährigen Nazi-Diktatur einfach nur vergessen wollten, drängte er wie kein zweiter auf eine Wiedergutmachung für die NS-Opfer und eine rücksichtslose Verfolgung der Täter.

Auerbach gehörte als Jude selbst zu denen, die unter den Nazis eingesperrt waren und jahrelang in Todesangst auf ihre Freilassung hoffen mussten. Er überlebte die Konzentrationslager Auschwitz und Buchenwald. Doch nach seiner Befreiung 1945 wurde Auerbach nicht wie erhofft mit Jubelrufen, sondern bestenfalls mit Gleichgültigkeit, oft auch mit Hass empfangen. Denn er vertrat all jene, die jeden Tag die Deutschen an ihre Mitschuld an den Verbrechen des Nazi-Regimes erinnerten.